Home

1
Tom heeft nooit een gebrek aan woorden.
Tom is never at a loss for words.
 
2
Die jongen is erg slim.
That boy is very smart.
 
3
Ik meng niet graag zaken met plezier.
I don't like to mix business with pleasure.
 
4
Water kookt bij 100 graden Celcius.
Water boils at 100 degrees Celsius.
 
5
Je kunt je niet eeuwig verbergen.
You can't hide forever.
 
6
Ik wou dat ik bij jou in de buurt kon wonen.
I wish I could live near your house.
 
7
De woorden kwamen uit een heel oude taal.
The words were from a very old language.
 
8
Ik lunch meestal daar.
I generally have lunch there.
 
9
Is dit jouw familie?
Is this your family?
 
10
Ik had niet door wat ik aan het doen was.
I didn't realize what I was doing.
 
11
Hoeveel kost de kamer?
How much is the room charge?
 
12
Tom wil dit passen.
Tom wants to try this on.
 
13
Het klinkt geweldig!
It sounds great!
 
14
Ik vroeg hem waar hij heen ging.
I asked him where he was going.
 
15
Hoeveel talen zijn er wereldwijd?
How many languages are there in the world?
 
16
De hond was een put aan het graven.
The dog was digging a hole.
 
17
Daar waren niet weinig interessante zaken te zien.
There were quite a few interesting things to see.
 
18
Hoeveel advocaten heeft Tom?
How many lawyers does Tom have?
 
19
Tom wil dat iemand van hem houdt.
Tom wants someone to love him.
 
20
Het hoofdpersonage van deze serie is een pratende eekhoorn.
This show's main character is a talking squirrel.
 
21
Het was niet grappig.
It wasn't funny.
 
22
Om eerlijk te zijn, ik verveel me rot.
To tell you the truth, I'm completely bored.
 
23
Hij heeft de wedren gemakkelijk gewonnen.
He won the race easily.
 
24
Het is ons gelukt tot elkaar door te dringen.
We managed to get through to each other.
 
25
Het feestje was gedaan om negen uur.
The party ended at nine.
 
26
Mag ik u naar het vliegveld begeleiden?
May I accompany you to the airport?
 
27
Vond je het leuk om naar tentoonstellingen te gaan in Roemenië?
Did you enjoy going to exhibits in Romania?
 
28
Wil je met me trouwen?
Will you marry me?
 
29
We associëren zwart vaak met de dood.
We often associate black with death.
 
30
Ik heb twee katten.
I have two cats.
 
31
Ik kan geen bier meer drinken.
I can't drink any more beer.
 
32
Laat me nog eens een voorbeeld zien.
Show me another example.
 
33
Hij zou blij zijn dat te horen.
He would be glad to hear that.
 
34
We hebben de hele dag in het Yogogipark doorgebracht.
We spent the entire day in Yoyogi Park.
 
35
Plots kwamen zij uit het niets te voorschijn.
They suddenly appeared from nowhere.
 
36
Ik bezoek soms de huizen van mijn vrienden.
I sometimes visit my friends' homes.
 
37
Deze koffie is te bitter.
This coffee is too bitter.
 
38
Ik ken jouw vader zeer goed.
I know your father very well.
 
39
Vergeet je dingen niet.
Don't forget your things.
 
40
Dit is een toverstaf.
This is a magic wand.
 
41
Heb je Tom daadwerkelijk zien doen wat de politie zegt dat hij gedaan heeft?
Did you actually see Tom do what the police say he did?
 
42
Laten we in de rivier zwemmen.
Let's go and swim in the river.
 
43
Het is te groot.
It's too big.
 
44
Voor wie is deze doos?
Who's this box for?
 
45
Ik wil een filmpje pakken.
I want to go see a movie.
 
46
Waar is de sleutel?
Where's the key?
 
47
Wanneer komt ge terug?
When are you coming back?
 
48
Het lijkt niet zo groot.
It doesn't seem that big.
 
49
Ieder jaar komen veel toeristen naar dit eiland.
Many tourists come to this island every year.
 
50
De oude ziet er triestig uit.
The old man looks sad.
 
51
Ik hou niet meer van je.
I no longer like you.
 
52
Ze zaten in de schaduw van die grote boom.
They sat in the shade of that big tree.
 
53
In Japan begint het nieuwe schooljaar in april.
In Japan a new school year starts in April.
 
54
Ik heb besloten dat zelf te proberen.
I've decided to try doing that by myself.
 
55
Op die vraag kan ik niet antwoorden.
I can't answer that question. / I can't answer this question.
 
56
Ook ik heb niets begrepen.
I didn't understand anything, either.
 
57
Kunt u dat nog eens zeggen?
Can you say that again?
 
58
Tom heeft een snor.
Tom has a mustache.
 
59
Tom zegt dat Mary zich vergist.
Tom says Mary is wrong.
 
60
Tom heeft hulp nodig.
Tom needs help.
 
61
Vertaal dit alsjeblieft.
Please translate this.
 
62
Een computer is een ingewikkelde machine.
A computer is a complex machine.
 
63
Al hun geheimen werden onthuld.
All their secrets have been revealed.
 
64
Ik ben van plan morgen een mobieltje te kopen.
I'm planning to buy a mobile phone tomorrow.
 
65
Tom is in ziekteverlof.
Tom is on sick leave.
 
66
Steek uw kop niet in het zand.
Don't bury your head in the sand.
 
67
Welke instrumenten speel je?
What instruments do you play?
 
68
Ik ben van plan samen met hem te lunchen.
I plan to have lunch with him.
 
69
Het is nogal ironisch.
It's rather ironic.
 
70
Hij sloot de deur en ging naar boven.
He shut the door and went upstairs.
 
71
Mij droom is honkbalspeler te worden.
My dream is to be a baseball player.
 
72
Je hebt de leiding toch?
Aren't you in charge?
 
73
Een man genaamd Tom kwam je gisteren zien.
A guy named Tom came to see you yesterday.
 
74
Dank u.
Thanks.
 
75
Als ge over zijn werk oordeelt, denk dan ook aan zijn gebrek aan ervaring.
In judging his work, you should make allowances for his lack of experience.
 
76
Het vliegtuig was al weg toen ik op de vlieghaven aankwam.
The plane had already taken off when I reached the airport.
 
77
Hij had een hongerige blik.
He had a hungry look.
 
78
Ik moest mijn fiets duwen omdat ik een platte band had.
I had to push my bicycle because I had a flat tire.
 
79
Ik reed met mijn auto door rood, omdat ik haast had.
I ran a red light in my car, because I was in a hurry.
 
80
Mijn gsm werkt niet.
My cell phone doesn't work.
 
81
Open je mond niet!
Don't open your mouth.
 
82
Ben je kwaad?
Are you mad?
 
83
De kern van het probleem is het gebrek aan communicatie tussen de afdelingen.
The root of the problem is a lack of communication between departments.
 
84
Mary is het jongste zusje van Tom.
Mary is Tom's youngest sister.
 
85
Een aap beklimt een hoge boom.
A monkey is climbing up a tall tree.
 
86
Wat hij zei bracht mij in verlegenheid.
What he said embarrassed me.
 
87
Ik heb zijn roman niet gelezen en mijn broer ook niet.
I haven't read his novel, and my brother hasn't either.
 
88
Ik kan mij aan helemaal niets herinneren.
I can't remember anything.
 
89
Hij heeft een heel waardevol armbandhorloge.
He owns a very valuable wristwatch.
 
90
Hij had de gewoonte om vroeg op te staan.
He was in the habit of getting up early.
 
91
Is er water op Mars?
Is there water on Mars?
 
92
Hij is een nerd.
He's a nerd.
 
93
Stop ermee zo naïef te zijn.
Stop being so naive.
 
94
Hij is dol op zingen.
He loves singing.
 
95
Er is telefoon voor je.
You are wanted on the phone.
 
96
De man die ik als mijn vriend beschouwde, bedroog me.
The man who I thought was my friend deceived me.
 
97
Hij heeft achtenveertig forten gebouwd.
He built forty-eight forts.
 
98
De dag daarna hadden we allen een verschrikkelijke kater.
On the following day, we all had terrible hangovers.
 
99
We wilden het geld niet.
We didn't want the money.
 
100
Sommige dingen zijn moeilijk te vertalen.
There are some things that are difficult to translate.
 
101
Het huis is warm.
The house is warm.
 
102
Bedankt voor het drankje.
Thanks for the drink.
 
103
We hebben de laatste tijd slecht weer gehad.
We have had bad weather recently.
 
104
Dit is mijn vriend. Kent u hem?
He's my friend. Do you know him?
 
105
Dat toneelstuk is gebaseerd op de roman.
This play was adapted from the novel.
 
106
Ik was ziek.
I was sick.
 
107
Ik kan mijn gevoelens niet met woorden uitdrukken.
Words cannot convey my feelings.
 
108
Wat die zaak betreft, ben ik helemaal tevreden.
So far as this matter is concerned, I am completely satisfied.
 
109
Vervolledig de zin.
Complete the sentence.
 
110
Misschien gaat het sneeuwen.
It may snow.
 
111
Laten we ons haasten.
Let's hurry.
 
112
Er is ingepland dat ik met hem ga lunchen.
I'm scheduled to have lunch with him.
 
113
Tom is nog steeds in het ziekenhuis.
Tom is still in the hospital.
 
114
Ik heb echt niet zo veel honger.
I'm really not all that hungry.
 
115
Mijn grootvader heeft sneeuwwit haar.
My grandfather has snowy white hair.
 
116
Ik dacht niet dat je ging komen.
I didn't think you'd come.
 
117
Waar ben je?
Where are you?
 
118
Vier keer vijf is twintig.
Four times five is twenty.
 
119
Je hoeft niet te gaan, als je dat niet wil.
If you don't want to go, you don't have to.
 
120
Jij bent alles wat ik wil.
All I want is you.
 
121
Ik ken haar niet.
I don't know her.
 
122
Ik wil graag dit pakketje naar Canada sturen.
I'd like to mail this package to Canada.
 
123
Hoelang slaapt een beer?
How long does a bear sleep?
 
124
Is dat jouw moeder?
Is that your mother?
 
125
Hij trok alles terug wat hij gezegd had.
He took back everything he said.
 
126
Waarom wil je dit boek kopen?
Why do you want to buy this book?
 
127
Ik ben het gewend 's avonds laat op te blijven.
I am used to staying up late at night.
 
128
Ik eet niet.
I am not eating.
 
129
Mijn moeder kan niet komen.
My mother can't come.
 
130
Ik wil overnachten bij het Hilton Hotel.
I want to stay at the Hilton Hotel.
 
131
Ben je student?
Are you a student?
 
132
Even zien of ik dat goed begrepen heb.
Let's see if I've got that right.
 
133
De geur is onverdraaglijk.
The smell is unbearable.
 
134
Het was duidelijk dat het zo zou zijn.
It was obvious that it would be this way.
 
135
Zet de rijstkoker aan, alstublieft.
Turn on the rice cooker, please.
 
136
We hadden een erg comfortabele rit.
We had a very smooth ride.
 
137
Ik heb het gekocht voor tien dollar.
I bought it for ten dollars.
 
138
Je kunt evengoed een naald in een hooiberg zoeken.
It is like looking for a needle in a haystack.
 
139
Je moet vooraf betalen.
You must pay in advance.
 
140
Ben je zo ongeveer klaar?
Are you about done?
 
141
Ik heb een boek in mijn hand.
I have a book in my hand.
 
142
Het Baikalmeer in Rusland is het diepste meer ter wereld.
Lake Baikal in Russia is the deepest lake in the world.
 
143
Kan je dit alsjeblieft voor me vertalen?
Can you please translate this for me?
 
144
Thai is de officiële taal van Thailand.
Thai is the official language of Thailand.
 
145
Ze bezit niet veel boeken.
She doesn't own many books.
 
146
Tom en ik zijn het eens.
Tom and I agree.
 
147
Hij besloot zijn plan geheim te houden.
He made up his mind to keep his plan secret.
 
148
Heb je zin in iets kouds om te drinken?
How about something cold to drink?
 
149
Ik bleef mezelf voorhouden dat het allemaal gauw voorbij zou zijn.
I kept telling myself that it would all be over soon.
 
150
Ik weet wat ik leuk vind.
I know what I like.
 
151
Ik moet erheen.
I need to go there.
 
152
Wilt u niet zo snel spreken, alstublieft?
Don't speak so fast, please.
 
153
Heb jij dat getekend?
Did you draw that?
 
154
Hij zou niet zonder verzet opgeven.
He would not give it up without a struggle.
 
155
Mijn vader is bezig.
My father is busy.
 
156
Op hem kan je vertrouwen.
He can be trusted.
 
157
Iedereen doet wat hij kan.
Everyone does what he can.
 
158
Het doel heiligt de middelen.
The end justifies the means.
 
159
Je zei dat dit zou gebeuren.
You said this was going to happen.
 
160
Tom zal niet aanwezig zijn.
Tom won't be here.
 
161
Ik weet niets over Linux.
I know nothing about Linux.
 
162
Een lichtjaar is de afstand die het licht aflegt in een jaar.
A lightyear is the distance that light travels in one year.
 
163
Dit is een goed lesboek.
This is a good textbook.
 
164
Tom is slimmer dan Maria denkt.
Tom is smarter than Mary thinks.
 
165
Al hun inspanningen waren tevergeefs.
All their efforts were in vain.
 
166
Kan je dit lied voor me vertalen?
Can you translate this song for me?
 
167
Ik zou willen dat ik Tom had kunnen ontmoeten.
I wish I could've met Tom.
 
168
Zij gaf hen een paar appelen.
She gave them some apples.
 
169
Ik ben klaar voor morgen.
I'm ready for tomorrow.
 
170
Mag ik eens rondkijken?
Can I look around?
 
171
Weten ze over ons?
Do they know about us?
 
172
Niemand kan tweehonderd jaar leven.
Nobody can live to be two hundred years old.
 
173
Noem me alsjeblieft Tom.
Please call me Tom.
 
174
Waarom willen sommige mensen geen kinderen?
Why do some people not want children?
 
175
Je ziet er niet Japans uit.
You don't look Japanese.
 
176
Tom verborg zijn geld in een bureaula.
Tom hid his money in a bureau drawer.
 
177
Er zijn niet zo veel treinen 's nachts.
There aren't as many trains at night.
 
178
Meestal zweet ik niet zo.
I don't usually sweat like this.
 
179
Nog één uur en de kalkoen is klaar.
One more hour and the turkey will be ready.
 
180
We hebben nauwelijks genoeg tijd om te ontbijten.
We hardly have time to eat breakfast.
 
181
We hebben je advies nodig.
We do need your advice.
 
182
Ik werd bijna overreden door een auto.
I was nearly run over by a car.
 
183
Wat zei de jongen?
What did the boy say?
 
184
Je tuin heeft wat aandacht nodig.
Your garden needs some attention.
 
185
Hij spreekt niet alleen Frans, maar ook Spaans.
He not only speaks French, but he speaks Spanish, too.
 
186
Ik zou me ook zo voelen.
I'd feel the same way.
 
187
Ik respecteer degenen die altijd hun best doen.
I respect those who always do their best.
 
188
Mary gelooft in de kracht van de liefde.
Mary believes in the power of love.
 
189
Het is jouw schuld dat ik mijn eetlust kwijt ben.
Thanks to you I've lost my appetite.
 
190
Vind je haar aantrekkelijk?
Do you think she's attractive?
 
191
Ik heb geen geld bij.
I have no money on me.
 
192
Hoe eet je dit?
How do you eat this?
 
193
Bedankt voor het wegnemen van het misverstand.
Thank you for clearing up the misunderstanding.
 
194
En wat doen we nou?
So what do we do now?
 
195
Vertelde je de waarheid?
Were you telling the truth?
 
196
Ze weigerden om te vechten.
They refused to fight.
 
197
Ze keek tv met tranen in haar ogen.
She was watching TV with tears in her eyes.
 
198
Het spijt me erg dat ik te laat ben.
I'm very sorry for being late.
 
199
Houd je van rennen?
Do you like to run?
 
200
Er deden maar vier paarden mee aan de race.
Only four horses were in the race.
 
201
Tom schijnt niet bereid te zijn tot een compromis.
Tom seems to be unwilling to compromise.
 
202
Doe je ogen niet dicht.
Don't shut your eyes.
 
203
Tom is niet de enige die moet studeren. Ik moet dat ook.
Tom isn't the only one who has to study. I have to study as well.
 
204
Tom was door een hond gebeten toen hij dertien was.
Tom was bitten by a dog when he was thirteen.
 
205
Mijn dienst zit er op.
My shift's over.
 
206
Dat ruikt naar een val.
It smells like a trap.
 
207
Tom heeft een hybride auto gekocht.
Tom bought a hybrid.
 
208
Ik denk dat ik te lang gewacht heb.
I guess I waited too long.
 
209
Ik heb erover lopen denken.
I've been wondering about that.
 
210
Ik ben een tennisspeler.
I'm a tennis player.
 
211
Wij waren gelukkig.
We were happy.
 
212
Ik ben altijd erg zenuwachtig.
I'm always very nervous.
 
213
Ik schaam me voor mezelf.
I am ashamed of myself.
 
214
Ik ben nog nooit in Engeland geweest.
I have never been to England.
 
215
Is Tom samen met Mary weggegaan?
Did Tom leave with Mary?
 
216
Het was me een genoegen met jou te kunnen praten.
It's been a pleasure chatting with you.
 
217
Weet jij waarom ze zo boos is?
Do you know why she's so angry?
 
218
Ze werd gelukkig.
She became happy.
 
219
Ik begin moe te worden.
I'm starting to get tired.
 
220
De koning maakte misbruik van zijn macht.
The king abused his power.
 
221
Hij speelt daar.
He is playing there.
 
222
Ik wacht op mijn vriendin.
I'm waiting for my girlfriend.
 
223
Tom en Maria hebben veel gemeen.
Tom and Mary have a lot in common.
 
224
Hij is wat wij een wandelend woordenboek noemen.
He is what we call a walking dictionary.
 
225
Ze kuste hem op het voorhoofd.
She kissed him on the forehead.
 
226
Dat park doet mij denken aan toen ik klein was.
This park reminds me of my childhood.
 
227
We zouden het leuk vinden als je een liedje zong.
We'd like you to sing a song.
 
228
Die vent ergert mij.
That guy annoys me.
 
229
Ik snap het verband niet.
I don't get the connection.
 
230
Ik ben naar het vliegveld geweest om een vriend uit te zwaaien.
I have been to the airport to see my friend off.
 
231
Ik zal wachten aan de bushalte.
I'll wait at the bus stop.
 
232
Ik heb acht broers en zusters.
I have eight brothers and sisters.
 
233
Ik had geen plan B.
I had no backup plan.
 
234
Wat jij nu moet doen is iets eten volgens mij.
I think that what you need now is to eat something.
 
235
Ik ben niet klaar om te gaan.
I'm not ready to go.
 
236
Ik heb tegen Tom gezegd dat ik mijn wachtwoord vergeten heb.
I told Tom I had forgotten my password.
 
237
Toen ik zag dat het regende, heb ik mijn paraplu gepakt.
When I realized it was raining, I took my umbrella.
 
238
Op de velden rond het dorp groeien gerst en tarwe.
Barley and wheat grow in the fields around the village.
 
239
Schoonheid is slechts oppervlakkig.
Beauty is but skin deep.
 
240
Ik geef nooit op.
I never give up.
 
241
Alle schriftsystemen hebben voor- en nadelen.
All writing systems have advantages and disadvantages.
 
242
Kan je morgen komen?
Can you come tomorrow?
 
243
Ik wou dat mijn vrouw kon koken.
I wish my wife could cook.
 
244
Je ziet er bleek uit.
You look pale.
 
245
Kun je autorijden?
Can you drive a car?
 
246
Ik ben moe.
I'm tired.
 
247
Verrassend genoeg zong hij goed.
Surprisingly, he was good at singing.
 
248
Hebben jullie geen honger?
Aren't you hungry?
 
249
Ik ga morgen naar de honkbalwedstrijd.
I'm going to see the baseball game tomorrow.
 
250
Tom merkte dat Maria hem volgde.
Tom noticed that Mary was following him.
 
251
Waar een wil is, is een weg.
Where there's a will, there's a way.
 
252
We zijn het gewend om schoenen te dragen.
We are accustomed to wearing shoes.
 
253
Schrijf alstublieft met een pen.
Please write with a pen.
 
254
Je moet naar me luisteren.
You should listen to me.
 
255
Tom kijkt te veel televisie.
Tom watches too much TV.
 
256
Hij ging om tien uur naar bed zoals gewoonlijk.
He went to bed at ten as usual.
 
257
Dat is de reden dat hij boos werd.
That's the reason he became angry.
 
258
Thomas wilde dokter worden.
Tom wanted to become a doctor.
 
259
Hij vertelde mij een interessant verhaal.
He told me an interesting story.
 
260
Is dit jouw kluisje?
Is this your locker?
 
261
Alle studenten applaudisseerden.
All the students clapped their hands.
 
262
Ik begrijp niet wat zijn echte doel is.
I fail to understand his true aim.
 
263
Deze prent herinnert mij aan toen ik kind was.
This picture reminds me of my childhood.
 
264
Waarom hebt ge Tom niet gewoonweg de waarheid gezegd?
Why didn't you just tell Tom the truth?
 
265
Ik moet dit boek vandaag terugbrengen naar de bibliotheek.
I have to return this book to the library today.
 
266
Je kan een boot per uur huren.
You can rent a boat by the hour.
 
267
Ik zou naar de film zijn gegaan, als ik tijd had gehad.
I would've gone to the movies if I'd had the time.
 
268
Gisteren heeft het de hele dag geregend, dus ben ik thuis gebleven.
It rained all day long yesterday, so I stayed home.
 
269
Ik heb hem naar beneden horen komen.
I heard him coming downstairs.
 
270
Tom schonk een glas melk voor zichzelf in.
Tom poured himself a glass of milk.
 
271
Ik heb zin om uit te gaan vandaag.
I feel like going out today.
 
272
Yukio Mishima pleegde zelfmoord in 1970.
Yukio Mishima killed himself in 1970.
 
273
Een kleine stad ligt tussen de grote steden.
A small town lies between the big cities.
 
274
Ik drink 's morgens altijd twee kopjes koffie.
I always drink two cups of coffee in the morning.
 
275
Mijn kamergenoot studeert Chinees.
My roommate is learning Chinese.
 
276
Tom bluft.
Tom is bluffing.
 
277
Tom droomt.
Tom's dreaming.
 
278
Ik kan geen ander plan bedenken.
I can't think of any other plan.
 
279
Ik bezocht haar op zondagochtend.
I visited her on Sunday morning.
 
280
Ik was niet de enige die die film niet leuk vond.
It wasn't just me who didn't like that movie.
 
281
Ik haat scheikunde.
I hate chemistry.
 
282
Waar zie je hem?
Where do you see him?
 
283
Hou je van zwarte katten?
Do you like black cats?
 
284
Aanvankelijk vond Tom Frans moeilijk, maar nu vindt hij het makkelijk.
At first, Tom thought French was difficult, but now he thinks it's easy.
 
285
Ik geef hier vijf dagen per week les.
I teach classes here five days a week.
 
286
Hij is niet zo sterk als eerst.
He's not as strong as before.
 
287
De enige manier waarop ik havermoutpap kan eten is met veel suiker.
The only way I can eat oatmeal is with a lot of sugar.
 
288
De hond zat in een doos onder de tafel.
The dog was in a box under the table.
 
289
Tom vroeg Mary omtrent haar nieuwe job.
Tom asked Mary about her new job.
 
290
Ben ik dik?
Am I fat?
 
291
Mijn oma van mijn moeders kant woont in Osaka.
My grandmother on my mother's side lives in Osaka.
 
292
Ik wil naar de cinema gaan vandaag.
I want to go to the movies today.
 
293
Ik doe het omdat ik het wil.
I do it because I want to.
 
294
Waarom heb je een nieuwe ladder nodig?
Why do you need a new ladder?
 
295
Het was magisch.
It was magical.
 
296
Ik ben slechts boodschapper.
I'm just a messenger.
 
297
Ik heb een zakdoek nodig.
I need a tissue.
 
298
Werk jij op maandagen?
Do you work on Mondays?
 
299
Was je handen voor het eten.
Wash your hands before eating.
 
300
We stonden recht tegenover elkaar.
We stood face to face.
 
301
Het regent nauwelijks.
It's hardly raining at all.
 
302
Ik zit vast in de file.
I'm stuck in a traffic jam.
 
303
Welke kleur denk je dat Tom leuker zal vinden?
Which color do you think Tom will like better?
 
304
Dit is het boek waar je naar op zoek bent.
This is the book you are looking for.
 
305
Het spijt me. Ik overschatte mijn vaardigheden.
I'm sorry. I overestimated my abilities.
 
306
Ik heb drie broers.
I have three brothers.
 
307
Ik bezoek mijn grootmoeder twee keer per week.
I visit my grandmother twice a week.
 
308
Hoorde je dat geluid?
Did you hear the noise?
 
309
Ik hoop dat hij geen ongeluk heeft gehad.
I hope he hasn't had an accident.
 
310
Ik ken de weduwe van Tom.
I know Tom's widow.
 
311
Ben je vrijdagmiddag vrij?
Are you free on Friday afternoon?
 
312
De tafel is groen.
The table is green.
 
313
Ik heb je zo erg gemist.
I have missed you so much.
 
314
Hij wordt een goede dokter.
He will make a good doctor.
 
315
Waarom moet ik dat doen?
Why do I have to do that?
 
316
Kom met ons mee.
Join us.
 
317
Ze haatte haar echtgenoot.
She hated her husband.
 
318
Zijn vader speelt geen golf.
His father doesn't play golf.
 
319
Het valt te betwijfelen of deze gegevens betrouwbaar zijn.
It is questionable whether this data can be relied on.
 
320
Het is altijd de schuld van andere mensen.
It's always someone else's fault.
 
321
Mijn vader gaat elke ochtend joggen.
My father goes jogging every morning.
 
322
Hij koos elk woord met zorg.
He chose every word with care.
 
323
Tom moest een moeilijke keuze maken.
Tom had to make a difficult decision.
 
324
Ik begrijp het gewoon niet.
I simply don't understand this.
 
325
Het is nu jouw beurt.
It's now your turn.
 
326
Hoe gaan we daar komen?
How are we going to get there?
 
327
Ik weet niet wat we gaan doen.
I don't know what we'll do.
 
328
Er waren tien eieren in totaal.
There were ten eggs in all.
 
329
Tom ziet er vrij gerelaxt uit.
Tom seems quite relaxed.
 
330
Ik groeide op in deze buurt.
I grew up in this neighborhood.
 
331
Water is belangrijk voor mensen.
Water is important for people.
 
332
Wat is daar precies gebeurd?
What exactly happened there?
 
333
Had ik maar een auto.
I wish I had a car.
 
334
De thuissituatie wordt met de dag ondragelijker.
The situation at home is getting more unbearable every day.
 
335
Ik weet niets.
I don't know anything.
 
336
Hebben jullie een kaart van Boston?
Do you have a map of Boston?
 
337
Ik zag hem de winkel binnengaan.
I saw him enter the store.
 
338
Tom maakte een boterham voor Maria.
Tom made a sandwich for Mary.
 
339
Ik maak te veel fouten.
I'm making too many mistakes.
 
340
Ik heb hier jaren gewoond.
I've lived here for years.
 
341
Het kan zijn dat ze haar paraplu in de bus gelaten heeft.
She may have left her umbrella on the bus.
 
342
Wie zijn je interessantste vrienden?
Who are your most interesting friends?
 
343
Ik vroeg Tom niet hiernaartoe te komen.
I didn't ask Tom to come here.
 
344
Ik heb hem ertoe gebracht mijn kamer te kuisen.
I got him to clean my room.
 
345
Hij is zijn kamer in gegaan.
He entered his room.
 
346
We hadden niet alleen honger, maar we leden ook dorst.
Not only were we hungry, but we were also suffering from thirst.
 
347
Hij is heel geleerd.
He is very learned.
 
348
Ik steek de sporen iedere morgen over.
I cross the railroad tracks every morning.
 
349
Wat wilt ge als ontbijt?
What do you want for breakfast?
 
350
Het heeft dag na dag geregend.
It rained day after day.
 
351
Hij leunde tegen een muur.
He leaned against the wall.
 
352
We slaagden erin enkele buitenlandse postzegels te bemachtigen.
We managed to get some foreign stamps.
 
353
Ze ging in die richting.
She went that way.
 
354
Je cijfers waren duidelijk lager dan gemiddeld dit semester.
Your marks were well below average this term.
 
355
Je moet naar huis.
You need to go home.
 
356
Tom liep naar het raam en keek naar buiten.
Tom walked to the window and looked outside.
 
357
Hij kan geen auto kopen.
He can't buy a car.
 
358
Je weet maar nooit.
You never know.
 
359
Rust in vrede.
Rest in peace.
 
360
Tom is gezond.
Tom's healthy.
 
361
Mag ik de rekening?
The bill, please.
 
362
Tom draagt eenvoudige kleren.
Tom wears simple clothes.
 
363
De VS roept op tot een wapenembargo tegen de schenders van het verdrag.
The U.S. is calling for an arms embargo against violators of the treaty.
 
364
Tom vond school niet leuk toen hij jonger was.
Tom disliked school when he was younger.
 
365
Tom speelde piano en Mary zong.
Tom played the piano and Mary sang.
 
366
Ik hou van je!
I love you.
 
367
Hij heeft een kat en twee honden.
He has a cat and two dogs.
 
368
Tom verveeld zich kapot.
Tom is very bored.
 
369
Ik ben zeer blij dat je dat plan aanvaard hebt.
I am very happy that you have agreed to that plan.
 
370
Tom wist totaal niet wat hij moest zeggen.
Tom didn't know quite what to say.
 
371
Ze wordt niet per maand betaald, maar per dag.
She doesn't get paid by the month, but by the day.
 
372
Weet ik veel!
How should I know?
 
373
Ik heb deze auto voor een prikje gekocht.
I bought this car at a bargain.
 
374
Het is de zijne.
It's his.
 
375
Als je niet opschiet mis je de laatste trein.
If you don't hurry, you'll miss the last train.
 
376
Als je wilt, kan ik wat telefoontjes voor je plegen.
I can make a few calls for you if you want me to.
 
377
Het eten is koud geworden.
The food has gone cold.
 
378
Hij is mijn vader niet.
He's not my father.
 
379
De beschuldigde werd ter dood veroordeeld.
The accused was sentenced to death.
 
380
Marilyn Monroe overleed 33 jaar geleden.
Marilyn Monroe died 33 years ago.
 
381
Ze heeft groene ogen.
She has green eyes.
 
382
Turkije is een mooi land.
Turkey is a beautiful country.
 
383
Er is niets veranderd.
Nothing has changed.
 
384
Sluit de deur bij het weggaan.
Close the door when you leave.
 
385
Ik zou ze de schuld niet geven.
I wouldn't blame them.
 
386
Tom slaapt naakt.
Tom sleeps in the nude.
 
387
Houdt Tom van tomaten?
Does Tom like tomatoes?
 
388
Waar klinkt het naar?
What's it sound like?
 
389
Hoeveel kost deze zakdoek?
How much is this handkerchief?
 
390
Ik heb gisteren een auto gehuurd.
I rented a car yesterday.
 
391
Woon je bij je ouders?
Do you live with your parents?
 
392
Ik heb een oude lamp gekocht.
I bought an old lamp.
 
393
Hoelang moeten we het in de oven laten?
How long should we leave it in the oven?
 
394
Blijf dichtbij de deur.
I'll stay close to the door.
 
395
We zijn allebei gek op poëzie.
We both love poetry.
 
396
Tom luncht vaak samen met Maria.
Tom often eats lunch with Mary.
 
397
Dat is de bushalte.
That is the bus stop.
 
398
Ons restaurant is beter dan dat andere.
Our restaurant is better than that restaurant.
 
399
Je schoenen passen niet bij dat pak.
Your shoes don't go with that outfit.
 
400
Hij kan niet voor zichzelf zorgen.
He can't take care of himself.
 
401
Hij houdt niet van verliezen.
He doesn't like to lose.
 
402
De waarde van de yen is flink gestegen.
The value of the yen has soared.
 
403
Roken schaadt de gezondheid.
Smoking is harmful to the health.
 
404
Ik twijfel er niet aan dat het hem zal lukken.
I have no doubt that he will succeed.
 
405
Tom vroeg om meer koffie.
Tom asked for more coffee.
 
406
Laten we Tom vragen.
Let's ask Tom.
 
407
Ik ga jullie allemaal missen.
I'll miss all of you.
 
408
Ik moet het werk af hebben tegen vier uur.
I have to finish the work by four o'clock.
 
409
Hoeveel kost de bus?
What's the bus fare?
 
410
In een lift moogt ge niet roken.
You may not smoke in an elevator.
 
411
Laten we het hopen.
Let's hope so.
 
412
Wat ik zag was deprimerend.
What I saw was depressing.
 
413
Heb je een vriendje?
Do you have a boyfriend?
 
414
Tom dacht vaak aan Mary.
Tom often thought about Mary.
 
415
Hij is niet hier, toch?
He isn't here, is he?
 
416
Waarom hou je zo van Boston?
Why do you like Boston so much?
 
417
Hij verliet Tokio en trok naar Kioto.
He left Tokyo for Kyoto.
 
418
Ik heb geen zin om nog langer te wachten.
I don't feel like waiting any longer.
 
419
Het magazine komt twee keer per maand uit.
The magazine is issued twice a month.
 
420
Zij ging vlug de trap op.
She quickly went up the stairs.
 
421
Tom wil iets anders.
Tom wants something different.
 
422
Heeft Tom een paardenstaart?
Does Tom have ponytail?
 
423
Ik trok mijn schoenen uit en plaatste ze onder het bed.
I took my shoes off and put them under the bed.
 
424
Is dit jouw vriendinnetje?
Is this your girlfriend?
 
425
Tom probeert je om de tuin te leiden.
Tom is trying to trick you.
 
426
Het lijkt erop dat het deze zomer opnieuw koud zal zijn.
It looks as though this summer will be cold again.
 
427
Vanaf hier is het ongeveer drie kilometer naar de kust.
From here, it's about three kilometers to the coast.
 
428
Hij werkt in een pandjeshuis.
He works at a pawn shop.
 
429
Je verspilt alleen maar onze tijd.
You're just wasting our time.
 
430
Bent u hier met iemand?
Are you here with anyone?
 
431
Echte mannen drinken thee.
Real men drink tea.
 
432
Waar moeten we naartoe?
Where do we need to go?
 
433
Wanneer ben je geboren?
When were you born?
 
434
Ik vrees dat dit werk het meeste van mijn tijd zal opeisen.
I fear this work will take up most of my time.
 
435
Je houdt van Engels, niet?
You like English, don't you?
 
436
Het bloed was helderrood.
The blood was bright red.
 
437
Ik heb een probleem en ik heb uw raad nodig.
I have a problem and I need your advice.
 
438
Wie zal de rol van prinses spelen?
Who will play the role of the princess?
 
439
Tom woont hiernaast.
Tom lives next door.
 
440
Hij is vies.
He is nasty.
 
441
Tom nipte traag van zijn wijn.
Tom sipped his wine slowly.
 
442
Dit boek was gemakkelijk.
This book was easy.
 
443
Ze voldeed aan onze verwachtingen.
She lived up to our expectations.
 
444
Tom heeft het verbeterd.
Tom corrected it.
 
445
Ik zal misschien blijven.
Maybe I'll stay.
 
446
Tom houdt niet meer van Maria.
Tom doesn't love Mary anymore.
 
447
Ik ben zeker dat hij kwaad zal zijn.
I'm sure that he'll get angry.
 
448
Ge moet altijd nadenken alvorens te spreken.
You should always think before you speak.
 
449
Doe of dat je mij bent.
Pretend you're me.
 
450
Je hebt me je verkoudheid doorgegeven.
You've given me your cold.
 
451
Wanneer begint de wedstrijd?
What time will the game start?
 
452
Een vreemde taal leren is moeilijk.
Studying a foreign language is hard.
 
453
Het is ook geen appelsien.
That is not an orange, either.
 
454
Hoeveel mensen heb je uitgenodigd op je feestje?
How many people did you invite to your party?
 
455
Hoe heeft hij dat gedaan?
How did he do this?
 
456
Hebt ge het venster opengelaten?
Did you leave the window open?
 
457
Mijn fototoestel is een Nikon.
My camera is a Nikon.
 
458
Tom moet dat veel geoefend hebben.
Tom must've practiced that a lot.
 
459
Tom leek een beetje boos.
Tom seemed a bit angry.
 
460
Twee maanden zijn voorbij sinds hij naar Frankrijk gegaan is.
Two months have passed since he left for France.
 
461
Ik herinner het me nu.
I remember now.
 
462
Het spijt me dat ik je hierbij betrokken heb.
I'm sorry I got you involved in this.
 
463
Hoe gaat alles op werk?
How's everything at work?
 
464
Ik ben verliefd op jou.
I'm in love with you.
 
465
Ik weet niet wat te zeggen opdat je je beter zou voelen.
I don't know what to say to make you feel better.
 
466
Het is een zeer beloftevolle jonge man.
He's a very promising young man.
 
467
Het doet mij plezier dat ge terug zijt.
I'm glad to see you back.
 
468
Onze troepen hebben de stad bezet.
Our forces occupied the city.
 
469
Spreek je Engels?
Do you speak English?
 
470
Geniet je van mysterieromans?
Do you enjoy mystery novels?
 
471
Waarom bouw je een muur hier?
Why are you building a wall here?
 
472
We weten niet waar hij is.
We don't know where he is.
 
473
Niemand was gewond.
Nobody was injured.
 
474
Je hoeft vandaag niet te studeren.
You don't need to study today.
 
475
Een vreemdeling betrad het gebouw.
A stranger came into the building.
 
476
Dit is mijn pop.
This is my doll.
 
477
Waarom is het op slot?
Why is it locked?
 
478
Wanneer ben je gisteravond naar bed gegaan?
When did you go to bed last night?
 
479
Dat klinkt als muziek in mijn oren.
That's music to my ears.
 
480
Ik zal proberen snel te zijn.
I'll try to be quick.
 
481
Tom heeft een lijst gemaakt van plekken die hij graag zou bezoeken.
Tom made a list of places he wants to visit.
 
482
In de trein was zo druk dat ik de hele rit heb moeten staan.
The train was so crowded that I had to stand all the way.
 
483
Ik was het bijna vergeten te doen.
I almost forgot to do that.
 
484
Hij is met iets bezig.
He is busy doing something.
 
485
Men kan niet overleven zonder geld.
One cannot survive without money.
 
486
Er is maar een klein beetje melk over.
There's only a little milk left.
 
487
Ik zou graag Frans studeren.
I'd like to study French.
 
488
Het verheugt me je terug te zien.
I'm glad to see you back.
 
489
Je zou er een gewoonte van moeten maken je tanden te poetsen na elke maaltijd.
You ought to get into the habit of brushing your teeth after every meal.
 
490
De eerste immigranten in de Amerikaanse geschiedenis kwamen uit Engeland en Nederland.
The first immigrants in American history came from England and the Netherlands.
 
491
Het is moeilijk een leven zonder huisdieren voor te stellen.
It's hard to imagine a life without pets.
 
492
Het is te donker om goed te kunnen zien.
It is too dark to see clearly.
 
493
We boffen dat het weer zo mooi is.
We're lucky that the weather is so nice.
 
494
Hebt ge graag witte chokolade?
Do you like white chocolate?
 
495
Je bent nog steeds aan het groeien.
You're still growing.
 
496
Ze is irritant en egoïstisch.
She's annoying and selfish.
 
497
Tom staat niet vroeg op.
Tom doesn't get up early.
 
498
Ik weet het zeker.
I am sure.
 
499
Tom doet het erg goed.
Tom is doing very well.
 
500
Tom is aan het koken.
Tom's cooking.
 
501
Ik poetste de vloer en het meubilair op.
I polished up the floor and furniture.
 
502
Wat vroeg hij je?
What did he ask you?
 
503
Hoe kreeg je Tom zover om mee te helpen?
How did you manage to get Tom to help?
 
504
Nu is het jouw beurt.
Now it's your turn.
 
505
Wij moeten onmiddellijk vertrekken.
We need to leave immediately.
 
506
Toms rijbewijs verloopt volgende maand.
Tom's driver's license will expire next month.
 
507
Dit zijn niet uw stoelen.
Those are not your chairs.
 
508
Volgende maand vertrek ik naar Australië.
I will be leaving for Australia next month.
 
509
Hij is een man van daden.
He is a man of action.
 
510
Die gouden ring behoorde toe aan mijn moeder.
That gold ring belonged to my mother.
 
511
Bedankt. "Graag gedaan."
Thanks. "You're welcome."
 
512
Ik antwoordde niet.
I didn't reply.
 
513
Mensen zijn ingewikkeld.
People are complicated.
 
514
Tom luistert nooit naar iemand.
Tom never listens to anyone.
 
515
Ik heb Tom aangeraden dat niet te doen.
I advised Tom not to do that. / I advised Tom to not do that.
 
516
Ik moet gaan, zelfs wanneer het regent.
I have to go even if it rains.
 
517
Tom oefende erg hard.
Tom practiced very hard.
 
518
Ik wil niet slapen.
I don't want to sleep.
 
519
Door het ongeluk zijn er veel doden gevallen.
The accident has caused many deaths.
 
520
Ik heb een fout gemaakt.
I made a mistake.
 
521
Tom zal nooit weten dat u het was die me het vertelde.
Tom will never know it was you who told me.
 
522
Mijn flat is nabij.
My apartment is near.
 
523
Ik hou van muziek en van Engels.
I like music and English.
 
524
Kunt u dit wegen, alstublieft?
Can you weigh this, please?
 
525
Ze zei dat ik moest ophouden met roken.
She said that I should quit smoking.
 
526
Uit het oog, uit het hart.
Out of sight, out of mind.
 
527
We hebben jouw steun nodig.
We need your support.
 
528
Ik ben erg druk, dus reken niet op mij.
I'm very busy so don't count on me.
 
529
Zo hoor je niet te antwoorden aan je ouders.
You shouldn't talk back to your parents like that.
 
530
De oude man leeft van zijn pensioen.
The old man lives on his pension.
 
531
Waar kan ik zitten?
Where can I sit?
 
532
Dat is een fout.
That's a mistake.
 
533
Ik heb een stijve schouder.
I have a stiff shoulder.
 
534
Je tijd is om.
Your time is up.
 
535
Tom is zeker ouder dan dertig.
Tom is certainly over thirty.
 
536
Hij loog tegen ons.
He lied to us.
 
537
We hebben hard geoefend om hen te kunnen verslaan.
We practiced very hard to beat them.
 
538
Ik weet niet hoe Tom eruitziet.
I don't know what Tom looks like.
 
539
Tom houdt ervan snel te eten.
Tom likes to eat fast.
 
540
Gewoontes zijn moeilijk te stoppen.
Habits are difficult to break.
 
541
Toen ze studeerde, is ze maar één keer naar de disco geweest.
When she was a student, she went to the disco only once.
 
542
Tom bleef de hele nacht wakker.
Tom stayed awake all night.
 
543
Tom liet haar de brief van de Kerstman zien.
Tom showed her the letter from Santa Claus.
 
544
Het gebeurde tussen acht en tien uur.
It happened between eight and ten.
 
545
Hij zei mij dat hij in juni naar Frankrijk gaat.
He told me that he would go to France in June.
 
546
Wij staan aan jouw kant.
We're with you.
 
547
Tom rijdt te langzaam.
Tom is driving too slow.
 
548
Ik vond het vreemd dat hij niet was komen opdagen.
I thought it was strange that he didn't turn up.
 
549
Ze is zwanger.
She's pregnant.
 
550
Die film is de moeite waard.
That movie is worth seeing.
 
551
Hij heeft schrik om te sterven.
He is afraid of death.
 
552
Tom spreekt beter Frans dan jij.
Tom speaks French better than you do.
 
553
Tom is hier niet opgegroeid.
Tom didn't grow up here.
 
554
Ik had moeite dit probleem op te lossen.
I had difficulty in solving this problem.
 
555
Klaagt Tom vaak over rugpijn?
Does Tom complain about back pain often?
 
556
Is dat een nieuwe stropdas?
Is that a new tie?
 
557
Hij spreekt snel.
He speaks quickly.
 
558
Ik keek rondom mij.
I looked around me.
 
559
Mijn naam is niet Tom.
My name isn't Tom.
 
560
De oude man leeft alleen.
The old man lives alone.
 
561
Deze zin is dubbelzinnig.
This sentence is ambiguous.
 
562
Zijn gezicht was bedekt met slijk.
His face was covered with mud.
 
563
Tom was betrokken bij een vechtpartij op straat.
Tom was involved in a street brawl.
 
564
Ze begonnen de heuvel te beklimmen.
They began to climb the hill.
 
565
Ik begrijp niet waarom hij de waarheid niet verteld heeft.
I don't understand why he didn't tell the truth.
 
566
Raak de kachel niet aan.
Don't touch the stove.
 
567
Mijn hobby is fotograferen.
My hobby is taking pictures.
 
568
Niets gebeurd.
Nothing happened.
 
569
Tom en Maria bekeken elkaar en stonden op.
Tom and Mary looked at each other and stood up.
 
570
Tom werd populair onder de tieners zodra hij zijn debuut maakte op het witte doek.
Tom became popular among teenagers as soon as he made his debut on the screen.
 
571
Hij is eigenlijk niet de manager.
He isn't actually the manager.
 
572
Ik vind dat Tom weg moet.
I think Tom needs to go.
 
573
Tom kan er niets aan doen.
Tom can't help it.
 
574
Ze houden niet van mij.
They don't like me.
 
575
Ik woon nu in Dublin.
I live in Dublin right now.
 
576
Ik ben van plan advocaat te worden.
I intend to become a lawyer.
 
577
Tom had Maria's geld niet mogen stelen.
Tom shouldn't have stolen Mary's money.
 
578
Ik zou deze pop graag kopen.
I'd like to buy this doll.
 
579
Ze is acht maanden zwanger.
She is eight months pregnant.
 
580
Wat denk jij over deze zaak?
How do you view this matter?
 
581
Pas op de kinderen deze namiddag.
Look after the children this afternoon.
 
582
Tom vertelde Maria dat hij een pistool had.
Tom told Mary that he had a gun.
 
583
Is je huiswerk al af?
Are you done with your homework yet?
 
584
Ik kan je niet helpen.
I can't help you.
 
585
Ze is erg trots op haar postzegelverzameling.
She takes great pride in her stamp collection.
 
586
Zijn hart is gebroken.
His heart is broken.
 
587
Ik heb geld nodig.
I need money.
 
588
Ik vroeg Mary ten dans.
I asked Mary to dance with me.
 
589
Ze vertrouwden je.
They trusted you.
 
590
Dan keek ik televisie.
I was watching TV then.
 
591
Gisteren heb ik een boek gekocht.
I bought a book yesterday.
 
592
Ze maken te veel lawaai. Ik kan me niet concentreren.
They're making too much noise. I can't concentrate.
 
593
Ik zag hem nooit weer.
I never saw him again.
 
594
Zijt ge klaar om te beginnen?
Are you ready to start?
 
595
Die film is geschikt voor mensen van alle leeftijden.
That movie is suitable for people of all ages.
 
596
Ik heb mijn identiteitskaart vergeten mee te brengen.
I forgot to bring my I.D. card.
 
597
Ik heb geen tijd om te slapen.
I don't have time to sleep.
 
598
Alles waar je goed in bent draagt bij aan geluk.
Anything you're good at contributes to happiness.
 
599
Ik ben bang dat ik gelijk had.
I'm afraid I was right.
 
600
Tom wist helemaal niet dat ik hier zou zijn.
Tom had no idea I'd be here.
 
601
Kunt u vanavond komen dineren?
Can you come for dinner tonight?
 
602
Een wolk dreef door de lucht.
A cloud floated across the sky.
 
603
Wat is jouw lievelingsvak op school?
What's your favorite subject at school?
 
604
Ik wist niets.
I didn't know anything.
 
605
Haar droom is om Parijs te bezoeken.
Her dream is to visit Paris.
 
606
Ik heb nog niet gegeten.
I haven't eaten yet.
 
607
Ben ik zo doorzichtig?
Am I that transparent?
 
608
We lieten ons op het strand fotograferen.
We had our photo taken on the beach.
 
609
Laten we ergens anders eten.
Let's eat somewhere else.
 
610
Ik zou graag mijn ouders zien.
I'd like to see my parents.
 
611
De zieke riep het uit van de pijn.
The patient screamed in agony.
 
612
Het is aan het regenen sinds dinsdag.
It has been raining since Tuesday.
 
613
Dit ga je niet meer nodig hebben.
You won't be needing this anymore.
 
614
Ik maakte maar een grapje.
I was just joking.
 
615
Er zijn een aantal oppervlakkige redenen.
There are a number of superficial reasons.
 
616
Toms appartement ligt overhoop.
Tom's apartment is cluttered.
 
617
Graag of niet.
Take it or leave it.
 
618
Vroeger reden ze naar de Haven van Nagoya voor het weekend.
They used to go for a drive to Nagoya Port on weekends.
 
619
Ik deed de deur dicht, zodat ze ons niet konden horen.
I closed the door so that they couldn't hear us.
 
620
Voorbij is voorbij.
The past is the past.
 
621
Als je niet eet, ga je dood.
If you don't eat, you die.
 
622
Ik geloof dat Tom niet schuldig is.
I believe that Tom is not guilty.
 
623
Tom is degene die me dit boek heeft gegeven.
Tom is the one who gave me this book.
 
624
Ik heb hem 500 dollar geleend zonder rente.
I lent her 500 dollars free of interest.
 
625
Iedereen schudde elkaars hand.
Everyone shook hands.
 
626
Bedankt dat je teruggekomen bent.
Thanks for coming back.
 
627
Zwitserland is een mooi land.
Switzerland is a beautiful country.
 
628
De leraar kan zoiets niet gezegd hebben.
The teacher can't have said such a thing.
 
629
Tom gaf ons veel te eten.
Tom gave us lots to eat.
 
630
Tom rende en rende, totdat hij uiteindelijk de telefooncel zag.
Tom ran and ran, until at last he saw the telephone booth.
 
631
Heb je iets gepakt?
Did you take anything?
 
632
Hoe durf je mijn huis te betreden zonder toestemming!
How dare you enter my house without permission!
 
633
Weet hij wat gij gedaan hebt?
Does he know what you did?
 
634
Iedereen heeft sterke en zwakke punten.
Everyone has strengths and weaknesses.
 
635
Heb je verleden nacht naar de televisie gekeken?
Did you watch TV last night?
 
636
Hij neemt altijd zijn tijd voor alles wat hij doet.
He always takes his time in everything he does.
 
637
Ze werkt erg hard.
She works very hard.
 
638
Tom was aan het juichen.
Tom was cheering.
 
639
Ik heb altijd honger.
I'm always hungry.
 
640
Eindelijk had Tom een keer gewoon niks te zeggen.
For once, Tom simply had nothing to say.
 
641
Mijn dochter is gek op touwtjespringen.
My daughter loves jumping rope.
 
642
Hij staat op het punt om dood te gaan.
He is about to die.
 
643
Je moet ervan afgeraken.
You have to get rid of it.
 
644
Ik hoop dat dat niet waar is.
I hope that isn't true. / I hope that's not true.
 
645
Hou daar toch mee op.
Stop it.
 
646
Ik ken hem.
I know him.
 
647
Hoe hoor ik mezelf te kleden?
How am I supposed to dress?
 
648
Ik ben niet gewoon voor een publiek te spreken.
I'm not used to speaking in public.
 
649
Hij ging drie uur later naar huis.
He went home three hours later.
 
650
Het spijt me, ik heb geen wisselgeld.
I'm sorry, I don't have change.
 
651
Wat mooi!
How beautiful!
 
652
Ik heb het vliegtuig gemist. Zou ik het volgende kunnen nemen?
I missed my flight. Can I get on the next flight?
 
653
Toen Tom wakker werd, was Maria aan het bureau een boek aan het lezen.
When Tom woke up, he found Mary reading a book at the desk.
 
654
Je zou een ongeluk kunnen krijgen.
You might have an accident.
 
655
Rijst groeit in warme landen.
Rice grows in warm countries.
 
656
Er ligt een appel op de tafel.
There is an apple on the table.
 
657
Is zij getrouwd?
Is she married?
 
658
We moeten uitzoeken wat Tom aan het doen is.
We have to find out what Tom is doing.
 
659
Ze was aanwezig op het feestje.
She was present at the party.
 
660
Wat heb je met mijn bagage gedaan?
What did you do with my baggage?
 
661
Hij is een nieuwe aanwinst voor het onderwijspersoneel.
He is a new addition to the teaching staff.
 
662
Ik ga je aan de rest van de bemanning introduceren.
I am going to introduce you to the rest of the crew.
 
663
Dit is Toms graf.
This is Tom's grave.
 
664
Dat is makkelijk voor jou om te zeggen.
That's easy for you to say.
 
665
Ubuntu is een populaire Linuxdistributie.
Ubuntu is a popular Linux distribution.
 
666
Laten we een bus pakken.
Let's take a bus.
 
667
Is hij in Hokkaido geweest vorig jaar?
Was he in Hokkaido last year?
 
668
God bestaat.
God exists.
 
669
Ze gooiden overbodige dingen weg.
They discarded unnecessary things.
 
670
Ondanks de regen gingen de kinderen naar school.
The children went to school in spite of the rain.
 
671
Ze zijn even moe als wij.
They're as tired as we are.
 
672
Laten we vergeten wat er afgelopen nacht gebeurd is.
Let's forget about what happened last night.
 
673
Dus wat is er aan de hand?
So what's going on?
 
674
Ik heb enkele geschenken.
I have some gifts.
 
675
Je gezondheid verliezen is erger dan geld te verliezen.
Losing one's health is worse than losing money.
 
676
Waarom komt u niet met me dansen?
Why don't you come dancing with me?
 
677
Tom is een ware artiest.
Tom is a true artist.
 
678
Dit ben ik.
This is me.
 
679
Ik heb vanochtend nog met Tom gesproken.
I spoke to Tom just this morning.
 
680
Ik wil haar niet kwetsen.
I don't want to hurt her.
 
681
Er was geen wolkje aan de hemel.
There wasn't a cloud in the sky.
 
682
Je mag uitnodigen wie je wilt.
You may invite anyone you like.
 
683
Je kan maar beter naar bed gaan.
You should go to bed.
 
684
Ik spreek een beetje Engels.
I can speak a little English.
 
685
Tom heeft de tafel al gedekt.
Tom has already set the table.
 
686
Geen van ons kan Frans.
None of us can speak French.
 
687
Ze zijn nog steeds aan het zoenen.
They're still kissing.
 
688
Ik heb je hier niet nodig.
I don't need you here.
 
689
Ik had nooit gedacht dat hij zoiets wreeds zou kunnen doen.
I never thought he was capable of doing something so cruel.
 
690
Mooi gedaan!
Good job!
 
691
Ik heb Tom Maria's telefoonnummer gegeven.
I gave Tom Mary's phone number.
 
692
Ik ben ondernemer.
I am an entrepreneur.
 
693
Wat is de hoofdstad van Haïti?
What is the capital of Haiti?
 
694
Je hoeft niet meer dan 400 woorden te schrijven.
You don't need to write more than 400 words.
 
695
Ik heb toegang tot zijn bibliotheek.
I have access to his library.
 
696
Niemand mag vertrekken zonder toestemming.
No one is to leave without permission.
 
697
Ik kon niet gaan werken want ik was ziek.
I couldn't go to work because I was sick.
 
698
Ik zal dat betalen met een cheque.
I will pay for it by check.
 
699
Ze oefent op de piano in de middag of in de avond.
She practices the piano in the afternoon or in the evening.
 
700
Toms vriendin dreigde hem te verlaten.
Tom's girlfriend threatened to leave him.
 
701
Doe de jaloezie dicht.
Shut the blinds.
 
702
Het lijkt dat je gelijk had.
It looks like you were right.
 
703
Ik denk dat je heel wat vragen hebt.
I guess you've got a lot of questions.
 
704
Zulke ongelukken kunnen af en toe gebeuren.
Such accidents can happen from time to time.
 
705
Ik hou van honden.
I like dogs.
 
706
Ik speelde tennis.
I was playing tennis.
 
707
U bent rijk.
You're rich.
 
708
Hij spreekt slecht Frans.
He speaks poor French.
 
709
Hoe spel je je naam?
How do you spell your name?
 
710
Mijn vader stierf voordat ik geboren was.
My father died before I was born.
 
711
Ik kan morgen niet werken.
I can't work tomorrow.
 
712
Wie heeft de ruit gebroken? Zeg me de waarheid.
Who broke the window? Tell the truth.
 
713
Ik ben van plan hier een week te blijven.
I plan to stay there a week.
 
714
Zeg haar dat ik aan het naaien ben.
Tell her that I am sewing.
 
715
Vond je Boston leuk?
Did you like Boston?
 
716
Tom is mij hierheen gevolgd.
Tom followed me here.
 
717
Hij kent de streek als zijn broekzak.
He knows the area like the back of his hand.
 
718
Tom heeft een bierbuik.
Tom has a beer belly.
 
719
Tom heeft misschien gelijk.
Maybe Tom is right.
 
720
Als je iets nodig hebt, bel dan gewoon.
If you need anything, just call.
 
721
Ik herinner me het huis waar ik opgegroeid ben.
I remember the house where I grew up.
 
722
Ik zal proberen het met één hap op te eten.
I will try to eat it in one bite.
 
723
Beoordeel iemand niet op zijn uiterlijk.
Don't judge a book by its cover.
 
724
Ze had hem al een lange tijd niet meer gezien.
She hadn't seen him in a long time.
 
725
Het zelfstandig naamwoord kan in het enkelvoud staan of in het meervoud.
A noun can be singular or plural.
 
726
Hij had de pech om zijn zoon te verliezen.
He had the misfortune to lose his son.
 
727
Ik wil zeker helpen.
I definitely want to help.
 
728
Ik haalde hem over om er aan deel te nemen.
I persuaded him to take part in it.
 
729
Hij had het niet duidelijker kunnen zeggen.
He couldn't have put it more plainly.
 
730
Voor zover ik weet is hij geboren in Italië.
For all I know, he was born in Italy.
 
731
Die kerel ergert mij.
That guy annoys me.
 
732
Ik zie helemaal niks.
I can see nothing at all.
 
733
Hij zat bij de rivier.
He sat next to the stream.
 
734
Mary woont nog bij haar ouders thuis.
Mary is still living at home with her parents.
 
735
Ik heb lang op haar gewacht.
I waited for her a long time.
 
736
Drink iets.
Drink something.
 
737
Tom wilde naar het strand gaan.
Tom wanted to go to the beach.
 
738
Hij kan met niemand op kantoor opschieten.
He doesn't get along with anybody in the office.
 
739
Tot mijn spijt moet ik u mededelen dat uw sollicitatie geweigerd is.
I regret to inform you that your application has been refused.
 
740
Wie?
Who?
 
741
Ik weet niet hoe ik het deed. Wat belangrijk is, is dát ik het deed.
I don't know how I did it. What's important is that I did it.
 
742
Tom interesseert zich erg voor biologie.
Tom is very interested in biology.
 
743
Dat is niet zo moeilijk om te doen.
That's not difficult to do.
 
744
Toms vader is erg streng.
Tom's father is very strict.
 
745
De crimineel werd gearresteerd en in de gevangenis gezet.
The criminal was arrested and put into prison.
 
746
Ik ken jouw taal.
I know your language.
 
747
Uw voorstel is een beetje extreem.
Your proposal is a bit extreme.
 
748
De schoenen zijn van leer.
The shoes are made of leather.
 
749
Ik kijk iedere dag televisie.
I watch television every day.
 
750
Hij woont aan de andere kant van de straat.
He lives across the street.
 
751
Katoen neemt water op.
Cotton absorbs water.
 
752
Mij maakt het niet uit wat de mensen zeggen.
I don't care what people say.
 
753
Je kan naast me zitten.
You can sit next to me.
 
754
Ze bedacht een goede oplossing.
She thought of a good solution.
 
755
Haal de camera.
Get the camera.
 
756
Mijn rug doet nog steeds pijn.
My back still hurts.
 
757
Ik ben zo moe dat ik naar bed ga zodra ik thuiskom.
I'm so tired that I'm going to bed as soon as I get home.
 
758
Mijn vrouw kan slecht autorijden.
My wife is a poor driver.
 
759
De vraag is waar men het boek kan kopen.
The question is where to buy the book.
 
760
Ze heeft een tatoeage van een hagedis op haar dij.
She has a tattoo of a lizard on her thigh.
 
761
Waarom vragen we hem niet om advies?
Why don't we ask for his advice?
 
762
Laten we Frans spreken.
Let's speak French.
 
763
We hebben lang genoeg geoefend.
We've practiced long enough.
 
764
Ik nam een taxi naar het treinstation.
I took a taxi to the train station.
 
765
Weet je wat er met Tom aan de hand is?
Do you know what's happened to Tom?
 
766
Hij is hier altijd tussen vijf en zes.
He is always here between 5 and 6 o'clock.
 
767
Ik zou graag een stadsplattegrond willen hebben.
I'd like a city map.
 
768
Ik voel me gelukkig.
I feel happy.
 
769
Hoe komt het dat je zo goed Engels praat?
How come you know English so well?
 
770
Hij hoopt Parijs te bezoeken.
He hopes to visit Paris.
 
771
Er waren minstens 100 mensen aanwezig.
There were at least 100 people present.
 
772
Zal het regenen? "Ik hoop van niet."
Will it rain? "I hope not."
 
773
Ik moet in mijn levensonderhoud voorzien.
I have to earn a living.
 
774
Ze zal aankomen in Tokio begin volgende maand.
She will arrive in Tokyo at the beginning of next month.
 
775
Hij handelt namens zichzelf.
He is acting on his own behalf.
 
776
Bedankt voor jullie gastvrijheid.
Thank you for your hospitality.
 
777
Heb je veel geld bij je?
Do you have much money with you?
 
778
Ik moet geen preek hebben.
I don't need a lecture.
 
779
Je had me dat gisteren moeten vertellen.
You should've told me yesterday.
 
780
Ik ben teruggegaan naar Japan.
I returned to Japan.
 
781
Ze is een paar keer naar Hawaï geweest.
She has been to Hawaii several times.
 
782
Je friet wordt koud.
Your fries are getting cold.
 
783
Ik ben net terug uit school.
I have just come back from school.
 
784
Uw dochter is aan de drugs.
Your daughter's on drugs.
 
785
Ik lust geen chocolade.
I don't like chocolate.
 
786
Dank u voor de suggestie.
Thanks for the tip.
 
787
Wil je wat thee?
Do you want some tea?
 
788
Ik heb een muis van Microsoft gekocht.
I bought a Microsoft mouse.
 
789
Op zondagmorgen gaan ze naar de kerk.
They go to church on Sunday morning.
 
790
Ze sloeg de deur dicht.
She slammed the door.
 
791
IJzer is een nuttig metaal.
Iron is a useful metal.
 
792
Ik zou graag een klacht indienen.
I would lodge a complaint.
 
793
Ik wil het niet nog eens doen.
I don't want to do it again.
 
794
Dat klinkt prachtig.
That sounds lovely.
 
795
Tom houdt een dagboek bij.
Tom keeps a diary.
 
796
Het hotel staat op een berg.
The hotel stands on a hill.
 
797
Hoe hoog is die toren?
How high is that tower?
 
798
Die hond heeft een korte staart.
That dog has a short tail.
 
799
Kom me helpen.
Come help me.
 
800
In het najaar gaan veel vogels naar het zuiden.
In the fall, many birds head for the south.
 
801
Waarom zou je zoiets willen doen?
Why would you want to do something like that?
 
802
Je zei dat al een uur geleden.
You said that an hour ago.
 
803
Is Tom teruggegaan?
Has Tom returned?
 
804
Tom draagt bretels.
Tom is wearing suspenders.
 
805
Dat moet je niet nu doen.
You do not have to do it now.
 
806
Waar woont je oom?
Where does your uncle live?
 
807
Ik ging slapen.
I went to sleep.
 
808
Zij is een stil persoon.
She's a quiet person.
 
809
Hij is niets speciaals. Slechts een bediende zoals de anderen.
He's nothing special. Just another working stiff.
 
810
Tom verhief zijn stem.
Tom raised his voice.
 
811
Ik heb Tom gevraagd even te wachten.
I asked Tom to wait a moment.
 
812
Ze leek ongeïnteresseerd.
She seemed uninterested.
 
813
Ze gedroeg zich heel dom.
She behaved quite foolishly.
 
814
Ik ben ontgoocheld dat hij hier niet is.
I'm disappointed that he's not here.
 
815
Ik hou van vreemde talen.
I like foreign languages.
 
816
Hij is de voorzitter van de bank.
He's the president of the bank.
 
817
Deze cd is van mijn zoon.
This CD is my son's.
 
818
Tom en Mary zijn de enige overlevenden.
Tom and Mary are the only survivors.
 
819
We vertrekken vanmiddag.
We're leaving this afternoon.
 
820
Ik ben in het huis.
I'm in the house.
 
821
Zeker!
Definitely!
 
822
Ik zal je het geld morgen teruggeven.
I'll give you back the money tomorrow.
 
823
Mijn huiswerk is eindelijk klaar.
My homework was finally finished.
 
824
Bent u Japans?
Are you Japanese?
 
825
Ik wil er graag achter komen waarom Tom heeft besloten niet te komen.
I'd like to find out why Tom decided not to go.
 
826
Toon mij andere.
Show me some others.
 
827
Ik begrijp het min of meer.
I sort of understand.
 
828
Van wie heb je dit gekregen?
Who did you get that from? / Who did you get this from?
 
829
Het is helemaal mijn fout.
It's entirely my fault.
 
830
Taiwan is geen deel van China.
Taiwan isn't part of China.
 
831
Men beschuldigde hem van moord.
He was accused of murder.
 
832
Ik kan je niet verdragen.
I can't stand you.
 
833
Vier jij de Dag van de Aarde?
Do you celebrate the Earth Day?
 
834
Ik heb een vriend die bij de NASA werkt.
I have a friend who works for NASA.
 
835
Tom wil dat ik je kom halen.
Tom sent me over to get you.
 
836
Ik ben verloren.
I am lost.
 
837
Ik ben nu piano aan het spelen.
I am playing the piano now.
 
838
Hij heeft zijn fiets rood geschilderd.
He painted his bicycle red.
 
839
Tom is echt heel getalenteerd.
Tom really is quite talented.
 
840
Bijna 80 procent van het land is bergen.
Nearly 80 percent of the land is mountains.
 
841
Heb je Tom verteld dat hij geadopteerd is?
Have you told Tom he's adopted?
 
842
Spreekt hij Engels?
Does he speak English?
 
843
Ben jij geïnteresseerd in honkbal, Tom?
Are you interested in baseball, Tom?
 
844
Deze schoenen passen niet.
These shoes don't fit my feet.
 
845
Ze waren tevreden met het resultaat.
They were satisfied with the result.
 
846
Geef me de sleutel.
Give me the key.
 
847
Jammer dat ze ziek is.
It's too bad she's ill.
 
848
Je maakt me kotsmisselijk!
You make me want to throw up!
 
849
Uit welk land kom je?
What country are you from?
 
850
Je had beter je valhelm op kunnen doen.
You had better put on your crash helmet.
 
851
Ze hebben een goede verhouding met hun buren.
They're on good terms with their neighbors.
 
852
Ik ga morgen naar Hokkaido.
I will go to Hokkaido tomorrow.
 
853
Je weet daar niet toevallig iets van, toch?
You wouldn't know anything about that, would you?
 
854
Dit huis is gebouwd in 1870.
This house was built in 1870.
 
855
Vandaag is onze laatste schooldag.
Today is our last day of school.
 
856
Minderheden worden in vele landen veracht.
Minorities are despised in many countries.
 
857
Tom weet niet hoe laat het is.
Tom doesn't know what time it is.
 
858
Tom werkt niet zo hard als voorheen.
Tom doesn't work as hard as he used to.
 
859
De mens is afkomstig uit Afrika.
Humans originated in Africa.
 
860
Mijn moeder heeft schone lakens op mijn bed gedaan.
My mother put clean sheets on my bed.
 
861
Wanneer kwam Tom terug?
When did Tom get back?
 
862
Zoek het woord op in het woordenboek.
Look up the word in the dictionary.
 
863
Tom kwam hier vroeg toe deze morgen
Tom got here early this morning.
 
864
Ik ben opgelucht dat je in veiligheid bent.
I am relieved that you are safe.
 
865
Ik moet de koeien gaan melken.
I need to go milk the cows.
 
866
Doe je boek niet open.
Don't open your book.
 
867
Ik vind dat deze tafel te veel ruimte inneemt.
I think this table takes up too much space.
 
868
Dat is wat mijn vader altijd zegt.
That's what my dad always says.
 
869
Je kan tandpasta niet terug in de tube doen.
You can't put toothpaste back in the tube.
 
870
Hebt gij dit boek geschreven?
Did you write this book?
 
871
De stad wil de weg verlengen.
The city wants to extend the road.
 
872
Hij verliest nooit de hoop.
He never loses hope.
 
873
We hebben een paar ideeën.
We have some ideas.
 
874
Tom gaf zijn fout niet toe.
Tom didn't admit his mistake.
 
875
Ze is net vertrokken.
She just left.
 
876
Dat is best wel verbazingwekkend.
That's pretty surprising.
 
877
Houd de tassen in de gaten.
Keep an eye on the bags.
 
878
Hou je van blauwe kaas?
Do you like blue cheese?
 
879
Je ziet er erg bleek uit. Voel je je goed?
You look really pale. Are you all right?
 
880
Toms beslissing om te trouwen verbaasde zijn familie.
Tom's decision to get married surprised his family.
 
881
Ik geef toe, ik had het mis.
I admit it. I was wrong.
 
882
Ik wist wel dat je dorst zou hebben.
I knew you'd be thirsty.
 
883
De grens is dicht.
The border is closed.
 
884
Hij heeft twee dochters.
He has two daughters.
 
885
Niet alle infectieziekten zijn besmettelijk.
Not all the infectious diseases are contagious.
 
886
Ik ben hier al twee uur.
I have been here for two hours.
 
887
Alles is in orde.
Everything is fine.
 
888
Ziet het er oké uit?
Does it look OK?
 
889
De school begint om half negen.
School begins at 8:30 a.m.
 
890
De les begint om tien uur.
The class start at ten.
 
891
Je hebt een lange dag gehad.
You had a long day.
 
892
Is dit iets dat je hoog in het vaandel hebt?
Is this something you feel strongly about?
 
893
Je moet beter opletten.
You need to be more careful.
 
894
Ging je gisteren naar kantoor?
Did you go to office yesterday?
 
895
Ze gaat haar vader overhalen een nieuwe auto te kopen.
She's going to talk her father into buying a new car.
 
896
Misschien heeft Tom gelijk.
Maybe Tom is right.
 
897
Welke dag is het vandaag? "Het is woensdag."
What day is it? "It's Wednesday."
 
898
Mijn laptop draait Linux.
My laptop is running Linux.
 
899
Tom zei dat Mary klaar is.
Tom said Mary is done.
 
900
Ik weet niet wat ik Tom moet zeggen.
I don't know what to say to Tom.
 
901
Ik deelde een kamer met hem.
I shared a room with him.
 
902
Tom is altijd aan het liegen.
Tom is always lying.
 
903
Ook ik ben leraar.
I am a teacher, too.
 
904
Ik wilde net naar buiten gaan toen hij me kwam zien.
I was about to go out when he came to see me.
 
905
Mijn ideeën raken op.
I'm running out of ideas.
 
906
Het heeft me gered.
It saved me.
 
907
Tom is een erg vreemd persoon.
Tom is a very strange person.
 
908
Ik heb mijn overhemd gewassen.
I washed my shirt.
 
909
Ik heb het dak lichtblauw geverfd.
I painted the roof light blue.
 
910
Ik probeerde kalm te blijven.
I tried to stay calm.
 
911
Mijn moeder is woest.
My mother is angry.
 
912
Hij legde zijn hoofd op het kussen.
He laid his head on the pillow.
 
913
Ze is naar Parijs gegaan.
She has gone to Paris.
 
914
Twee gezinnen leven in hetzelfde huis.
Two families live in the same house.
 
915
Waarom ben je er nog?
Why are you still here?
 
916
Gezondheid is onmisbaar voor het welbevinden.
Health is essential to happiness.
 
917
Is dit waar je moeder werkt?
Is this where your mother works?
 
918
Hij legde het belangrijkste doel van het plan uit.
He explained the main purpose of the plan.
 
919
Is er iets anders dat je wil vragen?
Is there anything else you want to ask?
 
920
De toren is zichtbaar vanaf hier.
The tower can be seen from here.
 
921
Heeft Tom altijd een geweer bij zich?
Does Tom always carry a gun?
 
922
Is alles in orde hier?
Is everything OK here?
 
923
In het mandje zitten een paar appels.
There are few apples in the basket.
 
924
Misschien was Tom aan het studeren.
Maybe Tom was studying.
 
925
Ik wacht op een vriendin van me.
I'm waiting for my friend.
 
926
Hij heeft oog voor antiek.
He has an eye for antiques.
 
927
Het is spijtig dat je dat niet weet.
It's a pity that you don't know that.
 
928
Wat heb je gekocht?
What did you buy?
 
929
Ze glimlachen allebei.
They both smile.
 
930
Mijn vader had het druk.
My father was busy.
 
931
Tom en Maria zijn gaan kajakken.
Tom and Mary went kayaking.
 
932
Ik ben van plan om volgende week naar Europa te vertrekken.
I'm planning to leave for Europe next week.
 
933
Ik ondersteun twee kinderen.
I have two children to support.
 
934
Die das zit je echt goed.
That tie really suits you.
 
935
Ik wist dat het mogelijk was.
I knew it was possible.
 
936
Waar zou je als eerste heen willen?
Where would you like to go first?
 
937
In de loop van de dag kwam een vriend mij bezoeken.
A friend of mine came to see me during the day.
 
938
Ik eet kaas.
I eat cheese.
 
939
Wij verdienen allemaal respect.
We all deserve respect.
 
940
Drie weken gingen voorbij.
Three weeks went by.
 
941
Stimuli helpen altijd.
Incentives always help.
 
942
Waarom wil je ons de waarheid niet vertellen?
Why don't you want to tell us the truth?
 
943
Ik deed alsof ik niet begreep wat hij zei.
I pretended not to understand what he was saying.
 
944
Dat was mijn eerste bezoek aan Japan.
That was my first visit to Japan.
 
945
Ze vind het echt leuk om gedichten te schrijven.
She really likes writing poems.
 
946
Ze droeg een groene jas met een bijpassend minirokje.
She was wearing a green coat with a matching mini-skirt.
 
947
Tom vergat bijna de bijeenkomst.
Tom almost forgot about the meeting.
 
948
Ik wil nog eens proberen.
I want to try again.
 
949
Het boek is rood.
The book is red.
 
950
Kan ik op uw hulp rekenen?
Can I count on your help?
 
951
Weet Tom dat je komt?
Does Tom know you're coming?
 
952
Tom zei dat hij niet dacht dat Maria ooit in Boston was geweest.
Tom said he didn't think Mary had ever been to Boston.
 
953
Er was niemand daar.
There was nobody there.
 
954
Hij maakte me zo kwaad dat ik er hoofdpijn van kreeg.
He made me so angry that I got a headache.
 
955
Er zit in foutje in deze zin.
There is an error in this sentence.
 
956
U verbergt iets.
You're hiding something.
 
957
Hou volgende zondag vrij.
Keep next Sunday free.
 
958
Ik weet het nog steeds niet.
I still don't know.
 
959
Volgens de bijbel schiep God de wereld in zes dagen.
According to the Bible, God made the world in six days.
 
960
Waarom is hij weggelopen?
Why did he run away?
 
961
Hij verbleef de afgelopen vijf dagen in dat hotel.
He's been staying at that hotel for the past five days.
 
962
Ik heb een pizza besteld.
I ordered a pizza.
 
963
Het is veel te koud om te zwemmen.
It's much too cold to swim.
 
964
Hij drukte op de alarmknop.
He pushed the emergency button.
 
965
Deze zin slaat nergens op.
This sentence doesn't make sense.
 
966
Hij klom uit de boom naar beneden.
He climbed down from the tree.
 
967
Ik heb ze allemaal vermoord.
I killed them all.
 
968
Ik zal gaan als hij terug is.
I will go when he comes back.
 
969
Ik heb elke dag geoefend.
I practiced every day.
 
970
Ik groeide op in de bossen.
I grew up in the woods.
 
971
Plots was hij dood.
He died suddenly.
 
972
Hij staat om zeven uur op.
He gets up at 7.
 
973
Ik heb vandaag veel gewerkt.
I worked a lot today.
 
974
Je zult het verschil zien.
You'll see the difference.
 
975
De een zijn dood is de ander zijn brood.
One man's medicine is another man's poison.
 
976
In deze rivier kan je veilig zwemmen.
This river is safe to swim in.
 
977
Ouders en religieuze leiders bekritiseerden hem.
Parents and religious leaders criticized him.
 
978
Ik heb nog veel te doen.
I've got so much left to do.
 
979
Voor je verjaardag zal ik je een fiets geven.
I will give you a bicycle for your birthday.
 
980
Hij heeft de hele wereld afgereisd.
He traveled all over the world.
 
981
Ik wacht op een zeer belangrijk telefoontje.
I'm waiting for a very important call.
 
982
De kinderen hebben je nodig.
The children need you.
 
983
Tom is te jong om auto te rijden.
Tom is too young to drive a car.
 
984
Heb je een jachtvergunning?
Do you have a hunting license?
 
985
Bestaat er leven voor de dood?
Is there life before death?
 
986
Ga naar het park.
Go to the park.
 
987
Misschien slaag je.
Maybe you'll succeed.
 
988
Het eerste vliegtuig vloog 12 seconden in 1903.
The first airplane flew in 1903 for twelve seconds.
 
989
Waarom zijn mensen altijd zo cynisch?
Why are people always so cynical?
 
990
Het ziet er vreemd uit.
It looks strange.
 
991
Moet ik mijn dieet aanpassen?
Do I need to change my diet?
 
992
Ik ben dol op wilde bloemen.
I like wild flowers.
 
993
Hij kan snel lopen.
He's a fast walker.
 
994
Hoeveel staat er op je lopende rekening?
How much is in your checking account?
 
995
Wat is dat in hemelsnaam?
What in the world is that?
 
996
Kom maar meedoen.
Join us.
 
997
Je ziet er slanker uit.
You look thinner.
 
998
Ze heeft mijn aanbod afgeslagen.
She turned down my offer.
 
999
Hij begon te huilen.
He began to cry.
 
1000
Tom heeft een stijve nek.
Tom has a stiff neck.
 
1001
Deze thee is te heet om te drinken.
This tea is too hot to drink.
 
1002
Kun je goed overweg met je nieuwe klasgenoten?
Do you get along well with your new classmates?
 
1003
Steek je portefeuille weg.
Put away your wallet.
 
1004
De hond van mijn buurman is dood.
My neighbor's dog is dead.
 
1005
Ik kwam dat restaurant toevallig tegen.
I found that restaurant by accident.
 
1006
De satelliet bevindt zich in een baan om de maan.
The satellite is in orbit around the moon.
 
1007
Toms auto was in beslag genomen.
Tom's car was impounded.
 
1008
Helaas moet ik zeggen dat ik u niet kan helpen.
I am sorry to say that I cannot help you.
 
1009
Op hem kan je rekenen.
You can rely on him.
 
1010
Ken je me?
Do you know me?
 
1011
Hij is nog steeds boos.
He is still angry.
 
1012
Ik wil je vriendje niet zijn.
I don't want to be your boyfriend.
 
1013
De hoofdstad van Oekraïne is Kiev.
The capital of Ukraine is Kiev.
 
1014
Kom niet te laat op het werk!
Don't be late for work.
 
1015
Dat zal ik niet vergeten.
I won't forget that.
 
1016
De haan kraait bij dageraad.
The rooster crows at sunrise.
 
1017
Ik heb hem gisteren geholpen.
I helped him yesterday.
 
1018
Ik geloof in spoken.
I believe in ghosts.
 
1019
Ik heb die deur niet opengemaakt.
I didn't unlock that door.
 
1020
Ze nam de taxi naar het ziekenhuis.
She took a taxi to the hospital.
 
1021
Ik hoorde een kreet en daarna een botsing.
I heard a shout and then a crash.
 
1022
Ik moet naar huis om me om te kleden.
I have to go home and change.
 
1023
Tom had het moeten vragen.
Tom should've asked.
 
1024
Ik wilde echt geen tikkertje spelen met Tom en zijn vrienden.
I really didn't want to play tag with Tom and his friends.
 
1025
Er is geen busdienst naar het dorp.
There is no bus service to the village.
 
1026
Tom begrijpt het.
Tom understands.
 
1027
Wie werkt vanavond?
Who's working tonight?
 
1028
De postcode hier is 14080-000.
The ZIP code here is 14080-000.
 
1029
Is het waar dat "Bedankt" in het Vietnamees klinkt als "Come on"?
Is it true that "Thank you" sounds like "Come on" in Vietnamese?
 
1030
Je moet vroeg naar bed gaan.
You should go to bed early.
 
1031
Je mag nu niet opgeven, niet na alle moeite die je hiervoor hebt gedaan.
You can't give up now, not after all the effort you've put into this.
 
1032
Weinig schatten zijn zoveel waard als een vriend.
Few treasures are worth as much as a friend.
 
1033
Ik weet niet hoe laat het bij ons is.
I don't know how much time we have left.
 
1034
Mijn grootvader stierf kort na mijn geboorte.
My grandfather died shortly after my birth.
 
1035
Er is in mijn stad geen school om Esperanto te leren.
In my city, there is no school for learning Esperanto.
 
1036
Hij moet komen.
He must come.
 
1037
Het is me opgevallen dat Tom gewoonlijk zijn deur niet op slot doet.
I've noticed that Tom doesn't usually lock his door.
 
1038
Ik snap niet waarom Tom mij niet mag.
I don't understand why Tom doesn't like me.
 
1039
Het spijt mij dat ik te laat ben.
Sorry to be late.
 
1040
Heb je de deur op slot gedaan?
Did you lock the door?
 
1041
Mijn woning is op de vierde verdieping.
My apartment is on the fourth floor.
 
1042
Mijn vader heeft vrij op zaterdag.
My dad's free on Saturday.
 
1043
Ik heb Toms telefoon vanochtend geleend.
I borrowed Tom's phone this morning.
 
1044
Het uitleggen van elk feit duurde lang.
The explanation of each fact took a long time.
 
1045
Spot niet met vreemdelingen.
Don't make fun of foreigners. / Don't poke fun at foreigners.
 
1046
Kan je het zien?
Can you see it?
 
1047
Ze trouwde zonder dat haar ouders ervan wisten.
She got married without her parents knowing it.
 
1048
Mogen we bij jou overnachten?
Will you put us up for one night?
 
1049
Tom slaapt in zijn auto.
Tom is sleeping in his car.
 
1050
Hoe oud zijn jullie kinderen?
How old are your children?
 
1051
Het meisje maakte een pop van een stukje stof.
The girl made a doll out of a piece of cloth.
 
1052
Ik drink water.
I'm drinking water.
 
1053
Je moet hard werken als je succes wilt hebben.
You must work hard, if you want to succeed.
 
1054
Ik kan je niet zeggen wanneer Tom hier zal aankomen.
I can't tell you when Tom will get here.
 
1055
Tom zei dat Mary zijn zielsverwant is en dat ze voor elkaar gemaakt zijn.
Tom says Mary is his soul mate and that they were made for each other.
 
1056
Dat boek is klein.
That book is small.
 
1057
Ik heb een nierprobleem.
I have kidney trouble.
 
1058
Welke talen spreekt men in België?
What languages do they speak in Belgium?
 
1059
Ik heb te veel te doen.
I've got too much to do.
 
1060
Ik dacht dat Tom sliep.
I thought Tom was asleep.
 
1061
Het is aan het regenen.
It's raining.
 
1062
Ik gaf hem drie boeken in ruil voor z'n hulp.
I gave him three textbooks in exchange for his help.
 
1063
Ik kan niet begrijpen waarom je niet met Tom wilt eten.
I can't understand why you don't want to eat with Tom.
 
1064
Ik heb niet de minste twijfel.
I don't have the slightest doubt.
 
1065
Haar haar is lang en prachtig.
Her hair is long and beautiful.
 
1066
Mijn lang gekoesterde droom kwam eindelijk uit.
My long cherished dream finally came true.
 
1067
Mijn zus is knap.
My sister is pretty.
 
1068
Ze kampeerden op het strand.
They camped on the beach.
 
1069
De soldaten konden hem nu zien.
The soldiers could see him now.
 
1070
We verplaatsten onze tassen om plaats te maken zodat de oudere dame kon zitten.
We moved our bags to make room for the elderly lady to sit down.
 
1071
Mag ik alcohol drinken?
May I drink alcohol?
 
1072
Ik ben al zijn klachten moe.
I'm tired of all his complaints.
 
1073
Wat een goed schot!
What a good shot!
 
1074
Hoeveel mensen heb je in het park gezien?
How many people did you see in the park?
 
1075
Neem het niet persoonlijk.
Don't take it personally.
 
1076
Tom zette de computer aan.
Tom switched the computer on.
 
1077
Ik controleerde het twee maal om zeker te zijn dat we geen enkele fout maakten.
I checked twice to make certain we hadn't made any mistakes.
 
1078
Ik ben net door een mug gestoken.
A mosquito just bit me.
 
1079
De kat slaapt op tafel.
The cat is sleeping on the table.
 
1080
Ik wil graag een vraag stellen.
I'd like to ask a question.
 
1081
Mijn voeten zijn bevroren.
My feet are frozen.
 
1082
Ik denk dat je antwoord juist is.
I think your answer is correct.
 
1083
Ik moet je een domme vraag stellen.
I need to ask you a silly question.
 
1084
Als ze eenmaal begint te praten, is ze niet te stoppen.
Once she starts talking, there is no stopping her.
 
1085
Heb je bier?
Do you have beer?
 
1086
Zo iets doen, zou onproductief zijn.
It would be counter-productive to do such a thing.
 
1087
Eigenlijk weet ik het niet.
I actually don't know.
 
1088
Ik denk dat je wel genoeg geoefend hebt.
I think you've practiced enough.
 
1089
Ik vraag me af of dit misschien een zwendel is.
I wonder if this is some sort of scam.
 
1090
Ik heb niets met die zaak te maken.
I have nothing to do with the affair.
 
1091
Hij weet niet hoe hij met kinderen om moet gaan.
He doesn't know how to handle children.
 
1092
In het bos leven wilde dieren.
Wild animals live in the forest.
 
1093
Tom bood me een koekje aan, maar ik sloeg het af.
Tom offered me a cookie, but I refused.
 
1094
Laat de fles met rust.
Leave the bottle.
 
1095
Het is niet te laat voor jou.
It isn't too late for you.
 
1096
Een man met wit haar speelde op een accordeon buiten de winkel.
A white-haired man was playing an accordion outside the shop.
 
1097
Mijn vlucht moest normaal om half drie 's middags aankomen.
My flight was supposed to arrive at 2:30 p.m.
 
1098
Als je niet zoveel had gegeten zou je nu ook niet zo slaperig zijn.
If you had not eaten so much, you would not be so sleepy now.
 
1099
In alle geval ben ik altijd schuldig.
In any case, it's always my fault.
 
1100
Je brak je arm.
You broke your arm.
 
1101
Het wordt erger en erger.
Matters are getting worse and worse.
 
1102
Ik wil Korea bezoeken.
I want to visit Korea.
 
1103
Ik ben niet de eigenaar.
I'm not the owner.
 
1104
Ik ben naar Japan gekomen vanuit China.
I came to Japan from China.
 
1105
Het huis zakte in onder het gewicht van de sneeuw.
The house collapsed under the weight of snow.
 
1106
Het leven gaat verder.
Life goes on.
 
1107
Ik zal hulp nodig hebben.
I'm going to need help.
 
1108
Zelfs Tom kan Frans spreken.
Even Tom can speak French.
 
1109
Was er veel schade?
Was there much damage?
 
1110
Ze vroeg mij het venster te openen.
She asked me to open the window.
 
1111
Hij schrijft scripts voor tv-programma's.
He writes scripts for TV shows.
 
1112
We hebben een duivenprobleem.
We're having a problem with pigeons.
 
1113
Tom juichte.
Tom cheered.
 
1114
Het lijkt op een ei.
It looks like an egg.
 
1115
Je wist dat ik hier was.
You knew I was here.
 
1116
De deur gaat niet open.
The door won't open.
 
1117
Ik hielp mijn moeder, ook al had ik het druk.
I helped my mother even though I was busy.
 
1118
Dat boek is geschikt voor beginners.
This book is suitable for beginners.
 
1119
Ik respecteer Tom.
I respect Tom.
 
1120
Ik vind die combinatie helemaal geweldig.
I love that combination.
 
1121
Ik hou niet van onregelmatige werkwoorden leren.
I don't like learning irregular verbs.
 
1122
Ik zie nog altijd niets.
I still don't see anything.
 
1123
Hoe dikwijls per jaar ga je naar het strand?
How many times a year do you go to the beach?
 
1124
Kom dinsdag, zo mogelijk.
Come on Tuesday, if possible.
 
1125
Hij verscheen dertig minuten te laat.
He turned up 30 minutes late.
 
1126
Bestaat er intelligent leven op andere planeten?
Is there intelligent life on other planets?
 
1127
Deze vraag is niet makkelijk.
This question isn't easy.
 
1128
Vader is zich aan het scheren in de badkamer.
Dad is shaving in the bathroom.
 
1129
Mijn broer lijkt zich te vermaken aan de universiteit.
My brother seems to enjoy himself at college.
 
1130
Wat is nieuw?
What is new?
 
1131
De meeste mensen zijn het ermee eens.
Most people agree.
 
1132
Waar is de eetkamer?
Where's the dining room?
 
1133
De klok staat stil. Hij heeft een nieuwe batterij nodig.
The clock stopped. It needs a new battery.
 
1134
De dood van één persoon is een tragedie; de dood van miljoenen is statistiek.
The death of one man is a tragedy, the death of millions is a statistic.
 
1135
Er is niemand hier.
Nobody's here.
 
1136
Ze is nog niet hier.
She is not here yet.
 
1137
Dat is een oude wet.
This is an ancient law.
 
1138
Tom viel overboord.
Tom fell overboard.
 
1139
Zeg Tom dat ik dorst heb.
Tell Tom that I'm thirsty.
 
1140
Wij zijn beter dan zij.
We're better than they are.
 
1141
Je moet opstaan.
You've got to get up.
 
1142
Hier zijn we dan.
Here we are!
 
1143
Vind je mij knap?
Do you think I'm handsome?
 
1144
Ren zo snel als je kan.
Run as fast as you can.
 
1145
U kunt me niet ontslaan.
You can't fire me.
 
1146
Ulaanbaatar is de hoofdstad van Mongolië.
Ulaanbaatar is the capital of Mongolia.
 
1147
Zeg aan Tom, dat Maria hem wil zien.
Tell Tom that Mary wants to see him.
 
1148
Ik ben blij dat ik jouw werk niet heb.
I'm glad I don't have your job.
 
1149
Ik zou graag willen weten wie mijn ouders zijn.
I would like to know who my parents are.
 
1150
Wat Tom me heeft verteld heeft me veel geholpen.
What Tom told me helped me a lot.
 
1151
Ze speelt heel goed tennis.
She plays tennis very well.
 
1152
Mijn oma's verpleegster is heel erg aardig.
My grandmother's nurse is very kind.
 
1153
Bier bevat hop.
Beer contains hops.
 
1154
Hij kwam mij redden.
He came to my rescue.
 
1155
We gingen naar het park om baseball te spelen.
We went to the park to play baseball.
 
1156
Tom zou dit nooit hebben gedaan.
Tom never would've done this.
 
1157
Geef mij een kans.
Give me a chance.
 
1158
Toen ik de kamer binnenkwam was ze piano aan het spelen.
When I entered the room, she was playing the piano.
 
1159
Ik heb het nu niet druk.
I'm not busy now.
 
1160
Ik ben gisteren naar de dierentuin gegaan.
I went to the zoo yesterday.
 
1161
Wat zullen we doen?
What'll we do?
 
1162
De man stak zijn hand op om een vraag te stellen.
The man raised his hand to ask a question.
 
1163
Ik wil graag in China studeren om het niveau van mijn Chinees te verbeteren.
I'd like to study in China to improve the level of my Chinese.
 
1164
Tom is een vrijwilliger.
Tom's a volunteer.
 
1165
Wat als ik gelijk heb?
What if I'm right?
 
1166
Hoe oud denk je dat Tom is?
How old do you think Tom is?
 
1167
Waarom ben je zo blij?
Why are you so happy?
 
1168
Onderschat mijn macht niet.
Don't underestimate my power.
 
1169
Zij rent.
She runs.
 
1170
Jij hebt een leuke persoonlijkheid.
I like your personality.
 
1171
Ik hoop ooit Egypte te kunnen bezoeken.
I wish to visit Egypt someday.
 
1172
Ik denk dat ge haar wat uitleg zult moeten geven.
I think you owe her an explanation.
 
1173
Zeg gewoon ja of neen.
Just say yes or no.
 
1174
Ze heeft geprobeerd zelfmoord te plegen.
She attempted suicide.
 
1175
Dat zal ik voor je regelen.
I'll arrange that for you.
 
1176
Hoe is het weer?
How's the weather?
 
1177
Dit is verreweg het beste zeevruchtenrestaurant in de omgeving.
This is by far the best seafood restaurant in this area.
 
1178
De brug is van hout.
The bridge is built of wood.
 
1179
De kamer rook naar tabak.
The room smelled of tobacco.
 
1180
Misschien wist zij het antwoord.
She may have known the answer.
 
1181
Mijn vader werkt in een fabriek.
My father works in a factory.
 
1182
Hoe komt het dat je dit niet weet?
How come you don't know this?
 
1183
Maria draagt geen bh.
Mary is not wearing a bra.
 
1184
Ik ga me daar niet in mengen.
I'm not getting involved.
 
1185
Bekijk de slapende baby.
Look at the sleeping baby.
 
1186
Je moet niet eten.
You don't have to eat.
 
1187
Wie zou hem kunnen vervangen?
Who could take his place?
 
1188
Het is erg aardig van je om me zo'n mooi cadeau te sturen.
It is very kind of you to send me such a nice present.
 
1189
Je kan hem vertrouwen dat hij zijn woord zal houden.
You can trust him to keep his word.
 
1190
Er is niets zo waardevol als de liefde.
There's nothing as precious as love.
 
1191
Hij schrijft mij eenmaal per week.
He writes me once a week.
 
1192
Ik gooide de schoenen uit het raam.
I threw the shoes out the window.
 
1193
Josh vroeg me uit, maar ik zei dat hij naar de maan kon lopen.
Josh asked me out, but I told him where to go.
 
1194
Mijn moeder kijkt niet graag tv.
My mother doesn't like to watch TV. / My mother doesn't like watching TV.
 
1195
Tom is geen slechte trainer.
Tom isn't a bad coach.
 
1196
Ik deed het zelf.
I did it myself.
 
1197
U bent erg moedig.
You are very brave.
 
1198
Dit polshorloge staat mij niet aan.
I don't like this watch.
 
1199
Het kan duur zijn.
It could be expensive.
 
1200
We kunnen deze oorlog winnen.
We can win this war.
 
1201
De straat is geasfalteerd.
The street is paved with asphalt.
 
1202
Tom trok zijn zwemkleding aan.
Tom put on his swimsuit.
 
1203
Het is erg koud deze morgen.
It is very cold this morning.
 
1204
Bloemen zijn altijd welkom.
Flowers are always acceptable.
 
1205
Tom weet dat ik thuis ben.
Tom knows I'm home.
 
1206
Wat voor plannen hebt u vandaag?
What are your plans for today?
 
1207
Waar is het ongeluk gebeurd?
Where did the accident take place?
 
1208
Bent u student?
Are you a student?
 
1209
Ratten vermenigvuldigen zich snel.
Rats breed rapidly.
 
1210
Hoelang geleden was dat?
How long ago was that?
 
1211
Kan je ons vertellen waar we zijn?
Can you tell us where we are?
 
1212
Na regen komt zonneschijn.
After a storm comes a calm.
 
1213
Hulp! Ik verdrink!
Help! I'm drowning!
 
1214
Laat de fles los.
Let go of the bottle.
 
1215
We missen je heel erg.
We miss you a lot.
 
1216
Het is bijna mijn verjaardag.
It's my birthday soon.
 
1217
Hij was een goede koning.
He was a good king.
 
1218
We lopen achter op het schema.
We are behind schedule.
 
1219
Ik wist niet dat ge zo goed kondt koken.
I didn't know you could cook so well.
 
1220
Ze helpt ons.
She helps us.
 
1221
Ze gaan onderhandelen.
They'll negotiate.
 
1222
Mijn kinderen hebben dit voor me gekocht.
My kids bought me this.
 
1223
Ik heb mijn rijbewijs niet bij me. "Geen probleem. Ik zal rijden."
I don't have my license with me. "No problem, I'll drive."
 
1224
Tom wil niet dat Maria hem aanraakt.
Tom doesn't want Mary to touch him.
 
1225
Hij betrapte een jongen die zijn horloge aan het stelen was.
He caught a boy stealing his watch.
 
1226
Ik zou het op prijs stellen als ze naast me zou komen zitten.
I'd rather she sat next to me.
 
1227
Zij kent Japans.
She can speak Japanese.
 
1228
Wanneer hebt ge haar ontmoet?
When did you see her?
 
1229
In de bus waren vijftig passagiers.
There were fifty passengers in the bus.
 
1230
Tom is de volgende.
Tom is next.
 
1231
Ze keek omhoog naar het plafond.
She looked up at the ceiling.
 
1232
Hoe diep is het meer?
How deep is the lake?
 
1233
Ik wil leven.
I want to live.
 
1234
Ik heb twee oudere zussen.
I have two older sisters.
 
1235
Laat haar met rust!
Leave her alone.
 
1236
Ze draagt een zonnebril.
She's wearing sunglasses.
 
1237
Ik wou jullie gewoon enkele vragen stellen.
I just wanted to ask you a few questions.
 
1238
Met wie ben je aan het lachen?
Who are you laughing at?
 
1239
Wat kan ik nog meer voor u doen?
What else can I do for you?
 
1240
Heb ik het mis?
Am I wrong?
 
1241
Je bent zo'n domkop!
You're such an idiot!
 
1242
Laat me even kijken.
Let me see.
 
1243
Hoe meer we leren, hoe meer we weten.
The more we learn, the more we know.
 
1244
Ik heb geen zin om tv te kijken.
I don't feel like watching TV.
 
1245
Dat kan niet waar zijn!
It can't be!
 
1246
Het klinkt heel zinvol.
It makes perfect sense.
 
1247
Herhaal wat ik zeg, alstublieft.
Please repeat after me.
 
1248
Ik hoop oprecht dat je snel beter wordt.
I sincerely hope you'll get well soon.
 
1249
Ik kan altijd zeggen wanneer Tom liegt.
I can always tell when Tom is lying.
 
1250
Ik denk dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat we uit deze gevangenis zullen kunnen ontsnappen.
I think it's highly unlikely that we'll be able to escape from this prison.
 
1251
Ik hou van sport.
I like sports.
 
1252
Arresteerde de politie Tom?
Did the police arrest Tom?
 
1253
Deze vlag is heel mooi.
This flag is very beautiful.
 
1254
Laten we het een tandje terug doen.
Let's take it down a notch.
 
1255
Ik heb een uitslag.
I have a rash.
 
1256
Hoeveel kost deze paraplu?
How much does this umbrella cost?
 
1257
Hij leest.
He is reading.
 
1258
Het is mogelijk groene bonen rauw te eten.
It's possible to eat green beans raw.
 
1259
Hij houdt ervan wandelingen te maken.
He likes taking walks.
 
1260
Tom heeft wat groenten en fruit gekocht.
Tom bought some vegetables and fruit.
 
1261
Welke trein gaat ge nemen?
Which train are you going to take?
 
1262
Hij is gek op zijn school.
He likes his school a lot.
 
1263
Ik ben er sterk van overtuigd dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn.
I feel strongly that men and women are equal.
 
1264
Bent u niet moe?
Aren't you tired?
 
1265
Ik ga een bad nemen.
I'm going to take a bath.
 
1266
Ik moet mijn haar laten knippen.
I must get my hair cut.
 
1267
De piraten gingen aan boord van het schip.
The pirates boarded the ship.
 
1268
Hoort u mij?
Do you hear me?
 
1269
Gewoonlijk verlaat Tom zijn huis rond 7 uur.
Tom usually leaves home at seven.
 
1270
Haar huis is dicht bij de zee.
Her house is near the sea.
 
1271
De Mississippi is een diepe en brede rivier.
The Mississippi River is deep and wide.
 
1272
Je ziet er nog steeds moe uit.
You still look tired.
 
1273
Ze is al een jaar Duits aan het leren.
She's been learning German for a year now.
 
1274
Het ruimteschip heeft een perfecte landing gemaakt.
The spaceship made a perfect landing.
 
1275
Heb je zin in wat popcorn?
Would you like some popcorn?
 
1276
Hoelang speel je al voetbal?
How long have you played soccer?
 
1277
Hij stal een zeer waardevolle diamanten ring.
He stole a very valuable diamond ring.
 
1278
Ik vertrouw geen spraakzame personen.
I don't trust talkative people.
 
1279
Denkt Tom er ook zo over?
Does Tom feel the same way?
 
1280
Zou je me het zout kunnen geven wanneer je klaar bent?
If you are done with the salt, please pass it to me.
 
1281
Ik wil weten wat je deze zomer gedaan hebt.
I want to know what you did this summer.
 
1282
Je kwam gisteren niet naar school.
You did not come to school yesterday.
 
1283
Ze woont verderop in de straat.
She lives just down the street.
 
1284
We verhuizen volgende maand.
We are moving next month.
 
1285
Mijn moeder is gisteren inkopen gaan doen in het centrum.
My mother went shopping downtown yesterday.
 
1286
Mijn linkerarm slaapt.
My left arm is asleep.
 
1287
Doe je ogen eens dicht.
Close your eyes.
 
1288
Morgenstond heeft goud in de mond.
The early bird catches the worm.
 
1289
Tom zei dat Mary boos is.
Tom said Mary is mad.
 
1290
Hij heeft een ongeluk gehad en heeft een been gebroken.
He had an accident and fractured his leg.
 
1291
Hij zegt dat ik aandachtig ben.
He says that I'm attentive.
 
1292
Er is vannacht een feestje bij Tom thuis.
There's a party at Tom's house tonight.
 
1293
We hebben een groter probleem dan we dachten.
We have a bigger problem than we thought.
 
1294
Dat is niet praktisch.
That's not practical.
 
1295
Zwaartekracht is een natuurkracht, waardoor dingen elkaar aantrekken.
Gravity is the natural force by which objects are attracted to each other.
 
1296
Jij hebt kaarsen gekocht.
I see that you bought candles.
 
1297
Ge kunt zo lang blijven als ge wilt.
You can stay as long as you like.
 
1298
Ik mis je verschrikkelijk.
I miss you badly.
 
1299
Ik was bang dat je gefaald had.
I was afraid that you had failed.
 
1300
Hij heeft meer boeken dan alle anderen samen.
He's got more books than all the others put together.
 
1301
Mary sloot zichzelf op in haar kamer en deed alle ramen dicht.
Mary shut herself up in the room, with all the windows closed.
 
1302
Misschien is Tom dood.
Maybe Tom is dead.
 
1303
We zijn aan het barbecueën.
We're having a barbecue.
 
1304
Ze was bang de baby wakker te maken.
She was afraid of waking the baby.
 
1305
Het weer in Florida is over het algemeen gematigd.
The weather in Florida is generally moderate.
 
1306
Ik was niet van plan om iemand te vertellen.
I hadn't planned on telling anyone.
 
1307
Ik vrees dat het intussen al te laat is.
I'm afraid it's too late now.
 
1308
Ik wou je gewoon enkele vragen stellen.
I just wanted to ask you a few questions.
 
1309
Ik ben nu al moe.
I'm tired already.
 
1310
Ik heb wat wijn meegenomen.
I brought some wine.
 
1311
Hoe is het weer in New York?
How's the weather in New York?
 
1312
Kompassen wijzen naar het noorden.
Compasses point north.
 
1313
Help iedereen die het nodig heeft.
Give help to anyone who needs it.
 
1314
Wie denkt Tom wel niet wie hij is?
Who does Tom think he is anyway?
 
1315
Hou hem niet tegen.
Don't stop him.
 
1316
Waarom al die heisa?
What's all the fuss about?
 
1317
Ik weet waar Tom woont.
I know where Tom lives.
 
1318
Geef ze hem.
Give them to him.
 
1319
Ik speel graag piano.
I like playing the piano.
 
1320
De zangeres heeft een mooie stem.
The singer has a beautiful voice.
 
1321
Ze kent veel spreekwoorden.
She knows many proverbs.
 
1322
Kunt u lang blijven?
Can you stay long?
 
1323
Je moet beginnen met boeken die je makkelijk kan begrijpen.
You should begin with books you can easily understand.
 
1324
Dit gebied is niet in kaart gebracht.
This territory is uncharted.
 
1325
Er is een goede kans op succes.
There is a good chance of success.
 
1326
Die school ziet eruit als een gevangenis.
That school looks just like a prison.
 
1327
Een ongeval deed zich juist voor.
An accident just happened.
 
1328
Ik ga me weldra inschrijven voor een cursus Duits.
I'll soon register for a course in German.
 
1329
We hebben goed weer gehad de afgelopen tijd.
We've been having good weather.
 
1330
Je kan maar beter naar me luisteren.
You'd better listen to me.
 
1331
De trein is gearriveerd.
The train has arrived.
 
1332
Deze ruimte wordt voor verschillende doeleinden gebruikt.
This room is used for various purposes.
 
1333
Was er iets ernstigs gebeurd, dan hadden ze het me verteld.
If anything bad had happened, I would've been told.
 
1334
Hij werkt in een lommerd.
He works at a pawn shop.
 
1335
Kom alsjeblieft terug.
Please come back.
 
1336
Je rijdt te snel.
You're driving too fast.
 
1337
Werkt uw nieuwe computer goed?
Is your new computer working well?
 
1338
Ik ging de stad in, op zoek naar een goed restaurant.
I went into the town in search of a good restaurant.
 
1339
Je moet je handen wassen.
You need to wash your hands.
 
1340
Ik kwam juist terug uit Groot-Brittannië.
I have just returned from Britain.
 
1341
Tom zal gehoorzamen.
Tom will obey.
 
1342
Ga aan het einde van die straat naar rechts.
Turn right at the end of that street.
 
1343
Tom heeft het nooit over zijn baan.
Tom never talks about his job.
 
1344
Ik weet niet hoe ik het moet uitleggen.
I don't know how to explain it.
 
1345
Ze zijn van dezelfde leeftijd.
They are the same age.
 
1346
Wat is jouw favoriete iPhone-app?
What's your favorite iPhone app?
 
1347
Tom zingt graag.
Tom loves singing. / Tom loves to sing.
 
1348
Ik heb drie honden. Eentje is mannelijk en de andere twee zijn vrouwelijk.
I have three dogs. One is male and the other two are female.
 
1349
Is er iets dat ik kan doen?
Is there anything I can do?
 
1350
Mijn moeder kan goed piano spelen.
My mother plays the piano well.
 
1351
Praat niet met een volle mond.
Do not talk with your mouth full.
 
1352
Frans is moeilijk.
French is difficult.
 
1353
Welk merk heb je het liefst?
Which brand do you prefer?
 
1354
Ik denk dat Tom zal winnen.
I think Tom will win.
 
1355
Niemand schonk aandacht aan zijn waarschuwing.
No attention was paid to his warning.
 
1356
Hij houdt zich aan zijn woord.
He keeps his word.
 
1357
Het is een cliché, maar het is waar.
It's a cliche, but it's true.
 
1358
Waarom kwam hij niet naar het feestje?
Why didn't he come to the party?
 
1359
Ik heb Tom in dagen niet gezien.
I haven't seen Tom in days.
 
1360
Buskruit moet met zorg behandeld worden.
Gunpowder needs to be handled very carefully.
 
1361
Je moet oppassen voor het verkeer als je de straat oversteekt.
You must be careful of the traffic when you cross the street.
 
1362
Ze zouden hem moeten opsluiten en de sleutel weggooien.
They should lock him up and throw away the key.
 
1363
Canada is groter dan Japan.
Canada is larger than Japan.
 
1364
Deze morgen was het bitter koud.
This morning it was very cold.
 
1365
Deze wending heb ik niet voorzien.
I didn't foresee this turn of events.
 
1366
Kies één van deze prijzen.
Choose one from among these prizes.
 
1367
Tom was gefascineerd door het idee.
Tom was intrigued by the idea.
 
1368
Ik kan nog steeds vechten.
I can still fight.
 
1369
Wil je vanavond naar een film gaan?
Do you want to go to a movie tonight?
 
1370
Hij heeft enkele dagen in een hotel gelogeerd.
He stayed at a hotel for a couple of days.
 
1371
Ik moest een tijdje wachten.
I was told to wait for a while.
 
1372
Tom is geen engel.
Tom is no angel.
 
1373
Heeft hij toegegeven dat hij fout zat?
Did he admit that he was wrong?
 
1374
Zou u het prijskaartje er voor me af kunnen halen?
Could you take off the price tag for me?
 
1375
Zijn echte naam is Tom Jackson.
His real name is Tom Jackson.
 
1376
Tom eet zeer snel.
Tom eats very quickly.
 
1377
Het is een mop.
It's a joke.
 
1378
Praat niet zo tegen hem.
Don't speak to him like that.
 
1379
Wie zijn die drie vrouwen?
Who are those three women?
 
1380
Tom doet dat beter dan ik.
Tom does that a lot better than I do.
 
1381
Tom heeft dag en nacht gewerkt.
Tom worked day and night.
 
1382
Hoelang duurt het?
How long does it take?
 
1383
Tom besloot dat hij in Boston wilde wonen.
Tom decided that he wanted to live in Boston.
 
1384
Ge moogt naar huis gaan nu.
You may go home now.
 
1385
Dat is het meest absurde idee dat ik ooit heb gehoord.
That's the most absurd idea I've ever heard.
 
1386
Tom spreekt niet graag Frans.
Tom doesn't like speaking French. / Tom doesn't like to speak French.
 
1387
Welke misdaden heb jij begaan?
What crimes have you committed?
 
1388
Tom schoot op Mary.
Tom shot at Mary.
 
1389
Dat was erg grappig.
That was very funny.
 
1390
Dat hoeft niet.
That's unnecessary.
 
1391
De lift is buiten werking.
The elevator isn't running.
 
1392
Ik ben kleiner dan u.
I am shorter than you.
 
1393
De deur was van binnenaf gesloten.
The door was locked from the inside.
 
1394
Hoe arrogant!
How arrogant!
 
1395
Ik ben vegetarisch, dus ik zou liever geen vlees hebben, als dat OK is.
I'm a vegetarian, so I'd rather not have meat, if that's okay.
 
1396
Het incident deed zich voor om middernacht.
The incident took place at midnight.
 
1397
Ik ken hen.
I know them.
 
1398
Hij spreekt vloeiend Frans.
He is fluent in French.
 
1399
De Chinezen zijn een hardwerkend volk.
The Chinese are a hard-working people.
 
1400
Hij houd ervan populaire liedjes te zingen.
He likes to sing popular songs.
 
1401
Je moet altijd een appeltje voor de dorst sparen.
You should always save money for a rainy day.
 
1402
Ik ken een betere manier om het te doen.
I know a better way to do that.
 
1403
Tom kwam net nadat jij wegging.
Tom came just after you left.
 
1404
Ik heb de koffie gedronken.
I drank the coffee.
 
1405
Tom is niet tevreden met zijn huidige salaris.
Tom isn't content with his present salary.
 
1406
Tom lacht zelden.
Tom seldom laughs.
 
1407
Er passen krap vijftig mensen in deze zaal.
This room fits just under fifty people.
 
1408
Laten we beginnen met die vraag.
Let's begin with that question.
 
1409
Tom is te kieskeurig.
Tom is too picky.
 
1410
Ik was een brief aan het schrijven toen hij kwam.
I was writing a letter when he came.
 
1411
Welke krant nemen jullie?
What newspaper do you take?
 
1412
Tom heeft nog steeds honger, niet waar?
Tom is still hungry, isn't he?
 
1413
Hun vliegtuig zal spoedig vertrekken.
Their plane will soon take off.
 
1414
Wat was het laatste concert dat je bezocht hebt?
What was the last concert you went to?
 
1415
Jouw vragen waren te direct.
Your questions were too direct.
 
1416
Zijn broer is altijd tv aan het kijken.
His brother is always watching TV.
 
1417
Dat is allemaal niet nodig.
This is all unnecessary.
 
1418
Misschien hebben ze honger.
Maybe they're hungry.
 
1419
Het was duidelijk dat ze gelogen hadden.
It was obvious that they had told a lie.
 
1420
Mogelijk is het morgen goed.
It may possibly be fine tomorrow.
 
1421
Tom droeg een spijkerbroek en een cowboyhoed.
Tom wore jeans and a cowboy hat.
 
1422
Het kan wel even duren.
It might take a little while.
 
1423
Dit medicijn moet drie maal daags worden ingenomen.
This medicine must be taken three times a day.
 
1424
Tom is de jongste zoon van Mary.
Tom is Mary's youngest son.
 
1425
Wat moet ik meenemen?
What should I bring?
 
1426
Welke taal wordt er in Zwitserland gesproken?
What language do they speak in Switzerland?
 
1427
Hij besloot zijn vertrek uit te stellen.
He decided to put off his departure.
 
1428
Weinig mensen leven langer dan honderd jaar.
Few people live to be more than a hundred.
 
1429
Dat vind ik erg leuk.
I like it very much.
 
1430
Let maar niet op mij, alsjeblieft.
Please don't mind me.
 
1431
Tom is mijn jongste broer.
Tom is my youngest brother.
 
1432
Dit T-shirt is te klein voor mij.
This T-shirt is too small for me.
 
1433
Ik kijk ernaar uit u te ontmoeten.
I've been looking forward to meeting you.
 
1434
Ik wil betalen met een kredietkaart.
I would like to pay with a credit card.
 
1435
We moeten de meeting annuleren.
We need to cancel the meeting.
 
1436
Dit is ons huis.
This is our house.
 
1437
Toen ik thuiskwam, was Tom aan het studeren.
When I came home, Tom was studying.
 
1438
Zoals te verwachten was, zijn de prijzen van de ingevoerde waren gestegen.
As expected, the price of imported goods rose.
 
1439
Ik kan me niet veroorloven om zo'n huis te huren in Tokio.
I can't afford to rent a house like this in Tokyo.
 
1440
Jij bent een gemeen persoon.
You are a mean person.
 
1441
Je weet dat ik gehuwd ben.
You know I'm married.
 
1442
Moeten we de vlag veranderen?
Should we change the flag?
 
1443
Ze wees mijn verzoek af.
She turned down my request.
 
1444
Laat ons nu weggaan vooraleer iemand van gedacht verandert.
Let's leave now before anyone changes their mind.
 
1445
Mijn dokter heeft me aangeraden om de inname van dit geneesmiddel te staken.
My doctor has advised me to stop taking this medicine.
 
1446
Tom is aan het praten.
Tom is talking.
 
1447
Mijn nek doet pijn.
The back of my neck hurts.
 
1448
Wij vinden Venetië een fascinerende stad.
We think Venice a fascinating city.
 
1449
De top van de berg is bedekt met sneeuw.
The summit of the mountain is covered with snow.
 
1450
Is Tom hier al lang?
Has Tom been here long?
 
1451
We zijn gelukkig samen.
We're happy together.
 
1452
Ik zag een vliegtuig.
I saw a plane.
 
1453
Hij verloor twee zonen in de oorlog.
He lost two sons in the war.
 
1454
Tom heeft de informatie die Maria nodig heeft.
Tom has the information Mary needs.
 
1455
Ik heb een hulpkreet gehoord.
I heard a call for help.
 
1456
Laat me je schetsen zien.
Show me your sketches.
 
1457
Kan zij fietsen?
Can she ride a bicycle?
 
1458
Ik ben mijn paraplu ergens in het park verloren. Ik moet een nieuwe kopen.
I have lost my umbrella somewhere in the park. I have to buy one.
 
1459
Toon me de weg naar de bushalte.
Show me the way to the bus stop.
 
1460
Ik begrijp uw gevoelens.
I understand your feelings.
 
1461
Het gerucht bleek waar te zijn.
The rumor proved to be true.
 
1462
Tom wilde met Mary's vader praten.
Tom wanted to talk to Mary's father.
 
1463
Het is goed u te zien.
It's good seeing you.
 
1464
Dat zal mij nooit gebeuren.
That'll never happen to me.
 
1465
Zij is gestorven.
He passed away.
 
1466
Er zijn eenenveertig docenten en ongeveer achthonderd leerlingen op deze school.
There are forty-one teachers and about eight hundred students in this school.
 
1467
Hij is veel jonger dan Tom.
He's much younger than Tom.
 
1468
Tom wist niet wie het meisje was.
Tom didn't know who the girl was.
 
1469
Mag ik u nog een stukje gebak aanbieden?
Can I offer you another piece of cake?
 
1470
De auteur is Braziliaan.
The author is Brazilian.
 
1471
De bruiloft zal in het voorjaar plaatsvinden.
The wedding will take place next spring.
 
1472
Tom kan zich niet herinneren hoe hij zijn blauwe oog gekregen heeft.
Tom has no recollection of how he got his black eye.
 
1473
Vergeet niet het licht uit te doen.
Don't forget to turn the light off.
 
1474
Ze heeft een tweeling gebaard.
She gave birth to twins.
 
1475
Gisteren heb ik een erg interessant verhaal gelezen.
Yesterday, I read a really interesting story.
 
1476
Wanneer is hij teruggekomen?
When did he get back?
 
1477
Zo was het vroeger altijd.
This is how it used to be.
 
1478
Mijn gewicht neemt toe.
I'm gaining weight.
 
1479
Je hebt echt een muzikaal gehoor.
You really have an ear for music.
 
1480
Het is niet koud.
It's not cold.
 
1481
Hoe noem je dit dier in het Japans?
What is this animal called in Japanese?
 
1482
Mary was de enige lerares.
Mary was the only female teacher.
 
1483
We hebben jullie hulp nodig.
We need your help.
 
1484
Zij is een beginneling.
She is a beginner.
 
1485
Moet ik nu gaan?
Do I have to go now?
 
1486
Hij vroeg ons met hem mee te gaan.
He begged us to go with him.
 
1487
Het paard springt.
The horse is jumping.
 
1488
Ze zijn even sterk als wij.
They are as strong as us.
 
1489
Hij is waarschijnlijk dood.
He is probably dead.
 
1490
Waar is hij?
Where is he?
 
1491
Hoeveel gaat het kosten?
How much will it cost?
 
1492
Ze kan niet lezen of schrijven.
She can't write or read.
 
1493
Hier heeft niemand een pizza besteld.
Nobody here ordered a pizza.
 
1494
Tom is niet zo slim als ik.
Tom is not as smart as me.
 
1495
Wat is uw antwoord?
What's your answer?
 
1496
Tom lijkt het niet met je eens te zijn.
Tom doesn't appear to agree with you.
 
1497
Ik meldde me bij een hotel en ging direct naar bed.
I checked into a hotel and went right to sleep.
 
1498
Hij is nu de straat over aan het steken.
He is crossing the street now.
 
1499
Ik ben binnen twee uur terug.
I'll be back within two hours.
 
1500
Tom is aangekomen.
Tom arrived.
 
1501
Ga maar zonder mij.
You go on without me.
 
1502
Ik wil dat niet doen.
I don't want to do that.
 
1503
Het concert was een succes.
The concert was a success.
 
1504
Tom dacht dat Mary dood was.
Tom thought Mary was dead.
 
1505
Ik heb een envelop, papier en een potlood of pen nodig.
I need an envelope, a piece of paper, and a pencil or a pen.
 
1506
Ik ben linkshandig.
I'm left-handed.
 
1507
Dit is zijn huis.
This is his house.
 
1508
Hij stond achter de stoel.
He stood behind the chair.
 
1509
Laat ons even alleen zijn.
Give us a moment alone.
 
1510
Je hoeft daar niet heen te gaan.
You don't need to go there.
 
1511
Slaap is nodig voor een goede gezondheid.
Sleep is necessary for good health.
 
1512
We waren omsingeld.
We were surrounded.
 
1513
Misschien heeft hij gelijk.
You may be right.
 
1514
Liggen alle boeken op de tafel?
Are all the books on the table?
 
1515
Heb je een retourkaartje gekocht?
Did you buy a round trip ticket?
 
1516
Kijk! Er is een kat in de keuken.
Look! There's a cat in the kitchen.
 
1517
Brood wordt van meel gemaakt.
Bread is made from flour.
 
1518
Hebben we een plan B nodig?
Do we need a Plan B?
 
1519
Eet nu het nog warm is, alsjeblieft.
Please eat it while it's still hot.
 
1520
Deze rivier is tweehonderd kilometer lang.
This river is two hundred kilometers long.
 
1521
's Ochtends hadden de soldaten schietoefeningen.
The soldiers had target practice in the morning.
 
1522
Ik had geen keus.
I had no alternative.
 
1523
Hij ziet slecht.
He has poor eyesight.
 
1524
Je bent niet eens student hier.
You're not even a student here.
 
1525
Het meisje was bang voor haar eigen schaduw.
The girl was afraid of her own shadow.
 
1526
Tom was naakt.
Tom was naked.
 
1527
Toen hij een kind was, was het zijn ambitie om leraar Engels te zijn.
When he was a child, his ambition was to be an English teacher.
 
1528
Tom zei dat het een noodgeval was.
Tom said it was an emergency.
 
1529
Ik ben het met hem eens.
I agree with him.
 
1530
De professor hield een college over het Midden-Oosten.
The professor gave a lecture on the Middle East.
 
1531
Hij heeft een talent voor muziek.
He has a talent for music.
 
1532
Ik heb hem eens en voor altijd gezegd dat ik niet met hem ga trouwen.
I told him, once for all, that I would not marry him.
 
1533
Hoelang ben je gebleven?
How long did you stay?
 
1534
Wacht nog een beetje.
Wait a little longer.
 
1535
Dat zou ik niet aanraden.
I wouldn't recommend doing that.
 
1536
Ik ben gek op mijn werk.
I love my job.
 
1537
Dat geeft niets.
It's not important.
 
1538
Ik wil dat echt niet doen.
I really don't want to do that.
 
1539
Hij kwam ons vragen hem te helpen.
He came to ask us to help him.
 
1540
Hij is geboren in de 19e eeuw.
He was born in the 19th century.
 
1541
Dat was de druppel die de emmer deed overlopen.
That was the straw that broke the camel's back.
 
1542
Ik ken een man die goed Frans kan spreken.
I know a man who can speak French well.
 
1543
Ik heb geen vrienden.
I have no friends.
 
1544
Het is me hier te rokerig.
It's too smoky here for me.
 
1545
Het boekje is op de tafel.
The book is on the table.
 
1546
We hebben het probleem opgelost.
We've resolved the problem.
 
1547
Het oude zomerhuis had slechts één bed, daarom sliepen we er om de beurt in.
The old cottage had only one bed, so we all took turns sleeping in it.
 
1548
Het is gloednieuw.
It's brand new.
 
1549
Heb jij dit boek geschreven?
Did you write this book?
 
1550
Ik beschouw hem als een vijand.
I regard him as an enemy.
 
1551
Gisternacht luisterde ik naar de radio.
Last night, I listened to radio.
 
1552
We hebben geen andere keus.
We have no other choice. / We have no other option.
 
1553
Dromen worden soms waarheid.
Dreams sometimes come true.
 
1554
Het is een goed restaurant, maar wel behoorlijk duur.
It's a good restaurant, but it's quite expensive.
 
1555
Het moet morgen gaan sneeuwen.
It's supposed to snow tomorrow.
 
1556
Niemand woont in dit huis.
Nobody lives in this house.
 
1557
Tom was de laatste om hier te geraken.
Tom was the last one to get here.
 
1558
Hij bezoekt mij soms.
He sometimes comes to see me.
 
1559
Ik kan mijn computer niet opstarten. Wat moet ik doen?
I can't start up my computer. What am I supposed to do?
 
1560
Eén van de belangrijkste producten van dit land is koffie.
One of the main products of this country is coffee.
 
1561
Deze stoelen staan in de weg.
Those chairs are in the way.
 
1562
Waar zijn mijn sigaretten?
Where are my cigarettes?
 
1563
Tom kon de tweeling niet uit elkaar houden.
Tom couldn't tell the two twins apart.
 
1564
Kan ik dit eten?
Can I eat this?
 
1565
Ik ben getrouwd en heb twee kinderen.
I am married and have two children.
 
1566
Gisteravond heeft Tom geen avondeten gegeten.
Tom didn't have dinner last night.
 
1567
Tom is niet echt in een goede conditie.
Tom isn't in very good shape.
 
1568
Ik ben beschaamd over de luiheid van mijn zoon.
I am ashamed of my son's laziness.
 
1569
Tom schreef iets op de achterkant van de brief.
Tom wrote something on the back of the letter.
 
1570
Tom en ik hebben het uitgemaakt.
Tom and I broke up.
 
1571
Ik weet wie in dit huis woont.
I know who lives in this house.
 
1572
Vind je Engels moeilijk?
Do you think English is difficult?
 
1573
Ze probeerde de eindjes aan elkaar te knopen.
She tried to make both ends meet.
 
1574
Ik ben opgegroeid op het platteland.
I grew up in the country.
 
1575
Dat is de reden waarom hij te laat op school was.
That is why he was late for school.
 
1576
Ik heb een postzegel nodig.
I need a stamp.
 
1577
Mijn moeder was woedend.
My mother was furious.
 
1578
Mijn oog is opgezwollen.
My eye has swollen up.
 
1579
De bijeenkomst is bijna voorbij.
The meeting is almost over. / The meeting is nearly over.
 
1580
Waar heb je het precies gelegd?
Where exactly did you put it?
 
1581
Woon je in Portugal of Brazilië?
Do you live in Portugal or Brazil?
 
1582
Waarom neem je me nooit mee uit dineren?
Why don't you ever take me out to dinner?
 
1583
Hij werkt de hele nacht.
He works all night.
 
1584
We gingen naar Gifu.
We went to Gifu.
 
1585
Tom en Maria werken samen aan iets.
Tom and Mary are working on something together.
 
1586
De laatste is de beste.
The last one is the best.
 
1587
Ik heb niets meer te doen vandaag.
I have nothing more to do today.
 
1588
Er is geen gebrek aan werk.
There's no shortage of work.
 
1589
Die bloemen zijn aan het verwelken.
These flowers are dying.
 
1590
Ik wil naar Seattle gaan.
I want to go to Seattle.
 
1591
Dat is alles wat ik over hem weet.
This is all that I know about him.
 
1592
Ze zijn nog niet vertrokken.
They haven't left.
 
1593
Hij was boos dat ik hem had beledigd.
He was angry that I had insulted him.
 
1594
Wanneer kan ik hier zwemmen?
When can I swim here?
 
1595
Hij zei dat hij honger had en voegde daaraan toe dat hij ook dorst had.
He said he was hungry, and then he added that he was also thirsty.
 
1596
Hier is de rekening.
Here's the bill.
 
1597
Tom was ernstig in elkaar geslagen.
Tom was badly beaten up.
 
1598
Laat ons vanavond niet over je werk praten.
Let's not talk about your job tonight.
 
1599
Mary wil lerares worden.
Mary wants to become a teacher.
 
1600
Tom weet waar Maria woont.
Tom knows where Mary lives.
 
1601
Tom was te beleefd om neen te zeggen.
Tom was too polite to say no.
 
1602
Een goede daad blijft nooit onbestraft.
A good deed never goes unpunished.
 
1603
Maria wil haar navel laten piercen.
Mary wants to get her navel pierced.
 
1604
Zodra ik het heb, stuur ik het naar je door.
As soon as I have it, I'll forward it to you.
 
1605
Ik schreef haar elke dag een brief.
I wrote her a letter every day.
 
1606
Waarom kocht je zo'n duur woordenboek?
Why did you buy such an expensive dictionary?
 
1607
Wie was de bestuurder?
Who drove?
 
1608
Zaterdag is mijn vader vrij.
My dad's free on Saturday.
 
1609
Tom ziet er gelukkig uit.
Tom looks happy.
 
1610
Ik probeerde te ontsnappen.
I tried to escape.
 
1611
Tom is mijn baas niet.
Tom isn't my boss.
 
1612
Ik breng je naar huis.
I'll take you home.
 
1613
Biologische groenten zijn populair omdat ze zeker zijn en smaakvol.
Organic vegetables are popular because they're safe and tasty.
 
1614
Ik woon ernaast.
I live next door.
 
1615
Hoe wilt ge uw koffie?
How would you like your coffee?
 
1616
Dat klonk goed.
That sounded good.
 
1617
Tom was laat, zoals gebruikelijk.
Tom was late as usual.
 
1618
Ik zweer bij God dat ik niets gedaan heb.
I swear to God I didn't do anything.
 
1619
De auteur is ons welbekend.
The writer is well known to us.
 
1620
Je vat alles te letterlijk op.
You take everything too literally.
 
1621
Doe het niet!
Don't do it!
 
1622
De muren van mijn kamer zijn groen.
The walls of my room are green.
 
1623
Hij gaf me een voorbeeld.
He gave me an example.
 
1624
Pas op de hond!
Beware of the dog!
 
1625
Hij weet niet wie deze huizen gebouwd heeft.
He doesn't know who built those houses.
 
1626
Jouw vriendschap is heel belangrijk voor me.
Your friendship is very important to me.
 
1627
Wanneer je twee jaar oud was, kon je al tot tien tellen.
You could count to ten when you were two.
 
1628
Ik ben het hier niet mee eens.
I don't agree with this.
 
1629
Hij lijkt wel een skelet.
He looks just like a skeleton.
 
1630
Mijn grootvader is drie jaar geleden overleden.
My grandfather died three years ago.
 
1631
Zij ziet er jong uit.
She looks young.
 
1632
Ik wil je er aan herinneren dat je om half drie een afspraak hebt.
I want to remind you that you have a 2:30 appointment.
 
1633
De studenten leerden dit gedicht uit hun hoofd.
The students learned this poem by heart.
 
1634
Ze was niet beschaamd om me een vraag te stellen.
She was not ashamed to ask me a question.
 
1635
Ik heb nog steeds mijn waardigheid.
I still have my dignity.
 
1636
Tom probeerde Mary over te halen om te gaan.
Tom tried to persuade Mary to go.
 
1637
Is jullie oom nog steeds in het buitenland?
Is your uncle still abroad?
 
1638
Raak dit niet aan!
Don't touch this!
 
1639
Ik kwam gisteren langs haar huis.
I passed by her house yesterday.
 
1640
Zijn droom werd bewaarheid.
His dream has become a reality.
 
1641
Denken jullie echt dat Tom gelukkig is?
Do you really think Tom is happy?
 
1642
Ik kon me de naam van die plek niet meer herinneren.
I couldn't think of the name of the place.
 
1643
Ik heb hem!
Got it!
 
1644
Insgelijks.
I feel the same way about you.
 
1645
Tom was net klaar met avondeten.
Tom has just finished eating dinner.
 
1646
Ik ben Chinees.
I am Chinese.
 
1647
Ik denk dat Tom te veel van ons verwacht.
I believe that Tom expects too much from us.
 
1648
Weet u wie dit schilderij heeft geschilderd?
Do you know who painted this picture?
 
1649
Tom is te arm om een advocaat in te huren.
Tom is too poor to hire a lawyer.
 
1650
Het dak van mijn huis is rood.
The roof of my house is red.
 
1651
Wil je het nog een keer doen?
Do you want to do it again?
 
1652
Stel niet zo veel vragen!
Don't ask so many questions.
 
1653
Waarom is iedereen zo bezorgd om Tom?
Why is everyone so concerned about Tom?
 
1654
Ik kan u nauwelijks horen.
I can hardly hear you.
 
1655
We denken dat het ergste voorbij is.
We think we are over the worst.
 
1656
Ik was beschaamd om in oude kleren uit te gaan.
I was ashamed to go out in old clothes.
 
1657
Tom sprong uit het raam.
Tom jumped out of the window.
 
1658
Hij is sterker dan u.
He's stronger than you.
 
1659
Dat was te begrijpen.
It was understandable.
 
1660
Ik wil dat de jonge leden actiever zijn.
I want the young members to be more active.
 
1661
Tom kan goed koken.
Tom is good at cooking.
 
1662
Wat houdt dat in?
What does it involve?
 
1663
Kalmeer je!
Calm down!
 
1664
Waar zijn de messen?
Where are the knives?
 
1665
Tom heeft me beloofd dat hij dat zou doen.
Tom promised me he'd do that.
 
1666
Bedankt voor uw antwoord.
Thanks for your reply.
 
1667
Weet je zeker dat je op de goede knop hebt gedrukt?
Are you sure you pressed the right button?
 
1668
Toms hond viel Mary aan.
Tom's dog attacked Mary.
 
1669
Wat is het dat je van mij verlangt?
What is it that you want from me?
 
1670
Iedereen dacht dat we gingen verliezen.
Everyone thought we were going to lose.
 
1671
Tom heeft beslist om een master te doen in muziek.
Tom has decided to major in music.
 
1672
Ik heb zo'n dorst.
I'm so thirsty.
 
1673
Het is haar gelukt hem de waarheid te laten zeggen.
She successfully got him to tell the truth.
 
1674
Deze batterij is geladen.
This battery is charged.
 
1675
Als je het niet leuk vindt dan kan je weggaan.
If you don't like it then you can quit.
 
1676
Er staat een file op de snelweg.
There is a traffic jam on the highway.
 
1677
Ik dronk een sapje.
I drank some juice.
 
1678
Hij ging de kamer binnen.
He entered the room.
 
1679
Het was pikdonker buiten.
It was pitch black outside.
 
1680
Ik moet mijn best doen.
I have to do my best.
 
1681
Hij is in de gracht gevallen.
He fell into the ditch.
 
1682
Tom kuste mijn nicht.
Tom kissed my cousin.
 
1683
Ze zagen er opgelucht uit.
They looked relieved.
 
1684
Ga gerust naar bed als je moet.
If you need to sleep, go ahead.
 
1685
Ik heb een EHBO-doos in mijn auto.
I have a first aid kit in my car.
 
1686
Heb je ooit tijd doorgebracht in Boston?
Have you ever spent any time in Boston?
 
1687
Dit is maar een hypothese.
This is just a hypothesis.
 
1688
Hij is nogal een postzegelverzamelaar.
He is something of a stamp collector.
 
1689
Ben je arts?
Are you a doctor?
 
1690
Ik zie dat je hebt geoefend.
I see you have been practicing.
 
1691
Hij is woedend op jou.
He is angry with you.
 
1692
Je had het nu wel af moeten hebben.
He should have finished it by now.
 
1693
Vind je dat grappig?
Do you find that funny?
 
1694
Ik zie je vanmiddag.
I'll see you this afternoon.
 
1695
Ik ben een aardige gast.
I'm a nice guy.
 
1696
Tot morgen!
See you tomorrow.
 
1697
Ik voelde me een beetje stijf.
I felt a little stiff.
 
1698
Ze weten hoe men vist.
They know how to fish.
 
1699
Ze heeft haar reis naar Mexico uitgesteld.
She put off going to Mexico.
 
1700
Moeder heeft er anders over beslist.
Mother decided otherwise.
 
1701
Pizza is mijn lievelingsgerecht.
Pizza is my favorite food.
 
1702
Ik werk in Milaan.
I work in Milan.
 
1703
We moeten dat ernstig nemen.
We need to take this very seriously.
 
1704
Ze hebben me alles verteld.
They told me everything.
 
1705
Ik had een lang gesprek met haar.
I had a long talk with her.
 
1706
Dat is je verdiende loon.
That serves you right.
 
1707
Ik vind het leuk om met de trein te reizen.
I like traveling by train.
 
1708
Hij veronderstelde ten onrechte, dat ze gekomen was om hem te ontmoeten.
He was wrong in thinking that she'd come to see him.
 
1709
Het is makkelijk voor mij om te zwemmen.
It is easy for me to swim.
 
1710
De bloempot is stuk.
The flower pot is broken.
 
1711
Maar ik kan hen niet te goed verstaan.
But I can't understand them very well.
 
1712
Ze wilden echt weten wat er gebeurd is.
They really wanted to know what happened.
 
1713
Tom, die de hele dag gewerkt had, wilde gaan rusten.
Tom, having worked all day, wanted to take a rest.
 
1714
Ik bezoek mijn grootmoeder in het ziekenhuis.
I'm visiting my grandmother in the hospital.
 
1715
Ik heb een schaar nodig.
I need scissors.
 
1716
Hij kon zich niet aan nieuwe omstandigheden aanpassen.
He couldn't adapt to new circumstances.
 
1717
Kijk uit je raam.
Look out your window.
 
1718
Speel buiten in plaats van televisie te kijken.
Play outside instead of watching TV.
 
1719
Gisteren is er op dat zebrapad een voetganger door een vrachtwagen overreden.
Yesterday a pedestrian was run over by a truck at this pedestrian crossing.
 
1720
Ik ging naast hem zitten.
I sat down next to him.
 
1721
Wie is volgens jou het slimste kind in je klas?
Who do you think is the smartest kid in your class?
 
1722
Doe je jas aan. Het is koud buiten.
Put your coat on. It's cold outside.
 
1723
Zijn plan is, een brug over die rivier te bouwen.
His plan is to build a bridge over that river.
 
1724
Wat gaat u vanavond doen?
What are you going to do this evening?
 
1725
Engels is niet eenvoudig, maar het is interessant.
English is not easy, but it is interesting.
 
1726
Ze is een vriend van mij.
She is a friend of mine.
 
1727
Het meisje lijkt op haar moeder.
The girl resembles her mother.
 
1728
Haar moeder is een brief aan het schrijven.
Her mother is writing a letter.
 
1729
Hartelijk bedankt allemaal.
Thank you all very much.
 
1730
Ik heb geen keus.
I don't have a choice.
 
1731
Hij had één dochter.
He had one daughter.
 
1732
Hij werkt bij een bank.
He works at a bank. / He works in a bank.
 
1733
Hebt ge tijd om mij te helpen?
Do you have time to help me?
 
1734
Leeuwen zijn sterker dan wolven.
Lions are stronger than wolves.
 
1735
Tom probeerde zijn teleurstelling niet te laten merken.
Tom tried not to show his disappointment.
 
1736
Ik wil nog niet naar bed!
I don't want to go to bed yet.
 
1737
Val me alsjeblieft niet in de rede.
Please don't interrupt me while I'm talking.
 
1738
Waarom zouden ze me dit aandoen?
Why would they do this to me?
 
1739
Zet het geluid harder.
Turn the volume up. / Turn up the volume.
 
1740
Ik heb mijn fiets laten repareren.
I got my bicycle repaired.
 
1741
Ik kan mijn beste vriend alles vertellen.
I can tell my best friend anything.
 
1742
Tom wordt langzaam beter.
Tom is slowly getting better.
 
1743
Ik bel om te zeggen dat ik mijn kredietkaart verloren heb.
I'm calling because I've lost my credit card.
 
1744
Wij nemen ontslag.
We're resigning.
 
1745
Haar zus ziet er jong uit.
Her sister looks young.
 
1746
Wat hebt ge gisteravond gedaan?
What did you do last night?
 
1747
Ik vraag me af of hij vannacht zal komen.
I wonder if he'll come tonight.
 
1748
Mag ik je telefoon gebruiken?
Can I use your telephone?
 
1749
De school begint in de lente.
School begins in the spring.
 
1750
Ze komen graag samen om iets te drinken.
They like to get together and drink.
 
1751
Ik luister bijna nooit naar de radio.
I almost never listen to the radio.
 
1752
Ik kan me haar naam op dit moment even niet herinneren.
I can't recall her name at the moment.
 
1753
Als je in Tom zijn schoenen stond, wat zou je dan doen?
If you were in Tom's shoes, what would you do?
 
1754
De laatste trein is al weg.
The last train has already gone.
 
1755
Ik word maar zelden op feestjes uitgenodigd.
I'm rarely invited to parties.
 
1756
Jij bent de liefde van mijn leven.
You're the love of my life.
 
1757
Ik zal me even voorstellen.
I'll just introduce myself.
 
1758
Mijn huis is verzekerd.
My house is covered by insurance.
 
1759
Luister alstublieft goed.
Please listen carefully.
 
1760
Hij is mijn beste vriend. Het is alsof we broers zijn.
He's my best friend. It's as if he were my brother.
 
1761
Het is me hier te lawaaierig.
It's too noisy here for me.
 
1762
Je hebt weer dezelfde fout gemaakt.
You have made the very same mistake again.
 
1763
Dat heeft Tom Mary zien doen.
Tom saw Mary do that.
 
1764
Ik kan niet zonder jouw raad.
I can't do without your advice.
 
1765
Heb je een beter voorstel?
Do you have a better suggestion?
 
1766
Hebt u een schoentrekker?
Do you have a shoehorn?
 
1767
Ik kan het begrijpen.
I can understand it.
 
1768
Ik heb mezelf lelijk verbrand.
I burned myself badly.
 
1769
Kijk naar de ondergaande zon.
Look at the setting sun.
 
1770
Ik was mijn gezicht iedere ochtend.
I wash my face every morning.
 
1771
Het begon te sneeuwen.
It began to snow.
 
1772
U mag op de stoel gaan zitten.
You may sit down on the chair.
 
1773
Het reisagentschap heeft ons alle details over de trip bezorgd.
The travel company furnished us with all the details of the tour.
 
1774
Opeens begon het te regenen.
Suddenly it began to rain.
 
1775
Je moet misschien water laten koken.
You may need to boil water.
 
1776
We luisterden naar de leraar tijdens de Engelse les.
We listened to the teacher during the English lesson.
 
1777
Wat is de hoofdstad van de Verenigde Staten van Amerika?
What is the capital of the United States?
 
1778
Dit uurwerk is waterbestendig.
This watch is waterproof.
 
1779
Bent u van plan deel te nemen aan de bijeenkomst?
Are you planning to take part in the meeting?
 
1780
Alles wat te stom is om te zeggen, wordt gezongen.
Anything that is too stupid to be spoken is sung.
 
1781
Ik wil gewoon een vriend van je zijn, niets meer.
I just want to be your friend, nothing more.
 
1782
Ik vraag me af hoe het komt dat vrouwen niet kaal worden.
I wonder why women don't go bald.
 
1783
Zij was op de plaats delict.
She was at the crime scene.
 
1784
Hij deed zich voor als een stomme man.
He pretended to be a stupid man.
 
1785
Je ziet er gaaf uit.
You look cool.
 
1786
Zingen is haar sterkste punt.
Singing is her strong point.
 
1787
Ik verkoos te vertrekken in plaats van achter te blijven.
I chose to leave instead of staying behind.
 
1788
Napels is een pittoreske stad.
Naples is a picturesque city.
 
1789
Bekijk mij niet zo.
Don't look at me that way.
 
1790
Hij heeft een ongeluk gehad en zijn been gebroken.
He had an accident and broke his leg.
 
1791
Ge woont in Tokio, nietwaar?
You live in Tokyo, don't you?
 
1792
Ik was uitgenodigd.
I was invited.
 
1793
Die hond probeert zowat alles te eten wat hij ziet.
That dog tries to eat just about anything he lays his eyes on.
 
1794
Deze kamer is groot genoeg.
This room is large enough.
 
1795
Ik heb "Star Wars" twee keer gezien.
I have seen "Star Wars" twice.
 
1796
Wat voor soort broodje wil je?
What kind of sandwich do you want?
 
1797
Ik zou wat informatie willen over uw nieuwe computers.
I'd like some information about your new computers.
 
1798
Spreken is zilver, zwijgen is goud.
Speech is silver, silence is gold.
 
1799
Mag ik die appelsien opeten?
Can I eat this orange?
 
1800
Je vergaat vast van de honger.
You must be starving.
 
1801
Ben je ooit naar Boston geweest?
Have you ever gone to Boston?
 
1802
Witte duiven zijn mooie vogels.
White doves are pretty birds.
 
1803
Hij gaf ieder een pen.
He gave each of them a pencil.
 
1804
Tom kreunde van de pijn.
Tom was moaning in pain.
 
1805
Ze heeft een kip gekocht.
She bought a chicken.
 
1806
Mijn kinderen mogen van mij geen televisie kijken op een doordeweekse avond.
I don't allow my kids to watch TV on school nights.
 
1807
Geef me een lift.
Give me a ride.
 
1808
De brug heeft een lengte van honderd meter.
The bridge has a span of 100 meters.
 
1809
Ze zei dat ze twintig jaar was, wat niet waar was.
She said she was twenty years old, which was not true.
 
1810
Komt voor elkaar.
Consider it done.
 
1811
Het is moeilijk dit verhaal aan te passen voor kinderen.
It is hard to adapt this story for children.
 
1812
Je mag na het eten niet naar buiten.
You must not go out after dinner.
 
1813
Er staan zoveel sterren aan de hemel, ik kan ze niet allemaal tellen.
There are so many stars in the sky, I can't count them all.
 
1814
Je houdt m'n hand vast op die foto.
You are holding my hand in that picture.
 
1815
Niet alles is voor geld te koop.
Not everything can be bought with money.
 
1816
Waar is het brandblusapparaat?
Where is the fire extinguisher?
 
1817
Stoort dat u?
Does that trouble you?
 
1818
Elke jongen heeft zijn eigen kamer.
Each boy has his own room.
 
1819
Het doet me plezier je weer te zien.
I'm glad to see you again.
 
1820
Haar auto is twee jaar oud.
Her car is two years old.
 
1821
Sommige mensen denken dat het moeilijk is voor mensen met Engels als moedertaal om Chinees te leren, maar daar ben ik het niet mee eens.
Some people think that it is difficult for a native speaker of English to learn Chinese, but I disagree.
 
1822
Hij raakte snel gewend aan zijn nieuwe omgeving.
He quickly accustomed himself to his new surroundings.
 
1823
Londen is een van de grootste steden ter wereld.
London is among the world's largest cities.
 
1824
Hij rijdt heel vlug.
He drives very fast.
 
1825
Voorkomen is beter dan genezen.
A stitch in time saves nine.
 
1826
Ik heb Tom laten uitslapen.
I let Tom sleep in.
 
1827
Je ziet er slaperig uit.
You look sleepy.
 
1828
Vlinders leven niet lang.
Butterflies have short life spans.
 
1829
Ga je dan niet?
Won't you go?
 
1830
Ik heb met de actrice zelf gesproken.
I spoke to the actress herself.
 
1831
Zou ik een papieren zak mogen hebben?
Can I have a paper bag?
 
1832
Ik moet naar het werk.
I need to go to work.
 
1833
Ik merkte op dat ik geobserveerd werd.
I noticed I was being observed.
 
1834
Je pantalon is vuil.
Your pants are dirty.
 
1835
Ik ga vanmiddag Engels oefenen.
I'm going to study English this afternoon.
 
1836
Dat mag niet.
That isn't allowed.
 
1837
Waar gaat ge naartoe?
Where're you going?
 
1838
De zomerdagen kunnen heel, heel heet zijn.
Summer days can be very, very hot.
 
1839
Ik werd bijna door een auto overreden.
I narrowly escaped being run over by a car.
 
1840
Luister nu goed naar me.
Now, listen to me carefully.
 
1841
Hebben we de tijd dit af te maken voordat Tom komt?
Do we have time to finish this before Tom gets here?
 
1842
Ze moeten oog in oog blijven staan.
They must remain face to face.
 
1843
Ik heb geen zelfmoordneigingen.
I'm not suicidal.
 
1844
Luider a.u.b.
Louder, please.
 
1845
Ons bedrijf is van plan een nieuwe chemische fabriek te bouwen in Rusland.
Our company is planning to build a new chemical plant in Russia.
 
1846
Laten we onze kamer kuisen.
Let's clean our room.
 
1847
Tom heeft een heel goede auto.
Tom has a very nice car.
 
1848
Hoe doe ik deze uit?
How do I turn this off?
 
1849
Neem hier een slok van.
Take a sip of this.
 
1850
Dat wil niets zeggen!
It doesn't mean anything!
 
1851
Toms moeder en zuster hadden borstkanker.
Tom's mother and sister had breast cancer.
 
1852
Waarom moet ik dit doen?
Why do I have to do this?
 
1853
Ze is zo mooi als Sneeuwwitje.
She is as beautiful as Snow White.
 
1854
Een man die verdacht deed, was kort voor de explosie gezien.
A man was seen acting suspiciously shortly before the explosion.
 
1855
Ik haat katten.
I hate cats.
 
1856
Ik hou van tv-kijken.
I like watching TV.
 
1857
Het spijt me.
I'm sorry.
 
1858
Hij bracht me naar het vliegveld Narita.
He gave me a ride to the Narita airport.
 
1859
Mijn zus gaat elke ochtend onder de douche.
My sister showers every morning.
 
1860
Ik heb een kaart naar Tom gefaxt.
I faxed a map to Tom.
 
1861
Iedereen is geschokt.
Everyone's shocked.
 
1862
Zorg voor Tom.
Look after Tom.
 
1863
Spreek je Bulgaars?
Do you speak Bulgarian?
 
1864
Hij dronk drie flessen bier.
He drank three bottles of beer.
 
1865
Ze woont in Kyoto.
She lives in Kyoto.
 
1866
Jullie kunnen het zien met het blote oog.
You can see it with the naked eye.
 
1867
Zij is veel gelukkiger dan hij.
She's much happier than him.
 
1868
Ik wou dat ik zo intelligent was als jij.
I wish I were as smart as you.
 
1869
Dat is juist hoe het gebeurde.
That's just the way it happened.
 
1870
De kat blies naar Tom.
The cat hissed at Tom.
 
1871
Ik kom uit Brazilië.
I come from Brazil.
 
1872
De jongen gooide een steen naar de kikker.
The boy threw a stone at the frog.
 
1873
Wat doen jullie in je vrije tijd?
What do you do in your free time?
 
1874
Ik heb niemands toelating nodig.
I don't need anybody's permission.
 
1875
Hij nam per ongeluk de verkeerde trein.
He took the wrong train by mistake.
 
1876
Wat is makkelijker, skiën of schaatsen?
Which is easier, skiing or skating?
 
1877
Interesseer je je voor sport?
Do you have any interest in sports?
 
1878
Wat ben je godsnaam aan het doen?
What on earth do you think you're doing?
 
1879
Ik heb het boek teruggebracht naar de bibliotheek.
I returned the book to the library.
 
1880
Mijn vriendin is erg jaloers.
My girlfriend is very jealous.
 
1881
Ik ben heel blij dat ik u kon helpen.
I'm so glad I could help.
 
1882
Tom is gedreven.
Tom is driven.
 
1883
Tom was getuige van het ongeluk.
Tom was a witness to the accident.
 
1884
Heb je met Tom gesproken?
Have you spoken to Tom?
 
1885
Kinderen moeten spelen.
Children need to play.
 
1886
Waarschijnlijk weet zij het.
She probably knows.
 
1887
Zijn jullie kwaad op Tom?
Are you mad at Tom?
 
1888
Wat is er aan de hand?
What's up?
 
1889
Heeft ze haar werk al af?
Has she finished her work yet?
 
1890
We wonen dicht bij het station.
We live close to the station.
 
1891
Ik wacht op dat ze hier zal komen.
I'm waiting for her to come here.
 
1892
Vind jij dit goed?
Is this OK with you?
 
1893
Dit is mijn laatste aanbod. Graag of niet.
This is my final offer. Take it or leave it.
 
1894
We houden ervan te vechten.
We like to fight.
 
1895
Vlees is duur.
Meat is expensive.
 
1896
Ik ben nog nooit zo moe geweest.
I've never been so tired.
 
1897
Wilt ge mij een plezier doen? Leent ge mij een beetje geld?
Could you do me a favor? Will you lend me some money?
 
1898
Dit klinkt verdacht.
This sounds fishy.
 
1899
Veel steden waren door bommen vernietigd.
Many cities were destroyed by bombs.
 
1900
Het ganse gezin lag ziek in bed.
The whole family was sick in bed.
 
1901
Je ziet er teleurgesteld uit.
You look bummed.
 
1902
Dit is een plek waar dieren worden begraven.
This is a place where animals are buried.
 
1903
Ik zou beter niet uitgaan vanavond.
I'd rather not go out this evening.
 
1904
Kinderen doen eerder hun vrienden dan hun ouders na.
Children imitate their friends rather than their parents.
 
1905
Jullie zijn te jong om alleen te reizen.
You are too young to travel alone.
 
1906
Laat mij dat opschrijven zodat ik het niet vergeet.
Let me write it down so I don't forget.
 
1907
Er ligt een woordenboek op de schrijftafel.
There is a dictionary on the desk.
 
1908
Doe je muts op.
Put on your cap.
 
1909
Kunnen jullie rijden?
Do you drive?
 
1910
Ik geloof niet dat dit klopt.
I don't believe this is true.
 
1911
Ik heb geen geld om dat boek te kopen.
I don't have the money to buy that book.
 
1912
Ik ben bang dat de boot zinkt als we meer dan zeven mensen meenemen.
I'm afraid this boat will sink if we take more than seven people.
 
1913
Tom is erin geslaagd zich te laten verkiezen.
Tom succeeded in getting elected.
 
1914
Het is net verschenen.
It just came out.
 
1915
Waarom is Tom daar nog steeds?
Why's Tom still here?
 
1916
De beer rende achter me aan.
The bear ran after me.
 
1917
Ik dacht dat je slim genoeg was om beter te weten.
I thought that you were smart enough to know better.
 
1918
Het meer is heel diep.
The lake is very deep.
 
1919
Tom woonde daar.
Tom lived there.
 
1920
Wat ik ben, heb ik te danken aan mijn moeder.
I am who I am thanks to my mother.
 
1921
Tom vindt het niet erg als we hier blijven.
Tom won't mind if we stay here.
 
1922
Wanneer hij erachter zal komen, zal het al te laat zijn.
By the time he finds out, it will be too late.
 
1923
Volgens mij kunnen we beter nog ietsje langer wachten.
I think we should wait a little longer.
 
1924
Ik doe dit met of zonder jou.
I'm doing this with or without you.
 
1925
Hij heeft zijn leven gewaagd om haar te redden.
He risked his life to save her.
 
1926
Hij is drie jaar ouder dan ik.
He's three years older than me.
 
1927
Ik kan niet vissen.
I don't know how to fish.
 
1928
Bij binnenkomst horen we onze schoenen uit te doen.
We are supposed to take off our shoes at the entrance.
 
1929
Ze heeft ongelijk.
She is wrong.
 
1930
Zij zijn zangeressen.
They are singers.
 
1931
Ik zou graag hebben dat je terug naar Boston komt.
I want you to return to Boston.
 
1932
Het schip is onderweg naar Finland.
The ship is bound for Finland.
 
1933
Tom heeft twee katten.
Tom has two cats.
 
1934
Hij kan met beide handen schrijven.
He can write with either hand.
 
1935
Wat kan je anders zeggen?
What else can you say?
 
1936
Tom schreef vroeger liedjes.
Tom used to write songs.
 
1937
Ik heb iets in mijn oog.
I got something in my eye.
 
1938
Tom zag er hongerig uit.
Tom seemed hungry.
 
1939
Hij maakte haar een nieuwe jas.
He made her a new coat.
 
1940
Op de tafel ligt een meloen.
There is a melon on the table.
 
1941
Was je handen met zeep.
Wash your hands with soap.
 
1942
Is de film je bevallen?
Did you enjoy the film?
 
1943
Mijn moeder kijkt 's avonds zelden tv.
My mother seldom watches TV at night.
 
1944
Ik zou je graag bezoeken.
I would like to visit you.
 
1945
Tom deed het licht aan en kwam naar binnen.
Tom turned on the light and walked in.
 
1946
Ik ben erin geslaagd zijn kantoor te vinden.
I managed to find his office.
 
1947
Hoe gaat het met jullie moeder?
How's your mother?
 
1948
Maria heeft een knap vriendje.
Mary has a cute boyfriend.
 
1949
Ik dacht dat u een grapje maakte.
I thought you were kidding.
 
1950
Toms auto is vanmorgen in panne gevallen op weg naar zijn werk.
Tom's car broke down on his way to work this morning.
 
1951
Begrijp je wat ik wil zeggen?
Do you understand what I mean?
 
1952
Hij heeft geld nodig.
He needs money.
 
1953
Weet je wie de burgemeester van Boston is?
Do you know who the mayor of Boston is?
 
1954
Hij kwam naar Berlijn als een leraar.
He came to Berlin as a teacher.
 
1955
Dit is mijn dochter.
This is my daughter.
 
1956
Drink niet zoveel bier.
Don't drink so much beer.
 
1957
Als Tom hier niet wilde zijn, zou hij niet zijn gekomen.
If Tom didn't want to be here, he wouldn't have come.
 
1958
Gisteren heeft mijn oom een hond gekocht.
Yesterday my uncle bought a dog.
 
1959
Zal ik hier op je wachten?
Should I wait for you here?
 
1960
Als twee mensen altijd dezelfde mening hebben, is een van hen overbodig.
If two men always have the same opinion, one of them is unnecessary.
 
1961
Waarom ben je je handen aan het wassen?
Why are you washing your hands?
 
1962
Tom hoestte opnieuw.
Tom coughed again.
 
1963
Hij kwam drie uur later thuis.
He came home three hours later.
 
1964
Het is niet omdat je het kunt, dat het ook moet.
Just because you can, doesn't mean that you should.
 
1965
Tom is sexy.
Tom is hot.
 
1966
Weet je wat het probleem heeft veroorzaakt?
Do you know what caused the problem?
 
1967
Iedereen wachtte.
Everybody waited.
 
1968
Hij was erg moe.
He was very tired.
 
1969
We zijn je laatste hoop.
We're your last hope.
 
1970
Ik verdraag rap niet.
I can't stand rap.
 
1971
Ik heb tijdens de lunchpauze een tukje gedaan omdat ik erg moe was.
I slept a little during lunch break because I was so tired.
 
1972
De bus stopte en Tom stapte uit.
The bus stopped and Tom got off.
 
1973
Laat ons wat boksen.
Let's do some boxing.
 
1974
Ze heeft gisteren groenten gekocht.
She bought vegetables yesterday.
 
1975
Voor zover ik weet, is dat gerucht niet waar.
To the best of my knowledge, the rumor is not true.
 
1976
Mag ik even uitrusten?
Can I rest a bit?
 
1977
Ik heb niets anders te zeggen.
I have nothing left to say. / I have nothing more to say.
 
1978
Ze hadden honger.
They were hungry.
 
1979
Ik zal 's morgens thuis zijn.
I'll be at home in the morning.
 
1980
In Servië zijn de treinen erg traag.
In Serbia, the trains are very slow.
 
1981
Tom is afgelopen winter naar Boston verhuisd.
Tom moved to Boston last winter.
 
1982
U kunt maar beter weggaan.
You'd better leave now.
 
1983
Ik heb de trein gemist op twee minuten na.
I missed the train by two minutes.
 
1984
Waarom is Tom daar nog?
Why's Tom still here?
 
1985
Ik weet niet wat ik nog meer kan doen.
I don't know what else to do.
 
1986
Vandaag is het te koud om te piknikken.
It is too cold for a picnic today.
 
1987
Ik heb de tijd gehad om te oefenen.
I've had time to practice.
 
1988
Ik wil nu iets kouds drinken.
I want something cold to drink now.
 
1989
Maria is mijn nicht.
Mary's my niece.
 
1990
Zeg me wat er aan de hand is!
Tell me what's going on.
 
1991
Was het slechts een droom?
Was it just a dream?
 
1992
„Van wie is die stoel?” „Het is de mijne.”
Whose chair is this? "It is mine."
 
1993
Ik hield de adem in en wachtte.
I held my breath and waited.
 
1994
Het probleem blijft onopgelost.
The problem remains unsolved.
 
1995
Tom kreeg een paniekaanval.
Tom had a panic attack.
 
1996
We hebben het experiment geprobeerd.
We attempted the experiment.
 
1997
Kun je iets beters bedenken?
Can you think of something better?
 
1998
Deze oude wagen is de jouwe als je hem wilt hebben.
This old car is yours if you want it.
 
1999
Hij is niet verstandig genoeg om getallen in het hoofd op te tellen.
He isn't smart enough to add up numbers in his head.
 
2000
Neem een paraplu mee, want er wordt regen verwacht in de namiddag.
Bring an umbrella because it is expected to rain this afternoon.
 
2001
Tom heeft een nieuw paar schaatsen gekocht.
Tom bought a new pair of ice skates.
 
2002
Ik wil geen pizza. Ik heb geen honger.
I don't want pizza. I'm not hungry.
 
2003
Je bent een lastpost.
You're a troublesome person!
 
2004
Tom heeft heel veel geduld.
Tom is extremely patient.
 
2005
Ik heb de laatste bus gemist en ik ben met de taxi naar huis gegaan.
I failed to catch the last bus, and came home by taxi.
 
2006
Dit soort werk is zeer gevaarlijk.
This kind of work is very dangerous.
 
2007
Ik luister naar muziek.
I listen to music.
 
2008
Een kogel doorboorde de helm.
A bullet pierced the helmet.
 
2009
Ik ken Toms weduwe.
I know Tom's widow.
 
2010
Het had iedereen kunnen overkomen.
It could've happened to anyone.
 
2011
We zijn trots op ons team.
We're proud of our team.
 
2012
Ik stel voor dat je wacht tot wanneer Tom zegt wat je moet doen.
I suggest you wait until Tom tells you what to do.
 
2013
Dit heb jij gedaan.
You did this.
 
2014
Je doet nooit iets goed, of wel?
You never do anything right, do you?
 
2015
Hij heeft geklaagd over het lawaai.
He complained about the noise.
 
2016
Wanneer ik groot ben, wil ik dokter worden.
I aim to be a doctor when I grow up.
 
2017
Zulke aardige mensen als jou kom je maar zelden tegen.
It's rare to meet nice people like you.
 
2018
Er zit bijna geen water in deze fles.
There is almost no water in this bottle.
 
2019
Mijn hobby is muziek beluisteren.
My hobby is listening to music.
 
2020
Ik wil niet naar het ziekenhuis gaan.
I don't want to go to the hospital.
 
2021
We spraken over verschillende onderwerpen.
We talked about various subjects.
 
2022
Als ik jou was, zou ik het kopen.
If I were you, I would buy it.
 
2023
Tom zegt dat Mary het druk heeft.
Tom says Mary is busy.
 
2024
Aanvaardt u Visa?
Do you accept Visa?
 
2025
Tom rookt als een schoorsteen.
Tom smokes like a chimney.
 
2026
U bent een vreemd kind.
You're a weird kid.
 
2027
Zullen we gaan zwemmen?
How about going for a swim?
 
2028
Waarom wil je verpleegster worden?
Why do you want to be a nurse?
 
2029
Ik kan niet geloven dat je Tom nog steeds vertrouwt.
I can't believe you still trust Tom.
 
2030
Naar welk strand wil je gaan?
Which beach do you like to go to?
 
2031
Hij werkt in de aids-research.
He is working in AIDS research.
 
2032
De grote vraag is, hoe we dat gaan betalen.
The big question is how are we going to pay for it.
 
2033
Er is een mysterieuze legende overgeleverd over dit meer.
A mysterious legend has been handed down about this lake.
 
2034
We boffen dat we nog leven.
We're lucky to be alive.
 
2035
Mijn moeder deed de deur voorzichtig open.
My mother carefully opened the door.
 
2036
Ik wist wel dat je zou komen.
I knew you'd come.
 
2037
Dat hoor ik.
I hear that.
 
2038
Wat denk je ervan?
What do you think about it?
 
2039
Buiten!, riep hij.
He shouted, "Get out!"
 
2040
Weet iemand anders hiervan?
Does anyone else know about this?
 
2041
Hier mag je roken.
You can smoke here.
 
2042
Toen hij het nieuws hoorde, werd hij bleek.
When he heard the news, he turned pale.
 
2043
Wie heeft er gezegd dat het makkelijk zou zijn?
Who said that it would be easy?
 
2044
Olifanten in Thailand zijn net zo gebruikelijk als kangoeroes in Australië.
Elephants in Thailand are as common as kangaroos in Australia.
 
2045
Er waren meerdere redenen.
There were several reasons.
 
2046
Zou je me alsjeblieft kunnen vertellen waarom je van haar houdt?
Could you please tell me why you love her?
 
2047
Ik mag Tom, omdat hij eerlijk is.
I like Tom because he's honest.
 
2048
Tom vroeg mij om hem wakker te maken om 2:30.
Tom asked me to wake him up at 2:30.
 
2049
Het maakt mij niet uit als Tom naar de gevangenis gaat.
I don't care if Tom goes to prison.
 
2050
Ik had iets langer nodig dan gewoonlijk om in te slapen.
It took me a little more time than usually to fall asleep.
 
2051
Tom lijkt sympathiek te zijn.
Tom seems to be sympathetic.
 
2052
Ik ben moe nu.
I'm tired now.
 
2053
Hij maakte zijn bedoeling duidelijk.
He made his intentions clear.
 
2054
Ik heb een hamer nodig.
I need a hammer.
 
2055
Hebt ge uw contactlenzen gevonden?
Have you found your contact lenses?
 
2056
Tom had niks om te lezen.
Tom had nothing to read.
 
2057
Men kan taal en cultuur niet van elkaar scheiden.
You can't separate language from culture.
 
2058
Schreeuw niet tegen me.
Don't yell at me.
 
2059
Tom is hier om ons te helpen.
Tom is here to help us.
 
2060
Ik weet niet waarom.
I don't know why.
 
2061
Kijkt u aandachtig?
Are you watching carefully?
 
2062
Hij stak zijn rechterarm uit.
He extended his right arm.
 
2063
De gewapende kapers joegen de passagiers angst aan.
The armed hijackers terrified the passengers.
 
2064
Tom moet blijven.
Tom has to stay.
 
2065
Heeft ze een piano?
Does she have a piano?
 
2066
We kwamen op de luchthaven aan drie uur voor onze vlucht.
We arrived at the airport three hours before our flight.
 
2067
Tom wil piloot worden.
Tom wants to be a pilot.
 
2068
Ik haat zelfbewuste vrouwen.
I hate strong-minded women.
 
2069
Verder kwam niemand opdagen.
Nobody else showed up.
 
2070
Ik kan de klok niet terugdraaien.
I can't undo it.
 
2071
Ik ben een vrije mens.
I'm a free man.
 
2072
Wat denk je ervan om dat liedje nog een keer voor me te zingen?
How about singing that song for me again?
 
2073
Er is hier iets gaande.
Something's going on here.
 
2074
De manager zei dat het jouw schuld was.
The manager said it was your fault.
 
2075
Wat denken jullie van oorlog?
What do you think of war?
 
2076
Wanneer eten we? Ik heb honger.
When are we eating? I'm hungry!
 
2077
Ik ben twee keer naar Amerika geweest.
I have been to America twice.
 
2078
Geld stinkt niet.
Money does not smell.
 
2079
Druk op de groene knop. Als je dat doet, gaat het lampje branden.
Press the green button. If you do so, the light will go on.
 
2080
Ik versta deze opgave echt niet.
I really don't understand this problem.
 
2081
Ga Tom halen.
Go and fetch Tom.
 
2082
Zij heeft suiker en zout verwisseld.
She mistook the sugar for salt.
 
2083
Ik zou willen miljonair zijn.
I wish I were a millionaire.
 
2084
De feestdatum staat nog ter bespreking.
The date of the party is still up in the air.
 
2085
Bekijk geen televisie!
Don't watch TV.
 
2086
Ze zullen morgen de winnaar bekend maken.
They'll announce the winner tomorrow.
 
2087
Heb je ooit een ernstige ziekte gehad?
Have you ever had a serious illness?
 
2088
Het is hierbinnen niet licht genoeg om te lezen.
It's not light enough in here to read.
 
2089
Vriendschap vereist wederzijds vertrouwen.
Friendship requires mutual trust.
 
2090
Hoeveel tijd blijft er nog over?
How much time is left?
 
2091
Ik wil niet over school praten.
I don't want to talk about school.
 
2092
Ge kunt kiezen tussen deze en deze.
You have your choice between this and that.
 
2093
Ik heb een slappe suikeroplossing gemaakt.
I prepared a weak solution of sugar and water.
 
2094
Het ligt onder de stoel.
It is under the chair.
 
2095
Ik heb vijf jaar Engels gestudeerd.
I've studied English for five years.
 
2096
Ze verfden hun teennagels.
They painted their toenails.
 
2097
De deurklink is gebroken.
The door handle is broken.
 
2098
Ik hou niet van wetenschap.
I do not like science.
 
2099
Laten we er één nemen.
Let's get one.
 
2100
De straat was donker.
The street was dark.
 
2101
Engels is niet makkelijk, maar het is wel interessant.
English is not easy, but it is interesting.
 
2102
Maak een schets van je huis.
Make a sketch of your house.
 
2103
Heb je deze video gezien?
Have you seen this video?
 
2104
Zo gebeurde het gewoon.
That's just the way it happened.
 
2105
Hij verloor een boek.
He lost a book.
 
2106
In Thailand gebruikt men kokosnoten als eten, drinken en speelgoed.
In Thailand, people use coconuts for food, drink and toys.
 
2107
Niemand kan je helpen, Tom.
No one can help you, Tom.
 
2108
Hij kan beter tennissen dan iedere andere jongen in zijn klas.
He can play tennis better than any other boy in his class.
 
2109
Wat doet Tom daarbinnen?
What's Tom doing in there?
 
2110
Ik zou het erg op prijs stellen als u dat voor mij zou willen doen.
I'd appreciate it if you did that for me.
 
2111
Tom ziet er verbaasd uit.
Tom looks astonished.
 
2112
Tom is geestig.
Tom is funny.
 
2113
Ik zal geen schrik hebben.
I won't be afraid.
 
2114
Hij had een paar potloden moeten kopen.
He should have bought some pencils.
 
2115
Ik denk dat zij de waarheid weet.
I think that she knows the truth.
 
2116
Tom heeft al een nieuwe vriendin.
Tom has a new girlfriend already.
 
2117
Ge moet uw best doen.
You must do your best.
 
2118
Ik geef niet om bier.
I don't care for beer.
 
2119
Ik zag in één oogopslag dat hij een gewone man was.
I saw at a glance that he was an ordinary man.
 
2120
Tom is een held.
Tom is a hero.
 
2121
Sinds wanneer is zij ziek?
How long has she been sick?
 
2122
Hij wordt snel moe.
He gets tired easily.
 
2123
Wat heb je gedaan met die auto?
What did you do with that car?
 
2124
Ik hou van mijn werk.
I like my job.
 
2125
Vandaag is het zondag.
Today is Sunday.
 
2126
Tom wil helemaal niks meer over Maria horen.
Tom doesn't want to hear anything more about Mary.
 
2127
Kom op, opschieten.
Come on, hurry up.
 
2128
Tom had mij bijna overtuigd.
Tom almost convinced me.
 
2129
Tom is schattig.
Tom is cute.
 
2130
Er stond een grote gouden ster op de deur.
There was a big gold star on the door.
 
2131
Draai naar rechts aan de volgende hoek.
Turn right at the next corner.
 
2132
A is de eerste letter van het alfabet.
A is the first letter of the alphabet.
 
2133
Zou je graag veel geld willen hebben?
Would you like to have lots of money?
 
2134
Sla op de volgende hoek linksaf.
Turn left at the next corner.
 
2135
Het kan me eerlijk gezegd niet schelen.
I honestly don't care.
 
2136
Ik denk dat jouw brief onder dat boek ligt.
I think your letter is under that book.
 
2137
Wil je echt in Boston gaan werken?
Do you really want to work in Boston?
 
2138
Hij redde het kind uit het brandende huis.
He rescued the child from the burning house.
 
2139
Auto's vervingen de fietsen.
Cars took the place of bicycles.
 
2140
Ik ken je moeder.
I know your mother.
 
2141
Een glaasje rood, alstublieft.
A glass of red wine, please.
 
2142
Tom gaf Maria iets kouds om te drinken.
Tom gave Mary something cold to drink.
 
2143
Dit is mijn boek.
This is my book.
 
2144
Ik heb mezelf buitengesloten, dus ik zal een raam breken om binnen te raken.
I've locked myself out of my house, so I'm going to break a window to get in.
 
2145
Tom verdween spoorloos.
Tom vanished without a trace.
 
2146
Tom kocht een huis in Boston.
Tom bought a house in Boston.
 
2147
Mijn ouders waren woedend.
My parents were furious.
 
2148
Ik hoop je een keer te zien.
I hope to see you sometime.
 
2149
Dat kan je toch niet ernstig menen.
You can't seriously be considering this.
 
2150
Houd dit a.u.b. geheim.
Please keep this a secret.
 
2151
Zij hielp hem.
She helped him.
 
2152
Laten we terugkeren en nog wat bijnemen.
Let's go back and get some more.
 
2153
We moeten er zeker van zijn dat we gelijk hebben.
We have to be sure we're right.
 
2154
Ik heb het erg druk.
I'm very busy.
 
2155
We kunnen geen melk drinken.
We can't drink milk.
 
2156
Tom draagt nieuwe schoenen.
Tom is wearing new shoes.
 
2157
Vandaag is je dag niet.
Today is not your day.
 
2158
Ik ben opgegroeid in de bergen.
I grew up in the mountains.
 
2159
Ze woont al vijf jaar in deze stad.
She has lived in this city for five years already.
 
2160
Hoe gaat het met mijn vrouw?
How's my wife doing?
 
2161
Wanneer u naar Roemenië gaat, zult u meer zien.
When you go to Romania, you will see more.
 
2162
Er is niemand in de kamer.
There's no one in the room.
 
2163
Tom zag er gezond uit.
Tom looked healthy.
 
2164
Wanneer zijt ge naar Berlijn verhuisd?
When did you move to Berlin?
 
2165
Hoe ging je toespraak?
How did your speech go?
 
2166
Ik rende zo hard als ik kon, maar ik miste de bus.
I ran as fast as I could, but I missed the bus.
 
2167
Ik kon harder zwemmen toen ik jonger was.
I was able to swim faster when I was younger.
 
2168
Zo kunnen we Tom niet achterlaten.
We can't leave Tom like this.
 
2169
Ik zou mijn zoon willen zien.
I'd like to see my son.
 
2170
Zonder tv kan ik niet leven.
I can't live without TV.
 
2171
De brandweermannen spoedden zich in het brandende huis.
The firemen rushed into the burning house.
 
2172
Ik wou niet meer tijd besteden aan het discussiëren met Tom.
I didn't want to spend any more time arguing with Tom.
 
2173
Het is half negen.
It's eight-thirty.
 
2174
Tom was aan het eten.
Tom was eating.
 
2175
Het sneeuwde, maar het was niet erg koud buiten.
It was snowing, but it wasn't very cold outside.
 
2176
Kijk eens rond.
Take a look around.
 
2177
Hoe laat is het nu in Londen?
What time is it in London now?
 
2178
Graham Greene is mijn lievelingsschrijver.
Graham Greene is my favorite author.
 
2179
Gebruik gerust mijn woordenboek.
Please feel free to use my dictionary.
 
2180
Ik geloof dat je naar me zocht.
I believe you've been looking for me.
 
2181
Ik sta voor de deur.
I'm on the porch.
 
2182
Laat ons praten.
Let's talk.
 
2183
New York is de grootste stad van de wereld.
New York is the biggest city in the world.
 
2184
Lucht is voor mensen, wat water is voor vissen.
Air is to men what water is to fish.
 
2185
Tom is slimmer dan de meeste jongens van zijn leeftijd.
Tom is smarter than most boys his age.
 
2186
Laat mij zeggen wat ik denk.
Let me say what I think.
 
2187
Hij was aan het huilen.
He was crying.
 
2188
Ik ben vanmorgen om zeven uur opgestaan.
I got up at seven this morning.
 
2189
Waar hebben jullie de jongen gezien?
Where did you see the boy?
 
2190
Ik hou van appels.
I love apples.
 
2191
Hoe kan ik in de hemel komen?
How can I get to heaven?
 
2192
Ze wilde het begrijpen.
She wanted to understand.
 
2193
Waarom is er geen warm water?
Why is there no hot water?
 
2194
Je hebt geen alibi voor de dag van de moord.
You've got no alibi for the day of the murder.
 
2195
Het enige wat je hoeft te doen, is je concentreren.
All you have to do is to concentrate.
 
2196
Je staat in de weg.
You are in my way.
 
2197
Ik speel goed tennis.
I'm good at tennis.
 
2198
Ik moest er gisteren heen gaan.
I had to go there yesterday.
 
2199
Ik ben Japanner, maar woon niet in Japan.
I'm Japanese, but I don't live in Japan.
 
2200
Het was behoorlijk koud.
It was quite cold.
 
2201
We zullen alles doen om Tom te vinden.
We'll do everything we can to find Tom.
 
2202
De man sprak met een lage stem.
The man spoke in a low voice.
 
2203
Hoe voel je je? vroeg hij.
How do you feel? he asked.
 
2204
I wou dat ik bij je was.
I wish I were by your side.
 
2205
Ze zitten te lezen.
They're reading.
 
2206
Houdt u zich daarbuiten!
You keep out of this.
 
2207
Als je iemand de hand geeft, kijk dan in zijn ogen.
When you shake hands with somebody, you must look him in the eye.
 
2208
Veel beroemde artiesten wonen in New York.
Many famous artists live in New York.
 
2209
Ook al zijn Tom en Maria een tweeling, ze lijken niet erg veel op elkaar.
Even though Tom and Mary are twins, they don't look very much alike.
 
2210
Had ik maar beter Engels geleerd toen ik nog jong was.
I wish I had studied English harder when I was young.
 
2211
Wat is de kleinste planeet?
Which is the smallest planet?
 
2212
Ik voelde me ongemakkelijk.
I felt awkward.
 
2213
Zij zijn in de tuin.
They're in the garden.
 
2214
Tom is bijna doof.
Tom is almost deaf.
 
2215
De krant begon lezers te verliezen toen hij afstand deed van een van zijn meest populaire auteurs.
The newspaper began to lose readers when it dispensed with one of its most popular writers.
 
2216
Tom kon zijn gevoelens niet in toom houden en barstte in tranen uit.
Tom was unable to control his emotions and burst into tears.
 
2217
Ga zeker onmiddellijk naar daar.
It is necessary for you to go there immediately.
 
2218
We zullen het nooit weten.
We'll never know.
 
2219
Tom is niet zo groot als ik.
Tom isn't as tall as me.
 
2220
Ik wou u niet kwetsen.
I didn't mean to hurt you.
 
2221
Is er een bank niet ver van hier?
Is there a bank near here?
 
2222
Ik stond vroeg op om de eerste trein te nemen.
I got up early in order to catch the first train.
 
2223
Nu dat je hier bent, kan je helpen met schoonmaken.
Now that you are here, you can help do the cleaning.
 
2224
Blijf hier bij ons.
Stay here with us.
 
2225
Ze was nu buiten gevaar.
She was now out of danger.
 
2226
Tom lijkt geen zin meer te hebben in het verzamelen van schelpen.
Tom seems to have lost interest in collecting shells.
 
2227
Zet de tv alsjeblieft wat zachter.
Turn the TV down, please.
 
2228
De Japanse economie is nog altijd stabiel.
The economy of Japan is still stable.
 
2229
De kerk is juist aan de overkant van de straat.
The church is just across the street.
 
2230
Hoe ver is het van hier?
How far is it from here?
 
2231
Ik heb veel vrienden met wie ik kan praten.
I have many friends I can talk to.
 
2232
Ik wil hier niet sterven!
I don't want to die here.
 
2233
Ze hielden op met huilen.
They stopped crying.
 
2234
Ik bestel liever bier.
I would rather order beer.
 
2235
Ik denk dat jij de enige bent die hulp nodig heeft.
I think you're the only one who needs help.
 
2236
Ik kijk ernaar uit jou komende zondag te zien.
I am looking forward to seeing you next Sunday.
 
2237
Ik heb nog helemaal niets gezegd.
I haven't said anything yet.
 
2238
Laten we er het beste van maken.
Let's make the best of it.
 
2239
Laten we de bal aan het rollen brengen door onszelf voor te stellen.
Let's start the ball rolling by introducing ourselves.
 
2240
Leg het pistool op de tafel.
Put the gun on the table.
 
2241
Hij deed alsof hij niet luisterde.
He pretended not to be listening.
 
2242
Waar wilt ge naartoe?
Where do you want to go?
 
2243
Ik had niet eens een kaartje ontvangen.
I didn't even get a postcard.
 
2244
Het feest was een groot succes.
The party was a big success.
 
2245
Vandaag is mijn dag niet.
Today is not my day.
 
2246
Waar is de Franse ambassade?
Where is the French embassy?
 
2247
Vers fruit is goed voor je gezondheid.
Fresh fruit is good for your health.
 
2248
Ik moest werken.
I had to work.
 
2249
Nu mag je binnenkomen.
You may come in now.
 
2250
Ik heb drie uur nodig gehad om mijn huiswerk te maken.
It took me three hours to do my homework.
 
2251
Hebt gij gisteravond televisie gekeken?
Did you watch TV last night?
 
2252
Dit boek is maar in één winkel te krijgen.
This book is available at one shop only.
 
2253
Bent u uw telefoonnummer wel eens vergeten?
Have you ever forgotten your phone number?
 
2254
Hij heeft moeite om namen te onthouden.
He has trouble remembering names.
 
2255
Ze gaat graag alleen wandelen.
She likes to go walking by herself.
 
2256
Tom vindt dat Maria geen gezond verstand heeft.
Tom thinks Mary lacks common sense.
 
2257
He, waar ga je heen?
Hey, where are you going?
 
2258
Ik heb die doos geopend.
I opened that box.
 
2259
We hadden net avondeten.
We've just had dinner.
 
2260
Tom gaf Maria 1000 dollar in een bruine papieren zak.
Tom gave Mary $1,000 in a brown paper bag.
 
2261
Moeilijke problemen vereisen vindingrijke oplossingen.
Difficult problems require imaginative solutions.
 
2262
Papa schilderde de muren wit.
Dad painted the walls white.
 
2263
Waarom was Tom van school geschorst?
Why was Tom expelled from school?
 
2264
We wonen in de buurt van een grote bibliotheek.
We live near a big library.
 
2265
We weten dat je hier bent.
We know you're in here.
 
2266
Het is de grote.
It's the big one.
 
2267
Er is niet genoeg licht in deze kamer om te kunnen naaien.
There's not enough light in this room for sewing.
 
2268
Wanneer kom je naar Nederland?
When are you coming to the Netherlands?
 
2269
Ge hebt uw zakdoek laten vallen.
You dropped your handkerchief.
 
2270
Hij kan hun vragen niet beantwoorden.
He can't answer their questions.
 
2271
De man die je gisteren in mijn kantoor zag komt uit België.
The man you saw in my office yesterday is from Belgium.
 
2272
Tom liegt constant.
Tom is always lying.
 
2273
Een boek kan men vergelijken met een vriend.
A book can be compared to a friend.
 
2274
Hij moest rusten.
He needed to rest.
 
2275
Heb je het telefoonnummer opgeschreven?
Have you written down the phone number?
 
2276
Heb jij een schoentrekker?
Do you have a shoehorn?
 
2277
Tom houdt natuurlijk van zijn kinderen.
Tom loves his children, of course.
 
2278
Heeft u niets kleiners dan dit?
Don't you have anything smaller than this?
 
2279
Ik stel mijn vader vragen.
I am asking questions to my father.
 
2280
Ik ben altijd trots op mijn familie.
I'm always proud of my family.
 
2281
Hij werd ter dood veroordeeld.
He was condemned to death.
 
2282
Het lijkt onmogelijk, maar het is waar.
It sounds impossible, but it's true.
 
2283
Ik ben te moe om nog verder te stappen.
I'm too tired to walk any further.
 
2284
Niemand is te oud om te leren.
No one is too old to learn.
 
2285
Tom woont in het buitenland.
Tom lives abroad.
 
2286
We gaven hen geld en kleding.
We provided them with money and clothes.
 
2287
Zal ze het vandaag af kunnen krijgen?
Will she be able to finish it today?
 
2288
De rivier mondt uit in de Stille Oceaan.
The river flows into the Pacific Ocean.
 
2289
Ik heb gewoon opgegeven.
I just gave up.
 
2290
Laat ze niet alleen.
Don't leave them alone.
 
2291
Mag ik de rekening, alstublieft?
Can I have the bill, please?
 
2292
Hoe laat vertrekt ge naar school?
What time do you leave for school?
 
2293
Ik denk dat ze me gezien hadden.
I think they saw me.
 
2294
Heb je mijn hond gezien?
Have you seen my dog?
 
2295
Schil de aardappelen en de wortelen.
Peel the potatoes and carrots.
 
2296
Hij werd blind.
He went blind.
 
2297
Tom heeft artritis.
Tom has arthritis.
 
2298
Geef me iets te drinken.
Give me something to drink.
 
2299
Hij zei niets.
He said nothing.
 
2300
Kunt u ons een paar voorbeelden geven?
Please give us some examples.
 
2301
Tom ziet er niet bang uit.
Tom doesn't look frightened.
 
2302
Misschien weet Tom iets.
Tom might know something.
 
2303
De oude vrouw viel en kon niet meer overeind komen.
The old woman fell and could not get up.
 
2304
Ik heb hier een heleboel vrienden.
I have a lot of friends here.
 
2305
Dit boek is een nieuw boek.
That book is a new book.
 
2306
Wat een grote hond!
What a big dog!
 
2307
Ik wachtte een uur, maar hij kwam niet opdagen.
I waited for an hour, but he didn't appear.
 
2308
Hij kon altijd zeggen in welke richting de wind blies.
He could always tell which direction the wind was blowing.
 
2309
Hoe bevalt u het klimaat in Japan?
How do you like the climate of Japan?
 
2310
Tom heeft een pinda-allergie.
Tom has a peanut allergy.
 
2311
Zorg ervoor dat dit nooit meer gebeurt.
See to it that this never happens again.
 
2312
Zij zijn kinderen.
They're kids.
 
2313
Dat ziet er uit als thee.
That looks like tea.
 
2314
Die berg beklimmen was een fluitje van een cent.
Climbing that mountain was a piece of cake.
 
2315
We werken voor vrede.
We are working for peace.
 
2316
Kunt u me helpen wanneer ik verhuis?
Could you help me when I move?
 
2317
Ik gaf Tom een kalmeringsmiddel.
I gave Tom a sedative.
 
2318
Tom deed zijn laptop dicht en stond op.
Tom closed his laptop and stood up.
 
2319
Hartelijk bedankt voor uw gastvrijheid.
Thank you very much for your hospitality.
 
2320
Misschien is er iets veranderd.
Maybe something's changed.
 
2321
Weten jullie wie ze zijn?
Do you know who they are?
 
2322
Ik heb niets gezegd dat zijn gevoelens zou kwetsen.
I didn't say anything to hurt his feelings.
 
2323
Heeft iemand hier ooit serieus over nagedacht?
Has anybody ever given serious thought to this?
 
2324
Tom nam nog een biertje.
Tom got himself another beer.
 
2325
Ik was geneesheer.
I was a doctor.
 
2326
Ik vond de soep echt lekker.
I really liked the soup.
 
2327
Door het lawaai kan ik mij niet concentreren op mijn werk.
I can't concentrate on my work because of the noise.
 
2328
Er waren veel mensen in het park.
There were a lot of people in the park.
 
2329
Je hebt bescherming nodig.
You need protection.
 
2330
Ik neem niet graag de zware verantwoordelijkheden op me.
I don't like to take on the heavy responsibilities.
 
2331
Ik heb iemand nodig die mij begrijpt.
I need someone to understand me.
 
2332
Ze zei dat haar man haar sloeg maar eigenlijk was het andersom.
She said that her husband hit her, but in fact it was the other way around.
 
2333
Vandaag gaat het mij goed.
I feel good today.
 
2334
Zal je me de waarheid vertellen?
Will you tell me the truth?
 
2335
Veilige reis!
Have a safe trip.
 
2336
Dat zijn cadeaus.
These are gifts.
 
2337
De sneeuw is verdwenen.
The snow has disappeared.
 
2338
Steek de straat over.
Cross the road.
 
2339
Hoe was uw reis?
How was your trip?
 
2340
Ze is echt intelligent, niet?
She's really smart, isn't she?
 
2341
Hij heeft het lot getart en is geslaagd.
He beat the odds and was successful.
 
2342
Wat dacht je van 28 februari rond 3 uur 's middags?
How about February 28th around 3:00 pm?
 
2343
Ik ben bereid jullie offerte te aanvaarden.
I'm willing to accept your offer.
 
2344
Ik ben net Tom een brief aan het schrijven.
I'm writing a letter to Tom now.
 
2345
Denken jullie dat Tom ons gezien heeft?
Do you think Tom saw us?
 
2346
In de herfst vallen de bladeren af.
Leaves fall in the autumn.
 
2347
Help mij, en ik zal jou helpen.
Help me and I'll help you.
 
2348
Tom heeft ons leven gered.
Tom saved our lives.
 
2349
Ik was gewend aan de hitte.
I was used to the heat.
 
2350
Hebt ge het artikel over Azië gelezen in Time?
Have you read the article about Asia in Time?
 
2351
Ik lees graag Amerikaanse romans.
I like reading American novels.
 
2352
Tom is niet snel genoeg.
Tom is not fast enough.
 
2353
Ik vroeg mijn geld terug.
I asked for a refund.
 
2354
Hoe laat ben je gisteren naar bed gegaan?
What time did you go to bed yesterday?
 
2355
Ik heb nog nooit zo'n soort probleem gehad.
I've never had that kind of problem.
 
2356
Ik heb het de hele voormiddag gezocht.
I've been looking for it all morning.
 
2357
Hij sneed een tak van de boom met zijn mes.
He cut a twig from the tree with his knife.
 
2358
Je moet niet meer geld uitgeven dan je verdient.
You shouldn't spend more money than you earn.
 
2359
Ik begreep geen woord van wat Tom zei.
I didn't understand a single word Tom said.
 
2360
Dat is zijn specialiteit.
That's his specialty.
 
2361
Nun en dan zijn we het eens.
We agree from time to time.
 
2362
Waarom moet ik Frans leren?
Why do I need to learn French?
 
2363
Tom houdt niet echt van honden.
Tom doesn't really like dogs.
 
2364
Ik kan maar niet verstaan hoe ik zo een fout heb kunnen maken.
I can't conceive how I could have made such a mistake.
 
2365
Jullie zijn een probleem.
You're a problem.
 
2366
De melk is zuur.
The milk is sour.
 
2367
Onze lerares ziet er heel jong uit.
Our teacher looks very young.
 
2368
Dat is iemand op wie je kan vertrouwen.
He's a man you can rely on.
 
2369
Het schip voer door het Suezkanaal.
The ship went through the Suez Canal.
 
2370
Tom is afgelopen weekend naar een familiereünie geweest.
Tom went to a family reunion last weekend.
 
2371
Mijn fiets is gisteren hersteld.
I had my bicycle fixed yesterday.
 
2372
Tom heeft me gestuurd om je te komen halen.
Tom sent me over to get you.
 
2373
Zij spreekt niet zo vlot Engels als jij.
She doesn't speak English as fluently as you.
 
2374
Verveel je je niet wanneer je alleen bent?
Don't you get bored when you're alone?
 
2375
Ik zal het niet tegen Tom zeggen.
I won't tell Tom.
 
2376
Ik denk dat het straks gaat regenen.
My guess is that it will rain soon.
 
2377
Tom eet enkel wit vlees.
Tom only eats white meat.
 
2378
Vertel me het verhaal.
Tell me the story.
 
2379
Men kan niet altijd iedereen gelukkig maken.
You can't always make everyone happy.
 
2380
De vijanden stonden oog in oog.
The enemies stood face to face.
 
2381
Tom heeft een snor laten groeien.
Tom grew a moustache.
 
2382
Ik dacht dat Tom hier vandaag niet zou zijn.
I thought Tom wasn't going to be here today.
 
2383
Gelukkig raakte geen van de passagiers gewond.
Fortunately, no passengers were injured.
 
2384
Hoe gaat het met u? Hebt u een goede reis gehad?
How are you? Did you have a good trip?
 
2385
Tom kent de staatssecretaris.
Tom knows the Secretary of State.
 
2386
Het is net tovenarij.
It's like magic.
 
2387
Deze bananen zijn niet rijp.
These bananas are not ripe.
 
2388
Ik wil niet te persoonlijk worden.
I don't want to get too personal.
 
2389
Tom, zou je kunnen zwijgen voor tien seconden?
Tom, could you shut up for just ten seconds?
 
2390
Tom heeft Mary dat zien doen.
Tom saw Mary do that.
 
2391
Ik ga niet zonder jou.
I'm not going without you.
 
2392
Ik zie je later.
I'll see you later.
 
2393
De mis is afgelopen.
The mass is over.
 
2394
Controleer eens de bandendruk.
Check the pressure of the tires.
 
2395
Alles is voorbij.
It's all over.
 
2396
Ik ben in Amerika geboren.
I was born in America.
 
2397
Ik werk op de ambassade.
I work at the embassy.
 
2398
De Golden Gate Bridge is van ijzer.
The Golden Gate Bridge is made of iron.
 
2399
Hij is fier, muzikant te zijn.
He is proud of being a musician.
 
2400
We zijn al ons geld kwijt.
We lost all our money.
 
2401
Hij is altijd ontevreden.
He's always dissatisfied.
 
2402
Ze heeft hem opzettelijk in gevaar gebracht.
She deliberately exposed him to danger.
 
2403
Tom wandelt snel.
Tom walks quickly.
 
2404
Tom hoorde iets.
Tom heard something.
 
2405
Tom houdt van tofu.
Tom likes tofu.
 
2406
Ik telefoneerde hem, maar de lijn was bezet.
I called him, but the line was busy.
 
2407
Dat is wat ik zei.
That's what I said.
 
2408
Waar is je kamer?
Where is your room?
 
2409
Wie heeft alle taarten opgegeten?
Who ate all the pies?
 
2410
Je zou hem beter persoonlijk aanspreken.
You had better go and speak to him in person.
 
2411
Ik heb een rode auto gekocht.
I bought a red car.
 
2412
Ze zag eruit alsof ze lange tijd ziek geweest was.
She looked as if she had been sick for a long time.
 
2413
Als ik begin met schoonmaken, kan ik mezelf niet meer tegenhouden.
Once I start cleaning, I can't stop myself.
 
2414
Het maakt niet uit wat je zegt, ik zal me niet bedenken.
No matter what you say, I won't change my mind.
 
2415
Ik voel me niet lekker.
I don't feel well.
 
2416
Komt hij om zes uur thuis?
Does he come home at six?
 
2417
's Ochtends hou ik ervan honing op mijn toast te smeren.
I like to spread honey on my toast in the morning.
 
2418
„Hoe gaat het met je?” ‑ „Ik mag niet klagen.”
How are you? "I can't complain."
 
2419
Heb je gesnapt wat hij zei?
Did you catch what he said?
 
2420
Geef mij het boek.
Give me the book.
 
2421
Daar heb ik niet aan gedacht.
I didn't think of that.
 
2422
Door haar ziekte was moeder gisteren aan huis gebonden.
Mother's illness kept her at home yesterday.
 
2423
Hij heeft me zijn naam niet gezegd.
He didn't tell me his name.
 
2424
Ik heb me altijd afgevraagd wat je op je zolder hebt.
I always wondered what was in your attic.
 
2425
Hij is een diplomaat bij de Amerikaanse ambassade.
He is a diplomat at the American Embassy.
 
2426
Onze leraar zei ons dat we ons best moesten doen.
Our teacher told us that we should do our best.
 
2427
Je bent te gevoelig voor kritiek.
You are too sensitive to criticism.
 
2428
Heb je tijd over voor 1 vraag?
Do you have time for one more question?
 
2429
Wie is deze vent?
Who is this guy?
 
2430
Ik weet wat ik wil. Ik heb het alleen nog niet gevonden.
I know what I want. I just haven't found it yet.
 
2431
Met een treurige glimlach begon ze te praten.
Smiling sadly, she began to talk.
 
2432
Ik heb van Tom wel genoeg gehad.
I've had enough of Tom.
 
2433
Tom is tuinman.
Tom is a gardener.
 
2434
Er is niets dat gedaan kan worden.
Nothing can be done.
 
2435
Tom had het mis.
Tom was incorrect.
 
2436
Het schijnt dat niemand de waarheid kende.
It seems that no one knew the truth.
 
2437
Hey, raad eens wat ik vanavond ga doen.
Hey, guess what I'm doing tonight.
 
2438
Hoe sneller je het doet, hoe beter het is.
The sooner you do it, the better it is.
 
2439
Kent er iemand Japans?
Does anyone know Japanese?
 
2440
Ik vind je nieuwe haarkleur mooi.
I like your new hair color.
 
2441
Laat de deur niet open.
Don't leave the door open.
 
2442
Dit is het ziekenhuis waarin ik ben geboren.
This is the hospital I was born in.
 
2443
Ik ben allergisch voor honden.
I'm allergic to dogs.
 
2444
Zwitserland is een neutraal land.
Switzerland is a neutral country.
 
2445
Alles is volgens plan verlopen.
Everything went according to plan.
 
2446
De ergste opstand had in Chicago plaats.
The worst riot was in Chicago.
 
2447
Wat is jouw favoriete groente?
What's your favorite vegetable?
 
2448
Ik vind de koude niet erg.
I don't mind the cold.
 
2449
De dief was aan handen en voeten gebonden.
The thief was bound hand and foot.
 
2450
U bent langer dan ik.
You're taller than me.
 
2451
Reken maar niet op zijn hulp.
Don't count on his help.
 
2452
Zijn trots weerhield hem ervan om hulp te vragen.
His pride didn't allow him to ask for help.
 
2453
Hij schoof de schuld op mij.
He put the blame upon me.
 
2454
Hij vroeg me waarom ik lachte.
He asked me why I was laughing.
 
2455
Ik ken Toms achternaam niet.
I don't know Tom's last name.
 
2456
Ik kan geen Engels.
I don't know English.
 
2457
Ik weet niet wanneer hij terug is gekomen uit Frankrijk.
I don't know when he got back from France. / I don't know when he returned from France.
 
2458
Moet je je niet klaarmaken voor je werk?
Shouldn't you be getting ready for work?
 
2459
Je hoeft alleen maar je kamer schoon te maken.
All you have to do is to clean your room.
 
2460
Wees voorzichtig wanneer je oversteekt.
Be careful when you cross a road.
 
2461
Tom heeft een aantal slechte investeringen gedaan.
Tom made some bad investments.
 
2462
Die idee is omstreden.
This idea is controversial.
 
2463
De regen hield aan gedurende een week.
The rain lasted a week.
 
2464
Ze is vriendelijk tegen hem.
She is kind to him.
 
2465
Beklim die berg niet bij zo slecht weer.
You should not climb the mountain in such bad weather.
 
2466
Onze school is dicht bij het station.
Our school is near the station.
 
2467
Als het vandaag zondag was, dan ging ik vissen.
If today was Sunday, I would go fishing.
 
2468
Mary is schaars gekleed.
Mary is scantily clad.
 
2469
Kun je me helpen deze zinnen in het Chinees te vertalen?
Can you help me to translate these sentences into Chinese?
 
2470
Jullie moeten niet komen morgen.
You don't have to come tomorrow.
 
2471
Ik zwem elke dag.
I swim every day.
 
2472
Laat ons babbelen.
Let's chat.
 
2473
Ik heb geen kleingeld bij me.
I have no small change on me.
 
2474
We zouden Tom een kans moeten geven.
We should give Tom a chance.
 
2475
Wij kijken alle dagen TV.
We watch TV every day.
 
2476
Tom opende een raam.
Tom opened a window.
 
2477
Tom heeft om half drie een afspraak bij de tandarts.
Tom has a dentist appointment at 2:30.
 
2478
Hij accepteerde mijn excuses niet.
He did not accept my apologies.
 
2479
Hebt ge mij gemist?
Did you miss me?
 
2480
Giraffes hebben heel lange nekken.
Giraffes have very long necks.
 
2481
Ik ga naar de kerk.
I'm going to church.
 
2482
Eerlijk gezegd, haat ik hem.
Frankly speaking, I hate him.
 
2483
Ik bracht Tom aan het lachen.
I made Tom laugh.
 
2484
De politie arresteerde hem wegens dronkenschap achter het stuur.
The police arrested him for drinking and driving.
 
2485
Waarom is ze niet gekomen?
Why didn't she come?
 
2486
Jullie hebben gewonnen.
You won.
 
2487
Wellicht kan je me verslaan.
Perhaps you can beat me.
 
2488
Ik weet niet of ik genoeg geld heb.
I don't know if I have enough money.
 
2489
Brood en melk zijn goede voedingsmiddelen.
Bread and milk are good foods.
 
2490
Je helpt me niet vooruit.
You're not helping me.
 
2491
Tom kwam niet verder.
Tom didn't get any further.
 
2492
Ik moet hen waarschuwen.
I must warn them.
 
2493
Ik moet de ramen sluiten.
I have to close the windows.
 
2494
Welke taal spreekt men in Amerika?
What language is spoken in America?
 
2495
Maar nu aan het werk!
Now let's get down to work.
 
2496
Ik vraag me af wat dat veroorzaakt heeft.
I wonder what caused that.
 
2497
Kersen zijn rood.
Cherries are red.
 
2498
Op de boekenplank staan alleen boeken.
There are only books on the bookshelf.
 
2499
Ik ga op tv komen.
I'm going to be on TV.
 
2500
Blijf werken.
Keep on working.
 
2501
Ik wil skischoenen kopen.
I want to buy ski boots.
 
2502
Tom heeft een hybride gekocht.
Tom bought a hybrid.
 
2503
Ik ben er gisteren naartoe gegaan.
I went there yesterday.
 
2504
Die grap heb ik in lange tijd niet gehoord.
I haven't heard that joke in ages.
 
2505
Zonder zon zouden we niet kunnen leven.
If there was no sun, we would not be able to live.
 
2506
Kun je me helpen met afwassen?
Can you help me with the washing up?
 
2507
Welk team heeft gewonnen?
Which team won?
 
2508
Eigenlijk vond ze het helemaal niet leuk, maar ze zei niets.
Strictly speaking, she didn't like it at all, but she didn't say a thing.
 
2509
Tom en Mary zijn vandaag thuis.
Tom and Mary are at home today.
 
2510
Tom kwam met Mary.
Tom came with Mary.
 
2511
Ik wou dat we terug naar huis konden gaan.
I wish we could go back home.
 
2512
Ik zag hem de straat oversteken.
I saw him cross the street.
 
2513
Zo is het genoeg.
That will do.
 
2514
Pas op dat je niet verdwaalt.
Be careful that you don't get lost.
 
2515
Mijn kat heeft die muis gedood.
My cat killed this mouse.
 
2516
Tom is woedend.
Tom's furious.
 
2517
Weet iemand wat het probleem heeft veroorzaakt?
Does anyone know what caused the problem?
 
2518
De kinderen beschuldigden elkaar.
The children blamed each other.
 
2519
Ik was gewoon van trombone te spelen.
I used to play the trombone.
 
2520
Ze stopt de kinderen in bed.
She's putting the children to bed.
 
2521
Zoek je een baan?
Are you looking for a job?
 
2522
Wat is er met jullie twee?
What's up with you two?
 
2523
Ik ben ouder dan uw broer.
I'm older than your brother.
 
2524
Ik kan mijn tijd nuttiger besteden.
I've got better things to do with my time.
 
2525
De tweelingbroers zien er precies hetzelfde uit.
The twin brothers look exactly alike.
 
2526
Goed werk!
Good job!
 
2527
We worden beïnvloed door onze omgeving.
We are influenced by our environment.
 
2528
We zouden tegen donderdag de uitslag moeten weten.
We should know the result by Thursday.
 
2529
Ge kunt uzelf niet doden door de adem in te houden.
You cannot kill yourself by holding your breath.
 
2530
Hij studeert ook Chinees.
He studies Chinese as well.
 
2531
Ze kwam niet opdagen totdat de vergadering was afgelopen.
She didn't show up until the meeting was over.
 
2532
Is het goed als ik met jullie meega? "Natuurlijk!"
May I go with you? "Of course."
 
2533
Ik ken niemand in deze stad.
I know no one in this city.
 
2534
Ik zal deze namiddag bezet zijn.
I will be busy this afternoon.
 
2535
Tom heeft een van de sandwiches genomen.
Tom took one of the sandwiches.
 
2536
Ik ben met Tom gaan praten.
I went to talk to Tom.
 
2537
Zou je ons met rust kunnen laten?
Could you leave us alone?
 
2538
De telefoon doet het niet.
The telephone doesn't work.
 
2539
Heeft u de krant van vandaag al gelezen?
Have you read today's paper yet?
 
2540
De zwaargewonde man was al gestorven bij aankomst in het ziekenhuis.
The severely injured man was dead on arrival at the hospital.
 
2541
Ik ben heel gelukkig in Georgië.
I am very happy in Georgia.
 
2542
Ik drukte op de knop om de radio aan te zetten.
I pressed the button to turn the radio on.
 
2543
Iemand duwde mij naar binnen.
Someone pushed me inside.
 
2544
Weet je hoe men Mahjong speelt?
Do you know how to play mahjong?
 
2545
Een sneeuwvlok landde op het puntje van Toms neus.
A snowflake landed on the tip of Tom's nose.
 
2546
Zo vader, zo zoon.
Like father, like son.
 
2547
Waar in Oostenrijk ben je opgegroeid?
Where in Austria did you grow up?
 
2548
Hij noemde zijn hond Popeye.
He named his dog Popeye.
 
2549
Ik werd gevraagd naar mijn persoonlijke mening over de kwestie.
I was asked for my personal opinion about the matter.
 
2550
Wil je iets te drinken?
Do you want a drink?
 
2551
Tom is mijn vriend niet meer.
Tom is not my friend anymore.
 
2552
Ik sta voor u klaar.
I'm at your service.
 
2553
Interesseer je je voor bloemen?
Are you interested in flowers?
 
2554
Heb je in Boston plezier gehad?
Did you have fun in Boston?
 
2555
Vertel me wat dat is.
Tell me what that is.
 
2556
Zijn broer is afgelopen maand overleden.
His brother passed away last month.
 
2557
Het kan me niet schelen of hij akkoord gaat of niet.
I don't care whether he agrees or not.
 
2558
Doe je iedere dag boodschappen?
Do you go shopping every day?
 
2559
Hij kan niet antwoorden op hun vragen.
He can't answer their questions.
 
2560
Tom kocht een cadeautje voor Mary.
Tom bought Mary a gift.
 
2561
We hebben alleen maar thee.
We only have tea.
 
2562
Ze zingt heel goed.
She sings very well.
 
2563
Is dat niet van hen?
Isn't that theirs?
 
2564
Hij heeft drie jaar in Kobe gewoond.
He has lived in Kobe for three years.
 
2565
Haar vrienden wachtten op haar bij de poort.
Her friends waited for her by the gate.
 
2566
Alles is belangrijk.
Everything matters.
 
2567
Wij gaan volgende week een nieuwe auto kopen.
We will purchase a new car next week.
 
2568
Tom flirtte niet.
Tom wasn't flirting.
 
2569
Je bent mijn lief niet meer.
You're not my girlfriend anymore.
 
2570
Aarzel nooit de waarheid te zeggen.
Never hesitate to tell the truth.
 
2571
Aan zichzelf twijfelen is het eerste teken van intelligentie.
To have doubts about oneself is the first sign of intelligence.
 
2572
We hadden vandaag twee keer loos alarm.
Today, we had two false alarms.
 
2573
Is haar vader leraar?
Is her father a teacher?
 
2574
Slaap je, Tom?
Are you sleeping, Tom?
 
2575
Ze lieten de scène vertraagd zien.
They showed the scene in slow motion.
 
2576
Ze was blij met haar nieuwe jurk.
She was pleased with her new dress.
 
2577
Hij wist niet wat te zeggen, en dus zweeg hij.
He didn't know what to say, so he remained silent.
 
2578
Ik kan zwemmen.
I can swim.
 
2579
's Nachts kan men sterren zien.
Stars can be seen at night.
 
2580
Wanneer ik bloed zie, voel ik me slecht.
I feel sick whenever I see blood.
 
2581
Ik zat tussen Tom en John.
I sat between Tom and John.
 
2582
Ze huilde van blijdschap toen ze hoorde dat haar zoon de vliegtuigcrash had overleefd.
She cried for joy when she heard that her son had survived the plane crash.
 
2583
Ik ben niet in slaap gevallen.
I didn't fall asleep.
 
2584
Een goed begin is het halve werk.
Well begun is half done.
 
2585
Alle wegen leiden naar Rome.
All roads lead to Rome.
 
2586
Tom droeg Mary op zijn rug.
Tom carried Mary on his back.
 
2587
Hij is niet mijn vader.
He's not my father.
 
2588
Hoe gaat het met de familie?
How is the family?
 
2589
Je moet heel hard werken.
You need to work very hard.
 
2590
Wees voorzichtig op die rotsen.
Be careful on those rocks.
 
2591
Hij is een freelance journalist.
He's a freelance journalist.
 
2592
Wat spijt u?
What are you sorry about?
 
2593
Hij bezit veel dure schilderijen.
He owns many valuable paintings.
 
2594
Ik had een vreemde droom vannacht.
I had a weird dream last night.
 
2595
Ik was echt blij met het cadeau dat je me gaf.
I really liked the gift you gave me.
 
2596
Wij geloven in God.
We believe in God.
 
2597
Het is best koud vandaag.
It's rather cold today.
 
2598
We hebben lang op hem gewacht.
We were waiting for him for a long time.
 
2599
Waarom dansen jullie niet?
Why aren't you dancing?
 
2600
Hij staat op het punt naar Londen te vertrekken.
He is about to leave for London.
 
2601
Ze heeft dertig jaar lang muziekles gegeven.
She taught music for thirty years.
 
2602
Ik ben haar niet vergeten!
I haven't forgotten her.
 
2603
Denk je dat je de verkeerde keuze hebt gemaakt?
Do you think you've made the wrong choice?
 
2604
Ik geef de voorkeur aan de zwarte.
I prefer the black one.
 
2605
Ik heb steeds meer grijze haren.
I'm getting more and more gray hair.
 
2606
Het land heeft de oorlog verklaard aan zijn buurland.
The country declared war against its neighbor.
 
2607
Als het mogelijk is, zou ik willen dat u deelneemt aan de volgende bijeenkomst.
If it's at all possible, I'd like you to take part in the next meeting.
 
2608
Ik ben deze nacht vrij.
I'm free tonight.
 
2609
Mary ging naar de badkamer om haar make-up bij te werken.
Mary went to the bathroom to reapply her makeup.
 
2610
Ik geloof geen woord van wat je zegt.
I don't believe a word you say.
 
2611
Ik heb veel boeken gelezen.
I've read a lot of books.
 
2612
Ik zag een nijlpaard in de zoo
I saw a hippo at the zoo.
 
2613
Ik vind het niet erg.
I don't mind.
 
2614
Hij doorzocht de kamer naar de verloren sleutel.
He searched the room for the lost key.
 
2615
Ze kon haar angst voor de duisternis niet overwinnen.
She could not get over her fear of the dark.
 
2616
Hij heeft al ja gezegd.
He has already said yes.
 
2617
Ik moet mijn GSM opladen.
I need to charge my mobile.
 
2618
Ik wil nog niet sterven.
I don't want to die yet.
 
2619
Ze belde me op vanuit Tokyo.
She called me up from Tokyo.
 
2620
De feiten spreken voor zich.
The facts speak for themselves.
 
2621
Hoe ging de toets?
How did your test go?
 
2622
Het was een vreselijk ongeval.
It was a terrible accident.
 
2623
Mag ik uw krant even zien?
Can I have a look at your newspaper?
 
2624
Deze tafel is uit goed eikenhout gemaakt.
This table is made of good oak.
 
2625
Ik was helemaal verbijsterd.
I was absolutely amazed.
 
2626
Zijn er Engelstalige tijdschriften in deze bibliotheek?
Are there any English magazines in this library?
 
2627
Het zou kunnen dat Tom geen rijbewijs heeft.
Tom might not have a driver's license.
 
2628
Hoe laat is het bij jou?
What time is it there?
 
2629
Ik heb niet genoeg geslapen.
I don't get enough sleep.
 
2630
Dat is onze school.
That is our school.
 
2631
En wie is die gast die naast de piano staat?
And who is this guest standing next to the piano?
 
2632
Tom is een tieneridool.
Tom is a teen idol.
 
2633
Ik hou niet van grote steden.
I don't like big cities.
 
2634
Jullie zijn verbazingwekkend.
You people are amazing.
 
2635
Ik liet hen gaan.
I let them go.
 
2636
De politieagent haalde de twee vechtende mannen uit elkaar.
The policeman separated the two men who were fighting.
 
2637
Hier zijn je vrienden.
Here are your friends.
 
2638
Het is de goedkoopste van de twee.
This is the cheaper of the two.
 
2639
Wat er ook gebeurt, ik zal mijn gedachten nooit veranderen.
No matter what happens, I will never change my mind.
 
2640
Hij besloot niet naar de vergadering te gaan.
He has decided not to go to the meeting.
 
2641
Ik spreek tegenwoordig bijna geen Frans meer.
I hardly ever speak French nowadays.
 
2642
Ik heb alles geprobeerd om hem in leven te houden.
I tried everything to keep him alive.
 
2643
Sorry, maar ik heb mijn eetstokjes laten vallen.
Excuse me, I dropped my chopsticks.
 
2644
Hij probeerde tevergeefs de steen op te tillen.
He tried in vain to lift up the stone.
 
2645
Mag ik dit gebruiken?
May I use this?
 
2646
Heb je hier een probleem mee?
Do you have a problem with this?
 
2647
Ik zou graag iets eten.
I'd like something to eat.
 
2648
Er moet iemand spreken.
Somebody has to talk.
 
2649
Zijn toespraak beroerde ons.
His speech moved us.
 
2650
Ze leest elke morgen de krant.
She reads the newspaper every morning.
 
2651
Je hebt er het raden naar wanneer ze zal komen.
It's anybody's guess when she'll come.
 
2652
Dat is nu juist het probleem.
That's where the problem is.
 
2653
Als er iets is dat ik kan doen voor u, aarzel dan niet om het te zeggen.
If there's anything I can do for you, don't hesitate to let me know.
 
2654
Gisteren kwam Tom vroeger aan dan gewoonlijk.
Tom arrived earlier than usual yesterday.
 
2655
Hij duldt geen onderbrekingen.
He doesn't allow interruptions.
 
2656
Beter laat dan nooit.
Better late than never.
 
2657
Bent u ervoor dat arbeiders meer geld krijgen?
Are you in favor of the workers getting more money?
 
2658
Ik zou je graag als adviseur willen aannemen.
I'd like to hire you as a consultant.
 
2659
Ze hebben met alle mogelijkheden rekening gehouden.
They took every possibility into consideration.
 
2660
Ik bouwde een huis op een steenworp van het bos.
I built a house within a stone's throw of the forest.
 
2661
Je broer is erg boos.
Your brother is very angry.
 
2662
Waarom is mijn zus zo gemeen tegen me?
Why is my sister so mean to me?
 
2663
Er staan geen fouten in je opstel.
There are no mistakes in your composition.
 
2664
Ik heb iemand nodig om me te begrijpen.
I need someone to understand me.
 
2665
Hoe laat staat ge gewoonlijk op?
What time do you usually get up?
 
2666
Tom zou beter binnen een kijkje nemen.
Tom should take a look inside.
 
2667
Hij moet dom zijn om dat te doen.
He must be a fool to do so.
 
2668
Hij stak zijn hand niet op.
He did not put up his hand.
 
2669
Heb je het nog steeds druk?
Are you still busy?
 
2670
Ben je nu moe?
Are you tired now?
 
2671
Het winkelcentrum wordt gesloopt.
The shopping center will be demolished.
 
2672
Het gordijn heeft vlam gevat.
The curtain caught fire.
 
2673
Ik ben verre van blij met deze situatie.
I'm far from happy about this situation.
 
2674
Zijn lange toespraak verveelde ons allen.
His long speech bored us all.
 
2675
Ze lieten ons de hele dag werken.
They made us work all day.
 
2676
Drie uur zou genoeg tijd moeten zijn.
Three hours should be enough time.
 
2677
Iedereen begon te juichen.
Everybody started cheering.
 
2678
Dat maakt mij niets uit.
I don't care.
 
2679
We moeten het spel naar de volgende zondag verplaatsen.
We have to put off the game till next Sunday.
 
2680
Hij heeft de grap niet begrepen.
He didn't get the joke.
 
2681
Ze rekent sneller dan elke andere student.
She calculates faster than any other student.
 
2682
Hij is per taxi naar Kawogoe gegaan.
I went to Kawagoe by taxi.
 
2683
We hebben een strak schema.
We have a tight schedule.
 
2684
Doe je hoed op.
Put on your hat. / Put your hat on.
 
2685
Helaas, mijn vader is niet thuis.
Unfortunately, my father isn't at home.
 
2686
Weet je hoe je een woordenboek moet gebruiken?
Do you know how to use a dictionary?
 
2687
Hij is een ervaren drijver.
He is an expert driver.
 
2688
Ze vochten voor godsdienstvrijheid.
They fought for freedom of religion.
 
2689
Ze reisde over heel de wereld.
She traveled all over the world.
 
2690
Ik vraag mij af waarom tennis in minirokjes gespeeld wordt.
I wonder why tennis is played in mini-skirts.
 
2691
Ik zal de auto alleen kopen als ze eerst de remmen herstellen.
I will only buy the car if they repair the brakes first.
 
2692
Tom had een splinter in zijn vinger, dus hij vroeg Maria hem te helpen het eruit te trekken.
Tom had a splinter in his finger, so he asked Mary to help him get it out.
 
2693
Laten we het niet over school hebben.
Let's not talk about school.
 
2694
Eekhoorntjes eten zaden en noten, maar ook insecten en paddenstoelen.
Squirrels eat seeds and nuts, as well as insects and mushrooms.
 
2695
Tom en Mary zwommen in het ijskoude meer.
Tom and Mary swam in the ice-cold lake.
 
2696
De reden die hij gaf, is moeilijk te begrijpen.
The reason which he gave is hard to understand.
 
2697
Kun je boekhouden?
Can you do bookkeeping?
 
2698
Wat dacht je ervan om vanavond uit eten te gaan?
How about going out to eat tonight?
 
2699
Ze stierf aan maagkanker.
She died of stomach cancer.
 
2700
Is het iets ernstigs?
Is it anything serious?
 
2701
We leven in vrede.
We live in peace.
 
2702
Meestal is er in een kerk een orgel.
There is usually an organ in a church.
 
2703
Alle kinderen zaten in een kring.
All the children were sitting in a circle.
 
2704
Vooraleer de auto in de stad aankwam, viel hij zonder benzine.
The car ran out of gas before reaching the city.
 
2705
Heb je verdriet?
Are you sad?
 
2706
Wat voor mooie ogen heb jij!
What pretty eyes you have!
 
2707
Vul alstublieft deze emmer met water.
Please fill this bucket with water.
 
2708
Alle honden zijn levend.
All the dogs are alive.
 
2709
Tom is gewoon op mijn geld uit.
Tom just wants my money.
 
2710
Ik zit vandaag met een kater.
I have a hangover today.
 
2711
Hoe oud was je toen je voor het eerst wijn dronk?
How old were you the first time you drank wine?
 
2712
Als hij groot is, zal hij dokter worden.
He is going to be a doctor when he grows up.
 
2713
De bibliotheek is naar rechts.
The library is to the right.
 
2714
Ik ga wanneer jij ook gaat.
I will go when you do.
 
2715
Ik heb geen ticket.
I don't have a ticket.
 
2716
Het is gewoonweg tijdsverspilling.
It is a sheer waste of time.
 
2717
Roken jullie?
Do you smoke?
 
2718
Ik weet niet wanneer mijn moeder terug zal komen.
I don't know when my mother will come back.
 
2719
Tom houdt erg van dieren.
Tom really loves animals.
 
2720
Is deze informatie correct?
Is this information right?
 
2721
Deze kamer lijkt wel een varkensstal.
This room looks like a pigsty.
 
2722
Ik zou me graag bij jullie groep aansluiten.
I'd like to join your group.
 
2723
De tijd vliegt.
Time flies.
 
2724
Laten we het ze vragen.
Let's ask them.
 
2725
De leraar zal ons de betekenis van het woord uitleggen.
The teacher explained the meaning of the word to us.
 
2726
Ik wil naar het buitenland.
I want to go abroad.
 
2727
Ik ben hier een lange tijd niet geweest.
I haven't been here in a long time.
 
2728
Het nachtleven is beter in New York.
The nightlife is better in New York.
 
2729
Kom hier en help me.
Come here and help me.
 
2730
Ik hoop van niet.
I hope not.
 
2731
Waarom was je laat?
Why were you late?
 
2732
Toen het kind de laatste PlayStation-software wilde, gedroeg hij zich als een verwend kind.
When the kid wanted the latest PlayStation software, he acted like a spoiled child.
 
2733
Vertaal deze zin in het Engels.
Put this sentence into English.
 
2734
Dat wordt plezant.
That will be funny.
 
2735
Tom kan niet tennissen.
Tom can't play tennis.
 
2736
Hij gaat vroeg naar bed, maar hij doet er lang over in slaap te vallen.
He goes to bed early but it takes him a long time to get to sleep.
 
2737
Hij heeft me lang laten wachten.
He kept me waiting for a long time.
 
2738
Heb je verhoging?
Do you have a fever?
 
2739
Ik had geen problemen.
I didn't have any problems.
 
2740
Hij verloor de belangstelling voor politiek.
He has lost interest in politics.
 
2741
We hebben geld nodig.
We need money.
 
2742
Wat zit je nu te doen?
What are you doing now?
 
2743
Ik heb maar twee kinderen.
I only have two children.
 
2744
Toen ik de keuken binnenliep was ze kip curry met rijst aan het klaarmaken.
When I entered the kitchen, she was making chicken curry with rice.
 
2745
De baby huilde om eten.
The baby was crying to be fed.
 
2746
Ik weet niet zeker wanneer hij op komt dagen.
I'm not sure when he'll turn up.
 
2747
Je kunt binnenkomen.
You can come in.
 
2748
Tom toonde iets aan Mary.
Tom showed Mary something.
 
2749
Tom kocht een kaartje en ging naar binnen.
Tom bought a ticket and went in.
 
2750
Ik breng u wel naar het vliegveld.
I'll drive you to the airport.
 
2751
Ik werd gevangen.
I was captured.
 
2752
Tom kan u nu niet helpen.
Tom can't help you now.
 
2753
Hoe laat was u?
How late were you?
 
2754
Wilt ge koffie of thee?
Would you like coffee or tea?
 
2755
Hoe drink jij je koffie?
How do you like your coffee?
 
2756
Moet je dat hoge gebouw zien.
Look at that tall building.
 
2757
Tom is allergisch voor soja.
Tom is allergic to soy.
 
2758
Misschien is het waar.
Maybe it's true.
 
2759
Ik zal morgenochtend op je wachten op het station.
I'll be waiting for you at the station tomorrow morning.
 
2760
Ik weet dat ik dat niet gedaan heb.
I know that I didn't do that.
 
2761
Ik heb twee broers en één zus.
I have two brothers and a sister.
 
2762
Hij werkt de gehele nacht en slaapt de gehele dag.
He works all night and he sleeps all day.
 
2763
Honderden mensen werken in die fabriek.
Hundreds of people work in this factory.
 
2764
Televisie helpt ons onze kennis te verruimen.
Television helps us widen our knowledge.
 
2765
Laat Tom ook eens.
Let Tom have his turn.
 
2766
Hij is mijn broer, niet mijn vader.
He is my brother, not my father.
 
2767
Tom verdient heel wat meer dan ik.
Tom makes a lot more money than I do.
 
2768
Ik heb niet al zijn romans gelezen.
I haven't read all of his novels.
 
2769
Hij kwam niet door de blaastest heen.
He failed the breathalyzer test.
 
2770
Heb je het fornuis uitgezet?
Did you turn the stove off?
 
2771
Tom was hier eerder op de dag.
Tom was here earlier today.
 
2772
Kom je hier elke avond?
Do you come here every night?
 
2773
Het was donker toen we het hotel bereikten.
It was dark when we reached the hotel.
 
2774
Ze probeerden het.
They tried.
 
2775
Aarzel niet om het te vragen als je hulp nodig hebt.
Don't hesitate to ask if you need help.
 
2776
Ik ben geboren op tweeëntwintig juni 1974.
I was born on the twenty-second of June in 1974.
 
2777
Dat is mogelijk een nieuw record.
That's likely a new record.
 
2778
De temperatuur daalde plotseling.
The temperature has suddenly dropped.
 
2779
Wees geen kind.
Don't be a baby.
 
2780
Het geluid heeft me wakker gemaakt.
The sound woke me up.
 
2781
Ik kon mijn ogen niet geloven.
I couldn't believe my eyes.
 
2782
Ze is langer dan haar zus.
She is taller than her sister.
 
2783
Wat is geluk?
What is happiness?
 
2784
Dat is nodig.
It's necessary.
 
2785
We keken naar de hemel maar konden geen sterren zien.
We looked at the sky, but couldn't see any stars.
 
2786
Er was niemand thuis.
No one was at home.
 
2787
De lucht was blauw.
The sky was blue.
 
2788
Er zijn een boel bruggen in deze stad.
There are a lot of bridges in this city.
 
2789
Mijn vriendin kan goed dansen.
My girlfriend is a good dancer.
 
2790
Ik voel mij slechter dan gisteren.
I feel worse today than I did yesterday.
 
2791
De bestanden staan in de juiste volgorde.
The files are in proper order.
 
2792
Tom waant zich onoverwinnelijk.
Tom thinks he's invincible.
 
2793
De politie had al bijna een maand gezocht naar de gestolen goederen.
The police have been searching for the stolen goods for almost a month.
 
2794
Het is vrij lastig om in het donker te zien, is het niet?
It's kind of difficult to see in the dark, isn't it?
 
2795
Kan ik hier wachten?
Can I wait here?
 
2796
Iedereen mag dit woordenboek gebruiken.
Anyone can use this dictionary.
 
2797
De lucht is hier verschrikkelijk.
The air here is awful.
 
2798
De patiënt zag er gezond uit.
The patient seemed to be healthy.
 
2799
Zijn auto lijkt op die van mij.
His car is similar to mine.
 
2800
Onze moedertaal is het Japans.
Our native language is Japanese.
 
2801
Ik heb zojuist een oud dagboek gevonden.
I just found an old diary.
 
2802
Ik wist niet dat Tom vandaag hier zou zijn.
I didn't know Tom would be here today.
 
2803
Is het populair?
Is it popular?
 
2804
De overheid heeft een verbod geplaatst op advertenties voor sigaretten op televisie.
The government banned cigarette advertising on television.
 
2805
Ik bezocht Parijs een lange tijd geleden.
I visited Paris a long time ago.
 
2806
Ik zou je graag om een gunst vragen.
I'd like to ask a favor of you.
 
2807
Hoe oud is de Eiffeltoren?
How old is the Eiffel Tower?
 
2808
Kunt u dat spellen, alstublieft?
Could you spell it, please?
 
2809
Ik werk niet op zondag.
I don't work on Sunday.
 
2810
Ik heb mijn twijfels.
I have my doubts.
 
2811
Omdat het al laat was ging ik naar bed.
Since it was already late, I went to sleep.
 
2812
Tom had het er moeilijk mee om Mary's liefde te aanvaarden.
Tom had trouble accepting Mary's love.
 
2813
Beide antwoorden zijn fout.
The answers are both incorrect.
 
2814
Kan iemand mij helpen? "Ik zal helpen."
Can somebody help me? "I will."
 
2815
Ben je klaar met het eten van je lunch?
Have you finished eating your lunch?
 
2816
De kinderen wenen omdat ze willen eten.
Children cry because they want to eat.
 
2817
Zij lachten over zijn fout.
They laughed at his mistake.
 
2818
Glas wordt gemaakt van zand.
Glass is made from sand.
 
2819
Ik wil met je meegaan.
I want to go with you.
 
2820
Bel een ziekenwagen.
Call an ambulance.
 
2821
Wat was Tom precies aan het doen?
What was Tom doing exactly?
 
2822
Friet is niet goed voor u.
Potato chips are not good for you.
 
2823
Ik ben bang dat er geen tijd meer is.
I'm afraid there is no time.
 
2824
Ik zou wat willen drinken.
I feel like having a drink.
 
2825
Kun je je naam spellen voor me?
Can you spell your name for me?
 
2826
Ik kan niet met hem opschieten.
I can't get along with him.
 
2827
Dat is een Chinees restaurant.
This is a Chinese restaurant.
 
2828
Mijn moeder is een heel goede kokkin.
My mother is a very good cook.
 
2829
Tom weigert te werken.
Tom refuses to work.
 
2830
Voor de oorlog ging ik naar Europa.
I went to Europe before the war.
 
2831
Ik wil dat jij blijft.
I want you to stay.
 
2832
Het is een probleem, hoe je het ook bekijkt.
It's a problem any way you look at it.
 
2833
Ik hield de deur op slot.
I kept the door locked.
 
2834
Ga rechtop zitten.
Straighten up.
 
2835
Ze ontvingen me met een glimlach.
They greeted me with a smile.
 
2836
Ik kan ze niet aan.
I can't handle them.
 
2837
Ik heb veel over u gehoord.
I've heard a lot about you.
 
2838
Tom en Maria zijn van plan volgend jaar te komen.
Tom and Mary are planning to come next year.
 
2839
Het is nog niet voorbij.
It's not over yet.
 
2840
Hij is mijn biologische vader.
He's my biological father.
 
2841
Ben je niet goed wijs?
Are you crazy?
 
2842
Deze jurk is goedkoper dan die van jou.
This dress is cheaper than yours.
 
2843
Tom kwam naar mijn kantoor om me om geld te vragen.
Tom came to my office to ask me for money.
 
2844
Hij viel omgekeerd van het dak.
He fell head-first from the roof.
 
2845
Hoe ken je Tom?
How do you know Tom?
 
2846
Wat is het juiste antwoord?
What is the correct answer?
 
2847
Zijn zoon is acht jaar oud.
His son is eight years old.
 
2848
Was dat niet mooi?
Wasn't that beautiful?
 
2849
Wie zorgt er voor deze hond?
Who looks after this dog?
 
2850
Hij is een goede kerel.
He's a good guy. / He's a good lad.
 
2851
Wanneer kom je terug uit Boston?
When are you going to return from Boston?
 
2852
De situatie is veel erger dan we ons hadden voorgesteld.
The situation is a lot worse than we imagined.
 
2853
Ik wil weten hoe ze dat doen.
I want to know how they do that.
 
2854
Heb je dit met de hand genaaid?
Did you sew this by hand?
 
2855
Ik voelde me zelfzeker.
I was feeling confident.
 
2856
Nu ga je te ver.
Now you're going too far.
 
2857
Ga verder zonder mij.
You go on without me.
 
2858
Hij vestigde zijn blik op mij.
He fixed his eyes on me.
 
2859
Hij bracht de kinderen aan het lachen.
He made the children laugh.
 
2860
Dat is interessante informatie.
That's an interesting piece of information.
 
2861
We hebben meer arbeiders nodig.
We need more workers.
 
2862
Ze willen niet dat je het gebruikt.
They don't want you to use it.
 
2863
Ze kwam me ter hulp.
She came to my aid.
 
2864
U hoeft niet te antwoorden.
You don't have to answer.
 
2865
Ik heb je alles verteld.
I've told you everything.
 
2866
Praat je over ons?
Do you talk about us?
 
2867
Tom is erg beleefd.
Tom is very polite.
 
2868
Hoe oud is het universum?
How old is the universe?
 
2869
Tom kijkt naar het golfspel.
Tom is watching golf.
 
2870
Tom is de laatste tijd veel aangekomen.
Tom has gained a lot of weight recently.
 
2871
Mag ik dit aanraken?
Can I touch it?
 
2872
Tom is de rijkste persoon die ik ken.
Tom is the richest person I know.
 
2873
Dat is het domste wat ik ooit gezegd heb.
That's the stupidest thing I've ever said.
 
2874
Kastanjes moeten minimaal een kwartier gekookt worden.
Chestnuts have to be boiled for at least fifteen minutes.
 
2875
Ze klagen altijd.
They always complain.
 
2876
Ze heeft beloofd niet alleen uit te gaan.
She promised not to go out alone.
 
2877
Laat het me weten zodra het beslist is.
Please let me know as soon as it's decided.
 
2878
Ik heb deze boeken nog niet allemaal gelezen.
I haven't yet read all of these books.
 
2879
We ontmoetten elkaar gisteren nog.
We just met yesterday.
 
2880
Hoe ben je hier beland?
How did you end up here?
 
2881
Dat lijkt me onmogelijk.
That really doesn't seem possible.
 
2882
Ik heb dat geleerd toen ik een kind was.
I learned that when I was a kid.
 
2883
Toen ik klein was stoorde het me helemaal niet insecten aan te raken. Nu kan ik nauwelijks foto's van hen aanzien.
When I was a kid, touching bugs didn't bother me a bit. Now I can hardly stand looking at pictures of them.
 
2884
Tom en Maria waren allebei aan het lachen.
Tom and Mary were both laughing.
 
2885
Ik heb zin om iets te drinken.
I feel like having a drink.
 
2886
Het programma sluit af met het volkslied.
The program will finish with the national anthem.
 
2887
We moeten onze uitgaven beperken om geld te sparen.
We must cut our expenses to save money.
 
2888
Ik doe het wel als je me even vertelt hoe het moet.
I'll do it if you tell me how to do it.
 
2889
Wat voor plannen heb je voor het weekend?
What kind of plans do you have for the weekend?
 
2890
Beide meisjes hebben blauwe ogen.
Both girls have blue eyes.
 
2891
Gaat het goed met u?
Are you OK?
 
2892
Wanneer begint de voorstelling?
When does the show start?
 
2893
Ik neem mijn kinderen bijna elke dag mee naar het park.
I bring my children to the park almost every day.
 
2894
Dat gebeurt soms.
That happens sometimes.
 
2895
Is Tom je vriendje?
Is Tom your boyfriend?
 
2896
Vorig jaar woonde ik niet in Boston.
I wasn't living in Boston last year.
 
2897
Het was heel winderig.
There was a lot of wind.
 
2898
Het is maandag, weet je.
It's Monday, you know.
 
2899
Denkt u echt dat Tom gelukkig is?
Do you really think Tom is happy?
 
2900
Weet iemand dat we er zijn?
Does anyone know we're here?
 
2901
Hij laat altijd het venster open als hij slaapt.
He always leaves the window open when he sleeps.
 
2902
Hij heeft alles opgegeten.
He ate all of it.
 
2903
Het vliegtuig is neergestort.
The plane crashed.
 
2904
Ik moet deze kans grijpen.
I must seize this opportunity.
 
2905
Hij hecht altijd waarde aan de mening van zijn vrouw.
He always values his wife's opinions.
 
2906
Wat had je gisteravond aan?
What did you wear last night?
 
2907
Hij en ik zijn bijna even groot.
He and I are almost the same height.
 
2908
Het regent de hele tijd.
It is raining all the time.
 
2909
Morgen ga ik naar Parijs.
Tomorrow I'm going to Paris.
 
2910
Tom wachtte tot Mary wegging.
Tom waited for Mary to leave.
 
2911
Ik ben echt blij dat je hier bent.
I'm really glad you're here.
 
2912
Ik zie u later, oké?
I'll see you later, OK?
 
2913
Het ziet ernaar uit dat je het vrij druk hebt.
You seem pretty busy.
 
2914
Ik heb een afspraak met de dokter.
I have an appointment with the doctor.
 
2915
Dat is echt een goed idee.
That's a really great idea.
 
2916
Ge moet u enkele dagen stil houden.
You must keep quiet for a few days.
 
2917
We moeten deze uit het buitenland aankopen.
We have to buy them from abroad.
 
2918
Wat zijn de verwerkingskosten?
How much is the handling charge?
 
2919
Ik had het niet over Tom.
I wasn't talking about Tom.
 
2920
Ik vind je niet meer leuk.
I no longer like you.
 
2921
Korte rokken zijn niet meer in de mode.
Short skirts are already out of fashion.
 
2922
Laten we hier op het gras zitten.
Let's sit here on the grass.
 
2923
In Japan begint het nieuwe semester in april.
In Japan, the new semester begins in April.
 
2924
Je bent altijd te laat.
You're always late.
 
2925
Uw vrouw is kwaad op u.
Your wife is mad at you.
 
2926
Welke kant is het strand op?
Which way is the beach?
 
2927
Welkom!
Welcome.
 
2928
Tom sprong uit de boom.
Tom jumped out of the tree.
 
2929
Tom weet dat Maria geen rauwe eieren lust.
Tom knows that Mary doesn't like raw eggs.
 
2930
Het gaat bewolkt zijn.
It will be cloudy.
 
2931
Tom heeft me dat vandaag verteld.
Tom told me that today.
 
2932
Hij speelde piano.
He was playing the piano.
 
2933
We zijn realistisch.
We're realistic.
 
2934
Wat gebeurt er nu?
What happens now?
 
2935
Hij is absoluut niet gelukkig.
He is far from happy.
 
2936
Mag ik deze fiets gebruiken?
Can I use this bike?
 
2937
De twee vijanden stonden recht tegenover elkaar.
The two enemies were face to face.
 
2938
Ik heb vandaag een slecht humeur.
I'm in a bad mood today.
 
2939
Er is iemand met wie ik eerst wil praten.
There's somebody I want to talk to first.
 
2940
Hij deed alsof hij een dokter was.
He pretended to be a doctor.
 
2941
Luider alsjeblieft.
Louder, please.
 
2942
Ik zal er naar kijken.
Let me look into it.
 
2943
Het vliegtuig vertrok om half drie.
The plane took off at 2:30.
 
2944
Ik vertrouw Tom nog altijd niet.
I still don't trust Tom.
 
2945
Je bent zo'n schattige jongen.
You're such a cute boy.
 
2946
Ze zijn kinderen.
They're kids.
 
2947
De burgemeester is nu niet beschikbaar.
The mayor is not available now.
 
2948
Tom hoeft zich geen zorgen te maken daarover.
Tom doesn't have to worry about it.
 
2949
Jij bent de enige die me kan helpen.
You are the only one who can help me.
 
2950
Tom heeft toegegeven dat hij dat gedaan had.
Tom has admitted doing so.
 
2951
Hij was dapper.
He was brave.
 
2952
Waar heb je die vrouwen gezien?
Where did you see those women?
 
2953
We hebben uw brief gisteren pas ontvangen.
We did not get your letter until yesterday.
 
2954
Probeer gewicht te verliezen door te joggen.
Try to lose weight by jogging.
 
2955
Ik vertrouw zijn verhaal niet.
I don't trust his story.
 
2956
Dat is van haar.
That's hers.
 
2957
Zet de tv aan.
Turn on the TV. / Turn up the TV.
 
2958
Ze houden erg van elkaar.
They are deeply in love.
 
2959
Ik heb niet veel geld.
I don't have much money.
 
2960
Tom ging het huis terug binnen om een paraplu te pakken.
Tom went back into the house to get an umbrella.
 
2961
Ik heb honger.
I'm hungry! / I'm hungry.
 
2962
Iemand duwde me naar binnen.
Someone pushed me inside.
 
2963
Tom is geen lui kind.
Tom isn't a lazy child.
 
2964
Je kan dit niet alleen.
You can't do this alone.
 
2965
Wat heb je vorig weekend gedaan?
What did you do last weekend?
 
2966
Ze willen niet dat u het gebruikt.
They don't want you to use it.
 
2967
Ze houdt van Tom, niet van mij.
She loves Tom, not me.
 
2968
Dit is de kerk waarin we getrouwd zijn.
This is the church where we got married.
 
2969
Ik had geen slaap.
I wasn't sleepy.
 
2970
Maria zette de mand op de tafel.
Mary set the basket on the table.
 
2971
We zijn in oorlog.
We're at war.
 
2972
Hoe gaat het met je broer?
How's your brother?
 
2973
Het is al zeven uur.
It's already seven.
 
2974
Ze verkopen meubels.
They sell furniture.
 
2975
Tom was gezond.
Tom was healthy.
 
2976
U kunt het, nietwaar?
You can do it, can't you?
 
2977
Tom heeft huwelijksproblemen.
Tom has marital problems.
 
2978
Dit is van ons.
This is ours.
 
2979
Hij ging naar haar toe en ze schudden elkaar de hand.
He went up to her and they shook hands.
 
2980
Ik wil mijn eigen kamer.
I want my own room.
 
2981
Heb je al geluncht?
Have you eaten lunch yet?
 
2982
Is dit Frans?
Is this French?
 
2983
Ik weet wat Tom je aangedaan heeft.
I know what Tom did to you.
 
2984
Tom zegt dat Mary blij is.
Tom says Mary is happy.
 
2985
Hij heeft me verteld om het raam open te houden.
He told me to leave the window open.
 
2986
Maria en ik gaan trouwen.
Mary and I are getting married.
 
2987
Je hebt weinig te winnen en veel te verliezen.
You have little to gain and much to lose.
 
2988
Waarom belde je me?
Why did you call me?
 
2989
Is je familie oké?
Is your family OK?
 
2990
Zwart staat je goed.
Black suits you.
 
2991
Doe het rustig aan!
Take it easy!
 
2992
Hij liegt nooit.
He never lies.
 
2993
Tom is het nieuwste lid van onze ploeg.
Tom is the newest member of our team.
 
2994
Tom heeft al drie jaar geen opslag gehad.
Tom hasn't had a pay raise for three years.
 
2995
Ik heb net een douche genomen.
I just took a shower.
 
2996
Hoever is het van hier naar het station?
How far is it from here to the station?
 
2997
Je bent heel mooi.
You're very beautiful.
 
2998
Tom mengt bloem met suiker.
Tom is mixing flour with sugar.
 
2999
Tom heeft besloten niet met Maria mee te gaan.
Tom decided he wouldn't go with Mary.
 
3000
Ik vertrouw hem niet meer.
I don't trust him any more.
 
3001
Hij liet de ansjovissen vallen.
He dropped the anchovies.
 
3002
Jij moet weten of je het koopt of niet.
It is up to you whether to buy it or not.
 
3003
Je weet genoeg.
You know enough.
 
3004
Het is één april.
It's April first.
 
3005
Is dit iets waar je veel belang aan hecht?
Is this something you feel strongly about?
 
3006
De atmosfeer wordt verontreinigd.
The atmosphere is being polluted.
 
3007
Over het algemeen in het klimaat hier zacht.
Generally speaking, the climate here is mild.
 
3008
Ik verheug me op mijn verjaardag.
I look forward to my birthday.
 
3009
Laat me u een domme vraag stellen.
Let me ask you a stupid question.
 
3010
Jij hebt veel boeken.
You have many books.
 
3011
Jij bent nerveus.
You're nervous.
 
3012
Wat ga je doen met deze camera?
What will you do with this camera?
 
3013
Je moet terug.
You need to go back.
 
3014
Niets te danken!
It was nothing.
 
3015
Eigenlijk zou ik Engels moeten leren, maar ik kijk liever een film.
I should be studying English, but I'd rather watch a movie.
 
3016
Waarom is hij niet gestopt met roken?
Why didn't he stop smoking?
 
3017
Een goede dosis zin voor humor zal je helpen om zware tijden te doorstaan.
A good sense of humor will help you deal with hard times.
 
3018
Je moet je vader helpen.
You should help your father.
 
3019
Hij studeert computationele taalkunde.
He studies computational linguistics.
 
3020
Die deur is van binnen vergrendeld.
This door is locked from the inside.
 
3021
Ik ben vijfenveertig jaar oud.
I am forty-five years old.
 
3022
Na een korte pauze begon hij opnieuw te werken.
He resumed his work after a short break.
 
3023
Tom haat de regels.
Tom hates the rules.
 
3024
Ik was een beetje teleurgesteld.
I was mildly disappointed.
 
3025
Ik heb hier geen verstand van.
I don't know anything about this.
 
3026
Dat kun je niet maken.
You cannot do this.
 
3027
School verveelt me.
School bores me.
 
3028
We zullen nooit opnieuw verliefd worden.
We will never fall in love again.
 
3029
Hij is een ervaren chauffeur.
He is an expert driver.
 
3030
Waar is mijn jas?
Where's my coat?
 
3031
Je hebt vandaag een vreemd humeur.
You're in a strange mood today.
 
3032
Waar gaat dit over, Tom?
What's this about, Tom?
 
3033
Zijn beslissing om met pensioen te gaan verraste ons allen.
His decision to retire surprised all of us.
 
3034
Mijn moeder heeft een zware verkoudheid.
My mother is sick with a bad cold.
 
3035
Het merendeel van de mensen gaat akkoord.
Most people agree.
 
3036
Hij draagt een hoed.
He has a hat on.
 
3037
Weet jij hoe ze heten?
Do you know what they're called?
 
3038
Ze wou een rijbewijs halen.
She wants to get a driver's license.
 
3039
Het spijt me, maar ik moet nu naar huis gaan.
I'm sorry, but I'll have to go home now.
 
3040
Hij kan niet goed zingen.
He can't sing well.
 
3041
Als ik mijn best had gedaan, was het me misschien gelukt.
If I had done my best, I might have succeeded.
 
3042
Ik heb een briefje op mijn bureau gevonden, maar ik weet niet van wie het is.
I noticed a note on my desk, but I do not know who wrote it.
 
3043
Wie kan dat wat schelen?
Who cares about that?
 
3044
De lente komt.
Spring is coming.
 
3045
Het klimaat hier lijkt op dat op Hokkaido.
The climate here is like that of Hokkaido.
 
3046
Tom zei Mary af te wassen.
Tom told Mary to wash the dishes.
 
3047
Tom moet hier wegwezen.
Tom has got to get out of here.
 
3048
Waarom kan je je niet haasten?
Why can't you hurry?
 
3049
Zij zijn weerloos.
They're defenseless.
 
3050
Welk team zal de wedstrijd winnen?
Which team will win the game?
 
3051
Als je minder zou praten en meer zou luisteren kun je misschien iets leren.
If you would talk less and listen more, you might learn something.
 
3052
Tom kan goed moppen tappen.
Tom is good at telling jokes.
 
3053
Tom denkt dat hij de wereld kan redden.
Tom thinks he can save the world.
 
3054
Mijn schoenveters schoten los.
My shoelaces came undone.
 
3055
Ik ben geen vegetariër.
I'm not a vegetarian.
 
3056
Pijn, pijn, ga weg.
Pain, pain, go away.
 
3057
Luister naar me.
Listen to me.
 
3058
Wat doen die mensen?
What are those people doing?
 
3059
Laat me de foto zien.
Show me the picture.
 
3060
Ik heb een halfzuster.
I have a half-sister.
 
3061
Ik denk dat we nog ietsje langer moeten wachten.
I think we should wait a little longer.
 
3062
Tom en Mary wonen in een bungalow.
Tom and Mary live in a bungalow.
 
3063
Luister even.
Listen up.
 
3064
Ik heb je planning hier liggen.
I have your schedule here.
 
3065
Help me alsjeblieft met dit deksel eraf te krijgen.
Please help me take this lid off.
 
3066
Ik lag in bed toen je belde.
I was in bed when you phoned.
 
3067
Hij wordt een goede leraar.
He will be a good teacher.
 
3068
Hij houdt van dit soort muziek.
He is fond of this kind of music.
 
3069
Geld koopt geen geluk.
Money cannot buy happiness.
 
3070
Vertaal deze zin in het Japans alstublieft.
Please translate this sentence into Japanese.
 
3071
Tom heeft waarschijnlijk gelijk.
Tom is probably right.
 
3072
Ik ben het niet met jou eens.
I don't agree with you.
 
3073
Ze is tevreden met de jurk.
She is pleased with the dress.
 
3074
Het college behandelde veel stof.
The lecture covered a lot of ground.
 
3075
Tom kan zelfs geen slaatje maken.
Tom can't even make a salad.
 
3076
Ik neem aan dat je een plan hebt.
I suppose you have a plan.
 
3077
Ik wil een stuk papier.
I want some paper.
 
3078
Ze zingt werkelijk goed.
She is really a good singer.
 
3079
Ik heb nu wat geld.
I have a little money now.
 
3080
De pijn ging eindelijk weg.
The pain finally went away.
 
3081
Let erop dat het licht uit is vooraleer je weggaat.
Make sure that the lights are turned off before you leave.
 
3082
De politieagent draagt een gasmasker.
The policeman is wearing a gas mask.
 
3083
Ze hoorden je te beschermen.
They were supposed to protect you.
 
3084
Ze rijdt een BMW.
She drives a BMW.
 
3085
Hij is sterk.
He's strong.
 
3086
De jongen ontkende de fiets gestolen te hebben.
The boy denied having stolen the bicycle.
 
3087
Ze heeft een hoed op.
She's wearing a hat.
 
3088
Ah, dat is veel beter.
Ah, that's much better.
 
3089
Ik hoop dat ik je niet onderbreek.
I hope I'm not interrupting.
 
3090
Toms favoriete film is Dumbo.
Tom's favorite movie is Dumbo.
 
3091
Welk nummer moet ik bellen in geval van nood?
What number should I call in case of an emergency?
 
3092
Je hebt gelijk, Tom.
You're right, Tom.
 
3093
Niet één van de telefoons werkt.
None of the telephones are working.
 
3094
We moeten opschieten als we op tijd bij het station willen aankomen.
We must hurry if we want to arrive at the station on time.
 
3095
Je kan wanneer dan ook op me rekenen.
You can count on me any time.
 
3096
Hij wast je auto.
He is washing your car.
 
3097
Deze kaas is gemaakt van geitenmelk.
That cheese is made from goat's milk.
 
3098
Misschien had je toch gelijk.
Maybe you were right.
 
3099
Vertaal dit voor me alsjeblieft.
Please translate this for me.
 
3100
Ik kan je hier niet alleen laten.
I can't leave you here alone.
 
3101
Er is iemand aan de deur.
Someone is at the door.
 
3102
Ik wou graag je postzegelverzameling zien.
I would like to have a look at your collection of stamps.
 
3103
Hij kan niet zwemmen.
He can't swim.
 
3104
Die bloem ruikt sterk.
That flower has a strong smell.
 
3105
Het is niet te laat voor u.
It isn't too late for you.
 
3106
Het is voor één van mijn vrienden.
It's for a friend of mine.
 
3107
Het is best moeilijk om Frans in 2 of 3 jaar te beheersen.
It's quite difficult to master French in 2 or 3 years.
 
3108
Kunt u me zeggen wanneer de trein vertrekt, alstublieft?
Can you please tell me what time the train leaves?
 
3109
Ze verzamelde de stukken van het gebroken bord.
She gathered the pieces of the broken dish.
 
3110
Dit boek is te moeilijk voor mij.
This book is too difficult for me.
 
3111
De kat speelt met de kinderen.
The cat is playing with the children.
 
3112
Hé, wat is daar aan de hand?
Hey, what's going on out there?
 
3113
Ik ben deze morgen naar de kerk gegaan.
I went to church this morning.
 
3114
Kennis is macht.
Knowledge is power.
 
3115
Dit is ook een appel.
This is an apple, too.
 
3116
Ik kan niet nog een week wachten.
I can't wait another week.
 
3117
Mijn moeder vertelde me het gras te maaien.
My mother told me to mow the lawn.
 
3118
Tom vroeg me of ik honger had.
Tom asked me if I were hungry.
 
3119
U weet dat ik getrouwd ben.
You know I'm married.
 
3120
Ik vraag me af waar Tom Frans leerde.
I wonder where Tom studied French.
 
3121
Tom bleef achter.
Tom stayed behind.
 
3122
Hoe heet deze vogel?
What is the name of that bird?
 
3123
Niemand zit hier.
There's no one sitting here.
 
3124
Ik heb mijn buik vol van dat natte weer.
I am fed up with this wet weather.
 
3125
Het Franse team scoorde evenveel goals als het Engelse team.
The French team scored as many goals as the English team.
 
3126
Liefde is blind.
Love is blind.
 
3127
Hij wandelt elke morgen in het park.
He walks in the park every morning.
 
3128
Laat Tom dat niet lezen.
Don't let Tom read this.
 
3129
Laten we het gewoon doen.
Let's just do it.
 
3130
De vergadering zal morgen plaatsvinden.
The meeting will take place tomorrow.
 
3131
Het leven begint bij veertig.
Life begins when you are forty.
 
3132
Er zijn geruchten dat hij ontslag zal nemen.
There are rumors that he will resign.
 
3133
Woont hij hier in de buurt?
Does he live near here?
 
3134
Er was duidelijk een fout.
There's obviously been a mistake.
 
3135
Een goed wachtwoord moet moeilijk te raden zijn maar gemakkelijk te onthouden.
A good password should be difficult to guess, but easy to remember.
 
3136
Je kunt nooit te voorzichtig zijn wanneer je rijdt.
You cannot be too careful when you drive.
 
3137
Laat het er allemaal uit.
Let it all out.
 
3138
Ik ben online.
I am online.
 
3139
Ik neem aan dat ik me vereerd hoor te voelen.
I suppose I should be flattered.
 
3140
Tom kuste zijn neef.
Tom kissed his cousin.
 
3141
George Washington was de eerste president van de Verenigde Staten van Amerika.
George Washington was the first President of the United States of America.
 
3142
Tom trapte zo hard op zijn fiets als hij kon.
Tom pedaled his bicycle as fast as he could.
 
3143
We hebben voetbal gespeeld gisteren.
We played soccer yesterday.
 
3144
Wees voorzichtig als je de weg oversteekt.
Be careful when you cross the street.
 
3145
Ik weet hoe dit werkt.
I know how this works.
 
3146
Ga je morgen piano spelen? "Neen, dat doe ik niet."
Will you play the piano tomorrow? "No, I won't."
 
3147
Ik zou graag naar Amerika gaan.
I would like to go to the USA.
 
3148
Ze komen uit het zuiden van Frankrijk.
They come from the south of France.
 
3149
Ik wil meer als jij zijn.
I want to be more like you.
 
3150
Zij gaat volgende week naar Frankrijk.
She is going to France next week.
 
3151
Drie uur moet genoeg tijd zijn.
Three hours should be enough time.
 
3152
Was je gezicht.
Wash your face.
 
3153
Je raadt nooit wie ik net ontmoet heb.
You'll never guess who I just met.
 
3154
De fiets onder de boom is van mij.
The bicycle under the tree is mine.
 
3155
Hij stelde enige vragen over het wiskundeproefwerk.
He asked me some questions about the math test.
 
3156
Heb je de laatste tijd nog goede films gezien?
Have you seen any good movies lately?
 
3157
Schaatsen is één van mijn hobby's.
Skating is one of my hobbies.
 
3158
Ik heb mijn portemonnee achtergelaten.
I left my purse behind.
 
3159
Hoeveel hou je van me?
How much do you love me?
 
3160
Japan is rijk aan prachtige landschappen.
Japan is rich in beautiful scenery.
 
3161
Tom wou er met Maria over spreken.
Tom wanted to talk to Mary about it.
 
3162
Je ziet beter dan ik.
You have better sight than me.
 
3163
Ik opende de deur langzaam.
I opened the door slowly.
 
3164
Kopieer dit alstublieft.
Copy this, please.
 
3165
Naast een dokter, was hij ook een erg beroemde romanschrijver.
Besides being a doctor, he was a very famous novelist.
 
3166
Ik weet niet meer wat ik aan het zoeken was.
I don't remember what I was looking for.
 
3167
Ik lig in bed met een monumentale kater.
I'm lying in bed with a killer hangover.
 
3168
Hebt ge iets over hem gehoord?
Have you heard from him?
 
3169
Je moet weg.
You need to go away.
 
3170
De afgelopen nacht was ik thuis.
Last night I was at home.
 
3171
Hij bleef maar huilen.
He kept on crying.
 
3172
Ik wil naar de film gaan vandaag.
I want to go to the movies today.
 
3173
Zij weten zich te behelpen zonder veel geld.
They manage to get along without much money.
 
3174
Deze plant is eetbaar.
This plant is edible.
 
3175
Het water is modderig geworden door de regen.
The water became muddy because of the rain.
 
3176
Misschien kan je helpen.
Maybe you can help.
 
3177
Komt hij? "Nee, ik denk het niet."
Will he come? "No, I don't think so."
 
3178
Onze straten overstromen wanneer het regent.
Our streets flood when we have rain.
 
3179
Die kamer wordt als keuken gebruikt.
This room is used as a kitchen.
 
3180
De vakantie is nu voorbij.
The vacation is over now.
 
3181
Ik zou graag iets te drinken hebben.
I'd like something to drink.
 
3182
Hoeveel keer ben je in Europa geweest?
How many times have you been to Europe?
 
3183
Je ziet er inderdaad moe uit.
You do look tired.
 
3184
Ik ben eenzaam zonder jou.
I'm lonely without you.
 
3185
Het mes is niet scherp.
The knife isn't sharp.
 
3186
Vul dit formulier in alstublieft.
Please fill out this form.
 
3187
Ik heb hem een keer ontmoet.
I met him once.
 
3188
Hou je van ansjovis?
Do you like anchovies?
 
3189
Ik weet niet hoe Toms huis eruit ziet.
I don't know what Tom's house looks like.
 
3190
Tom woont hier in de buurt.
Tom lives nearby.
 
3191
Je weet wat ik bedoel.
You know what I mean.
 
3192
Ik dacht dat je je hiervoor wel zou interesseren.
I thought you might be interested in this.
 
3193
De vogels zingen.
The birds are singing.
 
3194
Tom stapte op het verkeerde station uit.
Tom got off at the wrong station.
 
3195
Tom oefende voor de spiegel.
Tom practiced in front of the mirror.
 
3196
Tom wou zich komen aangeven.
Tom wanted to turn himself in.
 
3197
Je kan niet verliezen.
You cannot lose.
 
3198
Een honkbal kwam door het raam gevlogen.
A baseball came flying through the window.
 
3199
Ze werd plots stil.
She suddenly fell silent.
 
3200
Zou je stil kunnen zijn?
Could you please be quiet?
 
3201
Dat zou ik niet doen als ik jou was.
I wouldn't do that if I were you.
 
3202
Hij zei dat hij mij wou helpen.
He said that he would help me.
 
3203
Ze hebben weinig boeken.
They have few books.
 
3204
Het is mogelijk dat ik word gedood.
There's a possibility that I'll get killed.
 
3205
Ik wou dat ik u iets positiefs kon vertellen.
I wish I could tell you something positive.
 
3206
Ik kan deze zin niet vertalen.
I can't translate this sentence.
 
3207
Je bent chagrijnig.
You're moody.
 
3208
Tom geeft aan goede doelen.
Tom gives to charities.
 
3209
Ik ben elektricien.
I am an electrician.
 
3210
Appels zijn rood of groen.
Apples are red or green.
 
3211
Hoezo kan je je niet haasten?
Why can't you hurry?
 
3212
Bloed is rood.
Blood is red.
 
3213
De jongeman redde het meisje van verdrinking.
The young man saved the girl from drowning.
 
3214
Tom heeft niets gedaan om zich voor te schamen.
Tom hasn't done anything to be ashamed of.
 
3215
Op 15 augustus, vliegeren duizenden mensen.
On the fifteenth of August, thousands of people fly kites.
 
3216
Hij eet een appel.
He's eating an apple.
 
3217
Waar is de Australische ambassade?
Where is the Australian embassy?
 
3218
Bel mij morgen om 9 uur.
Call me at 9:00 tomorrow.
 
3219
Tom drinkt aardig wat.
Tom drinks quite a bit.
 
3220
Mijn arm doet vreselijk pijn.
My arm is hurting badly.
 
3221
Zij houdt van vissen.
She loves to fish.
 
3222
Ik wil meer over je weten.
I want to know more about you.
 
3223
U hebt een ziekenwagen nodig.
You need an ambulance.
 
3224
We schatten de schade op duizend dollar.
We estimate the damage at one thousand dollars.
 
3225
Ik was te laat op school.
I was late to school.
 
3226
Raak niet betrokken met die mensen.
Don't get involved with those people.
 
3227
Hoe heb jij je vakantie doorgebracht?
How did you spend your vacation?
 
3228
Tom heeft drie jaar Frans gestudeerd.
Tom studied French for three years.
 
3229
Mijn vader is nu in de tuin.
My father is in the garden now.
 
3230
Ben je van plan om naar het buitenland te gaan?
Do you plan to go abroad?
 
3231
Tom weet niet of Marie dood of levend is.
Tom doesn't know if Mary is dead or alive.
 
3232
Ik ben altijd al snel geweest.
I've always been fast.
 
3233
Ik heb het twee dagen geleden naar je toegestuurd.
I sent it to you two days ago.
 
3234
Het schip gooide zijn anker uit.
The ship dropped anchor.
 
3235
Ze houdt van Tom.
She loves Tom.
 
3236
Geld is de wortel van alle kwaad.
Money is the root of all evil.
 
3237
Eet je soep voor zij koud wordt.
Eat your soup before it gets cold.
 
3238
Hij heeft rode puntjes overal op zijn lichaam.
He has red spots all over his body.
 
3239
Tom werkt met ons.
Tom is working with us.
 
3240
We kunnen nu niet opgeven.
We can't give up now.
 
3241
Ik ben uitgeput.
I'm really tired.
 
3242
Zij kunnen instaan voor Tom.
They can vouch for Tom.
 
3243
Ik zal Tom vertellen dat je klaar bent.
I'll tell Tom you're ready.
 
3244
Tom deed een pleister op Mary's snee.
Tom put a bandage on Mary's cut.
 
3245
Hij zat daar met een pijp in zijn mond.
He was sitting there with a pipe in his mouth.
 
3246
Zijn fiets is blauw.
His bicycle is blue.
 
3247
Kan je het naar New York versturen?
Can you ship it to New York City?
 
3248
Een belofte is gauw vergeten.
A promise is quickly forgotten.
 
3249
Weet iemand hier hoe laat de vergadering begint?
Does anyone here know what time the meeting starts?
 
3250
Ik hou van jullie beide.
I love you both.
 
3251
Doe je ogen open.
Open your eyes.
 
3252
Je moet voorzichtig zijn.
You must be cautious.
 
3253
Vandaag is het woensdag.
Today is Wednesday.
 
3254
Weet iemand Toms telefoonnummer?
Does anyone here know Tom's phone number?
 
3255
Hij zegt dat hij mij het boek zal lenen als hij ermee klaar is.
He says that he will lend me the book when he is done with it.
 
3256
Tom gaat graag uit.
Tom loves going out.
 
3257
We hebben echt honger.
We really are hungry.
 
3258
We wisten niet welke bus we moesten nemen.
We didn't know which bus we should take.
 
3259
De mens is het enige dier dat kan lachen.
Man is the only animal that can laugh.
 
3260
Het vliegtuig stond op het punt op te stijgen.
The plane was about to take off.
 
3261
Ik hoor iets.
I hear something.
 
3262
Ik heb op het moment geen dorst.
I'm not thirsty right now.
 
3263
Het zal zonder twijfel gaan regenen.
It'll rain for sure.
 
3264
De arts stelde voor dat hij zou ophouden met roken.
The doctor suggested that he should give up smoking.
 
3265
We hebben meel, suiker en eieren nodig om deze taart te bakken.
We need flour, sugar and eggs to make this cake.
 
3266
Hij vloog van London naar Parijs.
He flew from London to Paris.
 
3267
De oude klok wordt nog altijd gebruikt.
The old clock is still in use.
 
3268
Ze zorgt voor haar zieke moeder.
She cares for her sick mother.
 
3269
Waar is mijn paraplu?
Where's my umbrella?
 
3270
Ik wil rijk overkomen.
I want to look rich.
 
3271
We zijn dankbaar voor je hulp.
We're grateful for your assistance.
 
3272
Morgen is haar verjaardag.
Tomorrow is her birthday.
 
3273
Hij wil echt een nieuwe motor kopen.
He really wants to buy a new motorcycle.
 
3274
Hij is langer dan zijn broer.
He is taller than his brother.
 
3275
Het is niet ver van Parijs.
It is not far to Paris.
 
3276
Ik kijk ernaar uit om je te ontmoeten.
I look forward to meeting you.
 
3277
Waarom ben je zo laat nog op?
What keeps you up so late?
 
3278
Toen Tom langs het huis van Maria reed, viel hem op dat het licht nog aan was.
When Tom drove by Mary's house, he noticed that the lights were still on.
 
3279
De hele stad weet het.
It's the talk of the town.
 
3280
Ik draag vaak een blauwe spijkerbroek en een blauw shirt.
I often wear blue jeans and a blue shirt.
 
3281
Hij heeft zijn ouders gelukkig gemaakt.
He made his parents happy.
 
3282
Ze heeft 's middags nauwelijks gegeten.
She barely ate her lunch.
 
3283
Ik zou graag iets willen drinken a.u.b.
I'd really like to get something to drink.
 
3284
Ze werd gevraagd haar naam met inkt te schrijven.
She was asked to write her name in ink.
 
3285
Die doos is te klein om al deze dingen in te doen.
That box is too small to hold all these things.
 
3286
Hij ziet er niet zo gezond uit.
He doesn't look very healthy.
 
3287
Mijn rijbewijs verloopt eind deze maand.
My driver's license expires at the end of this month.
 
3288
Hij zal niet zo lang meer leven.
He won't live much longer.
 
3289
Het enige wat Tom drinkt is koffie.
The only thing that Tom drinks is coffee.
 
3290
Tom heeft een tweedehandswagen gekocht.
Tom bought a used car.
 
3291
Ik ben geen dokter, maar een leraar.
I'm not a doctor, but a teacher.
 
3292
Ze luistert niet naar hem.
She doesn't listen to him.
 
3293
Suiker lost op in water.
Sugar dissolves in water.
 
3294
Er waren toen nog maar weinig wegen in Noord-Amerika.
Few roads existed in North America at that time.
 
3295
Tom zou dat niet willen doen.
Tom wouldn't want to do that.
 
3296
Alle kinderen gaan naar school in Japan.
In Japan, all children go to school.
 
3297
Ik ken hem alleen van naam.
I only know him by name.
 
3298
Mijn beste vriend is op dit moment in Rome.
My best friend is in Rome now.
 
3299
De la gaat niet open.
The drawer won't open.
 
3300
Ik zag hem naar mij kijken.
I saw him looking at me.
 
3301
Ik wil iets zoets.
I want something sweet.
 
3302
Apen klimmen in bomen.
Monkeys climb trees.
 
3303
Een taart in gelijke stukken snijden is nogal moeilijk.
Cutting a cake into equal pieces is rather difficult.
 
3304
Het leven is prachtig!
Life is beautiful.
 
3305
Het is erg kleverig.
It's very sticky.
 
3306
Tom heeft een cadeautje voor je achtergelaten.
Tom left a gift for you.
 
3307
Mijn vader zei altijd dat de hemel diegenen helpt die zichzelf helpen.
My father always said that heaven helps those who help themselves.
 
3308
Hij bezit veel boeken over geschiedenis.
He has many history books.
 
3309
Het duurde veel langer dan ik had verwacht.
It took a lot longer than I expected.
 
3310
Ik zal je de stad laten zien.
I'll show you around the city.
 
3311
Je kan op hem rekenen.
You can count on him.
 
3312
We zullen zo meteen spreken.
We'll talk soon.
 
3313
Ik denk niet dat Tom weet dat we hier zijn.
I don't think Tom knows we're here.
 
3314
We moeten iets hebben waar we voor leven.
We must have something to live for.
 
3315
Ze zijn nog steeds op zoek naar de misdadiger.
They are still looking for the criminal.
 
3316
Zij heeft drie broers.
She has three brothers.
 
3317
Het zou mij niet kunnen gebeuren.
It couldn't happen to me.
 
3318
Het was niet echt een plan.
It wasn't really a plan.
 
3319
Het probleem is dat ik geen geld bij me heb.
The trouble is that I have no money with me.
 
3320
Het maakt me helemaal niks uit.
I don't care at all.
 
3321
Je zal er zijn, niet?
You'll be there, won't you?
 
3322
Ze zijn deel van ons.
They're part of us.
 
3323
Tom had niets te zeggen.
Tom didn't have anything to say.
 
3324
Ik ga de berg Kitadake beklimmen.
I'm going to climb Mt. Kitadake.
 
3325
Kies er één.
Choose one.
 
3326
Hoewel het regende, moest ik toch naar buiten gaan.
Although it was raining, I had to go out.
 
3327
Dat is die beste film die ik in tijden gezien heb.
That's the best movie I've seen in ages.
 
3328
Wat interessant!
How interesting!
 
3329
Ik vroeg om extra zout op mijn frieten.
I requested extra salt on my French fries.
 
3330
Ze wil daar niet over praten.
She doesn't want to talk about it.
 
3331
Ik denk dat ik gehersenspoeld ben.
I think I've been brainwashed.
 
3332
Je moet je tijd niet verspillen.
You should not waste your time.
 
3333
Bijna elke dag is de hemel helderblauw.
The sky is clear almost every day.
 
3334
Heb je dinsdag tijd?
Are you free on Tuesday?
 
3335
Mijn moeder kijkt 's avonds zelden naar de televisie.
My mother seldom watches TV at night.
 
3336
We willen de feiten kennen.
We want to know the facts.
 
3337
Wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen werpen.
People who live in glass houses shouldn't throw stones.
 
3338
Ze kunnen maandag of dinsdag komen, maar niet woensdag of donderdag.
They can come on Monday or Tuesday, but not on Wednesday or Thursday.
 
3339
Verspil mijn tijd niet met het stellen van domme vragen.
Don't waste my time asking stupid questions.
 
3340
Melk maakt ons sterk.
Milk makes us strong.
 
3341
Ik heb zelf ook al een paar keer parkeerboetes betaald.
I've paid parking fines a number of times myself.
 
3342
Ik zou graag een boek willen lezen over de geschiedenis van het lachen.
I would love to read a book on the history of laughter.
 
3343
Op dit punt ben ik het met je eens.
I agree with you on this point.
 
3344
Weinig studenten begrepen wat hij zei.
Few students could understand what he said.
 
3345
Ik woon hier.
I live here.
 
3346
Ik denk dat je deze leuker vindt.
I think you'll like this one better.
 
3347
België is niet zo groot als Frankrijk.
Belgium is not as big as France.
 
3348
Er ligt een woordenboek op het bureau.
There's a dictionary on the desk.
 
3349
Mijn vader kwam gisteravond laat thuis.
My father got home late last night.
 
3350
De bloemen in de tuin zijn mooi.
The flowers in the garden are beautiful.
 
3351
Hebben jullie kinderen een eigen kamer?
Do your children have their own rooms?
 
3352
Het past niet.
It doesn't fit.
 
3353
Kijk naar die grote hond.
Look at that big dog.
 
3354
Is dit de bus naar Oxford?
Is this the bus to Oxford?
 
3355
We zijn niet verplicht aan de bijeenkomst deel te nemen.
It is not necessary for us to attend the meeting.
 
3356
Hoeveel jaar leer je al Frans?
How many years have you been studying French?
 
3357
Is er een bus die naar het vliegveld gaat?
Is there bus service to the airport?
 
3358
Wat had ik moeten doen?
What was I supposed to do?
 
3359
Tom werd bleek.
Tom went pale.
 
3360
Hoelang zou je erover doen om mijn garage te verven?
How long would it take you to paint my garage?
 
3361
Ik vind dat je Tom een kans zou moeten geven.
I think you should give Tom a chance.
 
3362
Toms hond heeft hem speels gebeten.
Tom's dog bit him playfully.
 
3363
Ik ontmoette hem drie jaar geleden voor het eerst.
I first met him three years ago.
 
3364
's Nachts zijn de straten niet veilig.
The streets aren't safe at night.
 
3365
Ik weet niet wat ik moet doen en andere mensen weten het ook niet.
I don't know what to do and neither does anyone else.
 
3366
Er stak een rat de weg over.
A rat ran across the road.
 
3367
Wie schreef dit boek?
Who wrote this book?
 
3368
Zijn leven is in gevaar.
His life is in danger.
 
3369
Ik heb een muntstuk op de stoep gevonden.
I found a coin on the sidewalk.
 
3370
Het is beter voor je om voor het slapengaan niets meer te eten.
It is better for you not to eat before you go to bed.
 
3371
Mijn zus is verliefd op mijn beste vriendin.
My sister is in love with my best friend.
 
3372
Je weet maar nooit wie er kijkt.
You never know who's watching.
 
3373
Daar wil ik nu niet over spreken.
I don't want to talk about it right now.
 
3374
Heeft hij je de waarheid gezegd?
Did he tell you the truth?
 
3375
Dat is drie dagen geleden gebeurd.
That happened three days ago.
 
3376
De oude heeft een grote vis gevangen.
That old man caught a large fish.
 
3377
Ze hebben de plakkaten dadelijk van de muur gehaald.
The posters were immediately removed from the wall.
 
3378
Die peer ruikt lekker.
This pear smells nice.
 
3379
Het is te warm.
It's too hot.
 
3380
Ik heb drie broers en zussen.
I have three siblings.
 
3381
Twee maal zeven is veertien.
Two times seven is fourteen.
 
3382
Ik kan aan alles weerstaan behalve aan verleiding.
I can resist everything but temptation.
 
3383
Ik wordt niet graag beoordeeld.
I don't like being judged.
 
3384
Hij is nu aan het lunchen.
He's eating lunch now.
 
3385
Wie gaat er nog meer met ons mee?
Who else is going with us?
 
3386
Ik heb een auto gekocht.
I have bought a car.
 
3387
Ga haar medicijnen halen en een glas water.
Go get her medicine and a glass of water.
 
3388
Er klopt iets niet met die rekenmachine.
Something is wrong with this calculator.
 
3389
Ik wil de waarheid horen.
I want to hear the truth.
 
3390
Ik houd van puzzels.
I love puzzles.
 
3391
Ga terug naar het laboratorium.
Go back to the lab.
 
3392
Het leven is niet eerlijk.
Life isn't fair. / Life's not fair.
 
3393
Ze houdt van de tekening op het bord.
She likes the design on the plate.
 
3394
Geef het aan iemand die u leuk vindt.
Give it to anyone you like.
 
3395
Ik was verward.
I was confused.
 
3396
Te veel zoetigheden maken dik.
Too many sweets make you fat.
 
3397
Tranen biggelden over haar wangen.
Tears trickled down her cheeks.
 
3398
Eerlijk gezegd denk ik dat hij een goede baas is.
Frankly speaking, I think he's a good boss.
 
3399
Hij kwam met de auto in plaats van de trein.
He came by car instead of by train.
 
3400
Ik moet terug.
I need to go back.
 
3401
Op zijn minst wil ik alledaagse gesprekken kunnen voeren.
At the very least, I'd like to be able to have everyday conversations.
 
3402
Tom en ik waren het eens.
Tom and I agreed.
 
3403
Dat sluit een andere mogelijkheid niet geheel uit.
This doesn't entirely rule out another possibility.
 
3404
Ik heb een glas gebroken.
I broke a glass.
 
3405
Zij kan hem goed imiteren.
She is good at imitating him.
 
3406
Tom is moddervet.
Tom's a big, fat slob.
 
3407
Hebben jullie geen dorst?
Aren't you thirsty?
 
3408
Dat zou minder pijnlijk zijn.
That would be less painful.
 
3409
Wil je noedels of rijst eten?
Do you want to eat noodles or rice?
 
3410
Ik zie wat je bedoelt.
I see what you mean.
 
3411
Hoor je die sirenes niet?
Don't you hear those sirens?
 
3412
Tom zegt dat hij van Mary houdt.
Tom says that he loves Mary.
 
3413
Wie maakt zich daar druk over?
Who cares about that?
 
3414
Tom is nu de baas.
Tom is in charge now.
 
3415
Ik zou beter vertrekken.
I should leave.
 
3416
Het ijs is gesmolten.
The ice melted.
 
3417
Tom is getrouwd met een lerares.
Tom is married to a teacher.
 
3418
We moeten altijd de wetten gehoorzamen.
We should always obey laws.
 
3419
Hij lijkt als twee druppels water op zijn vader.
He's a carbon copy of his father.
 
3420
Mag ik dat tijdschrift even zien?
May I look at that magazine?
 
3421
Als het op vissen aankomt, is hij een expert.
When it comes to fishing, he's an expert.
 
3422
Ik beloof dat het niet lang gaat duren.
I promise it won't take long.
 
3423
Bedek de zaden met een beetje aarde.
Cover the seeds with a little earth.
 
3424
Ze vond het leuk over zichzelf te praten.
She liked talking about herself.
 
3425
Men kan enkele wilde konijnen zien in het bos.
You can see some wild rabbits in the forest.
 
3426
Mijn huis is dicht bij het park.
My house is close to the park.
 
3427
Ze is druk bezig geweest met het voorbereiden op haar reis naar de VS.
She has been busy preparing for her trip to the U.S.
 
3428
Tom wist niet dat je een grapje maakte.
Tom didn't know you were joking.
 
3429
Het spel werd wegens de regen uitgesteld.
The game was postponed due to rain.
 
3430
Ze glimlacht altijd naar mij.
She always smiles at me.
 
3431
Als je slank wilt zijn, volg dit dieet.
If you want to be slim, follow this diet.
 
3432
Meerdere huizen zijn geïsoleerd door de overstroming.
Several cottages have been isolated by the flood water.
 
3433
Het ongeluk ontnam hem alle hoop op succes.
The accident destroyed all his hopes for success.
 
3434
Je doet me kotsen!
You make me want to throw up!
 
3435
Hij spreekt Engels met een Duits accent.
He speaks English with a German accent.
 
3436
Tom was heel aardig.
Tom was very friendly.
 
3437
Laat het me één keer zeggen.
Let me say this just once.
 
3438
Ik heb veel ambitie.
I have a lot of ambition.
 
3439
Je leert iedere dag iets nieuws.
You learn something new every day.
 
3440
Mijn zusje gaat naar de kleuterschool.
My little sister goes to nursery school.
 
3441
Ik doe het als ze me betalen.
I'll do it if they pay me.
 
3442
Beslis nog niet onmiddellijk!
Don't make a decision right now.
 
3443
Na het eten studeerde ze Japans.
She studied Japanese after dinner.
 
3444
Wat scheelt er met je? Je ziet er bleek uit.
What's the matter with you? You look pale.
 
3445
Je lippen zijn rood.
Your lips are red.
 
3446
Ik zie daar niets mis mee.
I see nothing wrong with that.
 
3447
Hoeveel boeken leest ge per maand?
How many books a month do you read?
 
3448
Als je een fout ziet, verbeter die dan alsjeblieft.
If you see a mistake, then please correct it.
 
3449
Democratie heeft z'n oorsprong in het oude Griekenland.
Democracy originated in Ancient Greece.
 
3450
Ik wil dat Tom wint.
I want Tom to win.
 
3451
Speelt zij tennis? "Ja."
Does she play tennis? "Yes, she does."
 
3452
Kan je ons horen?
Can you hear us?
 
3453
Mijn baas werd gedwongen ontslag te nemen.
My boss was forced to resign.
 
3454
Mijn jonge broer kijkt tv.
My younger brother watches TV.
 
3455
Het is geen slechte kerel.
He's not a bad guy.
 
3456
Tom bood Maria een drankje aan.
Tom offered Mary a drink.
 
3457
Je hond is erg groot.
Your dog is very big.
 
3458
Ik moet naar bed.
I have to go to bed.
 
3459
Ze was bijgelovig, zoals de mensen uit die periode meestal waren.
She was superstitious, as the people of that period usually were.
 
3460
Waar gaan we naartoe?
Where are we going?
 
3461
Ik kan er niet overheen komen.
I can't get over it.
 
3462
De motor werkt niet goed.
The motor does not function properly.
 
3463
Ik ben zestien jaar oud.
I am sixteen years old.
 
3464
We zijn van plan morgen te gaan.
We're planning to go tomorrow.
 
3465
Ik hou niet van klassieke muziek.
I don't like classical music.
 
3466
Iedereen lachte hem uit.
Everyone laughed at him.
 
3467
Misschien kan zij de vraag beantwoorden.
She may be able to answer the question.
 
3468
Het is een onbetwistbare zaak.
It's an indisputable matter.
 
3469
Tom beloofde Mary dat hij haar nooit zou verlaten.
Tom promised Mary that he'd never leave her.
 
3470
Dit is slechter weer dan waar ik voor had getekend.
This bad weather is more than I bargained for.
 
3471
Hij deed grote moeite mij te helpen.
He went out of his way to assist me.
 
3472
Ik ben blij dat we hebben gewonnen.
I'm glad we won.
 
3473
Onze leraar ziet er heel jong uit.
Our teacher looks very young.
 
3474
Vul deze fles met water.
Fill this bottle with water.
 
3475
Ga je tegen Tom zeggen dat hij weg moet of moet ik dat doen?
Are you going to tell Tom to leave, or should I?
 
3476
Op dit moment wil ik enkel maar slapen.
All I want to do now is sleep.
 
3477
Het heeft de hele nacht gesneeuwd.
It's been snowing all night.
 
3478
Breng haar naar de operatiekamer.
Take her to the OR.
 
3479
Mijn mening gelijkt op de uwe.
My opinion is similar to yours.
 
3480
Ik weet niet wat je bedoelt.
I don't get what you mean.
 
3481
Dat is Chinees voor mij.
It's Greek to me.
 
3482
Ik ken geen van deze vijf dames.
I don't know any of the five ladies.
 
3483
Het is vannacht mooi weer.
The weather is nice tonight.
 
3484
U bent ziek!
You're sick!
 
3485
Laten we uitgaan.
Let's go out.
 
3486
De storm veroorzaakte veel schade.
The storm caused a lot of damage.
 
3487
Haar oma werd 88 jaar oud.
Her grandmother lived to be 88 years old.
 
3488
Hij zal over tien minuten terug zijn.
He will be back in ten minutes.
 
3489
Goedkoop is duurkoop.
Buy cheap and waste your money.
 
3490
Hij is een zeer gevaarlijk man.
He is very a dangerous man.
 
3491
Ik heb bij lange na niet genoeg geld om een huis te kopen.
I have nowhere near enough money to buy a house.
 
3492
Tom deed zijn schoenen en sokken uit.
Tom took his shoes and socks off.
 
3493
Uw opinie is totaal anders dan de mijne.
Your opinion is quite different from mine.
 
3494
Waarom wil je dat voor Tom kopen?
Why do you want to buy that for Tom?
 
3495
De krokodil is een beschermde diersoort.
The crocodile is a protected species.
 
3496
Het medicament heeft haar leven gered.
The medicine saved her life.
 
3497
Ze kunnen u niet zien.
They can't see you.
 
3498
Laat het me per telefoon weten.
Let me know by telephone.
 
3499
Ons land produceert veel suiker.
Our country produces a lot of sugar.
 
3500
Dat hadden ze niet gezegd.
They didn't say that.
 
3501
Hou je van appeltaart?
Do you like apple pies?
 
3502
Hij is een vriend uit onze kindertijd.
He is a childhood friend.
 
3503
Ik denk dat het het proberen waard is.
I think it's worth a try.
 
3504
Beschrijf uw ideale ontbijt.
Describe your ideal breakfast.
 
3505
Ik zou u graag zien voor ik naar Europa vertrek.
I would like to see you before leaving for Europe.
 
3506
Ik spreek Frans even goed als zij.
I speak French as well as she does.
 
3507
Tom kuste Maria in de nek.
Tom kissed Mary on the neck.
 
3508
Ik ben geen rijk man.
I'm not a wealthy man.
 
3509
Ik dacht dat je een Canadees was.
I thought you were a Canadian.
 
3510
Hij dronk bier.
He drank beer.
 
3511
Ik haat vliegen.
I hate flying.
 
3512
Ik weet bijna zeker dat Tom Frans kent.
I'm pretty sure Tom can speak French.
 
3513
Laten we kijken wat er gebeurt.
Let's see what happens.
 
3514
Ik vertrek voor een aantal dagen.
I'm leaving town for a few days.
 
3515
Waar woon je tegenwoordig?
Where do you live now?
 
3516
Het kwam uit het niets.
It came out of nowhere.
 
3517
Niet iedereen die hier woont, is rijk.
Not everyone who lives here is rich.
 
3518
Hij spreekt te snel.
He talks too fast.
 
3519
Wie neem je mee naar het toneelstuk?
Who are you bringing to the play?
 
3520
We liepen langzaam langs de weg.
We walked slowly along the road.
 
3521
Tom en Maria zijn nog steeds aan het ruziën.
Tom and Mary are still arguing.
 
3522
Ik kon niet zien wie het was.
I didn't manage to see who it was.
 
3523
Ik ben uw telefoonnummer vergeten.
I forgot your phone number.
 
3524
Hij wil slechte herinneringen uitwissen.
He wishes to erase bad memories.
 
3525
Hij is twee keer zo zwaar als zijn vrouw.
He is twice as heavy as his wife.
 
3526
Tom moest zijn trots inslikken en toegeven dat hij hulp nodig had.
Tom had to swallow his pride and admit that he needed help.
 
3527
Waarom ging jij niet als eerste?
Why didn't you go first?
 
3528
Ruik je dat?
Do you smell that?
 
3529
Ik heb haar een nieuwe auto gekocht.
I bought her a new car.
 
3530
Ik groeide op in dat huis.
I grew up in that house.
 
3531
Het was donker en koud in de kamer.
It was dark and cold in the room.
 
3532
Ooit zou ik graag naar Frankrijk gaan.
I'd like to go to France one day.
 
3533
Ik wil daar een aantal van.
I want some of those.
 
3534
Hou je van muziek?
Do you like music?
 
3535
Het is een beetje vettig.
It's a bit greasy.
 
3536
Ze houden van zingen.
They like to sing.
 
3537
Iemand heeft mijn portemonnee in de trein gestolen.
Someone stole my wallet on the train.
 
3538
Ik heb maar een mond, maar wel twee oren.
I only have one mouth, but I have two ears.
 
3539
Eet waar je zin in hebt.
Help yourself to anything you'd like to eat.
 
3540
Mij best.
Sounds good to me.
 
3541
Ik heb veel potloden.
I have a lot of pencils.
 
3542
Kun je verder gaan?
Can you continue?
 
3543
Ze is zeker druk bezig.
She must be very busy.
 
3544
Wanneer ik bijt, doet deze tand pijn.
When I bite down, this tooth hurts.
 
3545
Je broer zei dat je naar Parijs was gegaan.
Your brother said you'd gone to Paris.
 
3546
Leuk, hè?
Isn't it neat?
 
3547
Liefde maakt blind.
Love is blind.
 
3548
Laten we hopen dat Tom gezond blijft.
Let's hope Tom stays healthy.
 
3549
Tom is afwezig.
Tom is absent.
 
3550
Hoe noem je deze vogel in het Engels?
What do you call this bird in English?
 
3551
Wilt ge nog een tas koffie?
Would you like another cup of coffee?
 
3552
Wij zijn bij je.
We're with you.
 
3553
Als zijn vrouw er niet voor hem was geweest, was hij niet van baan gewisseld.
If it had not been for his wife, he would not have changed his job.
 
3554
Ik kan het ook niet verklaren.
I can't explain it either.
 
3555
We kunnen er iets aan doen.
There is something we can do.
 
3556
Sorry, ik heb het vergeten.
Sorry, I forgot.
 
3557
Mijn moeder bakt elke morgen brood.
My mother bakes bread every morning.
 
3558
Ik ben weer thuis.
I'm back.
 
3559
We werken in hetzelfde ziekenhuis.
We work at the same hospital.
 
3560
Ik heb even een moment nodig.
I'm going to need a minute.
 
3561
Tom droeg Mary op z'n rug.
Tom carried Mary on his back.
 
3562
Het maakt niet uit.
It doesn't matter.
 
3563
We zijn het verslag aan het schrijven.
We're in the process of writing the report now.
 
3564
Wiskunde is een moeilijk vak.
Mathematics is a difficult subject.
 
3565
We willen niet gescheiden worden.
We don't want to be separated.
 
3566
Ik moest het zelf doen.
I had to do it by myself.
 
3567
Iedereen heeft eten nodig, of niet?
Everybody needs food, don't they?
 
3568
Tom luisterde naar muziek op zijn kamer tot laat in de nacht.
Tom listened to music in his room until late at night.
 
3569
Hoe durf je zoiets tegen me te zeggen!
How dare you say such a thing to me!
 
3570
Ik heb hem al jaren niet gezien.
I haven't seen him for years.
 
3571
Misschien had Tom niet gelijk.
Maybe Tom was wrong.
 
3572
Dat is goed om te weten.
That's good to know.
 
3573
Laten we de trein nemen.
Let's go by train.
 
3574
Ze krijste van ontzetting.
She screamed with terror.
 
3575
Ik wil dat je een liedje zingt.
I want you to sing a song.
 
3576
Wat is de mooiste plek van de wereld?
What's the most beautiful place in the world?
 
3577
Ik heb deze camera voor 25.000 yen gekocht.
I bought this camera for 25,000 yen.
 
3578
Ik voel me ook zo.
I feel the same.
 
3579
Ik ben zijn naam vergeten.
I forgot his name.
 
3580
Uw antwoord is onzin.
Your answer doesn't make sense.
 
3581
We moeten altijd op het slechtste voorbereid zijn.
We must always be prepared for the worst.
 
3582
Geef de drie bladen samen af.
Hand in the three sheets of paper together.
 
3583
Hij antwoordde dat hij het niet wist.
He replied that he did not know.
 
3584
Het was een fout van hun kant.
It was a mistake on their part.
 
3585
Ze is geen schoonheid.
She is no beauty.
 
3586
Kijk wat Mary aan het doen is.
Look at what Mary is doing.
 
3587
De kinderen waren in de modder aan het spelen.
The children were playing in the dirt.
 
3588
Hoeveel katten zijn er in dit huis?
How many cats are there in this house?
 
3589
Mijn broer werd kok.
My brother became a cook.
 
3590
Wat heb je vanochtend gedaan?
What did you do this morning?
 
3591
Tom en Maria besloten Jan te volgen.
Tom and Mary decided to follow John.
 
3592
Mijn broer drong erop aan er alleen te gaan.
My brother insisted on going there alone.
 
3593
Ik kan auto rijden, maar Tom niet.
I can drive a car, but Tom can't.
 
3594
Je vernielt altijd alles.
You always destroy everything.
 
3595
Is dat duidelijk?
Is that clear?
 
3596
Ik voelde me alleen een beetje duizelig. Dat is alles.
I just felt a little dizzy. That's all.
 
3597
Ik kan me geen nieuwe fiets veroorloven.
I cannot afford to buy a new bicycle.
 
3598
Zet je werk voort.
Carry on with your work.
 
3599
Tom loog tegen de politieagenten.
Tom lied to the cops.
 
3600
Het was duidelijk dat de bestuurder niet genoeg had opgelet.
It was obvious that the driver had not been careful enough.
 
3601
De president wil vrede, toch?
The President desires peace, doesn't he?
 
3602
Gij zijt een persoon.
You're a person.
 
3603
Waarom lieg je?
Why do you lie?
 
3604
Dat zal me niet overkomen.
It won't happen to me.
 
3605
Rustig.
Relax.
 
3606
Ik lachte.
I laughed.
 
3607
Tom heeft een broer die in Boston woont.
Tom has a brother who lives in Boston.
 
3608
Verwacht niet te veel van hem.
Don't expect too much of him.
 
3609
Hoewel Tom nog tranen in zijn ogen had, begon hij te glimlachen.
Even though Tom still had tears in his eyes, he began to smile.
 
3610
Ik had het u moeten vertellen.
I should've told you.
 
3611
Hij woont hiertegenover.
He lives across the street.
 
3612
Was je gezicht en je handen.
Wash your face and hands.
 
3613
Dr. Jackson is één van de toonaangevende cardiologen in Boston.
Dr. Jackson is one of the leading cardiologists in Boston.
 
3614
Hij raadde ons aan sportief te spelen.
His advice to us was that we should play fair.
 
3615
We discussieerden met elkaar over de beste vakantiebestemming.
We argued with each other about the best place for a holiday.
 
3616
Napoleon werd in 1814 naar het eiland Elba verbannen.
Napoleon was exiled to the island of Elba in 1814.
 
3617
Ik denk niet dat je mij kunt verslaan.
I don't think you can beat me.
 
3618
Tom kon nooit de verschrikking van de oorlog vergeten.
Tom could never forget the terror of war.
 
3619
De olieramp heeft de baai vervuild.
The oil spill polluted the bay.
 
3620
Hij ziet er bleek uit.
He looks pale.
 
3621
Hij werkt als gondelier in Venetië.
He works as a gondolier in Venice.
 
3622
Veel mensen geloven dat acupunctuur ziektes kan genezen.
Many people believe that acupuncture can cure diseases.
 
3623
Iemand roept je.
Someone is calling you.
 
3624
Hoor ik te stoppen?
Am I supposed to stop?
 
3625
Kan je mij je telefoonnummer geven?
Can you give me your phone number?
 
3626
Het mysterie blijft onopgelost.
The mystery still remains unsolved.
 
3627
Iedereen kan wel een foutje maken.
Anyone can make a mistake.
 
3628
Tom heeft een heel mooie auto.
Tom has a very nice car.
 
3629
Wist je dat?
Did you know that?
 
3630
Je moet nu niet vertrekken.
You must not leave right now.
 
3631
Mijn oom is gediagnosticeerd met leukemia.
My uncle has been diagnosed with leukemia.
 
3632
Drie schepen werden door koningin Isabella aan Columbus gegeven.
Three ships were given to Columbus by Queen Isabella.
 
3633
Opvoeding begint thuis.
Education begins at home.
 
3634
Kunt ge mij helpen als ik verhuis?
Could you help me when I move?
 
3635
Waarvoor zit Tom rond te hangen?
What's Tom hanging around for?
 
3636
Tom was meedogenloos.
Tom was ruthless.
 
3637
Tom keek naar de klokkentoren.
Tom looked at the clock tower.
 
3638
Ik heb een zeldzame postzegel gevonden in deze winkel.
I found a rare stamp at that store.
 
3639
Heb je er ooit over gedacht verpleegkundige te worden?
Have you ever thought of becoming a nurse?
 
3640
Hij gooide de banaan weg.
He threw the banana away.
 
3641
Daar schoot mij juist iets te binnen.
I just got an idea.
 
3642
Waarom koop je geen viool voor Tom?
Why don't you buy a violin for Tom?
 
3643
Ik vrees dat hij zijn mond zal voorbijpraten.
I am afraid he is going to spill the beans.
 
3644
Je zei dat Tom me leuk vond.
You said Tom liked me.
 
3645
Wetenschap is te moeilijk.
Science is too hard.
 
3646
Normaal lopen we naar school.
We usually walk to school.
 
3647
Ik voel me net een klein kind.
I feel like a little kid.
 
3648
Destijds was ik uiterst naïef.
I was extremely naive at the time.
 
3649
Ik heb geen nieuwe tv nodig.
I don't need a new TV.
 
3650
Kennen jullie elkaar?
Do you know each other?
 
3651
Deze plant kan men eten.
This plant is edible.
 
3652
Dit is geweldig.
This is awesome.
 
3653
Stuur mij een brief alstublieft.
Please send me a letter.
 
3654
Dat moet je mij niet zeggen.
You don't need to tell me.
 
3655
Het kostte me meer dan twee uur om een paar pagina's in het Engels te vertalen.
It took me more than two hours to translate a few pages of English.
 
3656
We mogen hier niet rondhangen.
We can't hang around here.
 
3657
Toen ik terugkwam was mijn auto weg.
When I came back, my car was gone.
 
3658
De pen heeft meer macht dan het zwaard.
The pen is mightier than the sword.
 
3659
Tom draagt de schoenen van John.
Tom is wearing John's shoes.
 
3660
Waar kan ik mijn fiets achterlaten?
Where can I leave my bicycle?
 
3661
Dit boek is ouder dan dat.
This book is older than that one.
 
3662
Vandaag is er geen les.
There's no class today.
 
3663
Tom at de chocoladedonut die ik in het hospitaal had gesmokkeld.
Tom ate the chocolate donut that I had smuggled into the hospital.
 
3664
Begin augustus is hij naar Engeland afgereisd.
He left for England at the beginning of August.
 
3665
Hou die auto tegen!
Stop the car.
 
3666
Suiker verving honing als zoetstof.
Sugar replaced honey as a sweetener.
 
3667
Vergeet niet eieren te kopen.
Don't forget to buy some eggs.
 
3668
Hoeveel boeken heeft hij?
How many books does he have?
 
3669
Hij kan niet fluiten.
He can't whistle.
 
3670
Ik hou meer van jou dan jij van mij.
I love you more than you love me.
 
3671
Hij vertaalde een Japanse roman naar het Frans.
He translated a Japanese novel into French.
 
3672
Ik heb mijn paraplu in een bus laten liggen.
I have left my umbrella in a bus.
 
3673
Jij alleen kunt het doen, maar je kunt het niet alleen doen.
You alone can do it, but you can't do it alone.
 
3674
Heb je ooit een knoop vastgenaaid?
Have you ever sewed on a button?
 
3675
Ik wil een telegram versturen.
I want to send a telegram.
 
3676
Ik ga de politie bellen.
I'm going to call the police.
 
3677
Ik heb de wijn gedronken.
I drank the wine.
 
3678
Het was zaterdagavond.
It was Saturday night.
 
3679
Tom heeft 12 broers en zussen.
Tom has 12 siblings.
 
3680
Het zou best zijn de zaak over te laten aan iemand die het klappen van de zweep kent.
It would be best to leave it to a man who knows the ropes.
 
3681
Hij is altijd op tijd.
He's always on time.
 
3682
Hebt ge al een walvis gezien?
Have you ever seen a whale?
 
3683
Ze spreekt behoorlijk goed Engels.
She can speak English pretty well.
 
3684
Kun je van angst sterven?
Can you die from fear?
 
3685
Ik heb maagpijn.
I have a stomachache.
 
3686
Laat mij het uitzoeken.
Let me look into it.
 
3687
Hij wil dat je hier blijft.
He wants you to stay here.
 
3688
Meent ge dat?
Do you really mean that?
 
3689
Muziek maakt ons leven gelukkig.
Music makes our life happy.
 
3690
Je hebt je best gedaan.
You did your best.
 
3691
Doof uw sigaret a.u.b.
Please put your cigarette out.
 
3692
We lachten.
We laughed.
 
3693
Ik zie niets.
I don't see anything.
 
3694
Zit er cafeïne in Coca-Cola?
Does Coca-Cola contain caffeine?
 
3695
Wie heeft deze twee brieven geschreven?
Who wrote these two letters?
 
3696
Ze zochten Toms hulp.
They sought Tom's help.
 
3697
Ik heb mijn hond begraven op het huisdierenkerkhof.
I buried my dog at the pet cemetery.
 
3698
De hond die op het gras ligt is de mijne.
The dog lying on the grass is mine.
 
3699
Hij heeft meer dan vijf woordenboeken.
He has more than five dictionaries.
 
3700
Jij bent groter dan zij.
You are taller than she is.
 
3701
Ik kreeg kramp in mijn been tijdens het zwemmen.
I got a cramp in my leg while swimming.
 
3702
Ik hoop dat ik u niet onderbreek.
I hope I'm not interrupting.
 
3703
Ik wil daarheen gaan.
I want to go there.
 
3704
Ik kan het ook niet uitleggen.
I can't explain it either.
 
3705
Ze is typiste.
She is a typist.
 
3706
Ik sliep met mijn kleren aan.
I slept with my clothes on.
 
3707
Hij heeft toegegeven ongelijk gehad te hebben.
He admitted that he was wrong.
 
3708
Ik heb niet eens een vriendje.
I don't even have a boyfriend.
 
3709
Laat me weten wanneer je klaar bent.
Let me know when you're ready.
 
3710
Tom is een geweldig persoon.
Tom is an amazing person.
 
3711
De syntaxis van Python scripts is erg eenvoudig.
The syntax of Python scripts is very simple.
 
3712
Vroeger waren we dikke vrienden.
We used to be close friends.
 
3713
Ik heb hier lange tijd gewoond.
I have lived here a long time.
 
3714
Is het daar veilig?
Is it safe in there?
 
3715
Tom begreep wat Mary probeerde te zeggen.
Tom could understand what Mary was trying to say.
 
3716
Duitse mannen gaan vaker naar de kapper dan Duitse vrouwen.
German men go to the hairdresser more often than German women.
 
3717
Hij leent altijd geld van me.
He always borrows money from me.
 
3718
Er ontbreken twee bladzijdes uit dit boek.
This book is missing two pages.
 
3719
Ik wil een goede vader zijn.
I want to be a good father.
 
3720
Ik zal het even nagaan.
I'll check.
 
3721
Hij staat op goede voet met zijn klasgenootjes.
He is on speaking terms with his classmates.
 
3722
Je moet naar huis gaan.
You've got to go home.
 
3723
Hij had een nieuw idee.
He had a new idea.
 
3724
De dood van haar zoon brak Mary's hart.
Her son's death broke Mary's heart.
 
3725
Dit is een oud Amerikaans gebruik.
That's an old American custom.
 
3726
Ik denk dat Tom humeurig is.
I think Tom is moody.
 
3727
Alles is duidelijk.
Everything is clear.
 
3728
Mijn tante woont in New York.
My aunt lives in New York.
 
3729
Papier brandt gemakkelijk.
Paper burns easily.
 
3730
Ik ben verbaasd om jou hier te zien.
I'm surprised to see you here.
 
3731
We zijn waarschijnlijk een paar dagen weg.
We'll probably be away for a few days.
 
3732
Luistert er niemand?
Doesn't anyone listen?
 
3733
Ik herinner me dat.
I remember that.
 
3734
Hij houdt van jagen.
He likes hunting.
 
3735
Waarschijnlijk ben ik verdwaald.
I am probably lost.
 
3736
Ik hoor muziek.
I hear music.
 
3737
Ik heb geen potlood.
I don't have a pencil.
 
3738
Je bent hard geraakt.
You got hit hard.
 
3739
Kan zijn verhaal waar zijn?
Can his story be true?
 
3740
Het lijkt op een ufo.
It looks like a UFO.
 
3741
Ik eet geen vlees.
I don't eat meat.
 
3742
Die vent is helemaal kierewiet!
That guy is totally nuts!
 
3743
Ik vraag het aan Tom.
I'll ask Tom.
 
3744
Het was aangenaam en warm in huis.
It was nice and warm inside the house.
 
3745
We overwegen nieuwe meubels te kopen.
We are thinking of buying some new furniture.
 
3746
Alles verandert.
Everything changes.
 
3747
Laten we het probleem met hen overleggen.
Let's discuss the problem with them.
 
3748
Je kan beter niet weggaan, nadat het donker geworden is.
You had better not go after dark.
 
3749
We hebben Tom verkozen tot de aanvoerder van het team.
We elected Tom captain of the team.
 
3750
Hij heeft gebrek aan ervaring.
He is lacking in experience.
 
3751
Tom werkt al ongeveer drie jaar voor ons.
Tom has been working for us about three years.
 
3752
Het is een erg lastige tongbreker.
It's a very difficult tongue-twister.
 
3753
Het is nog mogelijk.
It's still possible.
 
3754
Misschien had ze het niet over jou.
Maybe she wasn't talking about you.
 
3755
Deze smartphone gebruikt een ARM-processor.
This smartphone uses an ARM processor.
 
3756
Ik voel me zo alleen.
I feel so alone.
 
3757
Ik laat je iets weten zodra ik daar ben.
I'll let you know as soon as I get there.
 
3758
Ik heb een simpele oplossing.
I have a simple solution.
 
3759
Hij probeerde mij de schuld te geven.
He tried to put the blame on me.
 
3760
Mijn deur is altijd open.
My door's always open.
 
3761
Yukichi Fukuzawa introduceerde Westerse ideeën in Japan.
Yukichi Fukuzawa introduced Western ideas into Japan.
 
3762
Komt u?
Are you coming?
 
3763
Tom en Maria zitten aan een tafeltje in een rustige hoek.
Tom and Mary are at a table in a quiet corner.
 
3764
Hij is mijn broer.
He is my brother.
 
3765
Vertrouw me, zei hij.
Trust me, he said.
 
3766
Ik ben kleiner dan jullie.
I am shorter than you.
 
3767
Zijn er nog steeds wolven in dit gebied?
Are there still wolves around here?
 
3768
Ik wou dat ik kon uitvogelen hoe ik een dvd moet branden.
I wish I could figure out how to burn a DVD.
 
3769
Wat heb ik gedaan om dit te verdienen?
What did I do to deserve this?
 
3770
Mijn vader gaat soms naar Australië voor zaken.
My dad sometimes goes to Australia for business.
 
3771
Ik hoop dat al je dromen uitkomen, op één na, zodat je steeds iets hebt om na te streven.
I hope all but one of your dreams come true, so you always have something to strive for.
 
3772
Frans is een moeilijke taal.
French is a difficult language.
 
3773
Tom begrijpt helemaal niets van Frans.
Tom doesn't understand any French.
 
3774
Ik kon niet accepteren dat mijn vrouw echt dood was.
I could not accept that my wife was really dead.
 
3775
Tom luistert echt nooit naar me.
Tom doesn't ever listen to me.
 
3776
Tom fluistert iets tegen Mary.
Tom is whispering something to Mary.
 
3777
Mijn huiswerk gedaan hebbende, keek ik televisie.
Having done my homework, I watched television.
 
3778
Heb je de voorbereidingen voor morgen getroffen?
Did you get everything ready for tomorrow?
 
3779
Tom is nu drie jaar.
Tom is three years old now.
 
3780
Papa moedigt hem altijd aan.
Dad's always encouraging him.
 
3781
Hij verliet het huis om acht uur.
He left the house at eight o'clock.
 
3782
Kan je me wat geld geven?
Can you give me some money?
 
3783
Ze hebben het begrepen.
They got it.
 
3784
Ik heb zojuist mijn huiswerk afgemaakt.
I have just finished my homework.
 
3785
Hij wil het geld.
He wants the money.
 
3786
Ik heb een konijn als huisdier.
I keep a rabbit as a pet.
 
3787
Dat ziet er duur uit.
That looks expensive.
 
3788
Denkt u de foute keuze gemaakt te hebben?
Do you think you've made the wrong choice?
 
3789
Jullie zouden trots op jezelf moeten zijn.
You should be proud of yourselves.
 
3790
De telefoon ging opnieuw.
The telephone rang again.
 
3791
De mens is het enige dier dat kan spreken.
Man is the only animal that can talk.
 
3792
Ik heb je dagboek gevonden.
I found your diary.
 
3793
Leg het mij uit.
Explain it to me.
 
3794
Het licht is aan.
The light is on.
 
3795
Mary heeft geen dure smaak.
Mary doesn't have expensive tastes.
 
3796
Dat is te persoonlijk.
That's too personal.
 
3797
Die film is het zien waard.
That movie is worth seeing.
 
3798
Het huwelijk is niet iets waarvoor jongeren zich interesseren.
Marriage isn't a subject that interests young people.
 
3799
Uiteraard was ik bang.
Obviously, I was scared.
 
3800
Hij heeft niet veel van de wereld gezien.
He has not seen much of the world.
 
3801
Ik heb haar brief gisteren ontvangen.
I received her letter yesterday.
 
3802
Tom is niet heel jong.
Tom isn't very young.
 
3803
Hij nam de taxi om er op tijd te komen.
He took a taxi to get there in time.
 
3804
Het is het nieuwste snufje.
It's all the rage.
 
3805
Chinese tekens zijn erg mooi.
Chinese characters are very beautiful.
 
3806
Rustig aan!
Slow down!
 
3807
Ik vertelde aan Tom wat er gebeurd was.
I told Tom what happened.
 
3808
Eén taal is nooit voldoende.
One language is never enough.
 
3809
Zijn voeten sliepen.
His feet were asleep.
 
3810
Kijk naar de prijs.
Look at the price.
 
3811
Dat zei ik.
That's what I said.
 
3812
Ondanks de regen kwam hij op tijd aan.
He arrived on time in spite of the rain.
 
3813
Het concert zal de volgende zomer plaatshebben.
The concert will take place next summer.
 
3814
Het was aan het regenen.
It was raining.
 
3815
Hij stond aan het einde van de rij.
He stood at the end of the line.
 
3816
Kan ik mijn ziekteverzekering gebruiken?
Can I use my medical insurance?
 
3817
Er zit iets in jouw haar.
There's something in your hair.
 
3818
Ik hoop dat je met een beter plan voor de dag komt.
I hope you will come up with a better plan.
 
3819
Allen samen zijn ze met vijf.
They are five in all.
 
3820
De trein had vertraging vanwege de sneeuw.
The train was delayed because of snow.
 
3821
Je hebt voldoende tijd om de trein te halen.
You have plenty of time to catch the train.
 
3822
Ik kan Chinees wel spreken, maar niet lezen.
I can speak Chinese, but I can't read Chinese.
 
3823
Enkele van de boeken die hij heeft, zijn Engelse romans.
Some of the books that he has are English novels.
 
3824
Ik zou graag Tom nu willen zien.
I'd like to see Tom now.
 
3825
Laten we elkaar persoonlijk ontmoeten.
Let's talk face to face.
 
3826
Ik heb het net ontdekt.
I just found out about it.
 
3827
Laten we tien minuten pauzeren.
Let's take a 10-minute break.
 
3828
Wanneer is de volgende trein naar Sloane Square?
When is the next train to Sloane Square?
 
3829
Stoor ik?
Do you mind?
 
3830
Wat er ook gebeurt, wij moeten gehoorzamen aan de wet.
We should obey the law no matter what happens.
 
3831
Haat je mij?
Do you hate me?
 
3832
Ze was bang voor de hond.
She was afraid of the dog.
 
3833
Waar is je school?
Where's your school?
 
3834
Misschien zijn ze gelukkig.
Maybe they are happy.
 
3835
Niet erg, ik kan het zelf doen.
Never mind, I can do it by myself.
 
3836
Tom is hertrouwd.
Tom has remarried.
 
3837
Het ruikt goed.
It smells good.
 
3838
Het is zo klaar als een klontje.
It's as clear as crystal.
 
3839
Hij slaagde erin om daar op tijd te zijn.
He managed to get there in time.
 
3840
Staar me niet zo aan.
Don't stare at me like that.
 
3841
Lucht is onzichtbaar.
Air is invisible.
 
3842
Hij gaf ons niet alleen kleding, maar ook wat geld.
He gave us not only clothes but some money.
 
3843
Hij haastte zich om de trein niet te missen.
He hurried so he wouldn't miss the train.
 
3844
Ik volgde zijn advies op.
I acted on his advice.
 
3845
Zult ge mij tonen wat ge gisteren gekocht hebt?
Will you show me what you bought yesterday?
 
3846
Ze blijven vergeten de rekeningen te betalen.
They keep forgetting to pay the bills.
 
3847
We zullen er later over spreken.
We'll talk about it later.
 
3848
Misschien gaat het regenen.
It may rain.
 
3849
Tom hoeft komende maandag niet naar school.
Tom doesn't have to go to school next Monday.
 
3850
Dit is alles wat ik weet tot dusver.
This is all that is known so far.
 
3851
Tom is verloofd met de jongere zus van Maria.
Tom is engaged to Mary's younger sister.
 
3852
Dat zullen we onmiddellijk controleren.
We are going to check it right away.
 
3853
Tom zou voorzichtiger moeten zijn.
Tom should be more careful.
 
3854
Wat vind je van de film?
What do you think of the movie?
 
3855
Tom heeft veel vrienden.
Tom has many friends.
 
3856
Mijn zus is mooi.
My sister is pretty.
 
3857
Ik heb nu tijd.
I'm free now.
 
3858
Hej! Wat doe jij in mijn kamer?
Hey! What are you doing in my room?
 
3859
Ik kan me mijn wachtwoord niet herinneren.
I can't remember my password.
 
3860
Dat is interessant.
That's interesting.
 
3861
Houdt u niet van zwemmen?
Don't you like swimming?
 
3862
Tom is nog nooit in Engeland geweest.
Tom has never been to England.
 
3863
Tom had een glimlach op zijn gezicht.
Tom had a smile on his face.
 
3864
De bamboe week maar brak niet.
The bamboo gave but did not break.
 
3865
Tom zei dat Mary zwak is.
Tom said Mary is weak.
 
3866
Je bent twee keer zo sterk als ik.
You are twice as strong as I am.
 
3867
Het enige dat ik weet van humor is dat ik er niets van afweet.
All I know about humor is that I don't know anything about it.
 
3868
Maria naait babykleertjes.
Mary is sewing baby clothes.
 
3869
Luister naar de regen.
Listen to the rain.
 
3870
Toen was ik getrouwd.
I was married at that time.
 
3871
Jij zingt altijd.
You always sing.
 
3872
Welke trein gaat naar het centrum?
What train goes to the center of town?
 
3873
Hij kan zich geen nieuwe auto veroorloven.
He can't afford a new car.
 
3874
Laat Tom het dragen.
Let Tom carry it.
 
3875
Allebei de meisjes hebben blauwe ogen.
Both girls have blue eyes.
 
3876
Wie is verantwoordelijk voor hoge werkeloosheid?
Who is responsible for high unemployment?
 
3877
Is Tom beter aan het worden?
Is Tom getting better?
 
3878
Ze liet hem mijn foto zien.
She showed him my picture.
 
3879
Toen ze op vakantie waren, zorgden hun buren voor de hond.
While they were away on holiday, their neighbours looked after the dog. / While they were away on vacation, their neighbors looked after the dog.
 
3880
Tom heeft zijn auto in een afgrond gereden.
Tom drove his car off a cliff.
 
3881
Wat gebeurt er als ik gelijk heb?
What if I'm right?
 
3882
Niemand is perfect.
Nobody's perfect.
 
3883
Lieg nooit!
Never tell a lie!
 
3884
Er gaat een gerucht de ronde.
There's a rumor going around.
 
3885
Kom me alsjeblieft even helpen in mijn kamer.
Please come to my room to help me.
 
3886
Geef Tom een kus.
Give Tom a kiss.
 
3887
Twee plus twee is vier.
Two plus two makes four.
 
3888
Hij heeft drie dochters.
He has three daughters.
 
3889
Er ligt een afstandsbediening voor de tv onder de bank.
There is a TV remote control under the couch.
 
3890
Lach niet.
Don't laugh.
 
3891
Is die machine nog bruikbaar?
Is that machine still usable?
 
3892
Het is erg winderig vandaag.
It's really windy today.
 
3893
Dit vakantieoord is niet meer zo populair als het ooit was.
This summer resort is no longer as popular as it used to be.
 
3894
Het gebouw is honderd meter hoog.
The building is one hundred meters high.
 
3895
Tom komt hier bijna alle dagen.
Tom comes here nearly every day.
 
3896
Weet gij waar hij woont?
Do you know where he lives?
 
3897
Ik zal die fout nooit meer maken.
I will never make that mistake again.
 
3898
We moeten met elkaar communiceren.
We need to communicate with each other.
 
3899
Steeds wanneer ik iets vind dat me bevalt, is het te duur.
Whenever I find something I like, it's too expensive.
 
3900
Ge valt in mijn smaak.
I like you.
 
3901
Ik ontmoette een Amerikaans meisje.
I met an American girl.
 
3902
Ik vind het rode jasje niet leuk.
I don't like the red jacket.
 
3903
Ik heb een zeer mooie hond.
I have a very beautiful dog.
 
3904
Hij rent.
He runs.
 
3905
Het regent pijpenstelen.
It's raining cats and dogs.
 
3906
Het is een fluitje van een cent.
It's very easy.
 
3907
Dit is precies wat ik wou.
It's exactly what I wanted.
 
3908
Zeg je nu dat ik Tom heb vermoord?
Are you saying that I killed Tom?
 
3909
Ik had niks te maken met die gebeurtenis.
I had nothing to do with that incident.
 
3910
Ik ken de regels.
I know the rules.
 
3911
VK is de afkorting van het Verenigd Koninkrijk.
UK is the abbreviation for the United Kingdom.
 
3912
Zij kan tien talen spreken.
She is able to speak ten languages.
 
3913
Ik mag je vriendin niet.
I don't like your girlfriend.
 
3914
Ik steek de spoorweg iedere morgen over.
I cross the railroad tracks every morning.
 
3915
Ik ben er zeker van dat jullie het erg druk hebben.
I'm sure you're very busy.
 
3916
Heb je een reden om dat te vinden?
Do you have any grounds for thinking so?
 
3917
Ik heb het gevoel dat jij een heel goede advocaat zult zijn.
I have a feeling you'll be a very good lawyer.
 
3918
Ik zou iets anders willen doen vandaag.
I would like to do something else today.
 
3919
Er ligt een kaart op het bureau.
There is a card on the desk.
 
3920
Ik haat die kleur.
I hate that color.
 
3921
Onze hond begraaft zijn botten in de tuin.
Our dog buries its bones in the garden.
 
3922
Ze zijn heel groot.
They are very big.
 
3923
Tom is buiten.
Tom's outside.
 
3924
Wie zijt gij?
Who are you?
 
3925
Als je met zo weinig kleren naar buiten gaat, vat je nog kou.
If you go out so lightly dressed, you'll catch a cold.
 
3926
Je hebt me zo veel geleerd.
You've taught me so much.
 
3927
Bemoei je met je eigen zaken!
Mind your own business!
 
3928
Taiwanees eten is milder dan Indiaas eten.
Taiwanese food is milder than Indian food.
 
3929
Ik heb dit boek voor mijzelf gekocht, niet voor mijn vrouw.
I bought the book for myself, not for my wife.
 
3930
Dat is de vader van Tom.
That's Tom's father.
 
3931
Is Tom ooit gearresteerd?
Has Tom ever been arrested?
 
3932
Gaan we op tijd zijn voor de trein?
Will we be in time for the train?
 
3933
Waar is jullie kamer?
Where is your room?
 
3934
Iemand heeft het raam gebroken.
Someone broke the window.
 
3935
Hoe is het leven in Duitsland?
How's life in Germany?
 
3936
Je kan veel beter zwemmen dan hij.
You can swim much better than him.
 
3937
Hier is mijn telefoonnummer.
Here's my phone number.
 
3938
Vraag Tom om morgen Mary mee te nemen.
Ask Tom to bring Mary tomorrow.
 
3939
Ik heb dat nog niet zien gebeuren.
I haven't seen that happen yet.
 
3940
Er zijn enkele boten op het meer.
There are a few boats on the lake.
 
3941
Ik ben graag alleen.
I like being alone.
 
3942
We gingen in de rij staan om aan kaarten voor het concert te komen.
We queued up to get tickets for the concert.
 
3943
Ik heb geldproblemen.
I have money problems.
 
3944
Er komt iemand de trap op.
There's somebody coming up the stairs.
 
3945
We begrijpen het.
We understand.
 
3946
Zijn jullie het ermee eens?
Do you agree?
 
3947
Ik zou beter aftreden.
I should resign.
 
3948
Hij had harder moeten werken.
He should have worked harder.
 
3949
Wie heeft dat gebouwd?
Who built this?
 
3950
Dames eerst.
Ladies first.
 
3951
Dat is waarlijk indrukwekkend.
That's really impressive.
 
3952
Ik zal vandaag thuisblijven.
I'll stay home today.
 
3953
Waar breng je ons heen?
Where are you taking us?
 
3954
Het is fris vandaag.
It's cool today.
 
3955
Hebt ge mij gisteravond opgebeld?
Did you call me up last night?
 
3956
Er komen weldra vele soorten bloemen uit.
Many kinds of flowers will come out soon.
 
3957
Mijn moeder wil dat ik in Zwitserland ga studeren.
My mom wants me to study in Switzerland.
 
3958
Tom wou voor de zomervakantie nog vijf pond afnemen.
Tom wanted to lose five pounds before summer vacation.
 
3959
Doe het raam open, alstublieft.
Open the window, please.
 
3960
Ik hou meer van je dan van wie ook.
I love you more than I love any other person.
 
3961
Ben je heel zeker?
Are you quite sure?
 
3962
Ga toch iemand anders kussen!
Go kiss someone else.
 
3963
Ze hadden het over politiek.
They talked politics.
 
3964
Je wordt gezocht door de politie.
You're wanted by the police.
 
3965
Ze bezit tweeduizend boeken.
She owns two thousand books.
 
3966
Tom zei dat hij Maria kende.
Tom said he knew Mary.
 
3967
Het oordeel van de rechter is definitief.
The judge's decision is final.
 
3968
Het is moeilijk praten tegen hem.
It is difficult to talk to him.
 
3969
Je bent een workaholic.
You are a workaholic.
 
3970
Hoeveel tijd besteden jullie op Facebook?
How much time do you spend on Facebook?
 
3971
Tom vindt dat ik weg moet.
Tom thinks I need to go.
 
3972
Sommige Europese landen behoren niet tot de Europese Unie.
Some countries in Europe are not part of the European Union.
 
3973
Je gezicht is bleek.
Your face is pale.
 
3974
Heb je er ooit eerder zo een gezien?
Have you ever seen one of these before?
 
3975
Ze is erg snel.
She's very fast.
 
3976
Tom herinnerde zich waar Mary hem had gezegd heen te gaan.
Tom remembered where Mary had told him to go.
 
3977
Is telefoneren na 9 uur goedkoper?
Is it cheaper to call after 9:00?
 
3978
Deze tafel is van hout gemaakt.
This table is made of wood.
 
3979
Hij kwam niet terug vanwege heimwee, maar omdat hij bijna door zijn geld was.
He came back not because he was homesick, but because he was running short of money.
 
3980
Er zit een barst in het glas.
There is a crack in the glass.
 
3981
Wil je eten?
Do you want to eat?
 
3982
Ik ben niet trots op mijn gedrag.
I'm not proud of my behavior.
 
3983
Lees wat je wilt.
Read whatever you like.
 
3984
Tom is gewond geraakt.
Tom got injured.
 
3985
Toon mij een goedkopere alstublieft.
Show me a cheaper one, please.
 
3986
Ik leer graag Engels.
I like to study English.
 
3987
Mensen moeten zich aan de regels houden.
People have to obey the rules.
 
3988
Hoeveel symfonieën heeft Beethoven gecomponeerd?
How many symphonies did Beethoven compose?
 
3989
Hij had schrik voor zijn vrouw.
He was afraid of his wife.
 
3990
Ze hebben geen wapens.
They don't have any weapons.
 
3991
Wil je graag een glaasje sinaasappelsap bij het ontbijt?
Would you like a glass of orange juice with your breakfast?
 
3992
Excuseer, mag ik het venster opendoen?
Excuse me, may I open the window?
 
3993
Ik haat het als er veel mensen zijn.
I hate it when there are a lot of people.
 
3994
Het kost niet veel, maar de kwaliteit is er ook naar.
It is cheap, but on the other hand it is not good.
 
3995
Ik hou er niet van schoenen zonder sokken te dragen.
I don't like to wear shoes without socks.
 
3996
Wat is de beste manier om Frans te leren?
What's the best way to learn French?
 
3997
Tom had geen idee dat ik hier zou zijn.
Tom had no idea I'd be here.
 
3998
Mag ik je paraplu lenen?
Can I borrow your umbrella?
 
3999
Vergeet niet je pillen te nemen!
Don't forget to take your pills.
 
4000
Lincoln is een geweldig persoon.
Lincoln is a great person.
 
4001
Er kwam zwarte rook uit de schoorsteen.
Black smoke came out of the chimney.
 
4002
Ik liep tot mijn benen stijf waren.
I walked till my legs got stiff.
 
4003
Tom blijkt veel van mij te weten.
Tom seems to know a lot about me.
 
4004
Ik wil geen smoesjes meer horen.
I don't want to hear any more excuses.
 
4005
Kerstmis komt eraan.
Christmas is coming.
 
4006
Het spijt me erg om dat te horen.
I'm very sorry to hear that.
 
4007
Ik hoop dat de dingen beter zullen gaan.
I hope things will get better.
 
4008
Het maakt me niet meer uit.
I don't care anymore.
 
4009
Wat jammer!
What a pity!
 
4010
Dat staat me helemaal niet aan.
I don't like it at all.
 
4011
Ook ik ben niet bezig.
I'm not busy either.
 
4012
Jij kent veel interessante plaatsen, of niet?
You know many interesting places, don't you?
 
4013
Ik wil iets kouds drinken.
I want to drink something cold.
 
4014
Hoe gaat ie?
How is it going?
 
4015
Tom wilde thuisblijven met Maria.
Tom wanted to stay home with Mary.
 
4016
Groen is mijn lievelingskleur.
Green is my favorite color.
 
4017
Kan je dat opnieuw doen?
Can you do that again?
 
4018
Blijf met je handen van me af.
Keep your hands off me.
 
4019
Ik kon je niet bellen. De telefoon was buiten gebruik.
I couldn't call you. The telephone was out of order.
 
4020
Ik wil dat het er als een inbraak uitziet.
I want it to look like a robbery.
 
4021
Ik heb me altijd afgevraagd hoe het zou zijn om broertjes en zusjes te hebben.
I've always wondered what it'd be like to have siblings.
 
4022
Mijn cijfers zijn hoger dan gemiddeld.
My grades are above average.
 
4023
Slechte punten op school getuigen tegen je, wanneer je werk zoekt.
A poor school record will count against you when you look for a job.
 
4024
Als je succes wil hebben, moet je veel risico's nemen.
If you want to succeed, you have to take a lot of risks.
 
4025
Zou je ooit naakt zwemmen?
Would you ever go skinny dipping?
 
4026
Ik heb een gloednieuw paar sokken.
I have a brand new pair of socks.
 
4027
Vis, alsjeblieft.
Fish, please.
 
4028
Ik heb geen tolk nodig.
I don't need an interpreter.
 
4029
Hij is een wreed persoon.
He is a cruel person.
 
4030
Wat is je voornaam?
What's your first name?
 
4031
Tom was de meeste tijd alleen.
Tom was alone most of the time.
 
4032
Om dat te doen, moet je risico's nemen.
In order to do that, you have to take risks.
 
4033
Doe de luxaflex dicht.
Shut the blinds.
 
4034
Tom wist niet dat Mary Frans kende.
Tom didn't know that Mary could speak French.
 
4035
Tom liet een goocheltruc zien.
Tom performed a magic trick.
 
4036
Wonderbaarlijk!
Wonderful!
 
4037
Hij heeft mij een uur laten wachten.
He kept me waiting for an hour.
 
4038
Het maakt weinig verschil.
It makes little difference.
 
4039
Mag ik je woordenboek even gebruiken?
Can I use your dictionary for a minute?
 
4040
Hoeveel kamers zijn er in je huis?
How many rooms are there in your house?
 
4041
De postbode komt om de drie dagen langs.
The mailman comes around every three days.
 
4042
Ik ben even bij de boekwinkel langsgegaan en heb een interessant boek gekocht.
I dropped by the bookstore and bought an interesting book.
 
4043
Ik heb het genoteerd.
I wrote it down.
 
4044
Hebt ge geroepen?
Did you call?
 
4045
Je doet me aan jouw broer denken.
You remind me of your brother.
 
4046
Tom zou rond het middaguur moeten komen.
Tom is due to come at noon.
 
4047
De leerlingen stonden te wachten op de bus.
The students stood waiting for a bus.
 
4048
Tom luisterde niet.
Tom didn't listen.
 
4049
Ik laat je niet door.
I will not let you pass.
 
4050
Hij heeft de laatste bladzijde leeg gelaten.
He left the last page blank.
 
4051
Zwarte feestjurken staan haar erg goed.
She is very becoming in a black party dress.
 
4052
Hoe lang is het fietsen van hier naar jouw huis?
How long does it take from here to your house by bike?
 
4053
Dat is een beetje onscherp.
That's a little out of focus.
 
4054
Laat deze kans je niet voorbij gaan.
Don't let this opportunity pass you by.
 
4055
Zijn er genoeg stoelen voor iedereen?
Are there enough chairs to go around?
 
4056
Wat is er zo speciaal?
What's so special?
 
4057
Laat me alsjeblieft je foto zien.
Please show me your picture.
 
4058
Grijp ze zolang je kunt.
Get them while you can.
 
4059
Ieder molecuul in ons lichaam heeft een unieke vorm.
Each molecule in our body has a unique shape.
 
4060
Mijn ouders zien mij heel graag.
My parents really love me.
 
4061
Ik moet dit gedicht van buiten leren.
I must learn this poem by heart.
 
4062
Hij verdient zijn brood door Engelse les te geven.
He earns his living by teaching English.
 
4063
Omdat Tom Frans praatte, kon ik niet begrijpen wat hij zei.
Since Tom was speaking in French, I couldn't understand what he was saying.
 
4064
Ons werk hier is nog niet af.
Our work here isn't done.
 
4065
Tom is te oud voor me.
Tom is too old for me.
 
4066
Poets je schoenen vooraleer weg te gaan.
Shine your shoes before going out.
 
4067
Haar naam komt nu even niet in me op.
I can't recall her name at the moment.
 
4068
Vergelijk je compositie met het voorbeeld.
Compare your composition with the example.
 
4069
Waar is je hond?
Where's your dog?
 
4070
Tom gooide een steen naar de boom.
Tom threw a rock at the tree.
 
4071
Blijf in je kamer.
Stay in your room.
 
4072
Ik zou liever buiten gaan dan binnen te blijven.
I'd rather go out than stay indoors.
 
4073
Hij heeft een kleine jongen van de verdrinkingsdood gered.
He saved a little boy from drowning.
 
4074
Je hebt allicht dorst.
You're probably thirsty.
 
4075
Tom zegt dat hij een kip kan pluimen in minder dan tien minuten.
Tom says he can pluck a chicken in less than ten minutes.
 
4076
Open de fles alsjeblieft.
Please open the bottle.
 
4077
We moeten hier weg.
We should get out of here.
 
4078
Wie was dat waar je net mee praatte?
Who was that you were just talking to?
 
4079
Ik heb een stijve nek.
I have a stiff neck.
 
4080
Wie is die man die daar staat?
Who's that man standing over there?
 
4081
De zon komt nu op.
The sun is rising now.
 
4082
Klagen zal niets veranderen.
Complaining won't change anything.
 
4083
In oktober beginnen de bladeren te vallen.
Leaves begin to fall in October.
 
4084
Tom kan misschien een levenslange gevangenisstraf krijgen.
Tom could face life in prison.
 
4085
Ze brachten tien vijandelijke schepen tot zinken.
They sank ten enemy ships.
 
4086
Sawako wil naar Frankrijk.
Sawako wants to go to France.
 
4087
Ik weet niet wanneer hij weer komt.
I don't know when he'll come again.
 
4088
Waar ben je nu op dit moment?
Where are you right now?
 
4089
Lijkstijfheid treedt vlug na de dood in.
Rigor mortis sets in soon after death.
 
4090
Waren jullie moe?
Were you tired?
 
4091
De enige nuttige antwoorden zijn die antwoorden die nieuwe vragen oproepen.
The only useful answers are those that raise new questions.
 
4092
Was je moe?
Were you tired?
 
4093
Ik heb een nieuwe auto voor haar gekocht.
I bought her a new car.
 
4094
Je hebt wat verf op je neus.
You've got some paint on your nose.
 
4095
Er is liefde in de lucht.
Love is in the air.
 
4096
De baby weende om melk.
The baby cried for milk.
 
4097
Vandaag is het maandag.
Today is Monday.
 
4098
Mary draagt een watermeloen.
Mary is carrying a watermelon.
 
4099
Er zijn enkele verschillen tussen Brits en Amerikaans Engels.
There are some differences between British English and American English.
 
4100
U ziet er niet Japans uit.
You don't look Japanese.
 
4101
Die jongen eet niet.
That boy doesn't eat.
 
4102
We zouden dat meer moeten doen.
We should do this more often.
 
4103
De prijs van rijst steeg met drie procent.
The price of rice rose by three percent. / The price of rice went up three percent.
 
4104
De eekhoorn was bezig met noten verzamelen.
The squirrel was busy gathering nuts.
 
4105
Mijn huis is precies aan de andere kant van de straat.
My house is just across the street.
 
4106
Ik moet de huur betalen.
I need to pay the rent.
 
4107
Ze streek zijn hemden.
She ironed his shirts.
 
4108
Hoe oud is uw zoon?
How old is your son?
 
4109
Toms vrouw kent Mary's man niet.
Tom's wife doesn't know Mary's husband.
 
4110
Appels werden als nagerecht geserveerd.
Apples were served as the dessert.
 
4111
Ik heb nu veel te doen.
I have many things to do now.
 
4112
Het vlees is bevroren.
The meat is frozen.
 
4113
Weet je waar Tom zich verstopt had?
Do you know where Tom hid?
 
4114
Ik denk dat het tijd is dat ik een nieuw e-mailadres aanmaak.
I think it's time for me to get a new email address.
 
4115
Als je een appelzaadje plant, kan er een boom uit groeien.
If you plant an apple seed, it might grow into a tree.
 
4116
Tom zegt dat Mary honger heeft.
Tom says Mary is hungry.
 
4117
Waarvoor hebt ge dat geld nodig?
Why do you need this money?
 
4118
Je had dat niet moeten doen.
You shouldn't have done that.
 
4119
Kunnen gebruikersnamen veranderd worden?
Can usernames be changed?
 
4120
Eet meer verse groenten.
Eat more fresh vegetables.
 
4121
Tom huurde een auto bij de luchthaven en reed ermee naar het huis van Maria.
Tom rented a car at the airport and drove it to Mary's house.
 
4122
Mijn zus verwacht een baby in juni.
My sister is having a baby in June.
 
4123
Wat kan ik nog meer doen om u te helpen?
What else can I do to help you?
 
4124
Ik bel je zodra ik vrij ben.
I'll call you as soon as I'm free.
 
4125
Wie goed doet, goed ontmoet.
What goes around comes around.
 
4126
We dachten dat hij een Amerikaan was.
We thought he was an American.
 
4127
Tom durfde niet naar Maria te kijken.
Tom didn't dare to look at Mary.
 
4128
Ben je klaar?
Are you ready?
 
4129
Hebben jullie de kaartjes?
Do you have the tickets?
 
4130
De politie heeft Toms fiets gevonden.
The police found Tom's bicycle.
 
4131
Ik kan niet langer tegen die kou.
I can no longer stand the cold.
 
4132
Ik wil naar een hotel toe gaan.
I want to go to a hotel.
 
4133
Ik maak mij zorgen over uw gezondheid.
I am anxious about your health.
 
4134
Tom heeft de kaarsen uitgeblazen.
Tom blew out the candles.
 
4135
Je zult op tijd op school zijn als je nu vertrekt.
You will be in time for school if you leave at once.
 
4136
Je bent aan het dromen.
You're dreaming.
 
4137
Was dat niet fantastisch?
Wasn't that fantastic?
 
4138
Hij ziet er goed uit.
He's looking good.
 
4139
Het Engels heeft veel woorden uit het Frans overgenomen.
English has many loan words from French.
 
4140
Je kunt een lied zingen.
You can sing a song.
 
4141
Zij wonen in een klein huis.
They live in a small house.
 
4142
Je had alle deuren op slot of tenminste dicht moeten doen.
You should have locked, or at least closed, all the doors.
 
4143
Ik wil met je trouwen.
I want to marry you.
 
4144
Dat is niet mijn mening.
That's not my opinion.
 
4145
Tom wast zijn haar vrijwel dagelijks.
Tom washes his hair almost every day.
 
4146
Zalig kerstfeest.
Merry Christmas!
 
4147
Ze heeft uren op hem gewacht.
She waited for him for hours.
 
4148
Vind alsjeblieft een oplossing voor het probleem.
Please find a solution to the problem.
 
4149
Weet je waar Tom zijn koffer heeft gelaten?
Do you know where Tom put his suitcase?
 
4150
In welk jaar hij geboren is, dat heeft hij niet gezegd.
He didn't say in which year he was born.
 
4151
Dat is waarom Tom geen vriendin heeft.
That's why Tom doesn't have a girlfriend.
 
4152
Mijn vader is groot.
My father is tall.
 
4153
Heb je de vorige nacht hier geslapen?
Did you sleep here last night?
 
4154
Uw broer heeft mij gezegd dat ge naar Parijs geweest zijt.
Your brother said you'd gone to Paris.
 
4155
Je behoort altijd in persoon je verontschuldigingen aan te bieden.
You should always apologize in person.
 
4156
Tom was de eerste om de kamer te betreden.
Tom was the first to enter the room.
 
4157
In een gelijkaardige situatie zou ik hetzelfde doen.
In a similar situation, I'd do the same.
 
4158
Je bent humeurig.
You're moody.
 
4159
Tom is vreselijk klein.
Tom is awfully short.
 
4160
Hij kon het probleem oplossen.
He was able to solve the problem.
 
4161
Heeft u een ruimte voor niet-rokers?
Do you have a non-smoking section?
 
4162
Hard werk heeft Japan gemaakt tot wat het vandaag is.
Hard work has made Japan what it is today.
 
4163
Ik wou dat ik wist waar hij was!
I wish I knew where he was!
 
4164
Het is een regendag.
It's a rainy day.
 
4165
Ze besliste met hem te trouwen.
She decided to marry him.
 
4166
Ik wil alleen Tom.
I only want Tom.
 
4167
De lucht die we inademen, bestaat uit zuurstof en stikstof.
The air we breathe consists of oxygen and nitrogen.
 
4168
Tom en Maria hebben van plaats gewisseld.
Tom and Mary switched places.
 
4169
Jij moet je hoofd laten nakijken.
You should have your head examined.
 
4170
We waren beste vrienden.
We were best friends.
 
4171
„Jij praat te veel”, zei hij.
You talk too much, he said.
 
4172
Ik begrijp dat je jouw vakantie in Nieuw-Zeeland gaat doorbrengen.
I understand you are going to spend your vacation in New Zealand.
 
4173
Stoor me niet.
Don't disturb me.
 
4174
Je kunt waarschijnlijk wel raden wat er gaat gebeuren.
You can probably guess what happens though.
 
4175
Niet opeten.
Don't eat it.
 
4176
Sorry, ik weet niet wat ik nog meer moet zeggen.
I'm sorry, I don't know what else to say.
 
4177
Je gedrag was beschamend.
Your behavior was shameful.
 
4178
Ik weet niet wat hier aan de hand is.
I don't know what's going on around here.
 
4179
Na de storm leken delen van de stad op een oorlogsgebied.
Parts of the city looked like a disaster zone following the storm.
 
4180
Hoezo ben je zo moe vandaag?
Why are you so tired today?
 
4181
We zijn er nog steeds.
We're still here.
 
4182
Laten we naar buiten gaan voordat het heet wordt.
Let's go out before it gets hot.
 
4183
Verlaat het schip!
Abandon ship!
 
4184
Hoe liep de vergadering af?
How did the meeting go?
 
4185
Hij heeft zeven zonen.
He has seven sons.
 
4186
Kunt u dat bewijzen?
Can you prove it?
 
4187
Wacht tot ik tot tien tel.
Wait till I count to ten.
 
4188
Tegen dan was het donker.
It was dark by then.
 
4189
Tom verzamelt antieke klokken.
Tom collects antique clocks.
 
4190
Kunnen we elkaar nog eens ontmoeten?
Could we meet again?
 
4191
Tom vond het wel oké.
Tom was OK with it.
 
4192
Tom beloofde dat nooit meer te doen.
Tom promised never to do that again.
 
4193
Dat kan je mij niet verwijten.
You can't blame this on us.
 
4194
Bell woonde vroeger in Londen, of niet?
Bell used to live in London, didn't he?
 
4195
Teken een kleine cirkel.
Draw a small circle.
 
4196
Het is een van mij.
It's one of mine.
 
4197
Tom stottert.
Tom stutters.
 
4198
Doe de deur open alstublieft.
Open the door, please.
 
4199
Het concert was leuk, maar het was wel koud in de zaal.
I enjoyed the concert except that the hall was cold.
 
4200
Hou oud is die kerk?
How old is this church?
 
4201
We maken allen fouten.
We all make mistakes.
 
4202
De eerste maand van het jaar is januari.
The first month of the year is January.
 
4203
Wat een totale onzin!
What total nonsense!
 
4204
We willen allemaal antwoorden.
We all want answers.
 
4205
Ik zal hier op je wachten.
I'll wait here for you.
 
4206
Waarom luister je niet naar me?
Why aren't you listening to me?
 
4207
Te weinig is net zo erg als te veel.
Too little is just as bad as too much.
 
4208
Hebt u een brandverzekering?
Do you have fire insurance?
 
4209
Ik weet niet hoe diep het meer is.
I don't know how deep the lake is.
 
4210
De bomen zijn groen.
The trees are green.
 
4211
Ik weet het nog niet.
I don't know yet.
 
4212
Laten we een liedje zingen.
Let's sing a song.
 
4213
We hebben een geweldige schoolbibliotheek.
We have a great school library.
 
4214
Tom zei tegen me dat ik gelijk moest vertrekken.
Tom told me to leave right away.
 
4215
Ik heb verkering met een meisje genaamd Maria.
I'm dating a girl named Mary.
 
4216
Tom is ouder dan ik.
Tom is older than me.
 
4217
Ik heb een hekel aan koffie.
I hate coffee.
 
4218
Kan je naaien?
Do you know how to sew?
 
4219
Het nieuwe semester begint in april in Japan.
The new term starts in April in Japan.
 
4220
Ik wist dat Tom laat zou zijn.
I knew Tom would be late.
 
4221
Spreken ze in Canada Engels?
Is English spoken in Canada?
 
4222
Ik ben te klein.
I am too short.
 
4223
Hoe heet uw zoon?
What's your son's name?
 
4224
Kioto is een bezoek waard.
Kyoto is worth visiting.
 
4225
Ik kom terug.
I'll be back.
 
4226
Geen paniek!
Don't panic!
 
4227
Het is te laat om de schuurdeur te sluiten als het paard er al vandoor is.
It's too late to shut the barn door when the horse has already run off.
 
4228
Mensen kunnen niet leven zonder lucht.
Man cannot live without air.
 
4229
We eten alle dagen om 12 uur 's middags.
We have lunch at noon every day.
 
4230
Ga jij dit gebruiken?
Will you use this?
 
4231
Waarom ontwijk je me altijd?
Why are you always avoiding me?
 
4232
Ik houd van rood vlees.
I like red meat.
 
4233
Ze zat op de bank.
She sat on the bench.
 
4234
Gelukkig konden zij ontsnappen.
Fortunately, they were able to escape.
 
4235
Ze kookt voor hem.
She cooks for him.
 
4236
Ik ga Duits studeren.
I will study German.
 
4237
Is Tom links?
Is Tom left-handed?
 
4238
Ze is niet aardig tegen hem. Eigenlijk is ze aardig tegen niemand.
She isn't kind to him. In fact, she's not kind to anyone.
 
4239
We zijn erg verontrust over de toekomst van dit land.
We are very much concerned about the future of this country.
 
4240
Mijn nieuwe jurk is rood.
My new dress is red.
 
4241
Ik spreek geen Japans.
I don't speak Japanese.
 
4242
Het is daar.
It's there.
 
4243
Hij gaf al zijn geld weg voor het goede doel.
He gave away all his money to charity.
 
4244
Dat paard is van Tom.
That's Tom's horse.
 
4245
Het lijkt erop dat er gas uit de buis ontsnapt.
Gas seems to be escaping from the pipe.
 
4246
Ik ben niet langer bang voor spinnen.
I'm no longer afraid of spiders.
 
4247
Meisjes houden ervan vadertje en moedertje te spelen.
Girls like to play house.
 
4248
Ik zal ook gaan, tenzij het regent.
Unless it rains, I will go, too.
 
4249
Ik heb dit boek al uit.
I have already finished this book.
 
4250
Hij geeft les Engels.
He teaches English.
 
4251
Je hoeft niet meteen te gaan.
You don't need to go at once.
 
4252
Ik betreur het dat huis niet te hebben gekocht.
I regret not having bought that house.
 
4253
Tom woont in de buurt.
Tom lives nearby.
 
4254
Ik ben een bad aan het nemen.
I'm taking a bath.
 
4255
Dat is niet grappig!
It's not funny.
 
4256
Een koekje ligt onder de tafel.
A cookie is under the table.
 
4257
Heb je de sleutels nodig?
Do you need the keys?
 
4258
Mijn vader houdt erg van pizza.
My father loves pizza.
 
4259
Ik denk dat het waar is wat je zegt.
I think what you say is true.
 
4260
Ik zal zeker op Tom stemmen.
I'll definitely vote for Tom.
 
4261
Wat doe je van beroep?
What's your occupation?
 
4262
Kan je jagen?
Do you know how to hunt?
 
4263
Is Toms ziekte ernstig, dokter?
Is Tom's illness serious, doctor?
 
4264
Hij wijdde zijn leven aan zijn bedrijf.
He devoted his life to his company.
 
4265
Mag dat wel?
Can you do that?
 
4266
Een leven zonder liefde heeft helemaal geen zin.
Life without love has no meaning at all.
 
4267
Gaat het goed met jullie?
Are you OK?
 
4268
Het is jullie schuld.
This is your fault.
 
4269
Tom neemt zijn baan niet erg serieus.
Tom doesn't take his job very seriously.
 
4270
Niet alle rode appels smaken hetzelfde.
Not all red apples taste the same.
 
4271
Het kan levensgevaarlijk zijn om dat te doen.
Doing that can be extremely dangerous.
 
4272
Ik weet niet of u gelukkig bent of niet.
I don't know whether you're happy or not.
 
4273
Ik zal alles betalen.
I'll pay you for everything.
 
4274
Je moet hier blijven totdat we terugkomen.
You are to stay here until we come back.
 
4275
Ze zitten aan tafel.
They are sitting at the table.
 
4276
Ik ben aan de telefoon.
I'm talking on the phone.
 
4277
Ik kan je een pijnstiller geven.
I can give you some medicine for the pain.
 
4278
Ik heb een visum.
I have a visa.
 
4279
Hij heeft een hond en zes katten.
He has a dog and six cats.
 
4280
Je kan maar beter oppassen met wat je zegt.
You'd better be careful what you say.
 
4281
Kan je ons helpen?
Can you help us?
 
4282
Ik heb juist gegeten.
I have just finished eating.
 
4283
Wij werken overdag en rusten 's nachts.
During the day, we work, and at night, we rest.
 
4284
Ze wilde niet betrokken raken.
She didn't want to get involved.
 
4285
Hij zingt graag.
He likes singing.
 
4286
Dankzij uw raad ben ik geslaagd.
Because of your advice, I was able to succeed.
 
4287
Waarom wil je vandaag weggaan?
Why do you want to leave today?
 
4288
De politie beschuldigde hem van diefstal.
The police accused him of theft.
 
4289
Ik wil hier blijven.
I want to stay here.
 
4290
Ik hou van mijn stad.
I love my city.
 
4291
Kalmeer je.
Calm down.
 
4292
De gootsteen staat vol met vuile vaat.
The sink is full of dirty dishes.
 
4293
Het kan zijn dat er niets is om zorgen over te maken.
There may be nothing to worry about.
 
4294
Is het echt zo moeilijk om Engels te spreken?
Is it really that hard to speak English?
 
4295
Dit heeft met jou niets te maken.
This has nothing to do with you.
 
4296
Hij heeft een gouden medaille gewonnen.
He won a gold medal.
 
4297
Je moet het niet meteen doen.
You don't need to do that right away.
 
4298
Neem je nog meer gebak?
Will you have some more cake?
 
4299
Zowel Tom als Maria slapen nu.
Tom and Mary are both asleep.
 
4300
Als ik iets moet maken, dan heb ik twee linkerhanden.
When it comes to making things, I'm all thumbs.
 
4301
Hij had een verkeersongeval.
He had a traffic accident.
 
4302
Je lijkt terneergeslagen.
You're looking down.
 
4303
Ze gaf hem zijn jas.
She handed him his jacket.
 
4304
Als je wilt praten, dan praten we.
If you want to talk, let's talk.
 
4305
Zorg ervoor dat de deur gesloten is.
Make sure the door is locked.
 
4306
Ik zal de volgende vergadering bijwonen.
I'll attend the next meeting.
 
4307
Ik ken Tom en Mary.
I know both Tom and Mary.
 
4308
Waarom vind je me niet leuk?
Why don't you like me?
 
4309
Tom zal dit niet vergeten.
Tom won't forget this.
 
4310
Moet ik met je meegaan?
Should I go with you?
 
4311
Iedereen gaat dood.
Everyone dies.
 
4312
Mensen die aan bodybuilden doen heten bodybuilders.
People who do bodybuilding are called bodybuilders.
 
4313
Bent u nog altijd gehuwd?
Are you still married?
 
4314
Tom ziet er een beetje teleurgesteld uit.
Tom looks a little disappointed.
 
4315
De patiënt leek gezond te zijn.
The patient seemed to be healthy.
 
4316
Ze haastte zich zodat ze niet te laat zou zijn.
She hurried so she wouldn't be late.
 
4317
Dat is de mooiste bloem van de tuin.
This is the most beautiful flower in the garden.
 
4318
Ik heb haar herkend van zodra ik haar zag.
I recognized her as soon as I saw her.
 
4319
Ze negeerde hem, wat niet slim bleek.
She ignored him, which proved unwise.
 
4320
Je kan maar beter naar huis gaan.
You should go home.
 
4321
Mag ik het raam opendoen?
Can I open the window?
 
4322
Het wordt gezegd dat hij heel rijk is.
They say he's very rich.
 
4323
Je moet stoppen.
You have to stop.
 
4324
De top van de speer was gedrenkt in een dodelijk vergif.
The tip of the spear was dipped in a deadly poison.
 
4325
Je hebt koorts.
You've got a fever.
 
4326
Dat eiland heeft een tropisch klimaat.
That island has a tropical climate.
 
4327
Ik ben klaar.
I'm ready.
 
4328
Hij heeft beslist om daar alleen te gaan.
He made up his mind to go there alone.
 
4329
Tom vroeg Mary om hem ervoor te laten zorgen.
Tom asked Mary to let him take care of it.
 
4330
Misschien kunnen we een nieuwe voor Tom kopen.
Maybe we can buy Tom a new one.
 
4331
Ik heb hen de bank zien binnengaan.
I saw them enter the bank.
 
4332
Hij was erg vriendelijk tegen iedereen.
He was very friendly to everybody.
 
4333
Ik denk dat hij succes zal hebben.
I think that he will succeed.
 
4334
Hij houdt van koffie zonder suiker.
He likes coffee without sugar.
 
4335
Ik zou graag hebben dat u terug naar Boston komt.
I want you to return to Boston.
 
4336
Ze hebben niets gemeen.
They have nothing in common.
 
4337
Ik wil standaard Engels leren.
I want to learn standard English.
 
4338
Als ik tijd had, ging ik naar de film.
I would go to the movies if I had the time.
 
4339
Ik zag Tom naakt.
I saw Tom naked.
 
4340
Is het altijd zo?
Is it always like this?
 
4341
Ik dacht dat dat boek moeilijk te lezen was.
I thought that book was difficult to read.
 
4342
Ze liegen nooit.
They never tell a lie.
 
4343
Tom heeft een boterham voor Maria gemaakt.
Tom made a sandwich for Mary.
 
4344
Ik weet zeker dat Tom dit klusje kan klaren.
I'm sure Tom will be able to handle this job.
 
4345
Waar gaat dit boek over?
What is the book about?
 
4346
Ik zal jou dit boek geven.
I will give you this book.
 
4347
Tom is sterk.
Tom is strong.
 
4348
Als we hem achterlaten zal hij doodbloeden.
If we leave him, he'll bleed to death.
 
4349
Ik wil dat spelletje niet meer spelen.
I don't want to play this game anymore.
 
4350
Ik heb vandaag een twaalftal potloden gekocht.
I bought a dozen pencils today.
 
4351
Gisteren regende het.
It rained yesterday.
 
4352
Speel je nog steeds gitaar?
Are you still playing the guitar?
 
4353
Ze is noch rijk, noch beroemd.
She's neither rich nor famous.
 
4354
Het experiment moet beginnen.
The experiment has to begin.
 
4355
Een tafel heeft vier poten.
A table has four legs.
 
4356
Ik doe helemaal niets.
I don't do anything.
 
4357
Laten we erachter komen waar Tom is.
Let's find out where Tom is.
 
4358
Niemand kan hem begrijpen.
Nobody can understand him.
 
4359
Wat heb je Tom verteld?
What have you told Tom?
 
4360
De honden zijn in de tuin.
The dogs are in the garden.
 
4361
De brug is nog steeds in aanbouw.
The bridge is still under construction.
 
4362
Er wordt gezegd dat de armen niet altijd ongelukkig zijn.
It is said that the poor are not always unhappy.
 
4363
Zijn dappere daad leverde hem respect op.
His brave deed earned him respect.
 
4364
Mijn boek weegt veel.
My book is very heavy.
 
4365
Ik ben een brave jongen.
I am a good boy.
 
4366
We hebben de vuilnisbakken buitengezet.
We took the trash out.
 
4367
Ik weet van niks.
I don't know anything.
 
4368
Je kan net zo goed naar huis gaan.
You might as well go home.
 
4369
Laat me gewoon maar alleen!
Just leave me alone.
 
4370
Ik begrijp het Nederlands niet. Het is moeilijk.
I don't understand Dutch. It's difficult.
 
4371
Laat je vrienden komen.
Bring your friends.
 
4372
Ze had een rode rok aan.
She was wearing a red skirt.
 
4373
Hij is bewusteloos.
He's unconscious.
 
4374
Het ziet ernaar uit dat de storm is gaan liggen.
It appears the storm has calmed down.
 
4375
Heb je het probleem kunnen oplossen?
Could you solve the problem?
 
4376
Die vent is helemaal gestoord!
That guy is totally nuts!
 
4377
Het kan zijn dat Tom vandaag komt.
Tom may come today.
 
4378
Ze heeft zulke mooie ogen.
She's got such lovely eyes.
 
4379
Ik zou graag met je praten.
I'd like to speak with you.
 
4380
Ik ben in Londen geweest.
I have been to London.
 
4381
De stroom is uitgevallen.
The power's out.
 
4382
Ik houd van deze foto.
I love this photo.
 
4383
Ze groetten me met een glimlach.
They greeted me with a smile.
 
4384
Het vliegtuig vloog over de berg.
The plane flew over the mountain.
 
4385
Tom heeft een speciaal plaatsje in mijn hart.
Tom has a special place in my heart.
 
4386
Denk je echt dat dat me koud laat?
Do you think I don't care?
 
4387
Uiteindelijk is hij van gedachten veranderd.
Eventually, he changed his mind.
 
4388
Hij schonk melk in zijn thee en roerde hem.
He put milk into his tea and stirred it.
 
4389
Wat is uw achternaam?
What's your last name?
 
4390
Ze zullen een huis voor je bouwen.
They'll build you a house.
 
4391
Konijnen zijn sociale dieren.
Rabbits are social animals.
 
4392
Wie is je favoriete tv-ster?
Who's your favorite TV star?
 
4393
Een goede gezondheid is meer waard dan al de rest.
Good health is more valuable than anything else.
 
4394
Zij liegt nooit.
She never lies.
 
4395
Waarom bezoek je Australië?
Why are you visiting Australia?
 
4396
Wie veel eist, krijgt veel. Wie te veel eist, krijgt niets.
The one who demands much, gets much. The one who demands too much, gets nothing.
 
4397
De fles was gevuld met iets dat er uit zag als zand.
The bottle was filled with what looked like sand.
 
4398
Het jongetje is in de dierentuin.
The little boy is at the zoo.
 
4399
Jij bent alles voor mij.
You are everything to me.
 
4400
Hallo, Tom.
Hello, Tom.
 
4401
Ik hou van tuinieren.
I love gardening.
 
4402
Het Tatoeba-project, dat je online kan vinden op tatoeba.org, werkt aan een grote gegevensbank met in vele talen vertaalde voorbeeldzinnen.
The Tatoeba Project, which can be found online at tatoeba.org, is working on creating a large database of example sentences translated into many languages.
 
4403
Hij is ziek.
He is ill.
 
4404
Tom kuste Maria in de hals.
Tom kissed Mary on the neck.
 
4405
Eet niet te veel.
Don't eat too much.
 
4406
Waarom gaan we niet even bij haar langs?
Why don't we drop by to see her?
 
4407
Onze tijd zit er bijna op.
We're almost out of time.
 
4408
Koop ze gewoon.
Just buy those.
 
4409
Ik woon in Japan.
I live in Japan.
 
4410
Ik zal mijn reis naar Schotland uitstellen tot het warmer is.
I'll postpone my trip to Scotland until it's warmer.
 
4411
Ze bespraken het via de telefoon.
They talked about it on the telephone.
 
4412
Kan ik die lenen?
Can I borrow those?
 
4413
Zwarte stoffen absorberen het licht.
Black cloth absorbs light.
 
4414
Ik wil graag Frans leren.
I want to learn French.
 
4415
Misschien kunnen we helpen.
Maybe we can help.
 
4416
Iedereen lijkt zich te vermaken.
Everybody seems to be having a good time.
 
4417
Mary's schouders waren bloot.
Mary had bare shoulders.
 
4418
Mijn hemd is nog niet droog.
My shirt isn't dry yet.
 
4419
Wat moet er van haar worden?
What will become of her?
 
4420
Ik denk niet dat het Tom wat uitmaakt.
I don't think Tom cares.
 
4421
Ik zal jullie nooit verlaten.
I'll never leave you.
 
4422
Da's niet gek!
Wow!
 
4423
Ik ben een jaar geleden gestopt met roken.
I gave up smoking a year ago.
 
4424
Hij was te moe om verder te kunnen lopen.
He was too tired to walk any farther.
 
4425
De tijd vliegt als een pijl.
Time flies like an arrow.
 
4426
Ze bewapenden zich met geweren.
They armed themselves with guns.
 
4427
Tom heeft geld. Echter, hij is niet gelukkig.
Tom has money. However, he's not all that happy.
 
4428
Hij heeft een engelstalig boek gekocht in een boekenwinkel.
He bought an English book at a bookstore.
 
4429
De stad werd tijdens de oorlog verwoest.
The town was destroyed during the war.
 
4430
Olie zal op water drijven.
Oil will float on water.
 
4431
Ik heb dat telefoonummer opgeschreven.
I wrote down that telephone number.
 
4432
Kinderen onder de dertien jaar mogen dit zwembad niet in.
Children under thirteen years of age are not admitted to this swimming pool.
 
4433
De hemel is blauw.
The sky is blue.
 
4434
Ik bloed erg veel.
I'm bleeding badly.
 
4435
Niemand beoordeelt u.
No one's judging you.
 
4436
Hoe weet je dit allemaal?
How do you know all this?
 
4437
De moordenaar verstopte zich in de bergen.
The murderer hid in the mountains.
 
4438
Ik kan jou niet vertellen hoe je het woord moet uitspreken.
I can't tell you how to pronounce the word.
 
4439
Er is iets aan de hand.
Something's wrong.
 
4440
Hij vergat zijn belofte daarnaartoe te gaan.
He forgot his promise to go there.
 
4441
We hadden veel plezier samen.
We had a lot of fun together.
 
4442
Ik zal dit werk op een of andere manier afmaken.
I will finish this work somehow.
 
4443
Ik wil een vriend.
I want a friend.
 
4444
Morgen komt er een maansverduistering.
There will be a lunar eclipse tomorrow.
 
4445
Het leven begint wanneer je klaar bent om het te leven.
Life begins when you're ready to live it.
 
4446
Tom moet naar het ziekenhuis.
Tom needs to go to the hospital.
 
4447
Ik streed met hem om de eerste prijs.
I competed with him for the first prize.
 
4448
Heeft Tom kinderen?
Does Tom have children?
 
4449
Haar vader is politieman.
Her father is a policeman.
 
4450
Zijn jullie allemaal klaar om te gaan wandelen?
Are you all ready to go hiking?
 
4451
Men moet voor zich zelf zorgen.
One should take care of oneself.
 
4452
Ik heb mijn tasje achtergelaten.
I left my purse behind.
 
4453
Zijn zij Japans of Chinees?
Are they Japanese or Chinese?
 
4454
Ik weet niet wanneer zij kan komen.
I do not know when she can come.
 
4455
Woon je hier in de buurt?
Do you live near here?
 
4456
Ik kan niet tegen lawaaierige kinderen.
I can't stand noisy children.
 
4457
We kunnen de geschiedenis niet veranderen, maar we kunnen er wel van leren.
We can't change history, but we can learn from it.
 
4458
Ik vroeg om een afspraak maar hij kon geen tijd voor me vrijmaken.
I asked for an appointment, but he wouldn't spare me the time.
 
4459
Wakker worden is het tegenovergestelde van inslapen.
Waking up is the opposite of going to sleep.
 
4460
Ik heb hoofdpijn gekregen van drie baby's die onophoudelijk huilden.
Three babies crying incessantly gave me a headache.
 
4461
Zij is een serieus persoon.
She is a serious person.
 
4462
Tom heeft mij dertig dollar gegeven.
Tom gave me thirty dollars.
 
4463
Het spijt me dat ik vandaag niet kan komen.
I'm sorry that I can't come today.
 
4464
Kinderen hebben er een hekel aan om leraren te irriteren.
Children hate annoying teachers.
 
4465
Geef je Tom de schuld?
Do you blame Tom?
 
4466
Tom doet biologisch onderzoek.
Tom is doing research in biology.
 
4467
Let erop dat die deur op slot blijft.
Make sure this door stays locked.
 
4468
Zij is mijn zuster.
She's my sister.
 
4469
Raak mijn auto niet aan.
Don't touch my car.
 
4470
Lees het nog een keer.
Read it once more.
 
4471
Tom zou verschrikkelijk teleurgesteld zijn als we niet naar zijn feestje zouden gaan.
Tom would be terribly disappointed if we didn't go to his party.
 
4472
Is dit in Zwitserland gemaakt?
Is this made in Switzerland?
 
4473
We liepen langs de rivier.
We walked along the river.
 
4474
Ik werk hier al een aantal jaar.
I've been working here for a couple of years.
 
4475
Ik sloot mijzelf buiten.
I locked myself out.
 
4476
Ik moet ergens een fout gemaakt hebben.
I must have made a mistake somewhere.
 
4477
Hij woonde naast zijn oom.
He lived next to his uncle.
 
4478
Ik wil afvallen.
I want to lose weight.
 
4479
Is er geen andere methode?
Is there no alternative to your method?
 
4480
Ik weet niet wat er gebeurd kan zijn.
I don't know what could've happened.
 
4481
Wat een raar verhaal!
What a strange story!
 
4482
Je zou naar je moeder moeten luisteren.
You ought to listen to your mother.
 
4483
Tom is een beetje getikt.
Tom is a little crazy.
 
4484
Ik haat Boston.
I hate Boston.
 
4485
Dat is waarom ze het gedaan hebben.
That's why they did it.
 
4486
Het paard brak zijn nek toen het viel.
The horse broke its neck when it fell.
 
4487
Zij is een vriendelijk persoon.
She's a kind person.
 
4488
Wilt u nog een stuk gebak?
How about another piece of cake?
 
4489
Haar sweater is paars.
Her sweater is purple.
 
4490
Ik ben wakker.
I'm awake.
 
4491
Op welke verdieping woont ge?
What floor do you live on?
 
4492
Ik heb uw leven al tweemaal gered.
I've already saved your life twice.
 
4493
Hij heeft een oog voor kunst.
He has a good eye for art.
 
4494
Hij is tennisspeler.
He's a tennis player.
 
4495
Ik ben allergisch voor vis.
I'm allergic to fish.
 
4496
Of je het nu leuk vindt of niet, je moet gaan.
Like it or not, you have to go.
 
4497
De nieuwe film was een topper.
The new movie was a big hit.
 
4498
De deur is dicht.
The door is closed.
 
4499
Tom keek.
Tom looked.
 
4500
Ik weet niet waar ze zijn.
I don't know where they are.
 
4501
Komt hij echt?
Is he really coming?
 
4502
Zijn verhaal is vreemd, maar geloofwaardig.
His story is strange, but it's believable.
 
4503
Ze spreken Engels in Australië.
They speak English in Australia.
 
4504
In China leert men ook Engels.
English is studied in China, too.
 
4505
Ik hou van dit mobieltje.
I love this mobile phone.
 
4506
Een week telt zeven dagen.
A week has seven days.
 
4507
Ik was voor het ochtendgloren al opgestaan.
I was up before dawn.
 
4508
Had ik het Tom niet moeten vertellen?
Should I not have told Tom?
 
4509
Ik ben er zeker van dat je het erg druk hebt.
I'm sure you're very busy.
 
4510
Waar is het treinstation?
Where's the train station?
 
4511
Er zit vuil onder je vingernagels.
You have dirt under your fingernails.
 
4512
Tom slaagde met vlag en wimpel.
Tom passed with flying colors.
 
4513
Het is de hare.
It's hers.
 
4514
Ik wil een boek om te lezen.
I want a book to read.
 
4515
Het moet iets met geld te maken hebben.
It must have something to do with money.
 
4516
Tom speelt de vibrafoon bijzonder goed.
Tom plays the vibraphone exceptionally well.
 
4517
Tom komt bijna ieder weekend naar huis.
Tom comes home almost every weekend.
 
4518
Niet naar hem luisteren. Hij maakt maar een grapje.
Don't listen to him. He's just kidding.
 
4519
Je bent vrij goed.
You're pretty good.
 
4520
Ik ben dezelfde mening toegedaan.
I agree.
 
4521
Ik heb ze gezegd dat ze me nog een ticket moeten opsturen.
I told them to send me another ticket.
 
4522
Konijnen eten graag wortelen.
Rabbits like to eat carrots.
 
4523
Hij ziet er blij uit.
He looks happy.
 
4524
Laten we Tom feliciteren.
Let's congratulate Tom.
 
4525
Tom stond op om zeven uur 's ochtends.
Tom got up at 7:00.
 
4526
Ik had de eer niet om hem te ontmoeten.
I haven't had the honor of meeting him.
 
4527
We zijn tv aan het kijken.
We're watching TV.
 
4528
Waar werkt Tom nu?
Where's Tom working now?
 
4529
Tom zal er altijd voor je zijn.
Tom will always be here for you.
 
4530
Ik zou precies hetzelfde kiezen.
I would choose the exact same thing.
 
4531
Dit is ook vrij kort.
This is also rather short.
 
4532
Ik oefen niet meer.
I don't practice anymore.
 
4533
Hij boog voor zijn leerkracht.
He bowed to his teacher.
 
4534
Waarom heb je het haar niet verteld?
Why didn't you tell her?
 
4535
Kunnen planten pijn voelen?
Can plants feel pain?
 
4536
Zijn verhaal was interessant.
His story was interesting.
 
4537
Hoe weet je dat?
How do you know that?
 
4538
Ik krijg best wel dorst.
I'm getting pretty thirsty.
 
4539
Ik heb een paar vrienden in de VS.
I have a few friends in the United States.
 
4540
Welke auto heeft hij genomen?
What car did he take?
 
4541
Wij beiden waren zeer hongerig.
We were both very hungry.
 
4542
Ik heb geen flauw benul.
I have no clue.
 
4543
Tom had er absoluut niks mee te maken.
Tom had absolutely nothing to do with it.
 
4544
Hij zag het ongeval onderweg naar school.
He saw the accident on his way to school.
 
4545
Zijn wij bang om dood te gaan?
Are we afraid of dying?
 
4546
Ik zal gewicht verliezen.
I will lose weight.
 
4547
Tom was niet in staat om een job te houden of om op zichzelf te leven.
Tom was unable to hold a job or live by himself.
 
4548
Ze wilde graag naar huis.
She was eager to go home.
 
4549
Ik ben bang dat hij in gesprek is.
I'm afraid the line is busy.
 
4550
Is dit uw boek?
Is this your book?
 
4551
De hoofdstad van Turkije is Ankara.
The capital of Turkey is Ankara.
 
4552
De brug is van hout gemaakt.
The bridge is built of wood.
 
4553
Tom dacht dat Mary sliep.
Tom thought that Mary was asleep.
 
4554
Hebt ge de laatste tijd nog iets over haar gehoord?
Have you heard from her recently?
 
4555
Waar is mijn doos bonbons?
Where's my box of chocolates?
 
4556
Dat kan geen echte diamant zijn.
This can't be a real diamond.
 
4557
We hebben een ziekenwagen nodig.
We need an ambulance.
 
4558
Ze juichten en klapten.
They cheered and clapped.
 
4559
De politie hield enkele verdachten aan voor verhoor.
The police detained several suspects for questioning.
 
4560
Ik weet wie dit gerucht de wereld ingestuurd heeft.
I know who started the rumor.
 
4561
Je kunt er maar beter naar kijken.
You'd better look at it.
 
4562
Mary stopt voor niets of niemand om haar doel te bereiken.
Mary will stop at nothing to achieve her goal.
 
4563
Ik heb geen toekomst.
I have no future.
 
4564
Mijn pa belde net.
My dad just called.
 
4565
De wind is gaan liggen.
The wind has abated.
 
4566
Ik heb pizza besteld.
I ordered pizza.
 
4567
Hou hem in het oog.
Keep an eye on him.
 
4568
Ik wil dat hij daar naartoe gaat.
I want him to go there.
 
4569
Doe wat ge moet doen.
Do what you have to do.
 
4570
Technologie op zichzelf is zinloos tenzij het nuttig is voor de mensheid.
Technology is in itself meaningless unless it serves mankind.
 
4571
Het eten ziet er erg lekker uit.
The food looks very delicious.
 
4572
Ik was dom genoeg om hem te geloven.
I was foolish enough to believe him.
 
4573
Help mij dit te drukken.
Help me print this.
 
4574
Wat spijt je?
What are you sorry about?
 
4575
Ik zou deze jurk willen passen.
I'd like to try on this dress. / I'd like to try this dress on.
 
4576
Hij blies z'n laatste adem uit.
He breathed his last.
 
4577
In dit theater kunnen een paar honderd mensen zitten.
This theater seats several hundred people.
 
4578
Heb je appels?
Do you have any apples?
 
4579
Wat is de prijs van een ticket?
What's the price of a ticket?
 
4580
Tom heeft een cadeau voor Mary gekocht.
Tom bought Mary a present.
 
4581
Blijf uit mijn kamer.
Stay out of my room.
 
4582
Neem gerust contact met mij op als u nog verdere vragen hebt.
Please don't hesitate to contact me if you have any other questions.
 
4583
Je spreekt echt goed Frans.
You really speak French well.
 
4584
Mag ik de tafel dekken?
May I set the table?
 
4585
Objectief gezien, was zijn argument helemaal niet redelijk.
From an objective viewpoint, his argument was far from rational.
 
4586
Tom werd zeer boos.
Tom got very upset.
 
4587
Het gejuich stopte.
The cheering ceased.
 
4588
Hij haatte liegen.
He hated lying.
 
4589
Ik kan niet zo goed tennissen als Tom.
I can't play tennis as well as Tom.
 
4590
Hij zegt dat zijn zoon nu kan tellen tot honderd.
He says his son can count up to 100 now.
 
4591
Wat is de kleur van Maria's sjaal?
What color is Mary's scarf?
 
4592
Poolse archeologen doen wetenschappelijk onderzoek in Soedan.
Polish archaeologists are conducting scientific studies in Sudan.
 
4593
Ik herinner me je naam niet.
I don't remember your name.
 
4594
Het portret van mijn grootvader hangt aan de muur.
My grandfather's picture is on the wall.
 
4595
Ik zag u koken.
I saw you cooking.
 
4596
Niemand luisterde naar me.
Nobody listened to me.
 
4597
De lessen beginnen elke dag om negen uur.
Classes start at nine o'clock every day.
 
4598
Iemand anders zou gekwetst kunnen worden.
Somebody else might get hurt.
 
4599
Waarom woonde je in Kyoto vorig jaar?
Why did you live in Kyoto last year?
 
4600
Ik wilde niet dat dit zou gebeuren.
I didn't want this to happen.
 
4601
Waarom zou iemand Tom vermoorden?
Why would someone kill Tom?
 
4602
Zouden we dit een prioriteit kunnen maken?
Could we make this a priority?
 
4603
Bel me morgen.
Call me tomorrow.
 
4604
De boeken van deze student zijn nieuw.
This student's books are new.
 
4605
De mensen kwamen in opstand tegen de koning.
People rose in revolt against the King.
 
4606
Mijn tante was blij met mijn succes.
My aunt was pleased with my success.
 
4607
Toms moeder gaf hem een knuffel.
Tom's mother hugged him.
 
4608
Rijdt u voorzichtig.
Drive cautiously.
 
4609
We hadden beiden honger.
We were both hungry.
 
4610
Om hoe laat sta je op?
What time do you get up?
 
4611
Denk jij dat Tom ons gezien heeft?
Do you think Tom saw us?
 
4612
Wat wil je precies?
What exactly do you want?
 
4613
Ze is ongeveer veertig.
She is about forty.
 
4614
Ik heb mijn doel bereikt.
I reached my goal.
 
4615
Hij was verkouden, maar ging toch naar zijn werk.
He had a cold, but he went to work.
 
4616
Hij is vorige week naar de Verenigde Staten toe gegaan.
He went to America last week.
 
4617
Ik zie tranen in je ogen.
I see tears in your eyes.
 
4618
Ik ontvang vaak brieven van hem.
I often receive letters from him.
 
4619
Eerlijk duurt het langst.
Honesty will pay in the long run.
 
4620
Het is ingewikkelder dan dat.
It's more complicated than that.
 
4621
Azië is veel groter dan Australië.
Asia is much larger than Australia.
 
4622
Men moet het ijzer smeden als het heet is.
Strike while the iron is hot.
 
4623
Ik was erg verrast.
I was quite surprised.
 
4624
Welk een verrassing u hier te zien!
What a surprise to see you here!
 
4625
Ik kan mijn handpalmen op de vloer plaatsen zonder mijn knieën te buigen.
I can place the palms of my hands on the floor without bending my knees.
 
4626
Mijn vrienden geven morgen een feestje voor me.
My friends will give me a party tomorrow.
 
4627
Hij stierf enkele dagen voor zijn honderdste verjaardag.
He died a few days before his hundredth birthday.
 
4628
Waar zijn de reddingsboten?
Where are the lifeboats?
 
4629
Het is veel beter wakker te worden van de vogels dan van de wekker.
Much better to be woken by the birds than by an alarm.
 
4630
Heb je nog moeite met natuurkunde?
Are you still having difficulty with physics?
 
4631
Volgens de weersvoorspelling gaat het morgenmiddag regenen.
The weather report says it will rain tomorrow afternoon.
 
4632
Dit is de enige ingang.
This is the only way in.
 
4633
Ik heb een fles whisky.
I have a bottle of whiskey.
 
4634
Wees niet bang.
Don't be afraid. / Don't be scared.
 
4635
Ik kocht deze trui gisteren.
I bought this sweater yesterday.
 
4636
Ik wil het werk zelf afmaken.
I want to finish the work on my own.
 
4637
Je hebt mooie ogen.
You have beautiful eyes.
 
4638
Het is maar een grapje.
It is nothing but a joke.
 
4639
Hij is niets dan een leugenaar.
He is nothing but a liar.
 
4640
Wat voor boeken hou je van?
What kind of books do you like?
 
4641
Wat zijn Toms ware bedoelingen?
What are Tom's true intentions?
 
4642
Dit huis heeft zes kamers.
This house has six rooms.
 
4643
Koeien grazen in de wei.
Cows are eating grass in the meadow.
 
4644
Ze heeft een misdaad begaan.
She committed a crime.
 
4645
Hou je erbuiten.
You keep out of this.
 
4646
We hebben meer klanten dan we kunnen tellen.
We have more customers than we can count.
 
4647
Waar is het museum?
Where's the museum?
 
4648
Ik ben daarvan overtuigd.
I firmly believe that.
 
4649
Ik heb vorig jaar geen dokter gezien.
I didn't see a doctor last year.
 
4650
Hoe erg zijn Toms verwondingen?
How badly is Tom hurt?
 
4651
Drie uur later kwam hij terug thuis.
He came home three hours later.
 
4652
Ik speel piano.
I play piano.
 
4653
Stuur me alsjeblieft een kaartje zodra je aankomt.
Please send me a letter as soon as you arrive.
 
4654
Dat is mijn broer. Knap, niet?
This is my brother. Handsome, isn't he?
 
4655
Hoe gebruik je dit fototoestel?
How do you use this camera?
 
4656
De berg is bedekt met sneeuw.
The mountain is covered with snow.
 
4657
Waar is het winkelcentrum?
Where's the shopping center?
 
4658
Hij bloedde uit zijn wonden.
He was bleeding from his wounds.
 
4659
Mijn oom overleed twee jaar geleden aan kanker.
My uncle died of cancer two years ago.
 
4660
Vind je de lijst van dit schilderij mooi?
Do you like the frame on this painting?
 
4661
Dit is een verhaal over sterren.
This is a story about stars.
 
4662
De bloemen in de tuin zijn prachtig.
The flowers in the garden are very beautiful.
 
4663
Ik kan niet meer wachten.
I can't wait any more.
 
4664
Ze heeft graag sinaasappelen.
She likes oranges.
 
4665
Waarom ben je zo arrogant?
Why are you so arrogant?
 
4666
Hartelijk dank omdat u ons voor het avondeten hebt uitgenodigd.
Thank you for inviting us to dinner.
 
4667
Nergens ter wereld is het zo mooi als in de Zwitserse Alpen.
No place in the world is as beautiful as the Swiss Alps.
 
4668
Ik heb me verslapen.
I overslept.
 
4669
Zeg Tom alsjeblieft dat ik heb gebeld.
Please tell Tom that I called.
 
4670
Is iedereen gelukkig?
Is everyone happy?
 
4671
Zeg het alsjeblieft tegen niemand anders.
Please don't tell anyone else.
 
4672
Vanaf hoe laat kunnen we inchecken?
What time do you start check-in?
 
4673
Tweehonderd mensen stierven vorig jaar aan cholera.
Two hundred people died of cholera last year.
 
4674
Ik was slechts drie dagen in Boston.
I was only in Boston for three days.
 
4675
Hij was niet aanwezig op de bijeenkomst.
He was absent from the meeting.
 
4676
Waarom is hij niet gekomen?
Why didn't he come?
 
4677
Wat is de relatie tussen politiek en oorlog?
What is the relationship between politics and war?
 
4678
Laten we je idee bespreken.
Let's discuss your idea.
 
4679
Tom is aan boord gegaan.
Tom boarded the ship.
 
4680
We kennen hem.
We know him.
 
4681
Ze is de autosleutels verloren.
She's lost her car keys.
 
4682
Mag ik je iets vragen?
Can I ask you a question?
 
4683
Hij zou in de gevangenis gestopt moeten worden.
He should be put in prison.
 
4684
Hij is erg snel.
He's very fast.
 
4685
Vroeg of laat zal hij me alles vertellen.
He will tell me everything sooner or later.
 
4686
Hij had een gebroken hart.
He was heartbroken.
 
4687
Er zit geen toekomst in dit werk.
There is no future in his job.
 
4688
Tom belde Mary op en vroeg haar wat haar rooster was.
Tom called Mary up and asked her what her schedule was.
 
4689
Misschien gaat het regenen morgen.
Perhaps it will rain tomorrow.
 
4690
Ik zag Tom op TV geïnterviewd worden.
I saw Tom being interviewed on TV.
 
4691
Het spreekt voor zich dat onze plannen afhangen van het weer.
It goes without saying that our plans depend on the weather.
 
4692
U hebt maar gedaan alsof, niet?
You were pretending, weren't you?
 
4693
Ik waarschuw je voor de laatste keer.
I'm warning you for the last time.
 
4694
Zij speelt piano.
She plays the piano.
 
4695
Plotseling ging het brandalarm af.
All of a sudden, the fire alarm went off.
 
4696
Bel 1-800-828-6322 voor een gratis brochure.
Call 1-800-828-6322 for a free brochure.
 
4697
Tom heeft Maria's tas in de auto gelaten.
Tom left Mary's bag in the car.
 
4698
Je vriend is moe.
Your friend is tired.
 
4699
Hij draagt een zonnebril.
He is wearing sunglasses.
 
4700
Ik moest hem helpen met het huishoudelijk werk.
I had to help with the housework.
 
4701
Tom is een man van 33 jaar.
Tom is a 33-year-old man.
 
4702
Wat een slechte film!
What a bad movie!
 
4703
Mijn zoon kan al tot honderd tellen.
My son can already count to one hundred.
 
4704
Tom verstaat Frans.
Tom understands French.
 
4705
Tom heeft heel veel schulden.
Tom has a lot of debts.
 
4706
Ze hebben een verhuisfirma gevraagd om hun eigendommen naar hun nieuwe woning te verhuizen.
They hired a moving company to transport their belongings to their new home.
 
4707
Ze heeft geen vijanden.
She has no enemies.
 
4708
Ik wou dat het ophield met regenen.
I wish it would stop raining.
 
4709
Hiervoor betaal ik niet.
I'm not paying for this.
 
4710
Het is een parodie.
It's a parody.
 
4711
Alvast bedankt voor uw samenwerking.
Thank you in advance for your cooperation.
 
4712
Je ziet er vies uit.
You look filthy.
 
4713
Tv is ook niet meer wat het vroeger was.
TV is also not what it used to be.
 
4714
De kamer was zo donker dat we helemaal niets konden zien.
The room was so dark that we could see nothing at all.
 
4715
Iemand heeft geprobeerd je te vergiftigen.
Someone tried to poison you.
 
4716
Er stonden witte en gele bloemen aan de rand van de straat.
There were white and yellow flowers at the side of the road.
 
4717
Zal de ruimte beschikbaar zijn voor vergaderingen?
Will the room be available for the meetings?
 
4718
Ik zal Tom het goede nieuws gaan vertellen.
I'll go tell Tom the good news.
 
4719
Toms manier van praten werkt op mijn zenuwen.
Tom's way of talking gets on my nerves.
 
4720
Je kan beter persoonlijk gaan.
You should go in person.
 
4721
Ik heb een oorontsteking.
I have an ear infection.
 
4722
Er was volledige stilte.
There was total silence.
 
4723
Laten we aannemen dat het klopt.
Let's suppose it's true.
 
4724
Waar heb je Tom ontmoet?
Where did you meet Tom?
 
4725
Laat je oom erover nadenken.
Let your uncle think about it.
 
4726
Als kind vond ik het leuk om van de trapleuning te glijden.
When I was a child, I used to like sliding down the staircase banister.
 
4727
Perry bezocht Uraga in 1853.
Perry visited Uraga in 1853.
 
4728
Antwoord.
Answer me.
 
4729
Mijn kleermaker is rijk.
My tailor is rich.
 
4730
Mag ik even?
Do you mind?
 
4731
Ze bleven de hele nacht lang doorpraten.
They went on talking all night.
 
4732
Er ligt sneeuw op de berg.
There is snow on the mountain.
 
4733
Ik voelde me gelukkig.
I felt happy.
 
4734
Ik heb niets gegeten de laatste drie dagen.
I have eaten nothing for the past three days.
 
4735
Was je gisteravond moe?
Were you tired last night?
 
4736
Misschien heeft Tom Mary bedreigd.
Maybe Tom threatened Mary.
 
4737
Blijf daar niet zo staan, bel de beveiliging!
Don't just stand there. Call security.
 
4738
Daaraan kunnen we niets doen.
It cannot be helped.
 
4739
Is het niet zwart?
Isn't it black?
 
4740
Dit voedsel is ongezond.
This food is unhealthy.
 
4741
Italië is een prachtig land.
Italy is a very beautiful country.
 
4742
Ik leer autorijden.
I'm learning how to drive.
 
4743
Ik zal u morgen antwoorden.
I'll answer you tomorrow.
 
4744
Mag ik 's ochtends een douche nemen?
May I take a shower in the morning?
 
4745
Bij het ongeval zijn geen passagiers omgekomen.
No passengers were killed in the accident.
 
4746
Ik ben vandaag in Tokyo.
I am in Tokyo today.
 
4747
Het is apenvlees.
It's monkey meat.
 
4748
Ik ga om half elf slapen.
I go to bed at 10.30.
 
4749
Ze is een beetje verlegen.
She is a little shy.
 
4750
Hij is twee keer zo oud als ik.
He is twice as old as I am.
 
4751
Wat heb je gisteren gedaan?
What did you do yesterday?
 
4752
Ik heb van hem gehoord maar ik ken hem niet persoonlijk.
I know of him, but I don't know him personally.
 
4753
Jij bent degene die het gevecht begon.
You're the one who picked the fight.
 
4754
Hoe durf je aan mij te twijfelen!
How dare you doubt me!
 
4755
Hou ermee op!
Stop that!
 
4756
Een olifant heeft een lange neus.
An elephant has a long nose.
 
4757
Ze wonen aan de andere kant van de weg.
They live on the other side of the road.
 
4758
Het is ons gebruik om onze schoenen uit te doen voor we het huis binnengaan.
It is our custom to take off our shoes when we enter the house.
 
4759
Ik verloor de tijd uit het oog.
I lost track of time.
 
4760
Ik werd ontslagen.
I was fired.
 
4761
Ik kan mijn ogen niet geloven.
I can't believe my eyes.
 
4762
Lekker weertje hè?
Great weather, isn't it?
 
4763
Niemand kan de dood vermijden.
Nobody can escape death.
 
4764
Bevalt San Fransisco je?
Do you like San Francisco?
 
4765
Ik heb een hot dog voor Tom gekocht.
I bought Tom a hot dog.
 
4766
De twee broers waren partners.
The two brothers were partners.
 
4767
De sneeuw was zo dik dat we niets voor ons konden zien.
The snow was so thick we couldn't see in front of us.
 
4768
Hij is al vertrokken.
He has left already.
 
4769
Ik sta bijna iedere dag om zes uur op.
I get up at six almost every day.
 
4770
Je moet deze vragen beantwoorden.
You must answer these questions.
 
4771
Hij heeft het boek uitgelezen.
He finished reading the book.
 
4772
Hij handelde voor zijn eigen belang.
He acted in his own interest.
 
4773
Tom heeft het hier gedaan.
Tom did that here.
 
4774
Waarom heb je Tom uitgenodigd voor het feestje?
Why did you invite Tom to the party?
 
4775
Ik ben in de buurt van het station.
I am near the station.
 
4776
Ik ben gewoonlijk voor zonsopgang al op.
I'm usually up before dawn.
 
4777
Boven alles hebben kinderen liefde nodig.
Above all, children need love.
 
4778
Ik voelde mij er niet door gekrenkt.
I wasn't offended by that.
 
4779
Tom deed het licht uit en de deur dicht.
Tom turned off the lights and closed the door.
 
4780
Ik zal u mijn nieuwe auto tonen.
I'll show you my new car.
 
4781
Ik was in Tokio gisteren.
I was in Tokyo yesterday.
 
4782
Dit document is alleen voor jou bestemd.
This document is for your eyes only.
 
4783
Ik wil er eentje!
I want one! / I want one.
 
4784
Ik weet dat ik je geld schuldig ben.
I know I owe you money.
 
4785
Hij is niet mijn broer. Hij is mijn kozijn.
He isn't my brother. He's my cousin.
 
4786
Ik heb vandaag een kater.
I have a hangover today.
 
4787
Ze gaan trouwen in juni.
They are to be married in June.
 
4788
Mijn moeder repte er niet over.
My mother didn't mention it.
 
4789
Veel wetenschappers hebben de reputatie excentriek te zijn.
Many scientists have the reputation of being eccentric.
 
4790
Hij was kwaad omdat ik hem niet wou helpen.
He was angry because I wouldn't give him any help.
 
4791
Ben ik aan de beurt?
Is it my turn?
 
4792
Tom viel niet.
Tom didn't fall.
 
4793
Het is niet aan mij om dat te bepalen.
It's not for me to say.
 
4794
Ik heb er geen spijt van dat ik hier gekomen ben.
I don't regret coming here.
 
4795
Hij heeft een slecht handschrift.
His handwriting is bad.
 
4796
Wil je graag een glas witte wijn?
Would you like a glass of white wine?
 
4797
Ik zal erachter komen hoe het medicijn werkt.
I will find out how the medicine works.
 
4798
De wc is aan het einde van de gang.
The bathroom is at the end of the hall.
 
4799
Vroeg of laat gaan we dood.
We will die sooner or later.
 
4800
Blijf van mijn typemachine.
Keep your hands off my typewriter.
 
4801
De handdoek is nat.
The towel is wet.
 
4802
De auto van mijn vader is nieuw.
My father's car is new.
 
4803
Ik denk, dat ze dit verhaal heeft verzonnen.
I think she made up that story.
 
4804
Hoeveel kost die broek?
How much are these pants?
 
4805
Ik heb er spijt van dat huis niet te hebben gekocht.
I regret not having bought that house.
 
4806
Ze is mijn eerste liefde.
She's my first love.
 
4807
Ge zijt allemaal lafaards.
You're all cowards.
 
4808
Bangkok is de hoofdstad van Thailand.
Bangkok is the capital of Thailand.
 
4809
Je wilt niet meer betalen dan strikt noodzakelijk, nietwaar?
You don't want to pay more than you have to, right?
 
4810
We moeten niet met elkaar vechten.
We shouldn't be fighting with each other.
 
4811
De Eiffeltoren is in Parijs.
The Eiffel Tower is in Paris.
 
4812
Ik zal daar blijven.
I will stay there.
 
4813
Ik heb nog niet ontbeten.
I haven't eaten breakfast yet.
 
4814
Tom is met zijn vrienden.
Tom is with his friends.
 
4815
Waarom draag jij mijn jurk?
Why are you wearing my dress?
 
4816
De winkel is aan de overkant van de straat.
The store is across the street.
 
4817
Tom vond het best.
Tom was OK with it.
 
4818
Ik heb haar laat in de avond ontmoet.
I met her late in the evening.
 
4819
Het is niet al goud dat blinkt.
All that glitters is not gold.
 
4820
Sciencefiction bevalt me meer.
I like science fiction better.
 
4821
Ik wil dat je me kust.
I want you to kiss me.
 
4822
Is het moeilijker te vergeven, of te vergeten?
Is it harder to forgive or to forget?
 
4823
Wat moet ik doen?
What am I to do?
 
4824
Ze leest graag boeken.
She likes to read books.
 
4825
Hoe kom ik aan de andere kant?
How do I get to the other side?
 
4826
Hij is schuldig aan moord.
He is guilty of murder.
 
4827
Misschien is hij niet jong.
Maybe he's not young.
 
4828
Je kan maar beter het licht uitdoen voordat je gaat slapen.
You had better turn off the light before you go to sleep.
 
4829
Iedereen droomt.
Everyone dreams.
 
4830
Ik ben werkloos.
I'm unemployed.
 
4831
Ze zullen de vergadering niet zonder ons beginnen.
They won't start the meeting without us.
 
4832
We hebben veel te doen.
We have lots of things to do.
 
4833
Is het erg?
Is it bad?
 
4834
Het is duur om een kantoor te huren in het centrum van Boston.
It's expensive to rent an office in downtown Boston.
 
4835
Ik ben het kwijtgeraakt.
I lost it.
 
4836
Ze wilt een paarse jas.
She wants a purple coat.
 
4837
Laat ze eentje winnen.
Let them win one.
 
4838
Hij ging langzaam de trap op.
He went up the steps slowly.
 
4839
Klant is koning.
The customer is always right.
 
4840
Ze kan goed piano spelen.
She can play the piano well.
 
4841
Ik denk het niet.
I don't think so.
 
4842
Het was koud gisteren, maar vandaag is het nog kouder.
It was cold yesterday, but it's even colder today.
 
4843
Hij vluchtte met het geld.
He ran away with the money.
 
4844
Heeft u buikpijn?
Do you have a stomachache?
 
4845
Ik zal jullie leren schaakspelen.
I will teach you to play chess.
 
4846
Ik bleef achter.
I remained behind.
 
4847
Ik hoor gelach.
I hear laughing.
 
4848
Ik reis graag.
I like to travel. / I like traveling.
 
4849
Mijn oudere zus speelt goed gitaar.
My older sister plays the guitar well.
 
4850
Ik wil meer over Toms biologische ouders weten.
I want to know more about Tom's biological parents.
 
4851
Wat als hij nu terugkeert?
What if he comes back now?
 
4852
Ik wil er niet meer over praten.
I don't want to talk about it anymore.
 
4853
Wat is je favoriete hondenras?
What's your favorite breed of dog?
 
4854
Wat voor soort brood heb je het liefst?
What kind of bread do you like best?
 
4855
Ik had tijd om te oefenen.
I've had time to practice.
 
4856
Dit boek is te moeilijk te begrijpen.
This book is too difficult to understand.
 
4857
Tom en Maria kijken allebei liever comedies.
Tom and Mary both prefer watching comedies.
 
4858
Hij heeft er niks tegen.
He has nothing against it.
 
4859
De namen van variabelen in C zijn hoofdlettergevoelig.
Variable names in C are case sensitive.
 
4860
Je blijft keer op keer dezelfde fouten maken.
You continue making the same mistakes time after time.
 
4861
Uw handschrift is onleesbaar.
Your handwriting is illegible.
 
4862
Hij staat op het punt om te sterven.
He is about to die.
 
4863
Zij houdt erg van vissen.
She loves to fish.
 
4864
Frankrijk ligt ten zuiden van Engeland.
France is to the south of England.
 
4865
Hij heeft me zijn woord gegeven.
He gave me his word.
 
4866
Wilt u nog een portie?
Would you like another serving?
 
4867
Ik heb zijn telefoonnummer genoteerd.
I wrote down his phone number.
 
4868
Tom trok zijn shirt uit.
Tom removed his shirt.
 
4869
Snij het door de helft.
Cut it in half.
 
4870
Champagne alstublieft.
Champagne, please.
 
4871
Ik ben blij te horen dat je je niet ernstig verwond hebt.
I'm happy to hear that your injuries aren't serious.
 
4872
„Jingle Bells”, het bekende kerstlied, heeft in werkelijkheid niets met Kerstmis te maken. In de tekst is er geen enkele verwijzing naar het kerstfeest.
Jingle Bells, a popular song around Christmas time, is not really a Christmas song. The lyrics say nothing about Christmas.
 
4873
Deze soep is te pittig.
This soup is too spicy.
 
4874
Ze hield nog steeds van hem.
She still loved him.
 
4875
Er zijn veel mensen in Azië.
There are many people in Asia.
 
4876
Ik weet niet wat dit woord betekent. Ik zoek het wel op in het woordenboek.
I don't know what this word means. I'll look it up in the dictionary.
 
4877
Tom moet blut zijn.
Tom must be broke.
 
4878
De vraag was te moeilijk om hem te beantwoorden.
The question was too difficult to answer.
 
4879
Ik heb hem lang niet gezien.
I haven't seen him for a long time.
 
4880
Ik heb gefaald.
I have failed.
 
4881
Tom legde uit waarom hij te laat was.
Tom explained why he was late.
 
4882
Ik ging gisteren naar de schoenenwinkel.
I went to a shoe store yesterday.
 
4883
Ik heb al lang geleden de interesse voor geld verloren.
I lost interest in money a long time ago.
 
4884
Ik breng je naar het vliegveld.
I'll drive you to the airport.
 
4885
Ik heb hem gezien.
I did see him.
 
4886
Tom vroeg me mijn telefoonnummer.
Tom asked me for my phone number.
 
4887
Ziet het er acceptabel uit?
Does it look OK?
 
4888
Het is afschuwelijk.
It's hideous.
 
4889
Vertaal de volgende zinnen in het Japans.
Put the following sentences into Japanese.
 
4890
Hoeveel mensen kwamen er naar je feestje?
How many people came to your party?
 
4891
Sms'en onder het rijden is erg gevaarlijk.
Texting while driving is very dangerous.
 
4892
Ze zegt dat ze van bloemen houdt.
She says she likes flowers.
 
4893
Dat verhaal klinkt geloofwaardig.
The story sounds true.
 
4894
Hij werkt aan een aantal krankzinnige projecten.
He works on some really crazy projects.
 
4895
Tom wil naar Japan gaan.
Tom wants to go to Japan.
 
4896
Ik kan me me jou nog herinneren van toen je een klein jongetje was.
I can remember when you were just a little boy.
 
4897
Tom liet zijn koffiekopje op de keukenvloer vallen.
Tom dropped his coffee cup on the kitchen floor.
 
4898
Ik wou dat alles wat Tom zei een leugen was.
I wish everything Tom said was a lie.
 
4899
Hij is in het examen gezakt.
He failed the exam.
 
4900
Ik zal zo snel ik kan terugbellen.
I'll call back as soon as I can.
 
4901
Vul dit formulier in, alsjeblieft.
Fill out this form, please.
 
4902
Tom heeft drie auto's in zijn garage.
Tom has three cars in his garage.
 
4903
Hij doet alsof hij een koning was.
He acts as if he were a king.
 
4904
Heb je er spijt van dat je met me getrouwd bent?
Do you regret marrying me?
 
4905
Je vrouw is boos op je.
Your wife is mad at you.
 
4906
We zullen ons best doen.
We'll try our best.
 
4907
Het ongeval kostte hem bijna het leven.
The accident almost cost him his life.
 
4908
Dat kwam uit het niets.
That came out of nowhere.
 
4909
De voordeur van het huis was open.
The front door of the house was open.
 
4910
Je hebt Tom schrik aangejaagd.
You frightened Tom.
 
4911
Dit is mijn favoriete outfit.
This is my favorite outfit.
 
4912
Werkt u daar ook?
Do you work there, too?
 
4913
Geloof hem niet.
Don't believe him.
 
4914
Tom ziet er niet zo gezond uit.
Tom doesn't look very healthy.
 
4915
Tom is niet te stoppen.
Tom is unstoppable.
 
4916
Het afgelopen jaar heeft het veel geregend.
It rained a lot last year.
 
4917
Wie heeft de fles gebroken?
Who broke the bottle?
 
4918
Laten we aannemen dat het waar is.
Let's suppose it's true.
 
4919
Ik wist wat er in de andere kamer was.
I knew what was in the other room.
 
4920
Kunt u misschien wat harder praten?
Would you mind speaking a little louder?
 
4921
Ik praat niet graag over mezelf.
I don't like talking about myself. / I don't like to talk about myself.
 
4922
Ik zie een licht.
I see a light.
 
4923
Ik wil dat je weer mijn vriendin wordt.
I want you to be my friend again.
 
4924
De juwelier is open.
The jewelry store is open.
 
4925
Zij studeert wiskunde.
She studies mathematics.
 
4926
Men keek tegen hem op als hun leider.
He was looked up to as their leader.
 
4927
Ik kon het nauwelijks zien.
I was hardly able to see it.
 
4928
Welk is uw favoriete televisieprogramma?
What is your favorite TV program?
 
4929
Tom zal nooit weten dat jij het was die me het vertelde.
Tom will never know it was you who told me.
 
4930
Jij bent bang voor hem.
You're afraid of him.
 
4931
Ze is daar niet heen gegaan.
She did not go there.
 
4932
Ik weet niet meer wat ik moet doen.
I don't know what to do anymore.
 
4933
Heb je dit zelf getekend?
Did you draw this yourself?
 
4934
Ik ga het nader onderzoeken.
I'll look into it.
 
4935
Hij was een deuntje aan het fluiten.
He was whistling a tune.
 
4936
Ze liet hem tegen zijn wil verassen.
She cremated him against his wishes.
 
4937
Hoeveel jongens zijn er in jullie klas?
How many boys are there in your class?
 
4938
Heb je je vriend in Canada opgebeld?
Did you call your friend in Canada?
 
4939
Tom zat in de hoek.
Tom was sitting in the corner.
 
4940
Tom was heel bang.
Tom was very scared.
 
4941
Niemand boog voor hem.
Nobody bowed to him.
 
4942
Haast je.
Hurry up.
 
4943
Ieder van u kan het doen.
Any of you can do it.
 
4944
Wil je echt helpen?
Do you really want to help?
 
4945
Die vraag wordt me dikwijls gesteld.
I get asked that question a lot.
 
4946
Hou uw hand voor uw mond wanneer u hoest, niest of geeuwt.
Put your hand over your mouth when you cough, sneeze or yawn.
 
4947
Ik heb het woordenboek.
I have the dictionary.
 
4948
Ik ben gestopt met roken en drinken.
I quit smoking and drinking.
 
4949
Hoelang denk je te blijven?
How long do you plan to stay?
 
4950
Zijn jullie handen schoon?
Are your hands clean?
 
4951
Ik denk dat Tom en Mary verkering hebben.
I think Tom and Mary are dating.
 
4952
De jongen sprong in het water.
The boy jumped into the water.
 
4953
Ik ben aan het hoesten.
I am coughing.
 
4954
Wilt ge dat ik u kam?
Do you want me to comb your hair?
 
4955
Ik wist niet dat Tom en Mary uit elkaar waren.
I didn't know Tom and Mary had broken up.
 
4956
Hij had twee uur nodig om zijn huiswerk te maken.
It took him two hours to finish his homework.
 
4957
Tom heeft een glaasje besteld.
Tom ordered a drink.
 
4958
Gisteren heb ik mijn vader geholpen.
I helped my father yesterday.
 
4959
Tom en Maria zitten aan het avondmaal.
Tom and Mary are at dinner.
 
4960
Ik heb een hekel aan maandagen.
I hate Mondays.
 
4961
We zijn klaar om te gaan.
We're ready to go.
 
4962
Ik denk dat het tijd is voor me om wat beweging te krijgen.
I think it's time for me to get a bit of exercise.
 
4963
De nieuwe telescoop werd verstuurd in een enorme houten kist.
The new telescope was shipped in a huge wooden box.
 
4964
Die gozer is compleet geschift!
That guy is totally nuts!
 
4965
Morgen ben ik jarig.
Tomorrow's my birthday.
 
4966
De meeste studenten bereiden zich voor voor de eindexamens.
Most students are preparing for the final exams.
 
4967
Ik durf te zweren dat ik iets zag.
I could've sworn I saw something.
 
4968
Zo heb ik het graag.
That's how I like it.
 
4969
Neemt ge mij voor een idioot?
Do you take me for a fool?
 
4970
Als ik zijn adres wist, zou ik naar hem schrijven.
If I knew his address, I would write to him.
 
4971
Kies een kaart. Maakt niet uit welke.
Pick any card.
 
4972
Vertel ons nu de waarheid.
Tell us the truth now.
 
4973
Je moet voor je dierbaren zorgen.
You need to look after your loved ones.
 
4974
Ik heb niet genoeg geld voor het ogenblik.
I don't have enough money at the moment.
 
4975
Hij zocht in de kamer naar de verloren sleutel.
He searched the room for the lost key.
 
4976
Zij opende de deur.
She opened the door.
 
4977
De jager vilde het hert.
The hunter was skinning the deer.
 
4978
Misschien zijn ze blij.
Maybe they are happy.
 
4979
Hoeveel zou mijn dochter moeten eten?
How much should my daughter be eating?
 
4980
Weet iemand dat we hier zijn?
Does anyone know we're here?
 
4981
Met mij is alles kits.
With me everything is OK.
 
4982
Misschien zal hij wel nooit beroemd worden.
Perhaps he'll never become famous.
 
4983
Hebt ge een fototoestel?
Do you have a camera?
 
4984
Ga van nu af aan voorzichtiger met je geld om.
From now on, be more careful with your money.
 
4985
Ik kon nergens anders heen.
I had nowhere else to go.
 
4986
Ik kan het niet ongedaan maken.
I can't undo it.
 
4987
Dat radiootje is niet groter dan een lucifersdoosje.
This radio is no bigger than a matchbox.
 
4988
Tom heeft geen kat.
Tom doesn't have a cat.
 
4989
In de middeleeuwen was religie heel belangrijk.
Religion was very important in the Middle Ages.
 
4990
Tom bleek een dief te zijn.
Tom turned out to be a thief.
 
4991
Heb je Tom ooit een brief geschreven?
Have you ever written a letter to Tom?
 
4992
Ik hou van de smaak van watermeloen.
I like the taste of watermelon.
 
4993
Tom hoeft morgen niet te komen.
Tom doesn't have to come tomorrow.
 
4994
Ik kan niet antwoorden op die vraag.
I can't answer that question.
 
4995
Mag ik vragen hoe je heet?
May I ask your name?
 
4996
Ik denk dat dat niet is wat Tom wilde.
I guess that's not what Tom wanted.
 
4997
Tom had nauwelijks zijn jas uitgetrokken toen ze vragen begonnen te stellen.
Tom had barely taken his coat off when they started asking questions.
 
4998
Sommige mensen geloven in God en andere mensen niet.
Some people believe in God and other people don't.
 
4999
Misschien denkt Tom er ook zo over.
Maybe Tom feels the same way.
 
5000
Al de dozen zijn leeg.
All the boxes are empty.
 
5001
Ik kon het niet helpen te lachen toen ik hem zag.
I could not help laughing when I saw him.
 
5002
Tom vroeg Mary hem te bellen na het avondeten.
Tom told Mary to give him a call after dinner.
 
5003
Oog om oog en tand om tand.
An eye for an eye, a tooth for a tooth.
 
5004
Is Tom doodgegaan?
Did Tom die?
 
5005
Dit bedrag is inclusief belasting.
This amount includes tax.
 
5006
Als je wil afvallen, moet je letten op wat je eet.
If you want to lose weight, you'll have to be careful about what you eat.
 
5007
We kunnen wel wat hulp gebruiken.
We could use some help.
 
5008
Alle bussen zitten vol.
All the buses are full.
 
5009
Hij stierf enkele uren later.
He died a few hours later.
 
5010
Tom is al begonnen met lunchen.
Tom has already started eating lunch.
 
5011
Heb je daar lang gewerkt?
Have you been working there for long?
 
5012
Wie heeft je verteld dat ik ziek was?
Who told you that I was sick?
 
5013
Is dit kunst?
Is this art?
 
5014
Tom is onder het bed.
Tom is under the bed.
 
5015
Ik ga vaak naar de bioscoop.
I often go to the movies.
 
5016
Ik ben dan misschien ongelukkig, maar ik ben niet van plan zelfmoord te plegen.
Maybe I am unhappy, but I don't intend to kill myself.
 
5017
Wat denk jij van deze trui?
What do you think of this sweater?
 
5018
Hoe weet ge dat het van hem is?
How do you know that it's his?
 
5019
Is er ergens een telefoon?
Is there a telephone anywhere?
 
5020
Hij heeft de laatste tijd enkele heel goede resultaten bekomen.
He's had some very good results lately.
 
5021
Engels is voor mij te moeilijk om te begrijpen.
English is too difficult for me to understand.
 
5022
Geef me je geld, of anders sla ik je in elkaar.
Give me your money or else I'll beat you up.
 
5023
Wat inspireert u meest?
What inspires you most?
 
5024
Je hoeft je niet te schamen.
You have no need to be ashamed.
 
5025
Waarom ben je terug?
Why are you back?
 
5026
Al wat u moet doen, is dat blad ondertekenen.
All you have to do is sign this paper.
 
5027
Ik kan niet geloven dat je foto's van kakkerlakken aan het maken bent.
I can't believe you're taking pictures of cockroaches.
 
5028
Tom heeft dorst.
Tom is thirsty.
 
5029
Niets is slechter dan oorlog.
Nothing is worse than war.
 
5030
Tom speelde gisteren geen badminton.
Tom didn't play badminton yesterday.
 
5031
Ik kan er niet meer tegen!
I can't stand it anymore.
 
5032
Je zou trots op jezelf moeten zijn.
You should be proud of yourself.
 
5033
Hij wist het vanaf het begin.
He knew it all along.
 
5034
Geeft u me een kopje koffie, alstublieft?
Could I have a cup of coffee?
 
5035
Zijn kleren ruiken altijd slecht.
His clothes always smell bad.
 
5036
Ik wil geen risico nemen.
I don't want to take risks.
 
5037
Wat ben je van plan voor het weekend?
What are your weekend plans?
 
5038
Ik was het niet die die tekst vertaald heeft.
It wasn't me who translated this text.
 
5039
Zeg je vrienden gedag.
Say goodbye to your friends.
 
5040
Hij kan snel zwemmen.
He can swim fast.
 
5041
Tom had geluk.
Tom was lucky.
 
5042
Tom volgde de groep de deur uit.
Tom followed the group out the door.
 
5043
Eigenlijk kan hij niet goed zwemmen.
In fact, he can't swim well.
 
5044
Wie gaat het Tom vertellen?
Who's going to tell Tom?
 
5045
Ze wilde echt het verhaal vertellen.
She really wanted to tell the secret.
 
5046
Kinderen hebben een hekel aan irritante leraren.
Children hate annoying teachers.
 
5047
Je werkt hard.
You work hard.
 
5048
De rozen ruiken lekker.
The roses smell good.
 
5049
Wanneer bent u geboren?
When were you born?
 
5050
Ik betaal.
I'll pay.
 
5051
Soms kijkt hij naar de tv.
He sometimes watches TV.
 
5052
Mijn oom heeft twee jaar in Washington D.C. gewoond.
My uncle lived in Washington, D. C. for two years.
 
5053
Wie is het gelukkige paar?
Who's the happy couple?
 
5054
Blijf uit de regen.
Stay out of the rain.
 
5055
Hoe vaak fiets jij?
How often do you ride a bicycle?
 
5056
Dat helpt altijd.
That always helps.
 
5057
Het was een echt mirakel.
It was truly a miracle.
 
5058
Is dit je eerste reis in het buitenland?
Is this your first trip abroad?
 
5059
Ik hou van haar en zij houdt van mij.
I love her and she loves me.
 
5060
Een glas witte wijn, alsjeblieft.
A glass of white wine, please.
 
5061
Zelfs intelligente mensen zijn soms verstrooid.
Even intelligent people are sometimes absent-minded.
 
5062
Kiev is de hoofdstad van Oekraïne.
Kyiv is the capital of Ukraine.
 
5063
Lees je graag mysterieromans?
Do you enjoy mystery novels?
 
5064
Kan u rijden?
Do you drive?
 
5065
Waarom doe je je jas niet uit?
Why don't you take off your coat?
 
5066
In de loop van ons gesprek verwees hij naar zijn jeugd.
In the course of our conversation, he referred to his youth.
 
5067
We willen uw bloeddruk meten.
We want to take your blood pressure.
 
5068
Wiskunde is voor mij een makkelijk vak.
Mathematics is an easy subject for me.
 
5069
Ik kocht een fototoestel voor dertig dollar.
I bought a camera for 30 dollars.
 
5070
Ik probeer te werken.
I'm trying to work.
 
5071
Hoe heet je hotel?
What's the name of your hotel?
 
5072
Ik wil een wandeling maken.
I want to take a walk.
 
5073
Je hoeft alleen maar je best doen.
All you have to do is to do your best.
 
5074
Tom was toentertijd niet mijn man.
Tom wasn't my husband at that time.
 
5075
Het heeft me veel geholpen.
It helped me a lot.
 
5076
In dit geval heb je ongelijk.
You're wrong in this case.
 
5077
Ze vroeg mij hoeveel talen ik spreek.
She asked me how many languages I spoke.
 
5078
We moeten beslissingen treffen.
We have decisions to make.
 
5079
Nara is zo oud als Kioto.
Nara is as old as Kyoto.
 
5080
Ik heb met je te doen.
I feel for you.
 
5081
Het ongeval werd door zijn onoplettendheid veroorzaakt.
The accident was due to his carelessness.
 
5082
Ik wil dat u naar Boston gaat.
I want you to go to Boston.
 
5083
Toen ik in Taiwan was, werd ik vrienden met hem.
While I was in Taiwan, I made friends with him.
 
5084
Die muur is koud.
That wall is cold.
 
5085
Kan je die lekke band nu herstellen?
Can you fix the flat tire now?
 
5086
Het is een beetje koud.
It is a little cold.
 
5087
Is hier iemand die niet akkoord gaat?
Is there anyone here who disagrees?
 
5088
Waar is het toilet?
Where's the toilet?
 
5089
Ik ga gewoonlijk om tien uur naar bed.
I usually go to bed at ten.
 
5090
We zijn veertig kilometer van de hoofdstad verwijderd.
We are forty kilometers away from the capital city.
 
5091
Hou volgende weeg zaterdagmiddag vrij, alsjeblieft.
Please leave next Saturday afternoon free.
 
5092
Alsjeblieft sta niet op.
Please don't get up.
 
5093
Als ik jou was, zou ik harder leren.
If I were you, I'd study harder.
 
5094
Ik kom nooit meer terug.
I'll never come back.
 
5095
Overal waar hij stopte, werd hij warm onthaald door de mensen.
Everywhere he stopped, the people welcomed him warmly.
 
5096
Ben je voor hun beleid?
Are you in favor of their policy?
 
5097
Hoeveel broers heb je?
How many brothers do you have?
 
5098
We hebben ontbeten.
We had breakfast.
 
5099
Tom, ben jij dat echt?
Tom, is that really you?
 
5100
We hebben een ambulance nodig.
We need an ambulance.
 
5101
De studenten zijn bezig het examen voor te bereiden.
The students are busy preparing for the examination.
 
5102
Raak me niet aan.
Don't touch me.
 
5103
Het is nooit in me opgekomen dat iemand zoiets zou verzinnen.
It never occurred to me that someone would make up such a thing.
 
5104
Ik wil niet naar huis lopen.
I don't want to walk home.
 
5105
Ik wil tijd in plaats van geld.
I want time instead of money.
 
5106
Momenteel heb ik het niet erg druk.
I'm not very busy right now.
 
5107
Niemand wist wie het gedaan had.
No one knew who did it.
 
5108
Ik ben liever arm dan rijk.
I'd rather be poor than rich.
 
5109
Tom boft dat Mary hem niet heeft geslagen.
Tom was lucky that Mary didn't hit him.
 
5110
Ze staat vroeg op.
She gets up early.
 
5111
Denk je dat dieren een ziel hebben?
Do you think animals have a soul?
 
5112
Ze zijn aan het lezen.
They're reading.
 
5113
Welkom in Japan.
Welcome to Japan.
 
5114
Ik had een lastigere wedstrijd verwacht.
I was expecting a tougher game.
 
5115
Na het eten vroeg ik om de rekening.
After the meal, I asked for the bill.
 
5116
We hebben dit al een keer besproken.
We've gone over this before.
 
5117
Ze koopt een stuk speelgoed voor haar kind.
She is buying a toy for her child.
 
5118
We worden ons bewust van de gevaren van passief roken.
We are becoming very aware of the dangers of secondhand smoke.
 
5119
In de kamer waren veel mensen.
There were a lot of people in the room.
 
5120
Mijn vader is zich aan het scheren in de badkamer.
My father is shaving in the bathroom.
 
5121
Wij zijn alle drie studenten.
All three of us are students.
 
5122
We stonden aan de rand van een klif.
We stood on the brink of a cliff.
 
5123
Zet je hoed af.
Remove your hat.
 
5124
Tom heeft gisteren niets gegeten.
Tom didn't eat anything yesterday.
 
5125
Tom heeft een krant gekocht en las hem op weg naar het werk in de trein.
Tom bought a newspaper and read it on the train on the way to work.
 
5126
Hoi allemaal.
Hi, everybody.
 
5127
Tom heeft drie taarten gebakken.
Tom baked three pies.
 
5128
Hij speelt elke zondag golf.
He plays golf every Sunday.
 
5129
Ze is mijn beste vriend.
She's my best friend.
 
5130
Engels is een taal die over heel de wereld wordt gesproken.
English is a language spoken all over the world.
 
5131
Zijn Engels is perfect.
His English is perfect.
 
5132
Ze schieten op ons.
They're firing at us.
 
5133
Tom veranderde van gedachte.
Tom changed his mind.
 
5134
Waar is mijn kantoor?
Where is my office?
 
5135
Ik denk dat dat een beetje raar klinkt.
I guess it sounds a bit silly.
 
5136
De jongen gooide een papieren vliegtuigje naar de leraar.
The boy threw a paper airplane at the teacher.
 
5137
Ik zal een nieuwe kopen.
I'll buy a new one.
 
5138
Maak geen beloftes waar je je niet aan kunt houden.
Don't make promises you can't keep.
 
5139
Tom staat op het punt van te beginnen.
Tom is about to begin.
 
5140
Ik ben eigenlijk best moe.
I'm actually pretty tired.
 
5141
Welk team zal winnen?
Which team will win?
 
5142
Kruis of munt?
Heads or tails?
 
5143
Het zou me te veel tijd kosten om je uit te leggen waarom dat niet gaat werken.
It would take me too much time to explain to you why it's not going to work.
 
5144
Ik kleed me aan direct nadat ik heb ontbeten.
I'm getting dressed right after I eat breakfast.
 
5145
Laten we ergens een hapje eten halen.
Let's go grab a bite somewhere.
 
5146
Deze banaan is groen.
This banana is green.
 
5147
Je moet dubbelklikken op het icoontje van de applicatie om hem te openen.
You need to double-click on the application's icon to open the application.
 
5148
Waarom was je je handen?
Why are you washing your hands?
 
5149
Er zit een monster onder m'n bed.
There's a monster under my bed.
 
5150
Waarom zou het Tom wat schelen?
Why would Tom care?
 
5151
Eén plus twee is gelijk aan drie.
One plus two equals three.
 
5152
Er is bijna geen koffie over in de pot.
There's almost no coffee left in the pot.
 
5153
Het kan extreem gevaarlijk zijn.
It can be extremely dangerous.
 
5154
Waarom hebben zebra's strepen?
Why do zebras have stripes?
 
5155
Men zegt dat ze de beste tennisspeelster van Frankrijk is.
It is said that she is the best tennis player in France.
 
5156
Mijn woning is nabij.
My apartment is near.
 
5157
Ik woon in een appartement.
I live in an apartment.
 
5158
We hebben maar één keer gezoend.
We only kissed once.
 
5159
De temperatuur is deze winter hoger dan gemiddeld.
The temperature is above average this winter.
 
5160
Men zegt dat niet meer.
People don't say that anymore.
 
5161
Hij komt dikwijls te laat.
He often comes late.
 
5162
Je broer vraagt om hulp.
Your brother is asking for help.
 
5163
Vergelijk nooit je vrouw met een andere vrouw.
Never compare your wife to another woman.
 
5164
Hij gedroeg zich als een kind.
He behaved like a child.
 
5165
Wat als ik het fout heb?
What if I'm wrong?
 
5166
Tom heeft iets aan Mary getoond.
Tom showed Mary something.
 
5167
Je weet dat het waar is.
You know it's true.
 
5168
Ik ontmoette gisteravond mijn vriend in de bibliotheek.
I met my friend in the library last night.
 
5169
Waar is de Nederlandse ambassade?
Where is the Dutch embassy?
 
5170
Wordt wakker!
Wake up!
 
5171
Tom heeft een kwaadaardige tweelingbroer.
Tom has an evil twin brother.
 
5172
Hij repareerde het net.
He fixed the net.
 
5173
We weten wat er daarna gebeurde.
We know what happened next.
 
5174
Ze heeft ongeveer 2000 boeken.
She has about 2,000 books.
 
5175
Tom vertelde me dat hij wilde stoppen met zijn baan.
Tom told me he wanted to quit his job.
 
5176
Ik heb dat zonder moeite kunnen doen.
I did that easily.
 
5177
Ik weet niet zeker waar Tom vandaan komt.
I'm not sure where Tom is from.
 
5178
Ze moest hard studeren om haar klasgenoten bij te halen.
She had to study hard to catch up with her classmates.
 
5179
De volgende morgen was de sneeuwman volledig gesmolten.
The next morning, the snowman had completely melted.
 
5180
Hij lag op zijn rug.
He lay on his back.
 
5181
De verpleegster is in het wit gekleed.
The nurse is dressed in white.
 
5182
Hij werd aangevallen door een haai.
He was attacked by a shark.
 
5183
Ik zal zo dikwijls mogelijk komen.
I'll come as often as possible.
 
5184
Dat ziet er helemaal niet goed uit.
It doesn't look good at all.
 
5185
Hoe ben je te weten gekomen dat ik hier ben?
How did you know I was here?
 
5186
Deze bloemen lijken allemaal op elkaar.
All those flowers look alike.
 
5187
Tom kocht een auto met zijn spaargeld.
Tom bought a car using his savings.
 
5188
Ik ben in het restaurant.
I'm at the restaurant.
 
5189
Hij haalt altijd voordeel uit de gemaakte fouten van zijn tegenstanders.
He always takes advantage of the mistakes made by his rivals.
 
5190
Ik ga akkoord met uw uitdaging.
I accept your challenge.
 
5191
Tom wist dat niet.
Tom didn't know that.
 
5192
Geloof je in feeën?
Do you believe in fairies?
 
5193
Ik geef altijd wel iets aan bedelaars.
I always give something to the beggars.
 
5194
Tom keek ernaar uit om Mary weer te zien.
Tom was looking forward to seeing Mary again.
 
5195
Vandaag is het koud.
It's cold today.
 
5196
Tom luistert graag naar podcasts.
Tom likes to listen to podcasts.
 
5197
Hoe gaat het met jullie?
How are you doing?
 
5198
Hij dronk een glaasje rood.
He drank a glass of red wine.
 
5199
Wil je dat ik het licht aandoe?
Do you want me to turn on the light?
 
5200
Iedereen luistert naar je.
Everybody listens to you.
 
5201
Remington verbleef enkele maanden in Havana.
Remington spent several months in Havana.
 
5202
Je kan alleen naar China komen als je een visum hebt.
You can only come to China if you’ve got a visa.
 
5203
Hij is mijn beste vriend.
He's my best friend.
 
5204
Ik weet waar jullie zijn.
I know where you are.
 
5205
Het ziet ernaar uit dat Tom alleen dure kleren draagt.
It looks like Tom only wears expensive clothes.
 
5206
Mijn vader is arts.
My father is a doctor.
 
5207
Ik was een vreemdeling in Boston.
I was a stranger in Boston.
 
5208
Je moet begrijpen dat welvaart niet eeuwig duurt.
You must realize that prosperity does not last forever.
 
5209
Tom zei dat hij dorst had.
Tom said he was thirsty.
 
5210
Het was heel heet.
It was very hot.
 
5211
Ik bel je onmiddellijk terug.
I'll call you back soon.
 
5212
Ik ben een keer in Kioto geweest.
I have been to Kyoto once.
 
5213
Je moet dat woord eens opzoeken.
You should look that word up.
 
5214
Tom is aan het verdrinken.
Tom is drowning.
 
5215
Tom komt naar school met de fiets.
Tom commutes to school by bicycle.
 
5216
Het is spotgoedkoop.
It's dirt cheap.
 
5217
De zwakke oude man weigerde koppig gebruik te maken van een rolstoel.
The frail old man stubbornly refused to make use of a wheelchair.
 
5218
Tom en Maria zijn van plaats verwisseld.
Tom and Mary switched places.
 
5219
Moet ik nog verder gaan?
Do I need to go on?
 
5220
Uiteindelijk heb ik gefaald.
I failed after all.
 
5221
Tom en Mary glipten stilletjes de kamer uit.
Tom and Mary quietly slipped out of the room.
 
5222
Hij verdient een hoog salaris.
He receives a high salary.
 
5223
Ik zal het u tonen.
I'll show you.
 
5224
Ik kan me niet veroorloven om zo'n dure auto te kopen.
I can't afford to buy such an expensive car.
 
5225
Ik kreeg de grote lijnen mee van wat hij zei.
I got the gist of what he was saying.
 
5226
Ze stopte met praten.
She stopped talking.
 
5227
Leg alles in mijn korf.
Put everything in my basket.
 
5228
Het doden van je echtgenoot is een manier om een huwelijk te beëindigen. Echter wordt het afgekeurd.
Killing your spouse is one way to end a marriage. However, it's frowned upon.
 
5229
Wacht op ons.
Wait for us.
 
5230
Tom doet alles wat hij kan om geld te besparen.
Tom is doing everything he can to save money.
 
5231
Tom had Mary's adres niet bij zich.
Tom didn't have Mary's address with him.
 
5232
Hij is vier tot zes weken geleden overleden.
He died four to six weeks ago.
 
5233
Ze is nu niet thuis.
She isn't at home now.
 
5234
Er was helemaal geen regen de afgelopen drie maanden.
There hasn't been any rain for the past three months.
 
5235
Het geeft Tom veel voldoening om zoveel mogelijk problemen te veroorzaken.
Tom seems to have a lot of fun trying to cause as much trouble as he can.
 
5236
Hoe was het?
How was it?
 
5237
Ik ben eerder opgestaan dan normaal.
I got up earlier than usual.
 
5238
Je hoeft echt niet te schreeuwen.
Yelling is completely unnecessary.
 
5239
Ik heb goed nieuws voor jullie.
I have good news for you.
 
5240
Dit kind loste het gecompliceerde mathematische probleem eenvoudig op.
This child solved the complicated mathematics problem easily.
 
5241
Hou je van reizen?
Do you like to travel?
 
5242
Tom heeft het geprobeerd, maar het lukte hem niet.
Tom tried, but couldn't do it.
 
5243
We zouden graag helpen.
We'd be happy to help.
 
5244
Hij opende zijn mond, alsof hij zou spreken, maar zei niets.
He opened his mouth as if to speak, but didn't say anything.
 
5245
Ik sta normaal op rond zes.
I usually get up at six.
 
5246
Antieke vloerkleden zijn bijzonder waardevol.
Antique carpets are especially valuable.
 
5247
Wat is hij aan het doen?
What is he doing?
 
5248
Hoeveel appelbomen staan er in uw boomgaard?
How many apple trees are there in your orchard?
 
5249
Hij is groter dan zijn vader.
He is taller than his father.
 
5250
Hij die vecht, kan verliezen, maar hij die dat niet doet, heeft al verloren.
He who fights may lose, but he who doesn't has already lost.
 
5251
Ik ben teleurgesteld.
I'm disappointed.
 
5252
Ik kreeg een bericht van Tom.
I got a message from Tom.
 
5253
Waar is je kapitein?
Where's your captain?
 
5254
Roep de politie!
Call the police!
 
5255
Let op mijn valiezen.
Keep an eye on my suitcases.
 
5256
Ik haat de klank van mijn stem.
I hate the sound of my voice.
 
5257
Er is weinig water in het glas.
There is little water in the glass.
 
5258
Ik ben niet een slechte student.
I'm not a bad student.
 
5259
Ik zie je na de voorstelling.
I'll see you after the show.
 
5260
De temperatuur daalde met enkele graden.
The temperature fell several degrees.
 
5261
Wil je met me meelopen naar het station?
Would you like to walk to the station with me?
 
5262
We maken allemaal fouten.
We all make mistakes.
 
5263
Ze zijn allebei bezig.
Both of them are busy.
 
5264
Tom probeerde de deur open te doen, maar hij zat op slot.
Tom tried opening the door, but it was locked.
 
5265
Zij interesseren zich erg voor astronomie.
They are very interested in astronomy.
 
5266
Die auto is een echte schoonheid.
That car is a real beauty.
 
5267
Ik hoor te helpen.
I'm supposed to help.
 
5268
De bergbeklimmers bereikten de top voor het donker werd.
The mountain climbers reached the summit before dark.
 
5269
Je ziet er goed uit in die kleren.
You look good in those clothes.
 
5270
Ik heb geprobeerd met Tom te praten, maar hij negeerde me.
I tried to talk to Tom, but he ignored me.
 
5271
Ze speelt elke dag piano.
She plays the piano every day.
 
5272
Hamsters zijn schattig.
Hamsters are cute.
 
5273
Onze vriend is als tweede geëindigd in de race.
Our friend finished the race in second place.
 
5274
Waar is je koffer?
Where's your suitcase?
 
5275
Ik heb niet goed kunnen slapen gisterennacht, dus voel me niet zo goed.
I couldn't sleep well last night, so I don't feel well.
 
5276
Je moet je handen altijd schoonhouden.
You must always keep your hands clean.
 
5277
Ik verwacht dat je stipt bent.
I expect you to be punctual.
 
5278
Ze kwamen niet opdagen.
They never showed up.
 
5279
Dit heeft geen zin.
This is pointless.
 
5280
Vandaag is er niets dat ik moet doen.
I have nothing to do today.
 
5281
Ik speel geen klavier.
I don't play the piano.
 
5282
Hoeveel mensen wonen er in Australië?
How many people live in Australia?
 
5283
Uw zuster is mooi als altijd.
Your sister is beautiful as ever.
 
5284
Ik heb veel foto's.
I have many photos.
 
5285
Tom droeg alleen zijn adamskostuum.
Tom wore only his birthday suit.
 
5286
Hij is jong en vrijgezel.
He's young and single.
 
5287
Ik vind dat ze een goede danseres is.
I think she is a good dancer.
 
5288
Geeft u me de sleutel.
Give me the key.
 
5289
Ik ga gewoonlijk om vier uur naar huis.
I usually go home at four.
 
5290
De jongen die aan deze kant staat is mijn zoon.
The boy standing over there is my son.
 
5291
Het is hier een puinhoop.
It's a mess in here.
 
5292
Ik heb een kikker in mijn keel.
I've got a frog in my throat.
 
5293
Heb je je huiswerk al af?
Have you finished your homework yet?
 
5294
Het schilderij zal niet worden verkocht.
The painting won't be sold.
 
5295
Neem je paraplu mee voor wanneer het zou regenen.
Take your umbrella with you in case it rains.
 
5296
Hij is naar Amerika gegaan om Engels te leren.
He went to America to study English.
 
5297
Ik dacht dat het voor de hand lag.
I thought it was obvious.
 
5298
Mary zei dat Tom een mietje was.
Mary said that Tom was a sissy.
 
5299
Tom wacht op ons in zijn kantoor.
Tom is waiting for us in his office.
 
5300
Tom heeft nog drie honden.
Tom has three other dogs.
 
5301
De regen weerhield me om te vertrekken.
The rain prevented me from going.
 
5302
Tom zei mij dat hij minstens drie tassen koffie per dag drinkt.
Tom told me that he drinks at least three cups of coffee a day.
 
5303
Zijn ze vrienden?
Are they friends?
 
5304
Ik ben te laat, of niet?
I'm late, aren't I?
 
5305
Ik kan gitaar spelen.
I can play the guitar.
 
5306
Deze bril is mooi.
These glasses are beautiful.
 
5307
Waarom ben je niet bij de kinderen?
Why aren't you with the kids?
 
5308
Het is koud.
It's cold.
 
5309
Ik heb daar geen enkel probleem mee.
For me, this is not a problem.
 
5310
Ik ben Toms kamergenote.
I'm Tom's roommate.
 
5311
Hij heeft Europa een paar keer bezocht.
He has visited Europe several times.
 
5312
Het is hier koud het hele jaar door.
It is cold all year round here.
 
5313
De vergadering is dertig minuten geleden geëindigd.
The meeting finished thirty minutes ago.
 
5314
Ze hadden geen dak boven hun hoofd.
They had no house to live in.
 
5315
In het begin wist ik niet wat te doen.
At first, I didn't know what to do.
 
5316
Ze hebben me dat aangeraden.
It's been recommended to me.
 
5317
We leven in het atoomtijdperk.
We live in the atomic age.
 
5318
Het kan niet waar zijn.
It can't be true.
 
5319
Tom zat op de grond.
Tom was sitting on the floor.
 
5320
Dat is moeilijk te zeggen.
It's hard to say.
 
5321
Geef het aan wie je wilt.
Give it to anyone you like.
 
5322
Je bent niet oud genoeg om alleen te gaan zwemmen.
You are not old enough to go swimming by yourself.
 
5323
Hij schreeuwde van de pijn.
He cried out in pain.
 
5324
Hij vroeg de ambtenaren om het verbod op te heffen.
He asked the officials to lift the ban.
 
5325
Ik kan begrijpen wat ze zegt.
I can understand what she is saying.
 
5326
Je zal Japans eten in de Verenigde Staten missen.
You will miss Japanese food in the United States.
 
5327
Kunt u autorijden?
Can you drive a car?
 
5328
Tom is volwassen.
Tom is mature.
 
5329
Had ik iets voor je moeten kopen op weg naar huis?
Was I supposed to buy something for you on my way home?
 
5330
Ze luisterde urenlang naar muziek.
She listened to music for hours.
 
5331
Snap je wat ik bedoel?
Do you understand what I am saying?
 
5332
Ik hou van hamburgers.
I love hamburgers.
 
5333
Ze hebben zich niet aan hun woord gehouden.
They did not keep their word.
 
5334
Mijn vader zal om zeven uur thuis komen.
My father will come home at seven.
 
5335
Je hebt een beetje lucht nodig.
You need some air.
 
5336
Ik hoor dat Latijnse muziek furore maakt in de muziekindustrie dit jaar.
I hear Latin music is taking the music industry by storm this year.
 
5337
Ik kan mijn ogen bijna niet open houden.
I can barely keep my eyes open.
 
5338
't Is gratis.
It's free.
 
5339
Waarom vraag je Tom niet om bij ons een film te komen kijken?
Why don't you invite Tom over to watch a video with us?
 
5340
Ik vraag me af of Tom een vegetariër is.
I wonder if Tom is a vegetarian.
 
5341
Mijn zus is drie jaar ouder dan ik.
My sister is three years older than I am.
 
5342
Nemen we een taxi?
Shall we take a taxi?
 
5343
Mijn kamer kijkt uit op het oosten.
My room faces east.
 
5344
Deze koptelefoons werken niet.
These headphones don't work.
 
5345
Tom nam even vijftien minuutjes pauze.
Tom took a fifteen-minute break.
 
5346
Ze is vijf jaar jonger dan ik.
She's five years younger than me.
 
5347
Deze vlinders zijn zeldzaam in ons land.
These butterflies are rare in our country.
 
5348
Wilt u graag een glas witte wijn?
Would you like a glass of white wine?
 
5349
Dat zal niet gebeuren.
That won't happen.
 
5350
Dat is niet nodig.
That's unnecessary.
 
5351
Het is begonnen te sneeuwen.
It began to snow.
 
5352
Het is een eencellig organisme.
It's a single-cell organism.
 
5353
Ik ken haar adres.
I know her address.
 
5354
Mag ik even rondkijken?
Can I take a look around?
 
5355
Hij werd veroordeeld tot drie jaar celstraf.
He was sentenced to three years in jail.
 
5356
Zij is een student.
She is a student.
 
5357
Dat verhaal lijkt waar te zijn.
The story appears to be true.
 
5358
Wil je het zien?
Do you want to see it?
 
5359
Mag ik erbij komen? "Tuurlijk."
Can I join you? "Sure."
 
5360
Het is duidelijk een fout.
It's obviously a mistake.
 
5361
Tom zingt beter dan iedereen die ik ken.
Tom can sing better than anybody else I know.
 
5362
Hij bestudeert het ontstaan van de jazz in de Verenigde Staten.
He is studying the origin of jazz in America.
 
5363
We hebben geen vertrouwen in de regering.
We don't trust the government.
 
5364
We hebben wat we nodig hebben.
We've got what we need.
 
5365
In liefde en oorlog is alles geoorloofd.
All is fair in love and war.
 
5366
Ik ben op weg naar huis van het werk.
I'm on my way home from work.
 
5367
Hoeveel krijg ik?
How much will I receive?
 
5368
Ik heb je advies nodig.
I need your advice.
 
5369
Ik heb nog nooit de berg Fuji beklommen.
I've never climbed Mt. Fuji.
 
5370
Het is iets waar ik trots op ben.
It's something I'm proud of.
 
5371
Loopt je horloge goed?
Is your watch correct?
 
5372
Ik moet gaan slapen.
I have to go to bed.
 
5373
Tegen wie heb je het?
Who are you talking to?
 
5374
Tom zei dat hij een plan had.
Tom said he had a plan.
 
5375
Hij twijfelde even.
He hesitated for a moment.
 
5376
Herinner je je de geboortedag van je vader?
Do you remember your father's birthday?
 
5377
Heb je er nog over nagedacht over wat ik je verteld heb?
Have you given any more thought to what I told you?
 
5378
Tom ging naar Boston voor een familiereünie.
Tom went to Boston for a family reunion.
 
5379
Hij was helemaal alleen in het huis.
He was all alone in the house.
 
5380
Tom was de enige die lachte.
Tom was the only one who laughed.
 
5381
Toms veroordeling staat gepland op 20 oktober.
Tom is scheduled to be sentenced on October 20th.
 
5382
Ik denk dat ik daar zelf wel in slaag.
I think I can handle this myself.
 
5383
Doe een dutje.
Take a nap.
 
5384
Niet eten.
Don't eat it.
 
5385
Ik was erg moe, daarom ging ik vroeg naar bed.
Being very tired, I went to bed early.
 
5386
Zet je hoed af wanneer je een klaslokaal binnenkomt.
Take off your hat when you enter a classroom.
 
5387
Niemand wil gehaat worden.
Nobody wants to be hated.
 
5388
Doe me alsjeblieft geen pijn.
Please don't hurt me.
 
5389
Hoe dikwijls gaan jullie uit eten?
How often do you eat out?
 
5390
Ze gingen allebei zitten.
They both sat down.
 
5391
Tom voelde de drang om weg te lopen.
Tom felt the urge to run away.
 
5392
U lijkt moe. U moet een uurtje of twee rusten.
You look tired. You ought to rest for an hour or two.
 
5393
Ons vliegtuig vloog boven de wolken.
Our plane was flying above the clouds.
 
5394
Tom douchte en schoor zich.
Tom showered and shaved.
 
5395
Ge moet Engels leren, of ge wilt of niet.
You must learn English whether you like it or not.
 
5396
Ik hou er niet van als je vloekt.
I don't like it when you swear.
 
5397
Maak je valies open, alsjeblieft.
Please open your suitcase.
 
5398
Er bleef niets in de koelkast over.
Nothing remained in the refrigerator.
 
5399
Hoe laat gaat ge gewoonlijk slapen?
What time do you usually go to bed?
 
5400
Hoe laat is uw vliegtuig?
What time is your plane?
 
5401
Tom zegt dat Mary fout zit.
Tom says Mary is wrong.
 
5402
Speel je tennis?
Do you play tennis?
 
5403
Hij ging zitten om een roman te lezen.
He sat down to read a novel.
 
5404
Ik zou een zitplaats willen reserveren.
I'd like to reserve a seat.
 
5405
Dat is goed advies.
That's good advice.
 
5406
We zouden Tom moeten vragen om voor ons te komen werken.
We should ask Tom to come work for us.
 
5407
We zijn allemaal erg trots op Tom.
We're all very proud of Tom.
 
5408
Wat wil je daarmee zeggen?
What do you mean by that?
 
5409
Ik zou het willen dat ik je de reden kan vertellen, maar dat kan ik niet.
I wish I could tell you the reason, but I can't.
 
5410
Ik had graag met de dame des huizes gesproken.
I'd like to speak to the lady of the household.
 
5411
Ik zet wat koffie.
I'll make some coffee.
 
5412
Tom luistert gewoonlijk naar klassieke muziek.
Tom usually listens to classical music.
 
5413
De vrucht is zoet.
The fruit tastes sweet.
 
5414
Hij las het boek gisteren.
He read the book yesterday.
 
5415
Mag ik uw paspoort even zien?
May I look at your passport?
 
5416
Het weer hier is hetzelfde als in Frankrijk.
The weather here is the same as in France.
 
5417
Vraag Tom me te bellen. Hij heeft mijn nummer.
Ask Tom to call me. He has my number.
 
5418
Ik zou iets willen vragen.
I'd like to ask a question.
 
5419
De twee mannen hebben elkaar van man tot man ontmoet.
Two men met face to face.
 
5420
Tom is een groot bewonderaar van u.
Tom is a great admirer of yours.
 
5421
Tom heeft een goed uur op Maria gewacht.
Tom waited a good hour for Mary.
 
5422
Mijn huis ligt in een buitenwijk.
My house is in the suburbs.
 
5423
Kook jij vanavond?
Are you cooking tonight?
 
5424
Ik ben bereid uw offerte te aanvaarden.
I'm willing to accept your offer.
 
5425
Hun huis is zeer modern.
Their house is very modern.
 
5426
Gisteren was ik gelukkig.
I was happy yesterday.
 
5427
We hebben jouw geld niet nodig.
We don't need your money.
 
5428
Ze waren een week lang ingesneeuwd.
They were snowed in for a whole week.
 
5429
Tom is geen vegetariër.
Tom isn't a vegetarian.
 
5430
Hebt ge al gegeten deze middag?
Have you had dinner already?
 
5431
Ze hebben de regels veranderd.
They've changed the rules.
 
5432
Ik zou hier willen blijven.
I'd like to stay here.
 
5433
Hij is intelligent.
He's intelligent.
 
5434
Geef me jouw opinie, alsjeblieft.
Please tell me your opinion.
 
5435
Honden kunnen in het donker zien.
Dogs can see in the dark.
 
5436
Hij is mijn buur, maar ik ken hem niet al te goed.
He is my neighbor, but I don't know him well.
 
5437
Hoeveel moet ik u?
How much do I owe you?
 
5438
Het ziekenhuis is hier dichtbij.
The hospital is near here.
 
5439
Tom begon te hoesten.
Tom began coughing.
 
5440
Zijn ze weggegaan?
Have they gone?
 
5441
Woont Tom nog steeds in Boston?
Does Tom still live in Boston?
 
5442
Ik geef je een tweede kans.
I'm giving you a second chance.
 
5443
De telefoon deed het weer niet.
The phone was out of order again.
 
5444
Schorpioenen zijn gevaarlijk.
Scorpions are dangerous.
 
5445
Ze is twee jaar ouder dan jij.
She's two years older than you.
 
5446
Ze zijn beiden in de kamer.
They are both in the room.
 
5447
Dat is mijn broek.
Those are my pants.
 
5448
De bibliotheek is in het midden van de stad.
The library is in the center of the city. / The library is in the middle of the city.
 
5449
Dat is niet het geval in Japan.
That isn't the case in Japan.
 
5450
Tom weet er niets over.
Tom knows nothing about it.
 
5451
Haar beslissing om naar Chicago te verhuizen verbaasde ons.
Her decision to move to Chicago surprised us.
 
5452
Je weet waar ik zal zijn.
You know where I'll be.
 
5453
Wie spreekt er?
Who's speaking?
 
5454
Ik heb de sleutel gevonden waar ik naar op zoek was.
I found the key I had been looking for.
 
5455
Vergeet geen paraplu mee te nemen voor het geval dat het regent.
Don't forget to take an umbrella in case it rains.
 
5456
Ik had dat niet moeten doen. Het was verkeerd.
I should not have done that. It was wrong.
 
5457
Is het waar dat ge naar Parijs gaat?
Is it true that you are going to Paris?
 
5458
Hij verdient meer geld dan hij kan opdoen.
He earns more money than he can spend.
 
5459
Neem zo veel perziken als je wilt.
Take as many peaches as you like. / Take as many peaches as you want.
 
5460
Hij houdt van alle dieren, behalve paarden.
He likes all animals except horses.
 
5461
Dat klinkt overbodig.
That seems unnecessary.
 
5462
Mijn moeder was gisteravond tot laat op.
My mother was up late last night.
 
5463
Het heeft de hele dag gesneeuwd.
It kept snowing all day.
 
5464
Toen de bus uitweek voor een kat, zei de bestuurder: "Dat was op het nippertje."
When the bus swerved to miss a cat, the driver said, "That was close."
 
5465
Vraag Tom om het uit te leggen.
Ask Tom to explain it.
 
5466
Ik word niet wakker zelfs al gaat het alarm af.
I won't wake up even if the alarm rings.
 
5467
Mijn moeder heeft tien eieren gekookt.
My mother has cooked ten eggs.
 
5468
Het vuilnis stinkt een uur in de wind.
The garbage smells to high heaven.
 
5469
Het is een verrassing.
It's a surprise.
 
5470
Ik zal beslissen wat er gedaan wordt.
I'll decide what to do.
 
5471
Je kan me niet verslaan.
You can't beat me.
 
5472
Tom weet niets over Maria's gezin.
Tom knows nothing about Mary's family.
 
5473
Ik ben te moe om te denken.
I'm too tired to think.
 
5474
Ik wacht op de trein.
I'm waiting for the train.
 
5475
Is er een dierentuin in Boston?
Is there a zoo in Boston?
 
5476
Ik kan Tom vertrouwen.
I can trust Tom.
 
5477
Hij belde me op om middernacht.
He rang me up at midnight.
 
5478
Zwemmen is goed voor je gezondheid.
Swimming is good for your health.
 
5479
Heb je ooit met Tom gepraat?
Have you ever spoken to Tom?
 
5480
Hoe lang blijf je in Boston?
How long will you remain in Boston?
 
5481
Tom was sprakeloos.
Tom was speechless.
 
5482
Normaal gesproken eet ik veel.
I usually eat a lot.
 
5483
Ik blijf twee dagen hier.
I'll be staying here for two days.
 
5484
Je moet vanaf nu voorzichtiger zijn.
You need to be more careful from now on.
 
5485
Tom is van Mary gescheiden.
Tom divorced Mary.
 
5486
Ik zei niet dat jij hem gepakt hebt.
I didn't say you took it.
 
5487
Wil je dat ik een ziekenwagen bel?
Do you want me to call an ambulance?
 
5488
Ik wil dat je je concentreert en naar me luistert.
I need you to focus and listen to me.
 
5489
Tom wil vandaag niet naar school.
Tom doesn't want to go to school today.
 
5490
Ik stond op toen het nog donker was.
I got up while it was still dark.
 
5491
Wat denk je ervan om te gaan zwemmen?
How about going swimming?
 
5492
Hij zal een brief schrijven.
He will be writing a letter.
 
5493
Ik bezoek niet graag grote steden.
I don't like visiting big cities.
 
5494
Help je Tom altijd zijn kamer schoon te maken?
Do you always help Tom clean his room?
 
5495
Zijn broek wordt elke dag gestreken.
He has his trousers pressed every day.
 
5496
De brief is in de envelop.
The letter is inside the envelope.
 
5497
Heb je een tv?
Do you have a TV?
 
5498
Ik heb weinig geld.
I'm short of money.
 
5499
Ik vind het belangrijk hem de feiten te vertellen.
I think it's important to tell him the facts.
 
5500
Ze hadden schrik van de grote hond.
They were afraid of the big dog.
 
5501
Ik zal een man van u maken.
I will make a man of you.
 
5502
De band is lek.
The tire leaks air.
 
5503
Zij willen rijk worden.
They want to become rich.
 
5504
Tom haalde Mary over hem te helpen.
Tom talked Mary into helping him.
 
5505
Geen enkele student was afwezig.
No students were absent.
 
5506
Ik hou van instrumentale muziek.
I like instrumental music.
 
5507
Er staat niets interessants in de krant.
There is nothing interesting in the newspaper.
 
5508
Tom heeft drie camera's.
Tom has three cameras.
 
5509
Wil je dat ik er iets aan doe?
Would you like me to do something about it?
 
5510
Altijd wanneer ik hem bezoek is hij in bed.
Every time I go to see him, he is in bed.
 
5511
In februari wordt hij zeventien.
He'll be seventeen in February.
 
5512
Weet gij iets beters?
Can you think of something better?
 
5513
Ze zagen er allemaal gelukkig uit.
They all looked happy.
 
5514
Ik zie je woensdag.
I'll see you next Wednesday.
 
5515
Wat zou jij in zo'n type situatie doen?
What would you do in this type of situation?
 
5516
Waarom ziet Tom ons niet graag?
Why doesn't Tom like us?
 
5517
Tom lijkt precies op zijn vader.
Tom looks just like his dad.
 
5518
Hij gaat nooit op reis zonder een wekker mee te nemen.
He never travels without taking an alarm clock with him.
 
5519
Tom is degene die me gezoend heeft.
Tom is the one who kissed me.
 
5520
Uiteindelijk hebben ze het voorstel aangenomen.
In the end, they approved the proposal.
 
5521
Als het op een appel lijkt en naar een appel smaakt, dan is het waarschijnlijk een appel.
If it looks like an apple and it tastes like an apple, it's probably an apple.
 
5522
Ik weet zeker dat hij komt.
He is sure to come.
 
5523
Open uw boek op bladzijde negen.
Open your book to page nine.
 
5524
Zijn jullie ooit al in Frankrijk geweest?
Have you been to France before?
 
5525
Tom gelooft in magie.
Tom believes in magic.
 
5526
Maar wees alstublieft voorzichtig!
Just please be careful.
 
5527
Ik heb iets gevonden waarvan ik dacht dat ik het verloren had.
I found something I thought I'd lost.
 
5528
Maak je geen zorgen om mij.
Don't worry about me.
 
5529
Je mag mijn auto gebruiken, als je wil.
You can use my car if you like.
 
5530
Helaas is het gerucht waar.
Unfortunately, that rumor is true.
 
5531
Je kunt een mooi uitzicht over zee krijgen vanaf de bergtop.
You can get a fine view of the sea from the mountaintop.
 
5532
Ik wou dat Tom hier was.
I wish Tom was here.
 
5533
Tom is hier om mij te beschermen.
Tom is here to protect me.
 
5534
Hij ging op zijn rug liggen.
He lay down on his back.
 
5535
We raadden hen aan om vroeg te beginnen.
We advised them to start early.
 
5536
Waarom ben je naar Japan gekomen?
Why did you come to Japan?
 
5537
Dit boek is heel intersessant.
This book is very interesting.
 
5538
Heb je zin om mee te gaan winkelen?
Would you like to go shopping with me?
 
5539
Dat was vreemd.
That was awkward.
 
5540
Ik denk dat hij de grootste kunstenaar van de periode is.
I think he is the greatest artist of the time.
 
5541
Ze werd bang toen ze de man opmerkte die haar volgde.
She became scared when she noticed the man following her.
 
5542
Morgen is het Moederdag.
Tomorrow is Mother's Day.
 
5543
Tulpen zijn nu in volle bloei.
Tulips are in full bloom now.
 
5544
Ze maakt kip klaar op de manier die ik lekker vind.
She cooks chicken the way I like.
 
5545
Het was niet bepaald goed.
It wasn't very good.
 
5546
Mary is gisteravond laat opgebleven.
Mary stayed up late last night.
 
5547
Ik ben tegen ieder soort oorlog.
I'm opposed to any type of war.
 
5548
Kan je komen?
Can you come?
 
5549
Ik ben nieuwsgierig.
I'm curious.
 
5550
Tom kon niks anders zeggen.
Tom couldn't say anything else.
 
5551
Het weer is plots omgeslagen.
The weather changed suddenly.
 
5552
Wees alsjeblieft beleefd.
Please be polite.
 
5553
De trein kwam op tijd aan in Kyoto.
The train arrived in Kyoto on time.
 
5554
De man viel haar aan met de bedoeling haar te doden.
The man attacked her with the intention of killing her.
 
5555
Hij verfde het plafond blauw.
He painted the ceiling blue.
 
5556
Ik zag een kans en ik nam ze.
I saw an opportunity and I took it.
 
5557
Ik woon bij mijn ouders.
I live with my parents.
 
5558
Het lied was een grote hit.
The song was a big hit.
 
5559
Ik zie je later, oké?
I'll see you later, OK?
 
5560
Hij keek naar links en rechts.
He looked left and right.
 
5561
We lunchen vaak samen.
We often eat lunch together.
 
5562
Waarom moet ik naar school?
Why do I have to go to school?
 
5563
Ze was graatmager.
She was as thin as a rail.
 
5564
Actinium verdampt bij 3198 graden Celsius.
Actinium vaporizes at 3,198°C.
 
5565
Ik heb leren fietsen toen ik zes was.
I learned how to ride a bike when I was six years old.
 
5566
Vertel geen leugens!
Don't tell lies.
 
5567
Ik moest een keuze maken.
I had to make a choice.
 
5568
Deze vogel kan niet vliegen.
This bird can't fly.
 
5569
Iemand heeft op mijn voet gestaan.
Someone stepped on my foot.
 
5570
Tom is gestorven toen hij probeerde een kind uit een brandend gebouw te redden.
Tom died trying to save a child from a burning building.
 
5571
Geloof je in spoken?
Do you believe in ghosts?
 
5572
Kan ik gaan, wat u betreft?
Do you mind if I go?
 
5573
Ik eet veel vlees.
I eat a lot of meat.
 
5574
Kan iemand anders antwoorden?
Can anybody else answer?
 
5575
Stap eruit nu het nog kan.
Get out while you can.
 
5576
De top van de Fuji was bedekt met sneeuw.
The top of Mt. Fuji was covered with snow.
 
5577
Ik wil niet leven.
I don't want to live.
 
5578
Ik wil u niet helpen.
I don't want to help you.
 
5579
Tom gaat nooit ergens heen zonder zijn telefoon.
Tom never goes anywhere without his phone.
 
5580
Dit is geen Frans.
This isn't French.
 
5581
Hoewel hij arm was, was hij gelukkig.
Even though he was poor, he was happy.
 
5582
Mexico telt half zo veel mensen als Japan.
Mexico has half as many people as Japan.
 
5583
Ik heb Tom gevraagd om de kleren van zijn zus niet te dragen.
I asked Tom not to wear his sister's clothes.
 
5584
We hebben geen haast.
We're in no hurry.
 
5585
Ik zag heel ver weg een licht.
I saw a light far away.
 
5586
Ik kan niet veranderen wie ik ben.
I can't change who I am.
 
5587
Hij heeft heel wat bezittingen.
He has a great deal of property.
 
5588
Wat was je eerste indruk van me?
What was your first impression of me?
 
5589
Was u bezig?
Were you busy?
 
5590
Ik wil niet dat Tom me weer vindt.
I don't want Tom to find me again.
 
5591
De hertog bezit veel land.
The duke holds a lot of land.
 
5592
Ik kan Frans lezen noch spreken.
I can't read French, nor can I speak it.
 
5593
Ik weet dat ik er spijt van ga hebben.
I know I'm going to regret this.
 
5594
Het probleem was te moeilijk voor mij om op te lossen.
The problem was too difficult for me to solve.
 
5595
Ik haat strijken.
I hate ironing.
 
5596
Soms is het belangrijk om snel een beslissing te nemen.
Sometimes it is important to take a decision quickly.
 
5597
Laten we voetbal spelen.
Let's play soccer.
 
5598
Hij is nog steeds vol met energie.
He is still full of energy.
 
5599
Het is een heel moeilijke tongbreker.
It's a very difficult tongue-twister.
 
5600
Tom was ooit rijk.
Tom used to be rich.
 
5601
Hij maakt een slechte indruk.
He makes a bad impression.
 
5602
Misschien moet je de tv uitzetten en iets anders gaan doen.
Maybe you should turn off the television and do something else.
 
5603
Je bent mijn vriend.
You're my friend.
 
5604
Vandaag is een nationale feestdag.
Today is a national holiday.
 
5605
Men weet niet eens of het waar is.
We don't even know if it's true.
 
5606
Ik ging naar het ziekenhuis om mijn vrouw te bezoeken.
I went to the hospital to see my wife.
 
5607
Tom zei dat Mary hem heeft geslagen.
Tom said Mary hit him.
 
5608
Hij was tevreden met zijn nieuwe auto.
He was satisfied with his new car.
 
5609
Ik heb veel vrienden om me te helpen.
I have a lot of friends to help me.
 
5610
De dief rende weg in de richting van het station.
The thief ran away in the direction of the station.
 
5611
Ik wil precies weten hoe Tom doodging.
I want to know exactly how Tom died.
 
5612
Hoeveel appelbomen staan er in jullie boomgaard?
How many apple trees are there in your orchard?
 
5613
Ik denk dat je je lesje geleerd hebt.
I think you've learned your lesson.
 
5614
Mijn leven is saai.
My life is boring.
 
5615
Maria is de liefde van mijn leven.
Mary is the love of my life.
 
5616
Jullie zijn Duitsers, toch?
You're Germans, aren't you?
 
5617
Tom masseerde de stijve schouders van Maria.
Tom massaged Mary's stiff shoulders.
 
5618
Ik was boos.
I was angry.
 
5619
We vliegen morgen naar Los Angeles.
We are flying to Los Angeles tomorrow.
 
5620
Regende het hier gisteren?
Did it rain here yesterday?
 
5621
Ik kan de computer niet herstellen.
I cannot fix the computer.
 
5622
Ik maak maar een grapje.
I'm kidding.
 
5623
Jullie moeten het me vertellen.
You must tell me.
 
5624
Geef een mens een masker, en hij zal de waarheid zeggen.
Give a man a mask and he'll tell the truth.
 
5625
Sorry. Het is allemaal mijn schuld.
Sorry. It's all my fault.
 
5626
De politie stond aan Toms deur met een huiszoekingsbevel.
The police were at Tom's door with a search warrant.
 
5627
Geld maakt niet gelukkig.
Money doesn't buy happiness.
 
5628
Ben jij een zangeres?
Are you a singer?
 
5629
Ze hadden gelijk.
They were right.
 
5630
We zijn een paar jaar geleden getrouwd.
We got married a few years ago.
 
5631
Tom houdt van chocola.
Tom likes chocolate.
 
5632
Ik zal de vis in leven houden.
I will keep the fish alive.
 
5633
Maria is de knapste van beiden.
Mary is the prettier of the two.
 
5634
Dat zal je niet meer nodig hebben.
You won't be needing that again.
 
5635
Laat mij voor het eten betalen.
Let me pay for the dinner.
 
5636
Hij is buiten aan het wandelen.
He's out taking a walk.
 
5637
Hij is aanwezig op de vergadering.
He is present at the meeting.
 
5638
Het treinstation is dichtbij.
The train station is nearby.
 
5639
Ik heb een hond en twee katten.
I have a dog and two cats.
 
5640
Ze staat te popelen om jou te ontmoeten.
She is anxious to meet you.
 
5641
Heeft u rijst?
Do you have rice?
 
5642
Ik zwem één keer per week.
I swim once a week.
 
5643
Ik heb een verzameling documentaires.
I have a collection of documentaries.
 
5644
Ik heb niemand nodig.
I don't need anyone.
 
5645
Haar ring viel in een rivier en zonk naar de bodem.
Her ring fell into a river and sank to the bottom.
 
5646
Hij zette me onder druk.
He pressured me.
 
5647
Niemand weet dat u hier bent.
Nobody knows you're here.
 
5648
Was je voeten.
Wash your feet.
 
5649
Ik ben bang dat het morgen gaat regenen.
I'm afraid it will rain tomorrow.
 
5650
Dit is zo deprimerend.
This is so depressing.
 
5651
Meer koffie, alstublieft.
More coffee, please.
 
5652
Klimaatverandering is een mondiaal probleem.
Climate change is a global problem.
 
5653
Ik zal jullie missen.
I'll miss you guys.
 
5654
Hij kan er elke seconde zijn.
He'll be here any second.
 
5655
Dat is alles.
That's all.
 
5656
Het circusbezoek was grote sensatie voor de kinderen.
The visit to the circus was a big thrill for the children.
 
5657
Hij weet zeker dat hij komt.
He is sure that he will come.
 
5658
Tom is een rabbijn.
Tom is a rabbi.
 
5659
De hond was dood.
The dog was dead.
 
5660
Het was best egoïstisch van Tom om je de auto niet te laten gebruiken.
That was pretty selfish of Tom not to let you use the car.
 
5661
Tom ligt ziek in bed.
Tom is lying ill in bed.
 
5662
De vraag is waarom niet.
The question is why not.
 
5663
Tom is niet goed in het bewaren van geheimen.
Tom isn't good at keeping secrets.
 
5664
Ik maak me er geen zorgen over.
I don't worry about it.
 
5665
Jij verstopt iets, nietwaar?
You must be hiding something.
 
5666
Allemans vriend is niemands vriend.
A friend to everybody is a friend to nobody.
 
5667
Hij besliste om met haar te trouwen.
He decided to marry her.
 
5668
Ik denk dat ik snel terug kom.
I think I'll come back soon.
 
5669
Ik ben geïnteresseerd in zwemmen.
I am interested in swimming.
 
5670
Ik ben bang dat hij een fout zal maken.
I am afraid he will make a mistake.
 
5671
Frankrijk voerde oorlog met Rusland.
France was at war with Russia.
 
5672
Je hebt het net gemist.
You just missed it.
 
5673
Ik zal hem morgen de waarheid moeten zeggen.
I will have to tell him the truth tomorrow.
 
5674
Ik hoorde dat je terug was.
I heard you were back.
 
5675
Zijn favoriete honkbalteam is de Giants, maar hij houdt ook van de Lions.
His favorite baseball team is the Giants, but he also likes the Lions.
 
5676
We luisteren naar muziek.
We listen to music.
 
5677
Je weet dat ik getrouwd ben.
You know I'm married.
 
5678
Honger maakt rauwe bonen zoet.
Hunger is the best sauce.
 
5679
Ze zijn dikke vrienden.
They are great friends.
 
5680
Tom gebruikte een tandenstoker.
Tom used a toothpick.
 
5681
Ze zijn erg dol op hem.
They're very fond of him.
 
5682
Ik zal je over de zaak vertellen.
I will tell you about the case.
 
5683
Ik wist dat je vroeg of laat terug zou komen.
I knew you'd come back sooner or later.
 
5684
Het duurde erg, erg lang.
It took a long, long time.
 
5685
Ik zou willen weten wat de exacte wisselkoers is voor de yen.
I'd like to know the exact exchange rate for yen.
 
5686
Waarom kom je niet een beetje na tien uur?
Why don't you come by sometime after ten?
 
5687
Ik ben trots op mijn school.
I'm proud of my school.
 
5688
Hebt u een mobieltje?
Do you have a cellphone?
 
5689
Hij vroeg haar ten huwelijk, en ze zei ja.
He asked her to marry him, and she accepted.
 
5690
Ben je bang om gewond te raken?
Are you afraid of getting hurt?
 
5691
Hoeveel honger heb je, Tom?
How hungry are you, Tom?
 
5692
Laten we nog een keer naar dat lied luisteren.
Let's listen to that song again.
 
5693
Waarom hebben ze Tom ontslagen?
Why did they fire Tom?
 
5694
Is zijn vader dokter?
Is his father a doctor?
 
5695
Volgens mij weet jij precies wat ik bedoel.
I think you know exactly what I'm talking about.
 
5696
Ik hou van niets.
I don't like anything.
 
5697
Hou de vaas met beide handen vast.
Hold the vase with both hands.
 
5698
De Titanic zonk tijdens haar eerste vaart. Ze was een groot schip.
The Titanic sank on her maiden voyage. She was a large ship.
 
5699
Beide uitspraken zijn juist.
Both pronunciations are correct.
 
5700
Toms huis is vernietigd door de orkaan.
Tom's house was destroyed by the hurricane.
 
5701
Tom wil dat jij het vuilnis naar buiten brengt.
Tom wants you to take out the garbage. / Tom wants you to take the garbage out.
 
5702
Ik zal geen steen op de andere laten tot ik gevonden heb wie dat gedaan heeft.
I'll leave no stone unturned to find out who did this.
 
5703
Ben jij degene die Tom heeft vergiftigd?
Were you the one who poisoned Tom?
 
5704
Tom heeft drie jaar voor mij gewerkt.
Tom has worked for me for three years.
 
5705
Het valt op zondag.
It falls on Sunday.
 
5706
Ik heb harten boer.
I've got the jack of hearts.
 
5707
Alles komt goed.
Everything will be OK.
 
5708
Hoe is Tom binnengekomen?
How did Tom get in?
 
5709
Ze heeft veel respect voor haar leraar.
She has a lot of respect for her teacher.
 
5710
Sinds wanneer werk je hier al?
How long have you been working here?
 
5711
Waar is de luchthaven?
Where's the airport?
 
5712
Er is geen binnenweg naar boven, alleen naar beneden.
There are no shortcuts to the top, only to the bottom.
 
5713
Toon me de pop die je gisteren kocht.
Show me the doll that you bought yesterday.
 
5714
Wat zou jij in mijn plaats doen?
What would you do in my place?
 
5715
De handgeschreven brief was niet gemakkelijk te lezen.
Written by hand, the letter was not very easy to read.
 
5716
Wie is die jongen?
Who's that boy?
 
5717
Hij is veel groter dan gij.
He's much taller than you.
 
5718
Ik pas geen van de hoeden in die winkel.
There are no hats in that store that fit me.
 
5719
Is het al dinsdag?
Is it Tuesday already?
 
5720
Tom vroeg me om op Maria te passen.
Tom asked me to take care of Mary.
 
5721
Je kan hem geloven.
You can believe him.
 
5722
Vandaag ben ik jarig.
Today is my birthday.
 
5723
Ze houdt van katten.
She loves cats.
 
5724
Dit onderwerp is extreem controversieel.
This subject is extremely controversial.
 
5725
We moeten ons aan de wet houden.
We ought to obey the law.
 
5726
Zuid-Afrika is ver weg.
South Africa is far away.
 
5727
Jullie moeten al deze data uit het hoofd leren.
You'll have to learn all these dates by rote.
 
5728
Ik hou niet van je.
I don't love you.
 
5729
Ik wist niet dat Tom in Boston gewoond heeft.
I didn't know Tom lived in Boston.
 
5730
Het is hard aan het regenen.
It is raining hard.
 
5731
Ze heeft absoluut geen vijanden.
She has absolutely no enemies.
 
5732
Het is bijna spitsuur.
It's almost rush hour.
 
5733
Hou daarmee op.
Stop that.
 
5734
Ik wou dat ze hier deze avond kwam.
I wanted her to come here this evening.
 
5735
Hoe ben je naar school gekomen?
How did you come to school?
 
5736
Volgens mijn horloge is het vier uur.
It's four o'clock by my watch.
 
5737
Wilt u dit werkelijk doen?
Do you really want to do this?
 
5738
Ben je daar echt in geïnteresseerd?
Are you really interested in that?
 
5739
Het wordt geleidelijk kouder.
It's gradually getting colder.
 
5740
Wil je nog wat meer koekjes?
Would you like some more cookies?
 
5741
Laat ons wachten tot het ophoudt met regenen.
Let's wait until it stops raining.
 
5742
Kunnen jullie je in het Frans verstaanbaar maken?
Can you make yourselves understood in French?
 
5743
Ik heb nog nooit een levende walvis gezien.
I've never seen a live whale.
 
5744
Hij stond daar een tijdje.
He stood there for a while.
 
5745
Tom heeft een eigen zaak.
Tom has his own business.
 
5746
Ik wist niet, dat we geacht werden dat te doen.
I didn't know we were supposed to do that.
 
5747
Ik hou niet van gebakken vis.
I don't like fried fish.
 
5748
Het wordt steeds kouder.
It's getting colder and colder.
 
5749
Zeg niet te veel!
Don't say too much.
 
5750
Laat eens zien wat je gekocht hebt.
Will you show me what you bought?
 
5751
Tom is niet bang te experimenteren.
Tom isn't afraid of experimenting.
 
5752
Ik heb liever vis dan vlees.
I prefer fish to meat.
 
5753
Ik stond eerder dan normaal op om de eerste trein te halen.
I got up earlier than usual to get the first train.
 
5754
Niemand praat met me.
Nobody speaks to me.
 
5755
Ik moet mijn ouders opbellen en ze vertellen dat ik laat zal zijn voor het avondeten.
I need to call my parents and tell them I'll be late for dinner.
 
5756
Deze brillen zijn mooi.
These glasses are beautiful.
 
5757
Ik hoorde u niet binnenkomen.
I didn't hear you come in.
 
5758
Waarom geloof je me niet?
Why don't you believe me?
 
5759
Ik voel me vandaag niet zo goed.
I don't feel well today.
 
5760
Tom heeft geld.
Tom has money.
 
5761
Tom komt hier zo snel mogelijk als hij kan terug.
Tom is coming back here as quick as he can.
 
5762
Kan je het licht uitdoen?
Could you turn off the lights?
 
5763
Blijkbaar is er iets gebeurd.
It seems that something has happened.
 
5764
Hij is zelf gekomen.
He came in person.
 
5765
Hij doet het raam open.
He is opening the window.
 
5766
Ik geef u mijn woord.
I give you my word.
 
5767
De trein zat zo vol, dat niemand van ons kon zitten.
The train was so crowded that none of us could get a seat.
 
5768
Tom is boos op ons.
Tom is mad at us.
 
5769
Dit alles is vast maar een misverstand.
I'm sure this is all a misunderstanding.
 
5770
Ik heb dezelfde problemen zoals jij die hebt.
I have the same trouble as you have.
 
5771
God schiep de wereld in zes dagen.
God created the world in six days.
 
5772
Het eten is nog niet klaar.
The food's not ready yet.
 
5773
Dat meisje is knap.
That girl is good-looking.
 
5774
Wie is de beste componist aller tijden?
Who's the greatest composer of all time?
 
5775
Tom is groot.
Tom is big.
 
5776
Ik hou van je, zoals je bent.
I love you just as you are.
 
5777
Tom is een machtig man.
Tom is a powerful man.
 
5778
Laten we er niet meer over praten.
Let's not talk about it anymore.
 
5779
Laat ons meer doen.
Let's do more.
 
5780
Ik kan niet begrijpen wat er is gebeurd.
I cannot understand what happened.
 
5781
Hij is een onbeleefd persoon.
He is a rude person.
 
5782
Hij deed al wat hij kon in het belang van zijn kinderen.
He did everything he could do for the sake of his children.
 
5783
Kunt u het venster openen?
Open the window, will you?
 
5784
Ik ben het die Tom Frans bijbracht.
I'm the one who taught Tom French.
 
5785
Tom en Maria staarden elkaar aan.
Tom and Mary were staring at each other.
 
5786
Laat ons even in de schaduw uitrusten.
Let's take a rest in the shade.
 
5787
Tom kan ons niet zien.
Tom can't see us.
 
5788
Tom zal in staat zijn om je vraag te beantwoorden.
Tom will be able to answer your question.
 
5789
Ik ben geduldig.
I'm patient.
 
5790
Ik hou meer van Los Angeles.
I like L.A. better.
 
5791
De schilderijen zijn erg veel waard.
The paintings are worth a lot.
 
5792
Denk je dat hij het werk alleen gedaan heeft?
Do you think he did the job on his own?
 
5793
Ik hou niet van selderij.
I don't like celery.
 
5794
Ik ben geen dokter.
I'm not a doctor.
 
5795
Mijn verjaardag is op tien november.
My birthday is November 10th.
 
5796
Hij is in Frankrijk geweest.
He has been to France.
 
5797
Slechts zestien procent van de leraren van deze school is vrouwelijk.
Only 16 percent of the teachers of this school are female.
 
5798
Waar is zijn huis?
Where's his home?
 
5799
Probeer niet te wenen.
Try not to cry.
 
5800
Mijn vader is voor het ogenblik in de tuin.
Father is in the garden now.
 
5801
Kom op, raak het aan.
Come on, touch it.
 
5802
We hadden niet de hele nacht op moeten blijven.
We shouldn't have stayed up all night.
 
5803
Ik zie jullie later, oké?
I'll see you later, OK?
 
5804
Ik had dat niet moeten doen. Het was fout.
I should not have done that. It was wrong.
 
5805
Controleer het gewoon.
Just check it.
 
5806
Ik heb met vrienden gesproken.
I talked to friends.
 
5807
Ik vond het erg fijn met je te praten.
It was great talking to you.
 
5808
Hij werd wakker, liggend op een parkbankje.
He woke up to find himself lying on a bench in the park.
 
5809
Er is zoveel dat ik wil doen.
There's so much I want to do.
 
5810
Welke vakken heb je op school?
What subjects are you taking at school?
 
5811
Het is een fout.
It's a mistake.
 
5812
Waar zijn je kleren?
Where are your clothes?
 
5813
We hebben je brief pas gisteren ontvangen.
We did not get your letter until yesterday.
 
5814
Hoe lang duurt het om naar Madrid te gaan?
How long does it take to go to Madrid?
 
5815
Laat het achter.
Leave it behind.
 
5816
Ik wist wel dat Tom dorst zou hebben.
I knew Tom would be thirsty.
 
5817
Tom is stil.
Tom is being quiet.
 
5818
Hij lijkt sprekend op zijn broer.
He looks exactly like his brother.
 
5819
Tom brak vorig jaar zijn been en hinkt sindsdien.
Tom broke his leg last year and has limped ever since.
 
5820
Ik denk dat je gelijk had.
I guess you were right.
 
5821
In de zomer baad ik elke ochtend.
I take a bath every morning in the summer.
 
5822
Sta op en stel jezelf voor, alsjeblieft.
Stand up and introduce yourself, please.
 
5823
De tentoonstelling blijft een maand langer open.
The exhibition will be open for another month.
 
5824
Ik heb het hele boek gelezen.
I read the entire book.
 
5825
Tom is lang.
Tom is tall.
 
5826
Welke auto is van je vader?
Which car is your father's?
 
5827
Hij is erg aardig.
He is very kind.
 
5828
Ze heeft haar handtas verloren.
She lost her handbag.
 
5829
Wat zijn uw maten?
What are your measurements?
 
5830
Vandaag past niet voor mij.
Today is not good for me.
 
5831
Hij onderbrak de spreker telkens met vragen.
He interrupted the speaker with frequent questions.
 
5832
Ik praat er liever niet over.
I prefer to not talk about it.
 
5833
We moeten er echt vandoor.
We really need to get going.
 
5834
Ik verfde het hek groen.
I painted the fence green.
 
5835
Toms voorspelling was juist.
Tom's prediction was correct.
 
5836
Ik ben gek op jullie.
I love you a lot.
 
5837
Mijn vaders verjaardag valt dit jaar op een zondag.
My father's birthday falls on Sunday this year.
 
5838
De tafel zat onder het stof.
The table was covered with dust.
 
5839
Ik voel me nog steeds gezond.
I still feel healthy.
 
5840
Een onschuldige man was bij vergissing opgepakt.
An innocent man was arrested by mistake.
 
5841
Mijn broer en ik deelde de kamer.
My brother and I shared the room.
 
5842
Vele handen maken licht werk.
Many hands make light work.
 
5843
Dat is ongelofelijk saai.
That's incredibly boring.
 
5844
Tom gelooft in mij.
Tom trusts me.
 
5845
Miles Davis was een Amerikaanse jazzmuzikant.
Miles Davis was an American jazz musician.
 
5846
Tom deed dat vaak.
Tom did that a lot.
 
5847
Dat was het plan, nietwaar?
That was the plan, wasn't it?
 
5848
Ik blijf in het huis vandaag.
I'll stay in the house today.
 
5849
Ik kom uit Tokio, Japan.
I'm from Tokyo, Japan.
 
5850
Hij boog naar mij terwijl hij voorbij kwam.
He bowed to me as he passed by.
 
5851
Waar is het verborgen?
Where is it hidden?
 
5852
Kom vlug!
Come quickly!
 
5853
Zij zijn getrouwd toen ze nog jong waren.
They married when they were young.
 
5854
Wat soort muziek hoort u liefst?
What kind of music do you like the most?
 
5855
Bijna iedereen was uitgenodigd.
Almost everybody was invited.
 
5856
Gelukkige gezinnen lijken alle op elkaar, ieder ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.
All happy families resemble each other, each unhappy family is unhappy in its own way.
 
5857
Ik ben Japanner, maar ik woon niet in Japan.
I'm Japanese, but I don't live in Japan.
 
5858
Veel studenten werken deeltijds.
Many students have part-time jobs.
 
5859
Hij stond op.
He stood up.
 
5860
Ik laat je niks gebeuren.
I won't let anything happen to you.
 
5861
Hoe vaak knippert een mens gemiddeld per minuut met zijn ogen?
How many times a minute does the average person blink?
 
5862
De tafel wankelt.
The table is wobbly.
 
5863
Ik heb net mijn kamer schoongemaakt.
I have just cleaned my room.
 
5864
Tom heeft dat boek geschreven.
Tom wrote that book.
 
5865
Toen ik mijn bureau aan het opruimen was, kwam ik deze oude foto tegen.
While I was cleaning out my desk, I came across this old picture.
 
5866
Het sneeuwt vandaag.
It's snowing today.
 
5867
Het vliegtuig landde op de luchthaven van Narita.
The airplane landed at Narita Airport.
 
5868
Zij kleedt zich altijd in het zwart.
She always dresses in black.
 
5869
De meeste mensen denken dat.
Most people think so.
 
5870
Wanneer studeert hij? "Hij studeert voor het avondeten."
When does he study? "He studies before dinner."
 
5871
Wat je hebt gezegd, is complete onzin.
What you said is complete nonsense.
 
5872
Ik denk dat we een probleem kunnen hebben.
I think we may have a problem.
 
5873
Aanval is de beste verdediging.
Attack is the best form of defense.
 
5874
Wij beiden waren zeer slaperig.
We were both very sleepy.
 
5875
Ze droeg een lelijk kleed.
She was wearing an ugly dress.
 
5876
We zijn nooit even gelukkig of ongelukkig als we onszelf indenken.
We are never as happy or as unhappy as we imagine.
 
5877
Tom is plastisch chirurg.
Tom is a plastic surgeon.
 
5878
We waren lang op hem aan het wachten.
We were waiting for him for a long time.
 
5879
Hij is de oudste zoon.
He's the oldest son.
 
5880
We hadden allemaal veel dorst.
We were all very thirsty.
 
5881
Ik kan lezen zonder bril.
I can read without glasses.
 
5882
Het was zonde dat Tom niet naar ons feestje kon komen.
It was a pity that Tom couldn't come to our party.
 
5883
Heb je een rood potlood?
Do you have a red pencil?
 
5884
Ik begrijp het.
I understand.
 
5885
Ik deed er vijf uur over om het werk af te werken.
It took me five hours to finish the work.
 
5886
Voor twee jaar ben ik gestopt met roken.
I quit smoking two years ago.
 
5887
Jullie zijn chagrijnig.
You're moody.
 
5888
Ik blijf vandaag thuis.
I'll stay home today.
 
5889
Ik heb hem mijn kamer getoond.
I showed him my room.
 
5890
Hij werd pianist.
He became a pianist.
 
5891
Ik dacht dat je jouw nieuwe kostuum ging dragen.
I thought you were going to wear your new suit.
 
5892
Waarom vraagt u dat?
Why do you ask?
 
5893
Wat gaat er vandaag gebeuren?
What's going to happen today?
 
5894
Gaan de kinderen naar school?
Do the children go to school?
 
5895
India is een ontwikkelingsland.
India is a developing country.
 
5896
Ik dacht dat ik altijd alleen zou zijn.
I thought I'd always be alone.
 
5897
Als we lopen komen we veel te laat.
If we walk, we'll be very late.
 
5898
Tom had me voorgesteld dat te doen.
Tom suggested that I do that.
 
5899
Kan je dat herhalen, alsjeblieft?
Could you please repeat that?
 
5900
Mijn horloge is preciezer dan het jouwe.
My watch is more accurate than yours.
 
5901
Ik wil daar een paar van.
I want some of those.
 
5902
Tom heeft zijn eigen kamer.
Tom has his own room.
 
5903
Dit is een fout.
This is a mistake.
 
5904
Ik moest kiezen tussen die twee.
I had to choose between the two.
 
5905
Ik kan het me niet veroorloven om ook maar één yen te verspillen.
I can't afford to waste a single yen.
 
5906
Draai je om.
Turn around.
 
5907
Ik ging naar het station van Osaka.
I went to Osaka station.
 
5908
Hij is de nieuwe situatie rap gewoon geworden.
He quickly adjusted to the new situation.
 
5909
Zinnen beginnen met een hoofdletter.
Sentences begin with a capital letter.
 
5910
Zij rookt niet.
She does not smoke.
 
5911
Vrede is beter dan oorlog.
Peace is better than war.
 
5912
Tom kent sommigen van Maria's vrienden.
Tom knows some of Mary's friends.
 
5913
Ik ben gek op jouw stad.
I love your city.
 
5914
U moet bus 5 nemen.
You should take the number 5 bus.
 
5915
Ik haat selderij!
I hate celery.
 
5916
Deze pijn maakt mij kapot.
The pain is killing me.
 
5917
Ik hoop dat je naar mijn verjaardagsfeestje zal komen.
I hope you'll come to my birthday party.
 
5918
Ik verkoop mijn auto met verlies.
I'm selling my car at a loss.
 
5919
Gisterenavond waren er vijf branden.
There were five fires last night.
 
5920
Je moet vertrekken.
You must go.
 
5921
Waar is mijn mantel?
Where's my coat?
 
5922
Mijn buik doet pijn.
My stomach hurts.
 
5923
Ik heb haar al drie dagen niet meer gezien.
I haven't seen her in three days.
 
5924
Ik moet wat geld van de bank halen.
I have to take some money out of the bank.
 
5925
We hebben veel sneeuw gehad dit jaar.
We have had plenty of snow this year.
 
5926
Ik hou niet van mensen die snel boos worden.
I don't like people who get angry easily.
 
5927
Het huis van Tom is heel groot.
Tom's house is very big.
 
5928
Columbus heeft Amerika ontdekt.
Columbus discovered America.
 
5929
Wie gaat het eten betalen?
Who's paying for the food?
 
5930
Zij vroegen om mijn hulp.
They asked for my help.
 
5931
Het gaat snel gebeuren.
It's going to happen soon.
 
5932
Ik heb horen zeggen dat je geen vlees at.
I heard you don't eat meat.
 
5933
Ik hielp hem zijn bagage naar boven te dragen.
I helped him carry his luggage upstairs.
 
5934
Tom en ik zitten nu in hetzelfde team.
Tom and I are both on the same team.
 
5935
Hij ging daar zelden heen.
He seldom went there.
 
5936
Ze heeft voor mij een cake gebakken.
She made me a cake.
 
5937
Bij voorbaat hartelijk dank voor uw medewerking.
Thank you for your cooperation in advance.
 
5938
Hij is naar huis gelopen.
He walked home.
 
5939
Dit televisieprogramma is echt heel interessant.
This TV program is really quite interesting.
 
5940
Wat heeft Mari gisteren gekocht?
What was it that Mary bought yesterday?
 
5941
Ik wil graag een kamer met uitzicht op de tuin.
I'd like a room facing the garden.
 
5942
Dat kan ik je niet vertellen.
That I can't tell you.
 
5943
Ik heb geen tatoeage.
I don't have a tattoo.
 
5944
In de Verenigde Staten wordt boter per pond verkocht.
Butter is sold by the pound in the USA.
 
5945
Ga naar school.
Go to school.
 
5946
Heeft Tom een sleutel van Mary's woning?
Does Tom have a key to Mary's apartment?
 
5947
Ik heb zin om in de regen te zingen.
I feel like singing in the rain.
 
5948
Ik vraag me af welke taal men spreekt in Brazilië.
I wonder what language they speak in Brazil.
 
5949
Tom zit onder een boom.
Tom is sitting beneath the tree.
 
5950
Ik ben nu aan het lezen.
I'm reading now.
 
5951
Het officiële begin is op zaterdag.
The official start is on Saturday.
 
5952
Niemand kan u helpen, Tom.
No one can help you, Tom.
 
5953
Bananen zijn heerlijk.
Bananas are delicious.
 
5954
Het zuiden had geen geld voor de heropbouw.
The south had no money to rebuild.
 
5955
Is biologisch eten wel zijn geld waard?
Is eating organic food worth the money?
 
5956
Hij werd een heel betrouwbare man.
He grew up to be a very reliable man.
 
5957
Ik had het gisteren erg druk.
I was very busy yesterday.
 
5958
Morgen gaat het sneeuwen.
It'll snow tomorrow.
 
5959
Ik denk dat de kans niet groot is dat de politie Tom zal vinden.
I think it's unlikely that the police will find Tom.
 
5960
Ik ben bang dat er geen koffie meer over is.
I'm afraid there isn't any coffee left.
 
5961
Hij verdient twee keer zoveel als ik.
He earns twice as much as me.
 
5962
Is er iemand afwezig vandaag?
Is anyone absent today?
 
5963
Geef me een ander voorbeeld.
Give me a different example.
 
5964
Is het om hier te eten, of om mee te nemen?
For here, or to go?
 
5965
Het wordt donker.
It's getting dark.
 
5966
Laat me de foto eens zien.
Show me the picture.
 
5967
Zo sla ik twee vliegen in één klap.
That way I kill two birds with one stone.
 
5968
Tom bood Maria iets te drinken aan, maar ze zei dat ze geen dorst had.
Tom offered Mary something to drink, but she said she wasn't thirsty.
 
5969
We zaten recht tegenover directieleden.
We sat face to face with executives.
 
5970
Ik kan niet met je meegaan omdat ik het erg druk heb.
I can't go with you because I'm very busy.
 
5971
Ik zing dat liedje liever niet.
I'd rather not sing that song.
 
5972
Ik heb me verwond tijdens de les van l.o.
I injured myself during PE class.
 
5973
Het probleem is dat het te duur is.
The trouble is that it costs too much.
 
5974
Mag ik je mobiele telefoon even lenen?
Can I borrow your mobile phone?
 
5975
Een aanmerkelijk aantal studenten wil naar de universiteit gaan.
A considerable number of students want to go to college.
 
5976
Sommige mensen houden van sport, anderen niet.
Some people like sports, and others don't.
 
5977
Hoeveel denk je dat deze trui kost?
How much do you think this sweater cost?
 
5978
Het was bijna middag tegen de tijd dat Tom wakker werd.
It was almost noon by the time Tom woke up.
 
5979
Ik studeer sinds tien maanden in China.
I've been studying in China for ten months.
 
5980
Ik denk erover om volgend jaar in de Verenigde Staten te gaan studeren.
I'm considering studying in the United States next year.
 
5981
Ik heb het gevecht gezien.
I saw the fight.
 
5982
Ze kon haar lach niet bedwingen toen ze het kleed zag.
She could hardly keep from laughing when she saw the dress.
 
5983
Tom arriveerde drie minuten te vroeg.
Tom arrived three minutes early.
 
5984
Ik denk dat het weldra gaat regenen.
I think that it's going to rain soon.
 
5985
Ik ben per trein naar Kobe gegaan.
I went to Kobe by train.
 
5986
Pas op voor auto's als je de straat oversteekt.
Watch out for cars when you cross the street.
 
5987
Ik hoop wel dat je nog een keer komt.
I do hope you'll come again.
 
5988
Waarom duurt het zo lang?
What's the holdup?
 
5989
Ze begon te dansen toen ze acht was.
She started dancing when she was eight.
 
5990
Eerlijk gezegd bevalt je idee me niet.
Frankly speaking, I don't like your idea.
 
5991
Ik ben gisteren in het park geweest.
I went to the park yesterday.
 
5992
Tom is het gewend om te winnen.
Tom is used to winning.
 
5993
Je weet nergens van.
You know nothing.
 
5994
Hij werd erg dronken.
He got very drunk.
 
5995
Dat is zeer duur!
That is very expensive!
 
5996
Laten we eens kijken wat er kan gebeuren in het ergste geval.
Let's consider the worst that could happen.
 
5997
Ik zal nooit van gedachte veranderen.
I'll never change my mind.
 
5998
We kunnen beter even wachten.
We'd better wait.
 
5999
Ik ben verwonderd te horen dat de prijzen zo gestegen zijn.
I am surprised to hear that prices have gone up so high.
 
6000
We werken om geld te verdienen.
We work to earn money.
 
6001
Ik vrees dat we geen keuze hebben.
I'm afraid we have no choice.
 
6002
Ik wist niet waar Tom me heen aan het brengen was.
I didn't know where Tom was taking me.
 
6003
Kunt u mij uw instapkaart laten zien?
Can you show me your boarding pass?
 
6004
Bel me op!
Call me.
 
6005
De eerste minister viel in de Donau en verdronk.
The prime minister fell into the Danube and drowned.
 
6006
Tom kan daar niets aan doen.
Tom can't help that.
 
6007
Ik zal je helpen.
Let me help you with that.
 
6008
Kus Tom.
Kiss Tom.
 
6009
Mijn moeder maakt een taart voor mijn vader.
My mother is making my father a cake.
 
6010
Tom draagt een hoed.
Tom is wearing a hat.
 
6011
Ik verjaar in juli.
My birthday is in July.
 
6012
Laten we daar later naar kijken.
Let's check it later.
 
6013
Vraag mij iets gemakkelijkers.
Ask me something easier.
 
6014
Dit is nog niks.
You ain't seen nothing yet.
 
6015
Dat kan niet!
No way!
 
6016
Heb je broers of zussen? "Neen, ik ben enig kind."
Do you have any siblings? "No, I'm an only child."
 
6017
Alles telt.
Everything matters.
 
6018
Het spel werd spannend.
The game became exciting.
 
6019
Ik heb nog nooit zo een mooie zonsondergang gezien.
I've never seen such a beautiful sunset.
 
6020
Het maakt me niet uit wat er gebeurt.
I don't care what happens.
 
6021
Prins Charles zal de volgende koning van Engeland zijn.
Prince Charles will be the next king of England.
 
6022
Lijkt dat je rechtvaardig?
Does that seem fair to you?
 
6023
Ik lees elke maand minstens één boek.
I read at least one book every month.
 
6024
Arabisch wordt van rechts naar links gelezen.
Arabic is read from right to left.
 
6025
Hij faalde zijn toelatingsexamen.
He failed the entrance exam.
 
6026
De leraar zei dat we al die uitdrukkingen van buiten moesten leren.
The teacher said we had to learn all these expressions by heart.
 
6027
Uw computer zal meerdere malen herstarten tijdens de installatie.
Your computer will restart several times during installation.
 
6028
Ik was dicht bij de rivier, toen ik de weg kwijt raakte.
It was near the river that I lost my way.
 
6029
Hij studeert Engels, maar hij studeert ook Duits.
He studies English, but he also studies German.
 
6030
De vijanden stonden recht tegenover elkaar.
The enemies stood face to face.
 
6031
De zwaartekracht van de aarde is niet gelijkmatig.
Earth's gravity isn't uniform.
 
6032
We hebben het eens nader bekeken.
We looked into it.
 
6033
Onderbreek ons gesprek niet.
Don't interrupt our conversation.
 
6034
Nee, bedankt. Ik zit vol.
No, thank you. I'm full.
 
6035
Ik deed de deur achter me dicht.
I shut the door behind me.
 
6036
Dit huiswerk is moeilijk voor mij.
This homework is difficult for me.
 
6037
Ik moest lopen, omdat er geen taxi's waren.
Since there were no taxis, I had to walk.
 
6038
Ik ben hier niet nodig.
I'm unnecessary here.
 
6039
Ze is even jong als ik.
She is as young as I am.
 
6040
Dokters weigerden om een tweede operatie uit te voeren.
Doctors refused to perform a second operation.
 
6041
Tom beschuldigde Mary ervan niet te weten hoe iemand lief te hebben of hoe iemands liefde weten te aanvaarden.
Tom accused Mary of not knowing how to love or how to accept someone's love.
 
6042
Ik heb morgen les.
I have class tomorrow.
 
6043
Ze hebben hun ouders bezocht gisteren.
They visited their parents yesterday.
 
6044
Al de studenten studeren Engels.
All the students study English.
 
6045
Ik ga naar Tokio morgen.
I am going to Tokyo tomorrow.
 
6046
Morgen is het zondag.
Tomorrow is Sunday.
 
6047
Tom had niet het juiste gereedschap voor de taak.
Tom didn't have the right tools for the job.
 
6048
Tom is vervangbaar.
Tom is replaceable.
 
6049
Voel je je ooit schuldig?
Do you ever feel guilty?
 
6050
Vergeleken met Tokio is Londen klein.
Compared to Tokyo, London is small.
 
6051
Je moet al deze data uit je hoofd leren.
You'll have to learn all these dates by rote.
 
6052
Je hoort nu te oefenen.
You're supposed to be practicing.
 
6053
Nou, laten we gaan.
Well, let's go.
 
6054
Hij is een meester in het krijgen van zijn zin.
He is a master at getting his own way.
 
6055
Hij heeft de hele dag naar de brief gezocht.
He searched all day for the letter.
 
6056
Ik heb tegen mijn vriendin gelogen over mijn leeftijd.
I lied to my girlfriend about my age.
 
6057
Ik betrapte hem op het stelen van geld.
I caught him stealing the money.
 
6058
Ik keek op mijn horloge.
I looked at my watch.
 
6059
Leg me de regel uit, alsjeblieft.
Please explain the rule to me.
 
6060
Hij zat in de gevangenis met levenslang.
He was in prison for life.
 
6061
Blijf je thuis?
Will you stay at home?
 
6062
Feiten houden niet op te bestaan omdat ze genegeerd zijn.
Facts do not cease to exist because they are ignored.
 
6063
Neem uw hoed af.
Take off your hat.
 
6064
We hebben te veel geld uitgegeven.
We've spent too much money.
 
6065
We kunnen horen.
We can hear.
 
6066
Laat de varkens dat eten.
Let the pigs eat that.
 
6067
De appels zijn heerlijk.
The apples are delicious.
 
6068
Ik kijk er naar uit.
I look forward to it.
 
6069
Ze maakte weer dezelfde fout.
She made the same mistake again.
 
6070
De jongen is aan het zwemmen met zijn vrienden.
The boy is swimming with his friends.
 
6071
Waar is mijn bril?
Where are my glasses?
 
6072
Hij baande zijn weg doorheen de problemen.
He made his way through difficulties.
 
6073
Tom houdt van verhalen vertellen.
Tom loves to tell stories.
 
6074
Wie leert jou Frans?
Who teaches you French?
 
6075
Kan je me hier een handje helpen?
Can you give me a hand here?
 
6076
De meeste jongeren hebben een gsm.
Most young people have mobile phones.
 
6077
Oh trouwens, heb je nog iets van hem gehoord de laatste tijd?
By the way, have you heard from him lately?
 
6078
Ik kan je niet goed horen.
I can't hear you well.
 
6079
Geef mij een voorbeeld.
Give me an example.
 
6080
Ze is in een slechte bui.
She is in a bad mood.
 
6081
We zijn maar vrienden.
We're just friends.
 
6082
Zijn vader is vorig jaar overleden.
His father died last year.
 
6083
We hopen dat Tom nog leeft.
We're hoping Tom's still alive.
 
6084
Hij woonde daar helemaal alleen.
He lived there all by himself.
 
6085
Ik heb het recht mijn advokaat op te bellen.
I have the right to call my lawyer.
 
6086
Het is waar dat hij de eerste prijs gewonnen heeft.
It is true that he won first prize.
 
6087
De resultaten waren verbazingwekkend.
The results were astounding.
 
6088
Het is weer aan het regenen.
It's raining again.
 
6089
Tom deed zijn zaklamp aan en ging de grot in.
Tom turned on his flashlight and entered the cave.
 
6090
We moeten leren in harmonie leven met de natuur.
We must learn to live in harmony with nature.
 
6091
Ik heb deze paraplu drie jaar geleden gekocht.
I bought this umbrella three years ago.
 
6092
Mijn broer gaat naar dezelfde school als ik.
My brother goes to the same school I do.
 
6093
De overheid zou af moeten doen met dit reglement.
The government should do away with these regulations.
 
6094
Dat programma wordt nu uitgezonden.
That program is now being broadcast.
 
6095
Heb je een schooluniform?
Do you have a school uniform?
 
6096
Iedereen denkt dat ik gek aan het worden ben.
Everyone thinks I'm going mad.
 
6097
Er is altijd iets dat gedaan dient te worden.
There's always something that needs to be done.
 
6098
In Canada spreekt men Engels en Frans.
They speak English and French in Canada.
 
6099
Kom nou zeg. Dit is niet grappig meer.
Come on, guys. This is not funny anymore.
 
6100
Maak uw zakken leeg.
Empty your bags.
 
6101
Het ligt op het puntje van mijn tong.
It's on the tip of my tongue.
 
6102
Waar is de bibliotheek?
Where is the library?
 
6103
Zoudt ge even op mijn koffer willen passen?
Would you mind watching my suitcase for a minute?
 
6104
Waar is je hoed?
Where's your hat?
 
6105
Zijn moeder was beschaamd over hem.
His mother was ashamed of him.
 
6106
Ik vroeg Mary om met mij te dansen.
I asked Mary to dance with me.
 
6107
Bevalt San Fransisco jullie?
Do you like San Francisco?
 
6108
Ik zou ook zo denken.
I'd feel the same way.
 
6109
Wraak is een gerecht dat het best koud geserveerd kan worden.
Revenge is a dish best served cold.
 
6110
Tom kent de regels.
Tom knows the rules.
 
6111
Ik heb één zak gekocht.
I purchased one bag.
 
6112
Wat doe jij om je verjaardag te vieren?
What do you do to celebrate your birthday?
 
6113
De muur is pas geverfd.
The wall is freshly painted.
 
6114
Was dat een neen?
Was that a no?
 
6115
Hier komt nooit een eind aan.
This is never going to end.
 
6116
Gelooft gij mij?
Do you believe me?
 
6117
Het is beter rijk te leven, dan rijk te sterven.
It is better to live rich, than to die rich.
 
6118
Hoelang blijf je?
How long do you plan to stay?
 
6119
Tom stopte zijn mondharmonica in zijn zak.
Tom put his harmonica in his pocket.
 
6120
Hij stopte met het lezen van kranten.
He stopped reading newspapers.
 
6121
Het schijnt dat er niemand in het dorp was.
It seemed that there was no one in the village.
 
6122
Tom kijkt.
Tom's watching.
 
6123
Tom is een mes aan het slijpen.
Tom is sharpening a knife.
 
6124
Toen Tom wakker werd was alles bedekt met sneeuw.
When Tom woke up, everything was covered with snow.
 
6125
Tom is een man van vele talenten.
Tom is a man of many talents.
 
6126
Je moet meer vezels eten.
You need to eat more fiber.
 
6127
Het regende.
It rained.
 
6128
Ze sparen hun geld voor de aankoop van een huis.
They are saving their money for the purchase of a house.
 
6129
Ik wilde je niet doen schrikken.
I didn't want to alarm you.
 
6130
Hij legde zijn hand op mijn schouder.
He rested his hand on my shoulder.
 
6131
Waar had Tom het met Maria over?
What did Tom talk to Mary about?
 
6132
Ik moet me verbergen.
I must hide.
 
6133
Tom is niet veel jonger dan Maria.
Tom isn't much younger than Mary.
 
6134
Hij verdient de kost met het geven van Engelse les.
He earns his living by teaching English.
 
6135
Ik kreeg een paar nieuwe schoenen.
I got a pair of new shoes.
 
6136
Mijn zoon kan nog niet tellen.
My son can't count yet.
 
6137
Tom vroeg aan Mary of zij hem leuk vond.
Tom asked Mary whether she liked him.
 
6138
Ik weet niet waarom ze dit doen.
I don't know why they're doing this.
 
6139
De egel is een klein dier.
The hedgehog is a small animal.
 
6140
Hij is heel snel.
He's very fast.
 
6141
Ga je echt die auto kopen?
Are you really going to buy that car?
 
6142
Neem geen snoep van vreemden aan.
Don't take candy from strangers.
 
6143
Kun je me vannacht een pleziertje doen en op mijn kinderen oppassen?
Could you do me a favor and babysit my kids tonight?
 
6144
Een van mijn vrienden studeert in het buitenland.
One of my friends is studying abroad.
 
6145
Tom won de wedstrijd.
Tom won the competition.
 
6146
Tom betaalt me volgende week terug.
Tom will pay me back next week.
 
6147
We gingen honkbal spelen.
We were going to play baseball.
 
6148
Ik heb nog nooit een gaatje gehad.
I've never had a cavity.
 
6149
Vandaag heb ik een goede eetlust.
I have a good appetite today.
 
6150
Het oplossen van je probleem zou prioriteit moeten hebben.
Solving your problem should be first on the list.
 
6151
Ik heb niets tegen hem te zeggen.
I've got nothing to say to him.
 
6152
Trek je pyjama aan.
Put on your pajamas.
 
6153
Laten we sushi eten.
Let's have sushi.
 
6154
Mijn schoenen zijn versleten.
My shoes are worn out.
 
6155
Tom is alleen in de keuken.
Tom is alone in the kitchen.
 
6156
Tom is bang voor het donker.
Tom is scared of the dark.
 
6157
Hij was te oud om te zwemmen.
He was too old to swim.
 
6158
Doe wat je wilt.
Suit yourself.
 
6159
Ieder persoon is uniek.
Every person is unique.
 
6160
Het ziet er veel erger uit dan het is.
It looks a lot worse than it is.
 
6161
Haar verloofde gaf haar een heel grote ring.
Her fiancé gave her a very big ring.
 
6162
Mijn horloge was gestolen.
I had my watch stolen.
 
6163
Het spijt me werkelijk.
I'm truly sorry.
 
6164
Ik heb veel Facebook- en Twitter-accounts aangemaakt sinds 2008. Ik heb nu zes Facebook-accounts en vijftien Twitter-accounts.
I've opened many Facebook and Twitter accounts since 2008. I now have six Facebook accounts and fifteen Twitter accounts.
 
6165
Wie blijft er?
Who's staying?
 
6166
Zij deed mee aan de wedstrijd.
She took part in the contest.
 
6167
Ik was erg trots.
I was very proud.
 
6168
Weten jullie waarom?
Do you know why?
 
6169
Ze zat naast mij.
She sat next to me.
 
6170
Toen ik op straat liep, ontmoette ik een oude vriend.
Walking along the street, I met an old friend.
 
6171
Deze kaas is gemaakt van schapenmelk.
That cheese is made from sheep's milk.
 
6172
Ondanks al zijn rijkdom is hij ongelukkig.
For all his wealth, he is unhappy.
 
6173
Maria kwam uit de badkamer met alleen een handdoek om.
Mary came out of the bathroom with only a towel on.
 
6174
Ik heb twee linkerhanden.
I'm all thumbs.
 
6175
Haar moeder is niet zo oud als ze er uitziet.
Her mother is not as old as she looks.
 
6176
Hij is zo agressief dat anderen hem uit de weg gaan.
He is so aggressive that others avoid him.
 
6177
We wonen in een huis.
We live in a house.
 
6178
Is daar iemand?
Is somebody there?
 
6179
Wat gebeurt er met je?
What's happening to you?
 
6180
Ze is vijf jaar.
She is five years old.
 
6181
Ik wil hem nooit meer zien.
I never want to see him again.
 
6182
Tom nam aan dat Maria niet bij het feestje zou zijn.
Tom assumed Mary wouldn't be at the party.
 
6183
Dit is geen postkantoor.
This isn't a post office.
 
6184
Dat hij van haar houdt, is duidelijk uit zijn daden.
It's clear from his actions that he loves her.
 
6185
Technologie loste veel van de problemen op.
Technology solved many of the problems.
 
6186
Kom op, geef het maar toe.
Come on, admit it.
 
6187
Je hoeft niet op te staan.
You don't need to stand up.
 
6188
Tom heeft bij het examen geschiedenis gesjoemeld.
Tom cheated on the history exam.
 
6189
Jij zou je ook zo voelen.
You'd feel the same way.
 
6190
Als hij vloeiend Engels spreekt, neem ik hem aan.
If he's fluent in English, I'll hire him.
 
6191
Ik heb dat gehoord op de radio.
I heard it on the radio.
 
6192
Je moet je haar eens laten knippen.
You need a haircut.
 
6193
De deur is gesloten.
The door is closed. / The door is locked.
 
6194
Ik leer Perzisch.
I am studying Persian.
 
6195
Mijn oude vriend ontmoeten was erg aangenaam.
Meeting my old friend was very pleasant.
 
6196
Voor zover ik weet is dat de enige vertaling.
To the best of my knowledge, this is the only translation available.
 
6197
Tom is agressief.
Tom is aggressive.
 
6198
Ik was absoluut verbaasd.
I was absolutely amazed.
 
6199
Tom was bijna vergeten zijn huiswerk te maken.
Tom almost forgot to do his homework.
 
6200
Ik wil niet dat Tom dit ziet.
I don't want Tom to see this.
 
6201
Je had het geheim moeten houden.
You should have kept it secret.
 
6202
Ze is dol op tennissen.
She is fond of playing tennis.
 
6203
Wil je dat echt weten?
Do you really want to know?
 
6204
Het is niets ernstigs.
It's nothing serious.
 
6205
Hij is geen dokter, maar een verpleger.
He's not a doctor, but a nurse.
 
6206
Ik ben bang.
I'm afraid.
 
6207
Ze weigerde de uitnodiging.
She declined the invitation.
 
6208
Misschien kan iemand anders ons helpen.
Maybe someone else can help us.
 
6209
Kent u de hoofdstad van België?
Do you know the capital of Belgium?
 
6210
Aladdin vond een wonderlamp.
Aladdin found a magic lamp.
 
6211
Tom nam een binnenweg.
Tom took a short cut.
 
6212
Dat is het mooiste cadeautje dat ik ooit gekregen heb.
That's the most beautiful gift I've ever received.
 
6213
Mijn oom is niet jong, maar hij is wel gezond.
My uncle isn't young, but he's healthy.
 
6214
Geen enkel van deze boeken is nuttig.
None of these books are useful.
 
6215
Vergeet je collegekaart niet mee te nemen.
Don't forget to bring your student ID.
 
6216
Het plan vereist een grote som geld.
The plan requires a large sum of money.
 
6217
Deze pop kost maar zestig cent.
This doll costs only sixty cents.
 
6218
Laat je niet misleiden.
Don't be deceived.
 
6219
Hoe lang was je in het buitenland?
How long have you been abroad?
 
6220
Tom toonde aan Maria hoe ze water kon koken in een kartonnen bekertje.
Tom showed Mary how to boil water in a paper cup.
 
6221
Ik kan de uitnodiging niet aannemen want ik heb een andere verplichting.
I can't accept the invitation because I have another engagement.
 
6222
Tom zette de asbak voor Maria.
Tom put the ashtray in front of Mary.
 
6223
Ik dacht dat je een grapje maakte.
I thought you were kidding.
 
6224
Ik wilde een drankje voor je kopen.
I want to buy you a drink.
 
6225
Hij heeft grote problemen.
He has big problems.
 
6226
In het vervolg moet ik misschien wat voorzichtiger zijn.
I suppose I'll have to be more careful in the future.
 
6227
Ik heb geen enkel idee waarom zij zo kwaad geworden is.
I have no idea why she got so angry.
 
6228
Ze zwemt in het geld.
She's rolling in money.
 
6229
De radio staat een beetje hard.
The radio is a bit loud.
 
6230
Iedereen zegt hetzelfde.
Everyone says the same thing.
 
6231
Het regent.
It's raining.
 
6232
Kan ik iets doen om te helpen?
Is there something I can do to help?
 
6233
Tom is erg aardig.
Tom is very kind.
 
6234
Wil je dit shirt hebben?
Do you want this shirt?
 
6235
Is dat een cadeau voor jou?
This is a present for you?
 
6236
Ik kan me niet bewegen.
I can't move.
 
6237
Betrek mij daar niet bij.
Don't get me involved.
 
6238
Ik moet de eerste trein halen.
I must catch the first train.
 
6239
Minirokjes zijn uit de mode geraakt.
Miniskirts have gone out of fashion.
 
6240
Ik heb een vriend die piloot is.
I have a friend who's a pilot.
 
6241
Weet jij waar Tom de sleutels heeft neergelegd?
Do you know where Tom put the keys?
 
6242
Er waren honderden mensen op het plein.
There were several hundred people in the plaza.
 
6243
Ik wil aspirine kopen.
I would like to buy some aspirin.
 
6244
Hij werd rood van schaamte.
He blushed with shame.
 
6245
Ik ben een man.
I am a man.
 
6246
Wie heeft dit gebroken?
Who broke this?
 
6247
Goedemorgen, hoe maakt u het?
Hello, how are you?
 
6248
Het is weg.
It is gone.
 
6249
Dit is de auto waar ik het laatst over had.
This is the car I spoke of the other day.
 
6250
Hebzucht zorgt ervoor dat mensen vreemde dingen doen.
Greed makes people do strange things.
 
6251
Haal Tom iets te eten.
Get Tom some food.
 
6252
Excuseer, spreek je Engels?
Pardon me, do you speak English?
 
6253
Ik kan me geen enkele reden bedenken om niet te gaan.
I can't think of any reason not to go.
 
6254
Leert u iedere dag?
Do you study every day?
 
6255
Ik moet kiezen tussen die twee.
I have to choose between the two.
 
6256
Hij vertolkte voor mij.
He interpreted for me.
 
6257
Mijn linkervoet is net in slaap gevallen.
My left foot just fell asleep.
 
6258
Ik werd zenuwachtig op het toneel.
I got nervous on the stage.
 
6259
Zo, hebt ge al beslist?
Well, have you decided yet?
 
6260
Waarom is de lamp aan?
Why is the light on?
 
6261
Tom trok zijn nieuwe schoenen aan.
Tom put on his new shoes.
 
6262
De tijd is om. Lever alstublieft uw examenkopij in.
Time's up. Please pass in your exams.
 
6263
We verkozen hem tot burgemeester.
We elected him mayor.
 
6264
Wat wilt ge echt zeggen?
What is it that you really want to say?
 
6265
Ik snap wat je zegt.
I get what you're saying.
 
6266
Ze waren aan het wachten op ons.
They were waiting for us.
 
6267
Ik zal niet thuis zijn in de namiddag.
I'll be absent from home in the afternoon.
 
6268
Je stropdas past bij je pak.
Your necktie matches your suit.
 
6269
Hij weigerde te betalen.
He refused to pay.
 
6270
Tom drinkt thuis nooit bier.
Tom never drinks beer at home.
 
6271
Tom brengt veel tijd door met het spelen van videogames.
Tom spends a lot of time playing video games.
 
6272
Een jaar later bezocht hij de Sovjet-Unie.
A year later, he visited the Soviet Union.
 
6273
Duits is de beste taal van de wereld.
German is the best language in the world.
 
6274
Ik heb geen zin om uit eten te gaan vanavond.
I don't feel like eating out this evening.
 
6275
Laten we bellen.
Let's make a phone call.
 
6276
Maria houdt van Bollywoodfilms.
Mary likes Bollywood movies.
 
6277
Spreekt ze Engels?
Does she speak English?
 
6278
Het had gelijk wie kunnen overkomen.
It could've happened to anyone.
 
6279
Hij is zelden goed gehumeurd.
He is rarely in a good mood.
 
6280
Waar is het busstation?
Where is the bus terminal?
 
6281
Wil je alsjeblieft morgen op je weg naar school niet vergeten deze brief te posten?
Please remember to mail this letter on your way to school tomorrow morning.
 
6282
Nu en dan kijk ik tv.
I sometimes watch TV.
 
6283
Je kunt het!
You can do it.
 
6284
Alle jongens spelen graag honkbal.
All boys like to play baseball.
 
6285
Ik wil bij jou wonen.
I want to live with you.
 
6286
Er was kennelijk geen andere weg.
There was obviously no other way.
 
6287
Laten we een salade delen.
Let's split a salad.
 
6288
Wij hebben een antwoord nodig.
We need an answer.
 
6289
De prijzen werden plots lager.
Prices dropped suddenly.
 
6290
Waarom heb je me niet verteld dat je van plan was naar Boston te gaan?
Why didn't you tell me you were planning to go to Boston?
 
6291
Laat dat glas niet vallen.
Don't drop that glass.
 
6292
Heb jij een gelijksoortig spreekwoord in het Frans?
Do you have a similar proverb in French?
 
6293
Tom is gekalmeerd.
Tom has calmed down.
 
6294
Geloof me of niet, maar ik ben deze keer niet sarcastisch.
Believe it or not, I'm not sarcastic this time.
 
6295
Ze belt me nu en dan op.
I get a call from her once in a while.
 
6296
Een dolfijn is een zoogdier.
A dolphin is a mammal.
 
6297
Ik kon niet naar het verjaardagsfeestje komen.
I couldn't come to the birthday party.
 
6298
Hoeveel pennen hebben jullie?
How many pens do you have?
 
6299
Ze zijn niet dom.
They aren't stupid.
 
6300
Wie heeft de piano uitgevonden?
Who invented the piano?
 
6301
Hij heeft geld.
He has money.
 
6302
De jongen draagt een bril.
The boy is wearing glasses.
 
6303
Hij was naar muziek aan het luisteren.
He was listening to music.
 
6304
Ik hou niet van okra.
I don't like okra.
 
6305
Als die jongen niet in een verkeersongeluk omgekomen was zou hij nu student zijn.
If that boy had not been killed in the traffic accident, he would be a college student now.
 
6306
Ik ben zeeziek.
I felt seasick.
 
6307
Ik zal in mijn kamer slapen.
I'll sleep in my room.
 
6308
Kinderen haten vaak spinazie.
Children often hate spinach.
 
6309
Ik ben in het water gevallen.
I fell into the water.
 
6310
Hij oefende elke dag thuis.
He practiced every day at home.
 
6311
Volgens mij weet je wel dat ik je leuk vind.
I think you know I like you.
 
6312
Sorry dat ik je verstoor.
Sorry to interrupt you.
 
6313
We zijn ook naar de tempel geweest.
We also went to the temple.
 
6314
Maak je huiswerk.
Do your homework.
 
6315
Je moet stoppen en de rozen ruiken.
You need to stop and smell the roses.
 
6316
De winkel is zondags toe.
The shop is closed on Sundays.
 
6317
Ik was pas thuis om twee uur dertig.
I didn't get home until 2:30.
 
6318
Dat is een leuk verhaal.
That's a nice story.
 
6319
Wie heeft gewonnen?
Who won?
 
6320
Verzamel je nog steeds postzegels?
Do you still collect stamps?
 
6321
Dat lijkt een leugen, maar het is waar.
It may sound like a lie, but it's the truth.
 
6322
Tom is gewoon een gekke oude man.
Tom is just a crazy old man.
 
6323
Ik heb mijn zus een pop gegeven.
I gave my sister a doll.
 
6324
Breng hem naar binnen.
Bring him in.
 
6325
Wat hij zegt, is heel belangrijk.
What he says is very important.
 
6326
Hoe oud is je grootvader?
How old is your grandfather?
 
6327
Ik weet hoezeer Tom belangrijk is voor jullie.
I know how important Tom is to you.
 
6328
Kan je me je balpen lenen?
Can I borrow your pen?
 
6329
U kan het zien met het blote oog.
You can see it with the naked eye.
 
6330
Ik heb veel pijn.
I'm in a lot of pain.
 
6331
Ik interpreteer je zwijgen als toestemmen.
I interpreted your silence as consent.
 
6332
Ik wil Tom mijn sleutel niet geven.
I don't want to give Tom my key.
 
6333
Ik vertrek morgen.
I am going to leave tomorrow.
 
6334
Hij betaalde met een creditcard.
He paid with a credit card.
 
6335
Ik wil graag weten wat je aan het doen bent.
I'd like to know what you're doing.
 
6336
Dat is een beetje koud.
That's a bit cold.
 
6337
Dat meisje is heel knap.
That girl is very beautiful.
 
6338
Tom en Maria zijn aan het liften.
Tom and Mary are hitchhiking.
 
6339
Als antwoord sloeg hij mij op mijn hoofd.
His answer was to strike me on the head.
 
6340
Je betekent veel voor me.
You mean a lot to me.
 
6341
Hebben jullie verder nog vragen?
Do you have any further questions?
 
6342
Ik moet deze boeken terugbrengen naar de bibliotheek.
I have to take these books back to the library.
 
6343
Ik knikte om aan te geven dat ik ermee instemde.
I nodded to show that I agreed.
 
6344
Hou je van ananasdrankjes?
Do you like pineapple drinks?
 
6345
Toen ik opstond, stond de zon al hoog aan de hemel.
When I got up, the sun was already high in the sky.
 
6346
Tom is streng maar eerlijk.
Tom is strict but fair.
 
6347
In het algemeen zijn mannen langer dan vrouwen.
Generally, men are taller than women.
 
6348
Dit is haar huis.
This is her house.
 
6349
Deze smartphone heeft een ARM-processor.
This smartphone uses an ARM processor.
 
6350
Ze heeft altijd aanmerkingen op mij.
She was always finding fault with me.
 
6351
Hij speelde voor de eerste keer in een toneelstuk.
She acted in a play for the first time.
 
6352
Laten we het plan na school bespreken.